Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Zo geeft de overheid startende ondernemers een duwtje in de rug

Almaar meer startende vennootschappen moeten geen sociale bijdragen betalen, zo blijkt uit informatie die de hr-dienstengroep Acerta verzamelde. Met die en andere maatregelen wil de overheid beginnende ondernemers financiële ademruimte geven.
>Text >Text >Text ©Pieter Van Eenoge

Met een zelfstandige activiteit van start gaan is in zekere zin de kwadratuur van de cirkel oplossen. In het begin moet u een aantal investeringen doen, terwijl u uw klantenbestand nog aan het opbouwen bent en u dus nog geen grote omzet hebt.

Op dat moment telt elke euro en zelfs relatief beperkte bedragen die u aan de sociale zekerheid moet betalen, kunnen u in de problemen brengen. Maar als beginnende ondernemer kunt u de eerste jaren toch op enkele tegemoetkomingen rekenen.

Als u een vennootschap opricht, moet die jaarlijks een sociale bijdrage betalen. De minimumbijdrage is 347,5 euro. Dat bedrag wordt verhoogd tot 868 euro als na twee boekjaren blijkt dat het balanstotaal van uw vennootschap boven 700.247,09 euro ligt. Als dat niet het geval is, blijft u 347,5 euro betalen.

Vrijstelling

Maar gedurende de eerste drie jaar kan uw vennootschap vrijgesteld worden van die sociale bijdragen. Om de vrijstelling te verkrijgen, moet u zelf stappen ondernemen en een aanvraag indienen bij uw sociaal secretariaat. U kunt alleen een goedkeuring krijgen als de zaakvoerders en de werkende vennoten de voorbije tien jaar niet langer dan drie jaar zelfstandig zijn geweest.

Uw vennootschap kan drie jaar vrij gesteld worden van sociale bijdragen. U moet daar zelf stappen voor ondernemen.

Startende ondernemers blijken de weg naar een verlaging van de sociale bijdragen almaar beter te vinden. Uit cijfers van de hr-dienstengroep Acerta blijkt dat eind 2019 31,69 procent van de Belgische vennootschappen die nog geen drie jaar bestaan geen sociale bijdragen betalen.

Volgens Annelies Van den Bosch, domeinexpert Starters & Zelfstandigen bij Acerta, heeft de overige 70 procent van de ondernemingen geen aanvraag ingediend of komen ze niet in aanmerking voor de vrijstelling.

‘In dat laatste geval gaat het bijvoorbeeld om een zelfstandige die al meer dan drie jaar bezig is en nu zijn activiteiten in een vennootschap onderbrengt’, verduidelijkt ze. ‘Of een vennootschap die voor de kinderen wordt opgericht en waarin ook de vader na een lange carrière als zelfstandige werkende vennoot wordt.’

Wetgeving

Het percentage vennootschappen dat een vrijstelling geniet, is de jongste twee jaar alleen maar gestegen. In november 2017 ging het nog maar om 1 op de 5 startende vennootschappen en in november 2018 waren het er al een kwart.

De evolutie is minstens voor een deel toe te schrijven aan het hervormde ondernemingsrecht dat op 1 november 2018 van kracht werd. Voordien konden alleen handelsondernemingen een vrijstelling van de sociale bijdragen vragen, maar op grond van de nieuwe wetgeving kunnen alle ondernemingen met inschrijfplicht in de kruispuntbank de vrijstelling genieten.

Maar ook de nieuwe vennootschapswetgeving die op 1 mei 2019 van kracht werd, heeft de vraag naar een vrijstelling een duw in de rug gegeven. De nieuwe wetgeving verlaagt namelijk de drempel om een vennootschap op te richten, vooral omdat voor de besloten vennootschap (bv) geen minimumkapitaal meer vereist is.

Tussen 17 mei en 16 november 2019 werden 15.568 nieuwe vennootschappen opgericht. In 96 procent van de gevallen ging het om bv’s. Dat is 31,4 procent meer dan de 11.850 vennootschappen die in dezelfde periode van 2018 het levenslicht zagen.

Persoonlijke bijdragen

Maar niet alleen uw vennootschap moet een bijdrage voor de sociale zekerheid betalen. U bent ook zelf een bijdrage verschuldigd in verhouding tot het netto belastbaar inkomen dat u hebt.

Als zelfstandige betaalt u voorlopige sociale bijdragen, die nadien worden gecorrigeerd. De voorlopige sociale bijdragen worden berekend op uw inkomen van drie jaar geleden.

Voor starters is dat natuurlijk niet mogelijk. Normaal gezien wordt dan een bijdrage van 20,5 procent van uw geschatte netto belastbaar inkomen berekend met een minimum van 739,05 euro per kwartaal. Voor een beginnende zelfstandige kan dat een aanzienlijk bedrag zijn.

Korting

Daarom kan een startende zelfstandige sinds 1 april 2018 een korting op de sociale bijdragen van de eerste vier kwartalen aanvragen. De beperkende voorwaarde is wel dat u in de 20 kwartalen voorafgaand aan de starterskorting geen enkel kwartaal als zelfstandige in hoofdberoep hebt gewerkt.

Wie minder dan 7.226,47 euro per jaar verdient, zal per kwartaal slechts 381,66 euro moeten betalen. Als uw inkomen tussen 7.226,47 en 9.329,19 euro bedraagt, beloopt de bijdrage 492,70 euro. Is dat tussen 9.329,19 en 13.993,78 euro, is geen starterskorting meer mogelijk en betaalt u dus 739,05 euro. Bij een inkomen van meer dan 13.993,78 euro betaalt u 20,5 procent op dat inkomen.

31,69%
Eind vorig jaar was bijna een op de drie ondernemingen die minder dan drie jaar bestaan vrij gesteld van sociale bijdragen.

De korting wordt niet automatisch toegekend. Starters moeten een aanvraag indienen bij hun sociaal verzekeringsfonds als ze denken dat hun inkomen dat jaar onder de grensbedragen blijft. Wat ze eventueel te veel betaalden, krijgen ze twee jaar later terug via hun sociaal verzekeringsfonds.

‘Maar let wel op dat u ook niet te weinig betaalt’, zegt Van den Bosch. ‘In dat geval zult u verhogingen moeten betalen. Die bedragen 7 procent plus 3 procent per kwartaal, berekend tussen 1 januari en het moment van de verwerking van het definitieve inkomen. Dat kan oplopen tot meer dan 20 procent.’

Ook bij uw btw-verrekening kunt u zichzelf extra financiële bewegingsruimte gunnen. Als u als ondernemer van start gaat, hebt u vaak een btw-tegoed. Dat wil zeggen dat u vaker btw terugbetaald moet krijgen dan dat u btw moet afdragen. Dat is logisch, aangezien u als starter in het begin vaak heel wat moet investeren en u bijgevolg meer inkomende dan uitgaande facturen hebt.

Geduld

Het kan ettelijke maanden duren voor u de tegoeden van de btw-administratie terugbetaald krijgt. Als u kwartaalaangiften doet, dan zal een factuur die u in juli betaalt pas eind september in uw aangifte terechtkomen. De btw-administratie heeft dan nog drie maanden om u terug te betalen. Tegen die tijd trappen beginnende ondernemers soms al op hun financiële adem.

Om aan dat startersprobleem tegemoet te komen werd beslist dat beginnende ondernemers hun btw-tegoed maandelijks kunnen terugkrijgen. De regeling geldt voor bedrijven die na 1 januari 2020 van start gegaan zijn.

Om de btw maandelijks terugbetaald te krijgen, moet het btw-krediet minstens 245 euro bedragen. Het is ook alleen mogelijk in de eerste 24 maanden na de opstart van uw zelfstandige activiteit.

Het systeem geldt alleen voor de zogenaamde maandaangevers, btw-plichtigen die maandelijks een btw-aangifte indienen. De aangiften mogen alleen elektronisch worden ingediend. De btw wordt aan de starters terugbetaald ‘ten laatste de tweede maand die volgt op het tijdvak van de maandelijkse aangifte’.

Voor de starters die hun periodieke aangifte toch op kwartaalbasis willen indienen, zal de administratie proberen om de btw terug te betalen ‘uiterlijk de tweede maand die volgt op het tijdvak van de kwartaalaangifte’.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud