reportage

Zo wordt zwart geld gewit

©Jonas Lampens

Met fiscale zonden in het reine komen kost tijd én geld. Netto volgde het traject van een dossier, vanop het bureau van de fiscaal advocaat tot in de archieven in de Wetstraat.

‘Op de laatste dag waarop vorig jaar dossiers konden worden ingediend, trof ik in onze inkomhal een man. Hij twijfelde tot op het laatste moment of hij zijn zwart geld zou regulariseren. Uiteindelijk sloeg hij een kruisteken en overhandigde hij me zijn regularisatiedossier.’ Aan het woord is Steven Vanden Berghe, de topman van het Contactpunt Regularisaties van de federale overheidsdienst Financiën. Het Contactpunt buigt zich over spontane aangiftes van in het verleden ontlopen belastingen.

Ook al bleven de kantoren van het contactpunt in de Brusselse Wetstraat tijdens de eindejaarsperiode open, op geen enkel moment waren er wachtrijen van mensen die een ontvangstbewijs wilden dat hun dossier nog in 2018 is ingediend. Eind 2013, toen de derde regularisatieronde op haar einde liep, was dat wel anders. ‘Mensen stonden toen de laatste dagen van december tot een eind in de Wetstraat aan te schuiven. De ochtend van de laatste indieningsdag stonden de dossiers tot op straat omdat onze brievenbus tjokvol zat’, zegt Vanden Berghe.

95 procent van de dossiers komt uit Luxemburg en Zwitserland.
Steven Vanden Berghe
Topman Contactpunt Regularisaties

Wat toen als de allerlaatste kans om zwart geld te witten gold, bleek na enkele jaren achterhaald. In 2016 begon een nieuwe regularisatieronde, weliswaar tegen hogere tarieven dan in de vorige edities. Voor Vlaamse materie, zoals ontlopen erf- en registratiebelasting, loopt die regularisatieronde tot eind 2020. Voor ontlopen federale belastingen is geen einddatum voorzien. Om mensen te stimuleren snel aangifte te doen stijgen de boetetarieven elk jaar met 1 procentpunt. ‘Fiscale zondaars die van de vorige rondes niet gebruikmaakten, liggen niet wakker van dat procentpunt. Vooral de vrees voor strafrechtelijke gevolgen zet hen aan te regulariseren’, zegt Gerd D. Goyvaerts, fiscaal advocaat bij Tiberghien.

Strafrechtelijke gevolgen

Met de toenemende internationale gegevensuitwisseling zit de schrik er bij veel Belgen in dat hun fiscale zonden alsnog boven water komen. Want ook al zijn die zonden vaak fiscaal verjaard, strafrechtelijk verjaren ze zelden of nooit.

Advocaten zijn meestal een eerste contact voor die Belgen om hun situatie in te schatten. ‘Als een cliënt bij ons langskomt, maken we eerst een analyse van de rechtspositie, zowel fiscaal als strafrechtelijk. We bepalen het ‘fraudeprofiel’ en proberen in te schatten wat de omvang van het fiscaal verjaard kapitaal is. We schatten ook in hoe groot het risico op een strafrechtelijke vervolging is’, zegt Goyvaerts. ‘Die analyse is louter informatief en niet bindend. De cliënt kan dan nog altijd vrij beslissen geen dossier in te dienen. Fiscale regularisatie kan niet verplicht worden. Wij hebben als advocaat in die gevallen geen meldingsplicht.’

Vooral de vrees voor strafrechtelijke gevolgen zet aan om te regulariseren.
Gerd D. Goyvaerts
fiscaal advocaat bij Tiberghien

De analyse van de rechtspositie is bovendien geen exacte wetenschap. ‘Een zelfde dossier kan bij de ene advocaat tot een andere risicoanalyse leiden dan bij een andere. De locatie speelt een belangrijke rol. De ervaring leert dat in de rechtsgebieden van de hoven van beroep van Antwerpen en Gent het risico op vervolging door het parket groter is dan elders’, vervolgt Goyvaerts.

Hoewel Belgen al in 2004 de kans hadden zwart geld te witten (zie tabel), blijft ook de vierde regularisatieronde fiscale zondaars lokken. Sinds 2016 werd al voor 1 miljard euro aan zwart geld aangegeven. ‘Vaak gaat het om mensen die door de feiten gedwongen worden te regulariseren’, legt Goyvaerts uit. ‘Ze hebben bijvoorbeeld 1 à 2 miljoen euro bij een buitenlandse bank. Die banken worden geconfronteerd met de strengere internationale regels en de plicht van gegevensuitwisseling. Daardoor willen ze geld met een onduidelijke achtergrond niet meer en sturen ze hun klanten een cheque voor het tegoed. Met die cheque kunnen klanten echter niet zomaar bij een Belgische bank terecht, omdat die ook alleen geld wil aanvaarden waarvan de afkomst 100 procent zuiver is en kan worden aangetoond. Regulariseren is dan vaak nog de enige optie’, zegt Vanden Berghe.

Volgens Goyvaerts is die keuze door de omkering van de bewijslast dwingender geworden. ‘Ook al is de afkomst van het geld zuiver, als je die niet kan bewijzen, zit je met een probleem. De bewijsregels zijn streng. Een verklaring onder eed is bijvoorbeeld niet toegelaten. Een berekening van het fiscaal verjaard kapitaal in het vermogen en de fiscale regularisatie daarvan zijn vaak de enige uitweg om het geld nog bij een Belgische bank binnen te krijgen.’

Luxemburg en Zwitserland

‘95 procent van de dossiers die tegenwoordig worden ingediend, komt uit Luxemburg en Zwitserland’, zegt Vanden Berghe. ‘Daarbij zijn verschillende bewegingen merkbaar. Enerzijds zijn er mensen die de voorbije jaren op hun rekening zijn blijven zitten. Anderzijds vluchtte een deel in andere structuren. Sinds de Europese spaarrichtlijn van 2005 werden hele effectenportefeuilles geïnvesteerd in levensverzekeringen van het type tak23. Die komen na acht jaar op de eindvervaldag, waardoor we sinds 2013 à 2014 met dergelijke uitbetalingen te maken krijgen.’

Daarnaast zijn veel dossiers afkomstig van mensen die in het verleden al gebruikmaakten van een regularisatiemogelijkheid. ‘We zien vrij grote dossiers waar de inkomsten in het verleden werden geregulariseerd maar niet het kapitaal zelf. Zonder correcte fiscale regularisatie kan dat niet worden geïnvesteerd’, zegt Goyvaerts.

‘Van de aangegeven bedragen slaat ongeveer 80 procent op kapitaal’, weet Vanden Berghe. Dossiers met ontdoken beroepsinkomsten komen amper voor. ‘Doorgaans gaat het in die zeldzame gevallen om topkaders van Amerikaanse multinationals. Ze kregen destijds rechtstreeks uit de Verenigde Staten bonussen gekoppeld aan aandelen, zonder link met de Belgische payroll.’

Complex

Omdat het steeds meer over fiscaal verjaarde kapitalen gaat, is de samenstelling van een regularisatiedossier complexer geworden. In het aangiftedossier moet een verklaring zitten over de omvang en de herkomst van de te regulariseren bedragen. Ook de onderliggende fiscale fraude moet worden geïdentificeerd. ‘De zoektocht naar documenten is vaak een titanenwerk. Meestal moeten we ze opvragen bij een (buitenlandse) bank. Dat neemt makkelijk 6 tot 8 weken in beslag. De kostprijs kan oplopen tot 3.000 euro per opgevraagd kalenderjaar’, zegt Goyvaerts. ‘Buitenlandse banken hebben documentatie van tien jaar oud. Voor de periode daarvoor moeten we terugvallen op oude overschrijvingen, borderellen, en akten van de bank.’

Door de complexiteit wordt de overgrote meerderheid van de dossiers samengesteld en ingediend door fiscaal advocaten. ‘Soms is er vooraf overleg tussen advocaten en het Contactpunt om af te toetsen hoeveel een regularisatie gaat kosten’, zegt Goyvaerts. Dat alles impliceert dat de samenstelling van een dossier heel wat tijd vraagt. ‘Gemiddeld moet je rekenen op 4 à 6 maanden voor een dossier kan worden ingediend’, zegt Goyvaerts.

Dunne mapjes

Wie dikke classeurs vol documenten verwacht, komt bedrogen uit. Dossiers zijn doorgaans niet meer dan dunne kartonnen mapjes. De poststempel geldt als bewijs en zal bepalen welk boetetarief van toepassing is (zie kader). Wie zijn dossier in 2017 indiende, zal dus de boetetarieven van dat jaar betalen, al werd het dossier pas in 2018 verwerkt.

Het Contactpunt wordt bemand door een achttal personen die fulltime regularisatiedossiers behandelen. Dat volstaat om de binnenkomende dossiers op een respectabele termijn te behandelen. Van de dossiers die sinds 2016 werden ingediend, is eind 2018 meer dan 85 procent van de te regulariseren bedragen behandeld. Dat was anders in 2013. ‘Toen hebben we heel wat mensen tijdelijk moeten aanwerven om de stormloop aan te kunnen. Op een bepaald moment werkten we met een honderdtal mensen fulltime aan regularisatiedossiers’, zegt Vanden Berghe.

De verwerkingstijd verschilt sterk en kan gaan van enkele dagen tot meer dan een jaar. ‘Eind december 2018 hebben we het laatste dossier van 2016 afgewerkt. Het heeft zolang aangesleept omdat het dossier onvolledig was’, zegt Vanden Berghe. ‘De doorlooptijd staat volledig los van het te regulariseren bedrag. Een dossier waarbij een fiscaal verjaard kapitaal van 10 miljoen euro wordt aangegeven, zal vaak veel sneller afgehandeld zijn dan de regularisatie van een tweede verblijf in Frankrijk waarbij we een paar honderd euro recupereren. Want voor zo’n dossier moeten we onder meer de personenbelasting voor zeven aanslagjaren herrekenen’, zegt Vanden Berghe.

‘In meer dan 90 procent van de dossiers komen de aangegeven bedragen overeen met wat we ontdekken. Maar als de indiener van een dossier niet kan bewijzen dat bepaalde bedragen volgens het normale belastingregime zijn belast, voegen we dat toe aan het te regulariseren bedrag’, zegt Vanden Berghe. ‘Als de betrokkene daar niet mee akkoord gaat, kan het dossier worden voorgelegd aan de rechter’, voegt Goyvaerts toe. Volgens Vanden Berghe gebeurt dat heel uitzonderlijk.

Een dossier wordt volledig verwerkt door eenzelfde ambtenaar. Daarna herbekijkt een coördinator het en dan belandt het op het bureau van Vanden Berghe. In de laatste fase wordt het voorgelegd aan een college, met zes leden van de rulingdienst, dat zijn fiat moet geven.

Sluitstuk

Zodra het traject doorlopen is, volgt de betaling. Bij gemengde dossiers waarin zowel federale als Vlaamse belastingen geregulariseerd worden, sturen de federale en de Vlaamse belastingdienst elk een uitnodiging tot betaling. ‘De betaling gebeurt in de overgrote meerderheid binnen 15 dagen. Een niet-betaling is uitzonderlijk. Zo is eens iemand overleden in de periode waarin onze diensten zijn dossier verwerkten. Zijn kinderen hadden in tussentijd alle bezittingen aangegeven in de nalatenschap en er successierechten op betaald. Als de kinderen niet hebben deelgenomen aan de fiscale fraude van de overleden ouder, kan een regularisatie overbodig zijn’, zegt Vanden Berghe.

En dan volgt het sluitstuk waar alles om draait: het regularisatieattest. Dat geeft de eigenaar de vrijheid met een gerust gemoed over zijn centen te beschikken. Het dossier verdwijnt in de archieven van het Contactpunt, maar blijft ook daar beschermd door beroepsgeheim. Het Contactpunt mag geen inzage geven in het dossier aan derden of antwoorden op vragen van banken. Alleen de antiwitwascel en het parket kunnen vragen stellen aan het Contactpunt, om na te gaan of het geld effectief geregulariseerd is. ‘Wekelijks wordt wel een dossier van onder het stof gehaald wegens dergelijke vragen’, zegt Vanden Berghe.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content