Netto Het antwoord op al uw geldvragen

1.500.000 coöperanten niet zonder risico

Met zo’n 1,5 à 2 miljoen zijn ze, de houders van coöperatieve aandelen. Het debacle rond Arco heeft hen de ogen geopend. Hun centen lopen wel degelijk risico, al is het fout om alle coöperatieve aandelen nu over dezelfde kam te scheren.
Francine Swiggers (Arco)

De waarborg van de federale overheid voor de bijna 800.000 Arco-coöperanten is op verscheidene punten onwettig. Dat liet de auditeur bij de Raad van State deze week weten. Hij adviseert de Raad de betrokken koninklijke besluiten te vernietigen. Zo ver zijn we nog niet, maar de schrik zit er bij de Arco-vennoten wel in dat ze hun centen niet meer zullen terugzien.

Het debacle deed ook bij vennoten van andere coöperatieve vennootschappen vragen rijzen. België telt zo’n 26.000 coöperaties, waarvan er een 500-tal erkend zijn door de Nationale Raad voor de Coöperatie. Die erkenning is noodzakelijk om bijvoorbeeld het fiscaal voordeel op dividenden te verkrijgen. Precieze cijfers over het aantal vennoten zijn er niet, maar geschat wordt dat er 1,5 à 2 miljoen zijn.

De bekendste vennootschappen zijn die met een financiële poot zoals Arco (Dexia), Cera (KBC), Argen-Co (Argenta) en Lanbokas (Landbouwkrediet). De jongste jaren zien we ook steeds meer coöperanten in de sector van de alternatieve energie en microfinanciering. Ecopower, Groenkracht, Limburg Wind, Alterfin en Incofin zijn goede voorbeelden. De onderstaande fiches zijn daarom maar een selectie van de belangrijkste coöperaties vanuit het standpunt van een spaarder of belegger.

Klik op het beeld om te vergroten.

Het statuut van een coöperatie is gebouwd op een duurzame langetermijnrelatie met de vennoot, waardoor hij doorgaans een nauwe band heeft met de coöperatie. Meestal zijn het klanten (bijvoorbeeld bij bankencoöperaties) of leveranciers (bijvoorbeeld tuinbouw- of zuivelcoöperaties) die vennoot worden. Die langetermijnrelatie wordt ook in de hand gewerkt door het feit dat u de aandelen niet het hele jaar door kunt verkopen. Bij de meeste (erkende) vennootschappen kan het enkel tijdens de eerste zes maanden van het boekjaar. Dat is al een belangrijk verschil met beursgenoteerde aandelen, die u op om het even welk moment van de hand kunt doen.

Fiscaal voordeel

6%
Jaarlijks mogen erkende coöperaties tot maximum 6 procent dividend uitkeren.

Het gevolg is ook dat de waarde van een coöperatief aandeel niet van minuut tot minuut schommelt. Het behoudt altijd dezelfde nominale waarde. Wie verkoopt, zal dat dus altijd tegen nominale waarde doen en zal geen meerwaarde opstrijken. De kracht van de aandelen ligt in het dividend. Jaarlijks mogen erkende coöperaties tot maximum 6 procent dividend uitkeren. Dat dividend is bovendien vrijgesteld van roerende voorheffing tot 180 euro (inkomsten 2012). Erkende ontwikkelingsfondsen zoals Alterfin bieden ook de kans op een belastingvermindering. Die bedraagt 5 procent van het totaal van de stortingen (minimum 375 euro) gedurende het jaar.

Behalve het dividend bieden coöperatieve aandelen ook specifieke ledenvoordelen, zoals kortingen op producten of diensten. Vaak zijn die voordelen zelfs de belangrijkste reden om vennoot te worden. Bij Landbouwkrediet bestaan de voordelen onder meer uit een gratis zichtrekening en een voordeliger tarief voor de woningverzekering. De vennoten dragen wel elk jaar 30 euro bij voor de ontwikkeling en het beheer van de voordelenkorf. De Arcopar-aandelen gaven in het verleden soms ook recht op een korting op de hypothecaire lening. Bij Groenkracht zijn er acties bij de aankoop van zonnepanelen. Vennoten van Ecopower kunnen een elektriciteitscontract afsluiten tegen een vaste prijs.

De voordelen mogen spaarders echter niet blind maken voor de risico’s waaraan hun spaarcenten blootstaan. Coöperatieve aandelen lijken de ideale wereld omdat de waarde niet daalt, omdat ze vaak een hoog dividend uitkeren en omdat er talrijke ledenvoordelen tegenover staan. Maar de ideale wereld bestaat niet, leerde Arco.

Met een coöperatief aandeel krijgt u een deelbewijs van een onderneming. Als die onderneming failliet gaat, dan loopt u net als bij een beursgenoteerd aandeel het risico om (een deel van) uw kapitaal te verliezen. Bovendien zijn de dividenden van 6 procent een maximum. De vennootschap kan beslissen om verschillende jaren geen dividend uit te keren. De aandelen van Cera brachten het voorbije jaar bijvoorbeeld geen dividend op.

Onderliggende waarde

Om het risico van uw coöperatief aandeel te beoordelen, is het daarom net als bij beursgenoteerde aandelen belangrijk te weten waarin u precies belegt. Een goede lezing van het prospectus kan daarbij helpen en is zelfs noodzakelijk. In het prospectus van Ecopower wordt bijvoorbeeld duidelijk dat de centen die u erin stopt, gebruikt worden voor de aankoop van windturbines, kleine waterkrachtcentrales en zonnepanelen. ‘De reële waarde van de installaties hangt af van de omstandigheden waarin Ecopower moet werken, zoals de elektriciteitsprijs en het wetgevende kader’, luidt het bij de groep. In het prospectus staan de risico’s netjes opgesomd, gaande van het bouwrisico tot het exploitatierisico. Vast staat wel dat er achter uw investering vaste activa schuilgaan.

Bij Alterfin worden uw centen gebruikt voor leningen aan microfinancieringsinstellingen. Die verlenen op hun beurt leningen aan kleine projecten in ontwikkelingslanden. ‘Het belangrijkste risico van het Alterfin-aandeel hangt dus samen met het terugbetalingsrisico van die organisaties. Dat risico wordt actief beheerd door een goede spreiding en door indekking. In de 18-jarige geschiedenis van Alterfin zijn de verliezen beperkt gebleven tot minder dan 1 procent van de uitstaande portefeuille. Tijdelijke betalingsproblemen kunnen goed opgevangen worden door onze opgebouwde reserves’, klinkt het bij de groep.

Ook Groenkracht gebruikt het ingezamelde geld voor (achtergestelde) leningen aan projectvennootschappen zoals Electrawinds. Met de rente op die leningen wordt de werking van de coöperatie betaald, inclusief de vergoeding aan de aandeelhouders zoals het dividend. Volgens Groenkracht vormen de leningen die het verstrekt maar een beperkt deel van het bedrag nodig om het project in kwestie te financieren. ‘Die projecten worden dus ook door de banken gefinancierd. Dat wil zeggen dat het project zowel juridisch als technisch door erkende partijen wordt gescreend’, klinkt het.

Het voorgaande illustreert dat elke coöperatie anders is en ook de risico’s verschillen. Dat geldt ook voor de bancaire coöperaties. ‘Wij zijn een solide bank die geen averij heeft opgelopen door de financiële crisis’, benadrukt Luc Versele, CEO van Landbouwkrediet. ‘We voeren een voorzichtig beleid en zijn altijd het klassieke bankmodel blijven toepassen. We trekken met andere woorden middelen aan via onze klanten om ze nadien aan andere klanten te verstrekken via kredietformules’, voegt hij eraan toe. Ook Argenta bleef als typische spaarbank buiten de stormen van de financiële crisis.

Als internationale bank-verzekeraar bleef KBC echter niet gespaard de jongste jaren. Omdat de vennootschap Cera de grootste aandeelhouder is van KBC, is de coöperatie afhankelijk van de beurskoers van KBC. Die viel in 2011 stevig terug, waardoor de coöperatie veiligheidshalve besloot de uittreding van vennoten tijdelijk te verbieden. Intussen lijkt de groep in rustiger vaarwater te zijn beland en is het aandeel al goed hersteld, maar het is afwachten of Cera de mogelijkheid tot verkoop heropent in 2013.

Liquiditeit

Daarmee komen we bij een tweede belangrijke risicofactor: de liquiditeit. Die verhandelbaarheid kan door de specifieke statuten van coöperatieve vennootschappen beperkt worden. Bij de meeste coöperaties kan enkel uitgestapt worden tijdens de eerste zes maanden van het boekjaar, maar de coöperatie kan altijd beslissen de deur tijdelijk te sluiten of enkel een beperkte uitstroom toe te laten.

Wat met Arco-aandelen in uw erfenis?

Ik ben betrokken bij de berekening van de successierechten op een erfenis waarin ook Arcopar-aandelen zitten. Tegen welke waarde moeten we die aandelen opnemen in de nalatenschapsaangifte? Wat is aanvaardbaar voor de fiscus?

Wie aandelen erft, moet die opnemen in de aangifte nalatenschap tegen de verkoopwaarde op de dag van het overlijden. Dat is het algemene principe. Omdat Arco in vereffening is, waardoor de handel in de aandelen opgeschort is, is het echter onmogelijk die verkoopwaarde te kennen. Erfgenamen wordt daarom aangeraden om in hun aangifte de waarde theoretisch op 1 euro per deelbewijs te leggen, duidelijk gevolgd door de vermelding ‘pro memorie'. Belangrijk: zodra de vereffening afgerond is, zullen ze een bijkomende aangifte moeten doen, tegen de waarde die op dat moment bepaald wordt. Ze zullen dan desgevallend bijkomende successierechten moeten betalen. NB

Bij Arco, dat in vereffening is, is een verkoop al een tijd niet meer mogelijk. Groenkracht maakt een uitstap slechts mogelijk drie jaar na aankoop. Bij Ecopower staan de aandelen zelfs vast voor zes jaar. Wie niet verkoopt in de eerste zes maanden van het zesde jaar, wordt opnieuw voor zes jaar vastgeklikt. Het is duidelijk dat u daar als spaarder of belegger maar beter rekening mee houdt. In zes jaar tijd kan er veel gebeuren.

In tegenstelling tot de verkoop lukt de aankoop van een coöperatief aandeel doorgaans veel vlotter. Bij Cera en Argen-Co kan enkel ingeschreven worden bij kapitaalverhogingen, maar bij de andere vermelde coöperaties is het het hele jaar mogelijk.

Al de voorgaande verschillen maken duidelijk dat spaarders zich beter goed informeren vooraleer ze hun centen in coöperatieve aandelen stoppen. Wie de kosten van die aandelen al recupereert met ledenvoordelen, kan zijn belegging dus als een mooi extraatje beschouwen, maar niet als een ultraveilig spaarboekje.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud