netto

Zijn tak23-producten iets voor u?

©shutterstock

De verzekeraars in België zagen de premie-inkomsten voor tak23-beleggingsverzekeringen vorig jaar met bijna 136 procent stijgen tegenover 2011. Waarom zijn die tak23-producten zo aantrekkelijk en waarop moet u letten als u er één koopt?

Assuralia, de beroepsvereniging van de Belgische verzekeraars, presenteerde woensdag de eerste cijfers over 2012. Vorig jaar zagen de verzekeringsondernemingen de premie-inkomsten voor levensverzekeringen met ruim 13 procent stijgen tot 21 miljard euro. Bij de individuele levensverzekeringen zat de meest opvallende stijging bij de tak23-beleggingsverzekeringen. Dat zijn verzekeringsproducten zonder gewaarborgd rendement. Het rendement van het product hangt immers af van het beleggingsfonds waaraan de verzekering is gekoppeld. De verzekeraar is, in tegenstelling tot een tak21-product, niet verplicht om een bepaald rendement te waarborgen.

Vorig jaar stegen de incasso's voor tak23-producten tot 4,8 miljard euro tegenover 2 miljard euro in 2011. Volgens Assuralia-voorzitter Bart De Smet is de stijgende verkoop van tak23-producten deels te wijten aan het feit dat de federale regering de taks op de premies voor tak21- en tak23-producten begin dit jaar verhoogd heeft van 1,1 naar 2 procent. De beleggers hebben dus op die taksverhoging geanticipeerd. 'Bovendien presteerde de beurs goed in 2012. Wellicht heeft dat de risicoappetijt bij de particuliere belegger ook weer doen toenemen', aldus De Smet.

Lage rente

Verder profiteren tak23-verzekeringen ook van de lage rente die momenteel van toepassing is op tak21-producten. Sommige spelers zoals Axa of Allianz komen daarom ook met gecombineerde verzekeringsproducten op de markt, waarbij een rendement wordt gegarandeerd voor pakweg 80 procent van de inleg en er geen rendementsgarantie wordt gegeven voor de overige 20 procent.

Voor de verzekeraars zijn tak23-producten ook veiliger. Bij een tak21-product draagt de verzekeraar het risico bij het uitblijven van het verwachte rendement. Bij tak23-producten verschuift dat risico naar de polishouder en dat scheelt voor de verzekeraars een slok op de borrel voor de buffers die ze moeten aanleggen.

Waarop letten?

Wie een aankoop van een tak23-verzekering doet, moet rekening houden met het kostenplaatje. Ten eerste geldt er een vaste premietaks van 2 procent. Bovendien zijn er instapkosten die bij sommige verzekeraars kunnen oplopen tot 6 procent. Goed onderhandelen over die kosten is de boodschap. Positief aan de producten is dat u in de meeste gevallen de roerende voorheffing vermijdt. Als u kiest voor een tak23 met kapitaalgarantie, dan kiest u best voor een contract van minstens 8 jaar of een contract met overlijdensdekking van 130 procent. Anders kunt u de roerende voorheffing niet vermijden. Handig aan tak23 is verder dat u, net als bij tak21, het product kunt gebruiken voor successieplanning.

In tegenstelling tot een tak21-product, hangt aan een tak23 het risico dat u kapitaal kunt verliezen. De mate waarin u kunt verliezen hangt af van het onderliggende fonds. In de meeste gevallen is het een aandelenfonds, een obligatiefonds of een fonds dat zowel in aandelen als obligaties belegt. Sommige verzekeraars hangen aan het tak23-product een bestaand beleggingsfonds van een vermogensbeheerder. Hierdoor riskeert u dubbele beheerskosten te betalen, waardoor het rendement van het tak23-spiegelfonds lager uitkomt dan van de bancaire tegenhanger.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content