Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Einde van het bankgeheim?

De minister van Financiën Didier Reynders werkt aan een voorstel om het Belgische bankgeheim op te heffen. Zijn voorstel onderscheidt zich van dat van zijn politieke partners omdat het een betere bescherming van het privéleven nastreeft.

(netto) - Een nieuw theatraal gebaar? Het einde van het Belgisch bankgeheim? Daar lijkt het alleszins op als we kijken naar het voorstel van minister van Financiën Didier Reynders en staatssecretaris voor de Bestrijding van fiscale fraude Bernard Clerfayt. In een interview met de krant Le Soir zeggen de minister en de staatssecretaris dat ze werken aan een wetsvoorstel om het bankgeheim op een andere manier op te heffen. Eigenlijk bestaat er niet echt een bankgeheim in ons land. Maar de huidige procedure om toegang te krijgen tot de rekeningen van een belastingplichtige die het niet zo nauw neemt met het aangeven van zijn belastingen, is vaak erg omslachtig en tijdrovend. Als de fiscus fraude vermoedt, moet hij eerst van de rechter toestemming krijgen om de bankrekeningen van de belastingplichtige te raadplegen.

Iedereen op dezelfde golflengte

Het voorstel van Reynders en co is natuurlijk bedoeld om de socialisten het zwijgen op te leggen. Enkele weken geleden dienden de Franstalige en Nederlandstalige socialistische partijen zelf een voorstel in om het bankgeheim op te heffen. Het voorstel van Dirk Van Der Maelen en Guy Mathot had al een gunstig advies van de Raad van State gekregen. Zij vroegen een wijziging van artikel 322 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen. Dat artikel weerhoudt de fiscus er momenteel van om inlichtingen aan de bank te vragen over een van haar klanten. De groenen hadden eerder al een gelijkaardig, maar nog strenger voorstel ingediend. Alleen de MR uitte zijn ongenoegen over dat voorstel en stelde dat de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer advies moest uitbrengen over de kwestie.

Pas op voor privéleven

Het voorstel van Reynders is allesbehalve verrassend. Het was algemeen bekend dat het kabinet van de minister al sinds eind januari aan een dergelijk voorstel werkte. Dat voorstel voorziet in een aantal buffers om te vermijden dat het privéleven van de belastingplichtigen in het gedrang komt. Het is dus niet de bedoeling om een blanco volmacht aan de fiscus te geven. Volgens Bernard Clerfayt zal de procedure strikt omkaderd worden.

Welke procedure?

De duimschroeven worden dus aangedraaid. Enkele weken geleden bevestigde het Grondwettelijk Hof immers aan de administratie dat belastingfraude niet verjaart. Wat staat ons te wachten als het voorstel van Reynders wordt goedgekeurd? Als de fiscus fraude vermoedt (er moet nog precies worden bepaald wat men onder het woord ‘fraude’ verstaat), zal de belastingcontroleur inlichtingen aan de belastingplichtige vragen. De belastingplichtige heeft één maand om te reageren. Doet hij dat niet, dan neemt de controleur contact op met zijn collega van de fiscale bemiddelingsdienst. Die zal de feiten dan onderzoeken. Als er effectief fraude in het spel is, beschikt de belastingplichtige over één maand om tot een akkoord met de fiscus te komen. Die is misschien bereid toegevingen te doen op het vlak van boetes die momenteel van kracht zijn. Reageert de belastingplichtige niet, dan wordt een bankonderzoek opgestart! 

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud