Mijn geld Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Hoeveel betaalt u de verkoper van uw fonds?

Vanaf 2017 zal de verkoper van uw fonds exact moeten kunnen aangeven hoeveel marge hij opstrijkt bij die verkoop. Niet iedereen is blij met die maatregel. ‘Wie gaat winkelen in Delhaize weet toch ook niet hoeveel de supermarkt opstrijkt voor de verkoop van een doos melk?’
©rv

Edouard Carmignac, de topman van het Franse fondsenhuis Carmignac, plaatste deze week een open brief in de Europese kranten om zijn ongenoegen te uiten over een geplande Europese richtlijn. Die richtlijn, MiFID II, zou belangrijke gevolgen hebben voor aanbieders van beleggingsfondsen en de kosten die ze aanrekenen. Momenteel werkt de Europese toezichthouder Esma aan de specifieke invulling van de richtlijn zodat alle lidstaten de maatregel vanaf 2017 kunnen uitrollen. Om de impact voor u en de fondsenaanbieder in kaart te brengen, geven we eerst de huidige situatie.

Wie een beleggingsfonds koopt, betaalt instapkosten. Die eenmalige kosten verschillen van fonds tot fonds en van bank tot bank. Doorgaans worden ze uitgedrukt in een percentage dat varieert van 0 tot 6 procent. Bij een aantal fondsensupermarkten, zoals Keytrade, zijn de instapkosten een vast bedrag per order. Belangrijk is dat die instapkosten volledig toekomen aan de verkoper van het fonds. Maar dat is niet de enige vergoeding die hij opstrijkt. Wat veel beleggers niet weten, is dat hij ook nog een deel van de jaarlijkse beheersvergoeding van het fonds binnenhaalt.

Advertentie

De beheersvergoeding is uitgedrukt in een percentage en bedraagt doorgaans tussen 0,5 en 2 procent per jaar. Het is in eerste instantie de beheerder van het fonds die die vergoeding opstrijkt, maar hij kan dus een deel van die vergoeding doorsluizen naar de distributeur. Het deel dat hij doorsluist, wordt ook wel retrocessie of kickback genoemd. Hoe hoog de retrocessie precies is, kan sterk verschillen. ‘Bij ons gaat het om 35 tot 60 procent van de beheersvergoeding als de distributeur behoort tot de KBC Groep en om 35 tot 70 procent als de distributeur niet tot de KBC Groep behoort. In een beperkt aantal gevallen bedraagt de vergoeding van de distributeur minder dan 35 procent van de beheersvergoeding’, luidt het bij KBC.

Ook bij andere banken zien we gelijkaardige percentages. In de jaarverslagen van de fondsen van BNP Paribas Investment Partners, de beheerder van de BNPP Fortis-fondsen in België, staan de exacte percentages bij elk fonds. Voor BNPP B Fund Equity Belgium lezen we bijvoorbeeld: ‘De beheerscommissie die vermeld wordt in het uitgifteprospectus wordt onderverdeeld ten belope van 50,60 procent ten gunste van de beheerders en 49,40 procent ten gunste van de distributeurs.’ Anders gezegd, van de jaarlijkse beheersvergoeding van 1,25 procent van dit fonds stroomt ongeveer de helft naar de fondsenverkoper, bijvoorbeeld het bankennetwerk van BNP Paribas Fortis.

Fund Finder

Op zoek naar de best presterende fondsen? De uitgebreide Fund Finder van De Tijd vindt u hier.

Belangrijk is dat beleggers die beheersvergoeding nooit apart betalen. De kosten worden dagelijks proportioneel van de inventariswaarde afgehouden. En dus zijn beleggers vaak niet op de hoogte van de vergoeding die naar de verkoper terugstroomt. De financiële crisis bracht die werkwijze ter discussie. Volgens de Europese Commissie vormt het feit dat beleggers niet weten hoeveel verkopers precies opstrijken een risico omdat verkopers alleen die fondsen zouden kunnen aanraden waarop ze de hoogste retrocessies innen.

Om dat risico uit te schakelen wil Europa nu af van die vorm van distributievergoeding. In de MiFID II-richtlijn, waarover al een principieel akkoord is, is een verbod opgenomen voor retrocessies voor onafhankelijk adviseurs en voor discretionair beheer in private banking. Het verbod betekent niet dat verkopers geen vergoeding meer kunnen aanrekenen voor hun dienstverlening, alleen moet die vergoeding rechtstreeks aan de klant worden aangerekend in plaats van via de omweg van de beheerder. Het is nu wachten op de officiële goedkeuring van de MiFID II-richtlijn, waarna de lidstaten de richtlijn in nationale wetgeving zullen omzetten. De kans is evenwel groot dat ook uw fondsen de volgende jaren door die richtlijn getroffen worden.

Gevolgen

Om de gevolgen van het verbod in te schatten, volstaat het te kijken naar Nederland. Ons buurland heeft niet op het officiële startschot gewacht. De grootste zes aanbieders in Nederland, die 90 procent van de markt inpalmen, hebben zich geëngageerd om vanaf 1 januari 2014 geen fondsen meer aan te bieden waarbinnen een retrocessie van toepassing is. Een direct gevolg is dat de fondsenhuizen een nieuwe variant van de bestaande fondsen hebben gecreëerd. Het enige verschil met de oude variant is de beheersvergoeding: die ligt bij de nieuwe variant veel lager. Of de fondsen voor de belegger daardoor goedkoper worden, is een andere zaak. ‘In ruil voor die retrocessie rekenen fondsenverkopers nu een aparte distributievergoeding aan die vaak bestaat uit een jaarlijks percentage. Het is dus niet zo dat de fondsen per definitie goedkoper zijn geworden’, zegt Eliza de Waard, hoofd communicatie bij de fondsengroep Robeco.

Ook ING heeft in Nederland intussen retrocessievrije fondsen in de aanbieding. ‘De Nederlandse klanten kunnen die fondsen aankopen binnen een adviesstructuur of via een ‘execution only platform’. Bij advies betaalt de Nederlandse belegger boven op de lopende kosten een adviesvergoeding aan zijn financieel adviseur. Bij execution only wordt meestal een soort platformvergoeding aangerekend’, zegt Patricia Le Grelle van ING Investment Management.

Los van de tarieven zelf twijfelen sommigen of de maatregel wel nodig en nuttig is. ‘Ik vrees dat er geen impactstudie gebeurd is. Zowel voor de belegger als voor het fondsenhuis is dat geen verbetering’, zegt Hugo Lasat, ondervoorzitter van de Belgische Vereniging van Asset Managers (Beama). Een van de risico’s die Lasat naar voren schuift, is dat distributeurs veel minder de noodzaak zullen voelen om de klant te blijven bedienen van informatie over hun fonds, ook na de aankoop. ‘De retrocessie is een soort vergoeding voor nazorg.’ Een ander risico volgens Lasat is dat distributeurs zullen overschakelen naar een transactiemodel, waarbij ze meer aandacht zullen besteden aan transacties in fondsen. ‘Fondsenbeleggers die op lange termijn beleggen, zijn daar niet bij gebaat.’ Ten slotte dreigt ook de open architectuur, waarbij fondsenaanbieders de fondsen van meerdere beheerders aanbieden, het door die maatregel moeilijker te krijgen. ‘Waarom zouden fondsensupermarkten nog de wettelijke documenten van duizenden fondsen opvolgen als daar geen vergoeding tegenover staat?’, meent Lasat.

Fondsenverkopers zullen de klant dus ervan moeten overtuigen dat hij ook een aparte vergoeding voor advies moet betalen. ‘Dat is niet evident omdat de klant al jaren de indruk heeft dat hij daar niet voor betaalde’, klinkt het in de sector. Fondsenbeleggers die nood hebben aan advies, zullen vooral voldoende kritisch naar de adviesverlening moeten kijken. Als het verbod op retrocessie als resultaat heeft dat de fondsenbelegger kritischer wordt, dan kan dat alleen maar ten goede komen aan de kwaliteit van de fondsen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.