Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Hogere roerende voorheffing treft vooral defensieve spaarder

De roerende voorheffing op spaarproducten wordt verhoogd van 21 procent naar 25 procent. Vooral de voorzichtige spaarder is het slachtoffer.

Zowel de intresten op zichtrekeningen, kasbons, termijnrekeningen als op obligaties worden vanaf 2013 onderworpen aan een roerende voorheffing van 25 procent. Ook alle dividenden van aandelen en beleggingsfondsen krijgen zonder uitzondering een uniform tarief van 25 procent. De maatregel leidt tot een sterke vereenvoudiging van de fiscaliteit. Ze betekent ook het einde van de aandelenstrips, waarmee beleggers een lagere roerende voorheffing betaalden op dividenden van een zestigtal Belgische aandelen.

Toch blijven er enkele uitzonderingen. Intresten op gereglementeerde spaarboekjes blijven vrijgesteld van roerende voorheffing onder een belastingvrije drempel (1.830 euro in 2012). Ook tak21- en tak23-verzekeringen blijven vrijgesteld als het contract een looptijd heeft van minstens acht jaar of een overlijdensdekking van minstens 130 procent. Verder blijven de Leterme-staatsbons het gunsttarief van 15 procent genieten. Nieuw is een bevrijdende roerende voorheffing van 15 procent voor residentiële vastgoedbevaks. Die bevaks waren vrijgesteld van roerende voorheffing maar dreigden door de aangifteplicht voortaan belast te worden via de belastingaangifte.

Een direct gevolg van de uniforme voorheffing is dat de rijkentaks van 4 procent en het meldpunt één jaar na de invoering sneuvelen en beleggers niet meer moeten kiezen tussen 21 of 25 procent roerende voorheffing aan de bron. Belangrijk is ook dat de voorheffing opnieuw bevrijdend wordt zodat ze niet meer in de belastingaangifte moet worden opgenomen.

‘Voor de roerende inkomsten van 2012 blijft de aangifteplicht wel nog overeind’, aldus het kabinet van minister van Financiën Steven Vanackere (CD&V). ‘Maar als de belastingplichtige geen roerende inkomsten heeft die belastbaar zijn tegen 21 procent en waarop de bijzondere heffing van 4 procent niet is ingehouden, worden de inkomsten die nog aan een voorheffing van 25 procent zijn onderworpen, bevrijdend.’ Concreet: wie voor de 4 procent rijkentaks kiest, ontsnapt aan de aangifteplicht van 2013. ‘De belastingplichtige met inkomsten aan 21 procent krijgt nog tot eind 2012 de kans om alsnog de 4 procent te laten afhouden’, klinkt het op het kabinet. De inkomsten uit Leterme-bons worden sowieso bevrijdend.

Verschillende impact

De impact van de verhoging van de roerende voorheffing is voor elke spaarder verschillend. Voor drie fictieve portefeuilles van 30.000 euro, die zich onderscheiden door hun risicoprofiel, gaan we na hoe zwaar de portefeuille extra belast zal worden ten opzichte van 2011, toen de voorheffing nog 15 procent bedroeg. Hierbij houden we ook rekening met de beurstaks die dit jaar al twee keer werd verhoogd.

Klik op het beeld om te vergroten.

De actieve belegger investeert 20.000 euro van zijn portefeuille in aandelen, waarvan de helft aandelen met strip. Het brutodividendrendement ligt op 3 procent. Binnen hetzelfde jaar doet de belegger ook aandelentransacties ter waarde van 20.000 euro, waarop beurstaks van toepassing is. Behalve aandelen bevat de portefeuille ook een termijnrekening met een brutorente van 3 procent per jaar. De roerende voorheffing en beurstaks komen voor deze portefeuille in 2013 uit op 275 euro. Dat is 38 procent meer dan de 199 euro in 2011.

De neutrale belegger verdeelt zijn portefeuille over een aandelenfonds met dividenden, een termijnrekening en een obligatie (coupon van 3 procent). De totale taks op die portefeuille komt in 2013 uit op 225 euro tegenover 135 euro in 2011. Dat is een toename van 67 procent.

De risicomijdende belegger kiest voor 20.000 euro in een termijnrekening en 10.000 euro op een spaarboekje. De roerende voorheffing komt in 2013 uit op 150 euro. Dat is ook 67 procent meer dan in 2011.

Besluit? De voorzichtige belegger die niet voor het spaarboekje kiest maar voor vastrentende beleggingen voelt de hogere taksen het meest. De belastingdruk voor de risicovolle belegger blijft wel het grootst. Positief is dat de fiscaliteit minder belangrijk wordt in de beleggingskeuze.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud