Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Meerwaardetaks weegt op fonds met kapitaalbescherming

Nog tal van beleggers klampen zich vast aan fondsen die kapitaalbescherming bieden. Maar nu vele van die fondsen ook aan een meerwaardebelasting onderworpen zijn, is waakzaamheid geboden.
©Shutterstock

Fondsen met kapitaalbescherming kregen vorig jaar in de zomer een klap te verwerken door de bredere toepassing van de meerwaardebelasting. Fondsen die in obligaties of andere vastrentende producten beleggen, zijn al sinds 2006 onderworpen aan een meerwaardebelasting. Die belasting was tot voor kort enkel van toepassing op beleggingsfondsen die minstens 25 procent in vastrentende producten beleggen én die over een Europees paspoort beschikken. Met dat paspoort kunnen de fondsen gemakkelijk in alle Europese landen verkocht worden.

Vorig jaar heeft de regering de meerwaardebelasting echter uitgebreid naar fondsen zonder paspoort. Door die uitbreiding vallen ook de meeste fondsen met kapitaalbescherming onder de taks. Die beleggen 80 à 95 procent van hun kapitaal in obligaties. De obligaties zijn nodig om de kapitaalbescherming te kunnen nakomen. De overige 5 à 20 procent gebruikt de beheerder om te investeren in opties of afgeleide producten om zo een meerwaarde te realiseren.

Toch vallen niet al die fondsen per definitie onder de meerwaardebelasting. ‘Onze fondsen met kapitaalbescherming die aan aandelen gelinkt zijn en die geen minimumrendement vooropstellen, vallen buiten de meerwaardebelasting. Voorbeelden zijn de fondsen van de koepels KBC Equiplus en KBC Equisafe’, luidt het bij KBC. Op haar website geeft de bank een overzicht van alle compartimenten met een aanduiding of ze al dan niet onder de meerwaardebelasting vallen. Bij BNP Paribas Fortis valt het gros van de kapitaalgarantiefondsen wel onder de meerwaardetaks. ‘Al onze fondsenkoepels met kapitaalbescherming en zonder Europees paspoort, zoals Fortis B Fix, Fortis B Fix 2006-2010 en BNP Paribas Protect vallen onder de taks’, luidt het.

Aangezien de meerwaardebelasting vorig jaar retroactief werd ingevoerd vanaf 1 juli 2013 hebben de banken de taks ook retroactief moeten innen. KBC deed dat eind december, bij BNP Paribas Fortis is het voor deze maand gepland.

Niet eenvoudig

Wie dacht dat de berekening van de belasting eenvoudig te begrijpen is, heeft het mis. Ten eerste geldt de belasting enkel op de meerwaarde van het vastrentend gedeelte van de fondsen. Dat betekent dat niet de hele meerwaarde belast wordt. Ten tweede verschilt de berekening naargelang het fonds wel of niet over een Europees paspoort beschikt. Voor de fondsen zonder paspoort wordt bijvoorbeeld teruggegaan tot 1 juli 2008, ook al kocht u het fonds vroeger. Voor de fondsen met paspoort wordt maximaal teruggegaan tot 1 juli 2005.

Bij de fondsen zonder paspoort bestaan er opnieuw verschillende berekeningen naargelang u het fonds voor of na 1 juli 2013 kocht. Het voorbeeld in de grafiek illustreert de berekening van de meerwaardebelasting voor een fonds dat in 2010 werd gekocht. In dat geval worden twee meerwaarden berekend, waarvan de kleinste gebruikt wordt om de belasting op te heffen. Bij de eerste meerwaarde wordt een fictief jaarrendement van 3 procent gebruikt voor de periode tot 1 juli 2013. Bij de tweede meerwaarde wordt de inventariswaarde bij verkoop verminderd met de waarde bij aankoop.

De meerwaardebelasting bij kapitaalgarantiefondsen zou beleggers ertoe kunnen aanzetten om te kiezen voor andere producten met kapitaalbescherming. Een voorbeeld zijn de gestructureerde obligaties. Die producten worden door steeds meer banken aangeboden. Een gestructureerde obligatie is net als een gewone obligatie een soort lening die u als belegger verstrekt aan een derde partij. In ruil voor die lening ontvangt u jaarlijks een coupon. Bij een gewone obligatie is die coupon elk jaar gelijk. Bij een gestructureerde obligatie kan die coupon elk jaar verschillen. Vaak is hij afhankelijk van de evolutie van een onderliggende (beurs)-index.

Gestructureerde obligaties vertonen dus veel gelijkenissen met fondsen met kapitaalbescherming. Hoewel ze geen meerwaardebelasting kennen, zijn ze niet noodzakelijk aantrekkelijker dan fondsen met kapitaalbescherming. KBC wijst erop dat de inkomsten die boven de uitgifteprijs worden uitgekeerd altijd onderworpen zijn aan 25 procent roerende voorheffing, ongeacht of ze als jaarlijkse coupon of in hun geheel op de eindvervaldag worden uitgekeerd. ‘Wie bovendien de obligatie tijdens de looptijd koopt of verkoopt, moet ook rekening houden met de verlopen intrest.’

Ook BNP Paribas wijst erop dat gestructureerde obligaties niet noodzakelijk beter zijn. ‘Je zou eerder kunnen stellen dat de fondsen met kapitaalbescherming zonder paspoort hun fiscaal voordeel zijn verloren ten opzichte van gestructureerde obligaties en dat de fiscaliteit dus neutraler geworden is voor de productkeuze.’

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud