Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Waarom uw pensioenspaarfonds niet in groeimarkten belegt

De centen in uw pensioenspaarfonds zijn aan strikte spreidingsregels onderworpen. Te streng, menen sommige beheerders, want de fondsen moeten in te kleine aandelen beleggen, en aandelen uit groeimarkten vallen zo goed als uit de boot.
©ANP XTRA

Al sinds hun oprichting in 1986 zijn pensioenspaarfondsen aan strikte regels onderworpen. Die regels zijn bedoeld om voldoende spreiding te garanderen, maar ze waren ook ingevoerd om de Belgische economie te ondersteunen. Zo moesten de fondsen jarenlang minstens 30 procent in Belgische aandelen beleggen. Die verplichting was een tegenprestatie voor het fiscale voordeel dat de Belgische overheid aan pensioensparen verbond. Een storting van maximaal 950 euro in 2014 levert u een belastingvermindering op van 30 procent, of 285 euro.

De verplichting om in Belgische aandelen te beleggen kwam in 2004 op de helling te staan. Europa zag in die verplichting een belemmering van het vrij verkeer van kapitaal in de Europese Unie. Daarom kwam de toenmalige regering op 1 april 2004 met nieuwe spreidingsregels. Om een massale uitstap uit Belgische aandelen te voorkomen, bouwde ze allerlei mechanismen in om een mogelijke exodus onder controle te houden. Dat resulteerde in uiterst complexe regels, waaraan de fondsen zich nu al tien jaar lang moeten houden.

Nuttig

Fondsbeheerders benadrukken dat die regels hun waarde hebben. ‘De huidige spreidingsregels werden vooral ingevoerd om ongelukken te vermijden en in die zin hebben wij begrip voor hun bestaan. Het gaat per slot van rekening over de spaarcenten van heel wat mensen’, zegt Paul de Meyer, beheerder van Hermes Pensioenfonds. Ook andere beheerders wijzen op de noodzaak. ‘Ondanks de crisissen hebben de pensioenspaarfondsen toch wel een schitterend rendement gerealiseerd en de belofte naar de 1,3 miljoen pensioenspaarders nagekomen’, zegt Johan Van Geeteruyen, beheerder van Argenta Pensioenspaarfonds. Toch hebben de beheerders ook wat opmerkingen en pleiten ze voor enkele aanpassingen.

De belangrijkste kritiek heeft te maken met de samenstelling van de aandelenportefeuille. De regels schrijven voor dat aandelen nooit meer dan 75 procent van een pensioenspaarfonds mogen uitmaken. Daarnaast gelden nog specifieke regels over het type aandelen. Eenvoudig gesteld komt het erop neer dat maximaal 70 procent van de aandelenportefeuille belegd mag worden in Europese aandelen met een marktkapitalisatie groter dan 1 miljard euro, maximaal 30 procent in Europese aandelen met kleine marktkapitalisatie en maximaal 20 procent mag belegd worden in niet-Europese aandelen.

Kleine aandelen

Die complexe regels hebben twee gevolgen. Ten eerste zijn fondsbeheerders door de verschillende maxima gedwongen om een aanzienlijk deel van hun fonds in kleine aandelen te beleggen. ‘We hebben er niets op tegen dat er in kleinere aandelen moet worden belegd, maar de drempel van 1 miljard euro is veel te klein. Pensioenspaarfondsen staan vandaag in voor bijna 15 miljard euro. Het is niet evident een groot deel daarvan in die kleine aandelen te stoppen. Daarom hebben we stappen ondernomen en de vraag voorgelegd aan het kabinet van minister van Financiën om de drempel op te trekken, bijvoorbeeld naar 3 miljard euro’, zegt Hugo Lasat, ondervoorzitter van de federatie voor fondsenbeheerders Beama.

Ook Jan Deprez, fondsbeheerder van Accent Pension Fund, noemt de regels over de marktkapitalisatie ‘niet meer van deze tijd en overbodig’. KBC wijst erop dat die drempels het beheer ook moeilijker maken. ‘Het is me al meermaals overkomen in een stijgende markt dat de portefeuillebeperkingen op grote en kleine ondernemingen op rood springen omdat er plotseling enkele kleine ondernemingen van de ene dag op de andere groot zijn geworden. Een definitie die overeenkomt met de samenstelling van een of andere small- & midcap-index zou hier beter aan tegemoet komen’, luidt het bij de beheerder.

Een tweede beperking is dat pensioenspaarfondsen nauwelijks rechtstreeks in groeimarkten kunnen beleggen. De fondsen mogen wel maximaal 20 procent in aandelen buiten de Europese Economische Ruimte beleggen, maar de aandelen moeten wel onder toezicht staan van de OESO-landen. ‘Dat beperkt de selectie omdat enkel Tsjechië, Hongarije, Polen, Slovakije, Turkije, Mexico en Korea deel uitmaken van de OESO’, luidt het bij ING. Het gevolg van het voorgaande is dat groeimarktaandelen uiterst beperkt vertegenwoordigd zijn in de pensioenspaarfondsen. Bij Star Fund, beheerd door ING Investment Management, wordt niet in groeimarkten belegd, bij Pricos (KBC) zit 3,6 procent van het fonds in de groeimarkten.

Groeimarkten

Paul de Meyer pleit voor mildere regels. ‘Wij zouden meer investeren in opkomende markten mocht dit mogelijk zijn en dus minder in euro’, zegt hij. Ook KBC pleit ervoor meer beleggingen buiten de eurozone toe te laten, maar dan wel met de verplichting om het extra wisselkoersrisico te kunnen afdekken met afgeleide producten.

Johan Van Geeteruyen wijst erop dat er nu ook al oplossingen zijn voor die beperking. ‘De rechtstreekse blootstelling naar groeimarkten is bij ons beperkt. Maar onrechtstreeks, via Europese aandelen die actief zijn in groeimarkten, bedraagt de blootstelling toch ongeveer 35 procent’, zegt hij.

Een ander suggestie die Beama doet is de mogelijkheid om in andere beleggingsfondsen te beleggen. ‘Dat zou meer mogelijkheden bieden op het vlak van liquiditeit, spreiding en beperking van de wisselkoersrisico’s’, luidt het.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud