Hoe regelt u de geldzaken van uw zorgenkind?

Als een zorgenkind geen geld kan beheren, doet dat niets af aan zijn rechten als erfgenaam. ©Flip Franssen/Hollandse Hoogte

De dagelijkse zorg voor een kind met een beperking eist zoveel energie dat de ouders vaak geen fut meer hebben om over geldzaken na te denken. Nochtans kan het geruststellend zijn als een en ander geregeld is.

‘Wat gebeurt er met ons zorgenkind als wij er niet meer zijn?’ Die vraag houdt ouders van kinderen met een beperking wakker. Waar gaat ze wonen? Wie gaat voor hem zorgen?

‘Zulke vragen, boven op de dagelijkse zorgen, slorpen vaak zoveel energie op dat er geen tijd en mentale draagkracht overblijven om ook nog vooruit te kijken voor financiële regelingen. De juridische en administratieve rompslomp is er dan te veel aan’, merkt Ingrid Stevens, zaakvoerder van de beursvennootschap en vermogensbeheerder Leo Stevens & Cie. ‘Nochtans kan je beter enkele zaken uitzoeken en overdenken voor - misschien plots - de ouders wegvallen.’

Om ouders op weg te zetten, trok Stevens bracht een rist vragen en mogelijke oplossingen, met hun voor- en nadelen, samen in het boek ‘In goede en kwade dagen - Financiële zorgvragen’. We halen er drie thema’s uit waarmee ouders van kinderen met een beperking geconfronteerd kunnen worden.

1. Wat als mijn zorgenkind erft?

Het feit dat iemand niet de capaciteiten heeft om geld of andere vormen van vermogen te beheren, doet niets af aan zijn rechten als reservataire erfgenaam. Het zorgenkind erft ooit net zo goed zijn deel als broers of zussen. Toch kan de nalatenschap in zekere mate gestuurd worden om het latere beheer vlotter te laten verlopen.

Via een zogeheten ouderlijke verdeling kunt u bepalen hoe uw nalatenschap wordt verdeeld, en kunt u bijvoorbeeld vastgoed - waaraan onderhoud, eventuele verhuring of verkoop vasthangen - laten terechtkomen bij een kind dat wel de capaciteiten heeft om het te beheren, terwijl het zorgenkind spaartegoeden erft. Die ouderlijke verdeling kan via testament of via schenkingen bij leven.

Vermijd zo mogelijk dat bij uw overlijden een onverdeeldheid ontstaat tussen het zorgenkind en andere erfgenamen, met andere woorden dat ze samen een goed erven.

‘Vermijd zo mogelijk dat bij uw overlijden een onverdeeldheid ontstaat tussen het zorgenkind en andere erfgenamen, met andere woorden dat ze samen een goed erven. Het beheer van zo’n onverdeeldheid is vaak erg log’, geeft erenotaris Johan Verstraete, medeauteur van het boek, mee als aandachtspunt. ‘Als de erfgenamen uit onverdeeldheid willen treden, moeten ze een strikte procedure volgen onder toezicht van de vrederechter. U kunt onverdeeldheden vermijden of beperken door tijdig in te grijpen, via een wijziging van uw huwelijkscontract of door zelf een ouderlijke verdeling uit te werken via een ouderlijke boedelverdeling.’

Het erfdeel van het kind met een beperking kan worden beheerd door een bewindvoerder - ouders kunnen hun voorkeur aangeven wie hen als bewindvoerder later opvolgt. Het kan ook worden ondergebracht in een burgerlijke maatschap, een bvba of een private stichting. Het beheer kan worden toevertrouwd aan een broer of zus zonder beperking, maar ook aan een beheerder zonder familiebanden.

Niet alleen de zorg voor kinderen met een beperking leidt tot vragen over financiële en juridische regelingen. Ook gezondheids- of beheersproblemen in het latere leven, zoals psychische problemen en dementie, brengen finan ciële zorgvragen met zich.

Ingrid Stevens bracht voor het boek ‘In goede en kwade dagen - Financiële zorgvragen’ experts samen om antwoorden en opties te belichten over zorgvragen. Wat als uw kind schulden maakt en de gerechtsdeurwaarder staat voor uw deur? Wat als de ouder dementeert en geen besef meer heeft van de waarde van geld, of weigert zijn successieplanning te regelen? Het boek zet meer dan 30 vragen op een rij. Daarnaast zijn er getuigenissen van mensen die dicht bij zorgbehoevenden staan: ouders, bestuurders van instellingen, een patiënte zelf.

Pasklare antwoorden voor ieders individuele situatie biedt het boek niet. Wel inzicht in de mogelijkheden om zaken te regelen, met hun voor- en nadelen.

Verstraete stipt nog enkele zaken aan die bij de verdeling moeten worden overwogen. ‘Als het zorgenkind iets erft, kan dat ertoe leiden dat zijn uitkering wordt bekort of geschrapt. In zekere zin is het logisch dat de maatschappij minder of helemaal niet meer wordt aangesproken als die persoon bijvoorbeeld kan leven van huurinkomsten nadat hij een paar appartementen heeft geërfd. Maar u bent zich het best op voorhand bewust van zo’n interferentie. De nieuwe inkomsten zijn niet altijd blijvend voldoende om de uitkering helemaal te vervangen.’

Vaak is het al vroeg duidelijk dat kinderen met een beperking nooit nazaten zullen hebben. Wie erft dan van hen als er bij hun overlijden een (deel van het) vermogen rest? Mensen die niet handelingsbekwaam zijn, kunnen geen testament opmaken, en ouders kunnen dat ook niet in de plaats van hun kind. Nochtans zouden zij eventuele overschotten bijvoorbeeld liever zien gaan naar de instelling waar hun kind heeft geleefd dan naar een verre neef die ze amper zagen. ‘Ook daarvoor bestaan oplossingen, bijvoorbeeld via een restlegaat’, merkt Verstraete op. ‘Maar ook hier is het weer zaak het op voorhand te regelen.’

2. Wat als een broer of zus de zorg later overneemt?

Voor veel ouders is het een geruststelling als een van hun andere kinderen bereid is later de zorg voor een broer of zus met een beperking van hen over te nemen. Niet zelden willen ze het zorgende kind daar wat extra middelen voor toeschuiven, zeker als het engagement inhoudt dat hun zoon of dochter overschakelt naar deeltijds werk of dat er aanpassingen moeten gebeuren aan de woning.

De zorg overnemen is een zware last, waarbij ruzies over geldzaken er te veel aan zijn. Dat regelen via het testament is vaak niet de beste keuze.

‘De zorg overnemen is een verregaand engagement en vaak een zware last’, benadrukt Stevens. ‘Ruzies met broers of zussen over geldzaken daaromtrent kan de zorgende er dan ook niet meer bij hebben. Je kan dat regelen, maar het testament is daarvoor vaak niet de beste keuze. Je moet ook goed opletten niet aan de reservataire delen te raken.’

‘Het vreemde is: bij een schenking met last - de verzorging die men in ruil voor het geschonken goed geeft - wordt die last in rekening gebracht, dus afgetrokken, van de waarde van de schenking. Bij een legaat met last is dat niet zo’, merkt Verstraete op. ‘Dus als pakweg een dochter een huis erft van 300.000 euro, met de last om levenslang voor haar jongere broer te zorgen, dan wordt toch de volle 300.000 euro als voordeel voor haar meegerekend, zonder dat ze die last daar van mag aftrekken.’

Bovendien leidt een vergoeding aan een verzorgend kind in veel gevallen tot een belasting als divers inkomen of beroepsinkomen. Er wordt voor gepleit dat de wetgever een initiatief neemt om zulke vergoedingen voor zorg aan een familielid uit de inkomstenbelasting te houden, maar dat is er nog niet.

3. Wat als mijn zorgenkind zelfstandig wil en kan leven?

Veel mensen met een beperking kunnen, met hulp of begeleiding, zelfstandig wonen en leven. Wie kijkt over hun schouder mee als hun ouders er niet meer zijn? ‘Een wet die van kracht is sinds 1 september 2014 heeft de aanpak van zulke situaties erg verbeterd’, zeggen Stevens en Verstraete. ‘De vrederechter kan veel meer ‘op maat’ een of meer bewindvoerders aanstellen voor bepaalde taken. Vroeger was het alles of niets. Nu kan men vertrekken van de bekwaamheid van de persoon, en uitzonderingen toevoegen voor zaken waarin hij niet bekwaam is. Het bewind kan worden gesplitst: de ene kijkt toe op het beheer van geld en goederen, de andere op de zorg voor de persoon. Daarnaast kan je nog een vertrouwenspersoon aanstellen, die vaak als go-between fungeert tussen de persoon, de vrederechter, de bewindvoerder(s) en de familie.’

Sommige kwesties zijn door recente hervormingen al beter geregeld, elders zit de wet een doordachte oplossing op maat nog in de weg.

Sommige kwesties zijn dus door recente hervormingen al beter geregeld, elders zit de wet een doordachte oplossing op maat nog in de weg. Verstraete en Stevens hopen op enkele verbeteringen via de hervorming van het erfrecht, waar de wetgever al een tijd mee bezig is. ‘We hopen dat de discussies over waardeschattingen van goederen die bij leven zijn geschonken maar waarvan de waardering pas gebeurt op het moment van de nalatenschap, in de toekomst kunnen worden ondervangen via een correctiemechanisme.’

Financiële zorgvragen, uitg. Knops ©rv

Het is een kwestie die geregeld opduikt bij schenkingen bij leven, ook waar geen kinderen met een beperking bij betrokken zijn: de waardebepaling van wat ooit geschonken werd, gebeurt pas op het moment dat de nalatenschap openvalt. Kreeg het ene kind tien jaar geleden een goed gelegen bouwgrond en het andere contant geld, dan is die bouwgrond intussen mogelijk meer in waarde gestegen.

‘Daarnaast zou het mogelijk worden een bindende erfovereenkomst op te stellen terwijl je nog leeft, en zo je wensen te betonneren. Nu kan je in principe geen afspraken laten registreren op voorhand. Zo kan er over eventuele informele afspraken met uw kinderen altijd nog opnieuw discussie ontstaan bij het openvallen van de nalatenschap. Tot slot zou het in sommige situaties de zaken vergemakkelijken als slechts maximaal de helft van een nalatenschap naar reservataire erfgenamen moet gaan.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect