analyse

Samenwonen of huwen: waar zitten de verschillen?

©Shutterstock

Dit weekend is het de hoogmis van de liefde. Misschien hebt u plannen om uw partner ten huwelijk te vragen, of wilt u eindelijk gaan samenwonen. Voor het hart is het antwoord volmondig ja, maar wat zegt het verstand? Waar schuilen de verschillen tussen trouwen en samenwonen?

Een intiem dinertje, een leuk geschenk,... Op Valentijnsdag hebt u wellicht vooral aandacht voor romantiek. Maar het is ook een goed moment om even stil te staan bij de manier waarop u uw relatie vormgeeft. Dat kan u en uw partner later heel wat kopzorgen en ellende besparen.

Misschien bent u overtuigd van uw liefde en oordeelt u dat een boterbriefje niet hoeft. Samenwonen onder hetzelfde dak volstaat, in het vakjargon feitelijk samenwonen. U hebt zich bij de gemeente op het hetzelfde adres ingeschreven, verder geen formaliteiten.

Steeds meer koppels kiezen voor net iets meer: ze gaan wettelijk samenwonen en leggen daartoe een verklaring van wettelijke samenwoning af op de burgerlijke stand van hun gemeente. Daaraan kan al dan niet een samenlevingscontract gekoppeld worden met daarin financiële afspraken.

En dan is er nog het huwelijk. Wie geen huwelijkscontract opstelt, is automatisch gehuwd onder het wettelijk stelsel. Kort samengevat behoren alle inkomsten van na het huwelijk - ook de beroepsinkomsten - tot de gemeenschap. Alle bezittingen van voor het huwelijk en schenkingen en erfenissen tijdens het huwelijk blijven eigen bezittingen van de partner. Met een huwelijkscontract kunt u kiezen voor een huwelijk met scheiding van goederen: elke partner heeft zijn bezittingen en in principe zijn er geen gemeenschappelijke bezittingen.

©Serge Baeken

Zolang alles vlekkeloos verloopt, stellen geliefden zich weinig vragen over hun juridische relatie. Maar het belang van uw samenlevingsvorm komt naar voren op pijnlijke momenten: bij een relatiebreuk of een overlijden. ‘Heel algemeen kan worden gesteld dat wie zijn partner optimaal wil beschermen het best kan trouwen. Een samenwoning biedt minder bescherming’, zegt Bart Verdickt, advocaat bij Cazimir. ‘De centrale vraag is wie men maximaal wil beschermen: de partner of de kinderen.’

Wat de beste keuze is, hangt af van de persoonlijke situatie. Een overzicht van een aantal scenario’s en hun aandachtspunten.

1. U wilt samen kinderen

Ouders zijn beter af met een huwelijk.

‘Koppels die plannen samen kinderen te krijgen, kunnen het best huwen’, zegt notaris Carol Bohyn. ‘Door het huwelijk kunnen de partners elkaar optimaal beschermen en elkaar het volledige gemeenschappelijke vermogen nalaten. De kinderen erven pas na het overlijden van de langstlevende ouder.’

Dat kan door een keuzebeding in het huwelijkscontract op te nemen. Dat geeft de langstlevende het recht om bij het overlijden van één partner te kiezen wat hij of zij van de gemeenschap wil behouden. Dat kan alles zijn, helemaal niets en alles daartussen: de centen, het vruchtgebruik van een tweede verblijf,... ‘De keuze zal afhangen van de leeftijd van de langstlevende, de relatie met de kinderen en de fiscaliteit op dat moment’, zegt Bohyn. De gemeenschappelijke kinderen kunnen de beslissing van de langstlevende ouder in principe niet aanvechten.

‘Samenwoners kunnen een gelijkaardige clausule uitwerken, maar die biedt geen garantie. De kinderen van feitelijke en wettelijke samenwoners kunnen altijd een deel van de nalatenschap van een ouder opeisen’, zegt Verdickt. De omvang van die zogenaamde reserve hangt af van het aantal kinderen. ‘Alleen als de overeenkomst een kanscontract is, kunnen de kinderen dat niet aanvechten’, vult Verdickt aan. Dat is bijvoorbeeld een tontine bij de aankoop van een woning (lees hieronder).

2. U gaat samen een huis kopen

Regel wat er met de woning gebeurt bij een overlijden.

Samenwoners kunnen samen een gezinswoning kopen en een regeling treffen voor het geval een van beiden overlijdt. In de aankoopakte kan een beding van aanwas - ook tontine genoemd - worden opgenomen. Daarin wordt vastgelegd dat de partner die het langst leeft de woning volledig in volle eigendom dan wel in vruchtgebruik mag hebben. De kinderen kunnen dat niet aanvechten op voorwaarde dat beide partners dezelfde levensverwachting hebben en een gelijk deel kopen.

Op die overgang moet geen erfbelasting betaald worden, maar wel registratierechten. Dat maakt dat het niet altijd fiscaal de goedkoopste werkwijze is. ‘Het is fiscaal interessant te werken met een beding van aanwas met optie in combinatie met een testament’, adviseert Verdickt. ‘Bij het overlijden kiest de andere partner wat hem het voordeligst uitkomt: het beding van aanwas of de uitvoering van het testament. Het testament is fiscaal mogelijk interessanter als het de gezinswoning betreft en er een vrijstelling van successierechten is.’

Uiteraard kan het paar ook beslissen te huwen. Met het huwelijkscontract kunnen de partners elkaar beschermen en de woning in volle eigendom aan de andere laten toekomen. ‘Zeker bij koppels met jonge kinderen is dat een belangrijk aandachtspunt. Zo niet raakt de langstlevende geblokkeerd na een overlijden van zijn partner. Hij of zij kan de woning niet langer verkopen zonder machtiging van de vrederechter’, zegt Bohyn.

Ook een onroerend goed dat is aangekocht vóór het huwelijk kan gemeenschappelijk worden gemaakt via een zogenaamde inbreng in de gemeenschap en via het keuzebeding toekomen aan de langstlevende echtgenoot. Maar de helft van de waarde van de inbreng zal wel worden aangezien als een schenking voor de berekening van het voorbehouden deel - de reserve - van de kinderen. Het zal dan afhangen van de waarde van de resterende goederen van de nalatenschap of de kinderen de toebedeling van de gezinswoning kunnen aanvechten.

3. Een partner is zelfstandige

Huwen zonder huwelijkscontract is niet verstandig.

De beroepsaansprakelijkheid van een partner moet worden meegenomen in de keuze voor een huwelijk of samenwoning. ‘Wie gehuwd is onder het wettelijk stelsel kan aansprakelijk gesteld worden voor de beroepsschulden van zijn partner’, zegt Verdickt. Dat is een reëel risico als een zelfstandige over de kop gaat. Een huwelijk met scheiding van goederen of een samenwoning is dan een betere keuze.

En dan zijn er ook nog de privéschulden. Gehuwden en wettelijke samenwoners kunnen altijd aangesproken worden om schulden voor de ‘gezinslasten’ te vereffenen, zelfs als die de schulden zonder medeweten van de andere aanging. Voorbeelden zijn kosten voor de kinderen, herstel- en schilderkosten voor de woning, herstelkosten van een gezinsauto en dokters- en ziekenhuisrekeningen. Ook voor belastingschulden zijn beide partners verantwoordelijk. De enige uitzondering is als de schulden buitensporig zijn.

Feitelijke samenwoners kunnen niet opdraaien voor schulden van hun partner als ze die niet mee aangegaan zijn.

4. U blijft een kinderloos paar

Bij een wettelijke samenwoning kan u het voorbehouden deel voor de ouders ontnemen.

Voor kinderloze echtparen is een huwelijk minder nodig. ‘Partners die hun erfenis aan elkaar willen nalaten, gaan wel beter wettelijk samenwonen’, adviseert Bohyn. Bij een feitelijke samenwoning blijven de ouders van elke partner nog een reservataire erfgenaam, waardoor ze elk aanspraak kunnen maken op een kwart van de nalatenschap. ‘Wettelijk samenwonenden kunnen die reserve ontnemen door giften aan elkaar te doen’, zegt Labeeuw.

En ook voor de verschuldigde erfbelasting - de nieuwe naam voor successierechten - is er een verschil. Zodra er een verklaring van wettelijke samenwoning is afgelegd, erven de partners tegen de laagste tarieven. Feitelijke samenwoners genieten die niet onmiddellijk: er moet een jaar samenwoning zijn voor de laagste tarieven en zelfs drie jaar om in aanmerking te komen voor de vrijstelling van erfbelasting van de gezinswoning.

5. U vormt een nieuw samengesteld gezin

Met kinderen uit een vorige relatie is het niet mogelijk het gemeenschappelijke vermogen aan uw partner na te laten.

De mogelijkheden om uw partner maximaal te beschermen, zijn veel beperkter in een nieuw samengesteld gezin met kinderen uit een vorige relatie. ‘Zelfs met een huwelijk is het niet mogelijk het volledige gemeenschappelijke vermogen naar de partner te laten gaan’, zegt Bohyn. U kunt maximaal de helft van het gemeenschappelijk vermogen aan de langstlevende geven. Het meerdere wordt aangezien als een schenking en in rekening gebracht voor de berekening van het voorbehouden deel van de kinderen.

‘Er is een oplossing om de partner sterker te beschermen, maar die is delicaat: adoptie van de stiefkinderen’, zegt Bohyn. Er zijn wel aandachtspunten. Een eventuele echtscheiding doet de adoptie niet teniet. Daarnaast lukt een adoptie in de praktijk alleen voor meerderjarige kinderen, omdat bij minderjarigen de andere ouder zijn toestemming moet geven. Maar ook bij meerderjarigen kan de rechtbank of de politie de andere ouder op de hoogte brengen van de procedure. ‘Door een adoptie krijgt het kind een nieuwe bloedverwantschap, maar er gaan geen erfrechten in de andere familie verloren’, merkt Bohyn op. De natuurlijke kinderen van de adopterende ouder zien door de extra erfgenaam hun erfdeel wel inkrimpen.

Een aantal jaren feitelijk samenwonen, daarna een en ander formaliseren met een wettelijke samenwoning om later in het huwelijksbootje te stappen. Het kan perfect, zonder veel beslommeringen. Door jarenlang samen te wonen raken de vermogens wel met elkaar verstrengeld. Wat is van wie?

‘Er is een wettelijk vermoeden van gemeenschap. Alleen de zaken waarvan het tegendeel kan worden bewezen, zijn eigen’, zegt Bart Verdickt, advocaat bij Cazimir. Dat bewijs kan worden geleverd met aankoopbons of facturen. De partners kunnen ook een inventaris van de bezittingen opmaken en die elk ondertekenen. Zo’n inventaris is alleen wettelijk verplicht voor wie van huwelijksstelsel verandert: van een wettelijk stelsel naar een scheiding van goederen.

‘Wie in het huwelijksbootje stapt na een samenwoning, moet ook nagaan wat is bepaald voor de woonst die destijds samen werd gekocht’, zegt Nathalie Labeeuw, advocate bij Cazimir. ‘Bij de aankoop was er misschien een beding van aanwas (zie verder). Soms vervalt dat door een huwelijk, soms ook niet.’

Partners die elkaar op latere leeftijd leren kennen, hebben vaak al een vermogen opgebouwd. Voor hen volstaat het dat de langstlevende partner het vruchtgebruik krijgt. Het wettelijk voorziene vruchtgebruik is veel beperkter bij een wettelijke samenwoning dan bij een huwelijk. Bij een wettelijke samenwoning erft de langstlevende alleen het vruchtgebruik van de gezinswoning en de inboedel. Bij een huwelijk is dat het vruchtgebruik van de hele nalatenschap, ongeacht het huwelijksvermogenstelsel.

‘Bovendien kunnen niet-gemeenschappelijke kinderen zich bij een huwelijk niet verzetten tegen het vruchtgebruik, wat mogelijk wel kan als de partners samenwonen en de waarde van het vruchtgebruik hoger is dan het beschikbare deel van de nalatenschap’, zegt Nathalie Labeeuw, advocate bij Cazimir.

‘Gehuwden van wie een of beide partners al kinderen hebben uit een vorige relatie kunnen via hun huwelijkscontract de erfrechten van de langstlevende tot een minimum inperken’, vervolgt Labeeuw. Er is maar één beperking: de langstlevende kan nooit het recht op het vruchtgebruik van de gezinswoning ontnomen worden. Die regeling staat bekend als de wet-Valkeniers.

6. U wilt zekerheid dat uw partner van u erft

Een langstlevende echtgenoot erft volgens de wettelijke regels meer én heeft zekerheid.

Als u feitelijk samenwoont, dan erft uw partner nooit automatisch. Als u hem of haar iets wilt nalaten, moet u dat zelf regelen via testament.

Voor gehuwden en wettelijk samenwonenden is er een wettelijk erfrecht. Bij wettelijke samenwoners erft de langstlevende het vruchtgebruik op de gezinswoning en de huisraad. Daardoor kan hij niet uit het huis worden gezet, kan hij het verhuren en de huuropbrengsten opstrijken én behoudt hij levenslang de inboedel.

Maar dat wettelijk erfrecht biedt helaas geen garanties: met een ontervend testament kan één partner het vruchtgebruik voor de andere ontnemen, zelfs zonder diens medeweten.

De langstlevende echtgenoot erft niet alleen het vruchtgebruik van de gezinswoning en de inboedel, maar van de volledige nalatenschap. Daardoor int de langstlevende bijvoorbeeld de intresten en dividenden van beleggingen. ‘Bovendien heeft de langstlevende echtgenoot een reservatair vruchtgebruik. Hij of zij heeft minstens recht op het vruchtgebruik van de gezinswoning of het vruchtgebruik op de helft van de nalatenschap’, zegt Nathalie Labeeuw.

7. Een partner zet zijn carrière op een lager pitje voor de kinderen

Met een huwelijk is de minder werkende partner beter beschermd.

Het is een klassiek scenario: zodra er kinderen komen, gaat de vrouw minder buitenshuis werken om het gezin draaiende te houden. De man timmert voort aan zijn carrière. En dat kan een pijnlijke beslissing blijken bij een relatiebreuk. ‘Met een huwelijk is de vrouw beter beschermd. Het huwelijk regelt het lot van de beroepsinkomsten en bovendien kan na de echtscheiding een onderhoudsuitkering voor de vrouw verschuldigd zijn’, zegt Verdickt.

Aan uw relatie kan ook een fiscaal prijskaartje hangen: door uw samenlevingsvorm kunt u minder of net meer personen belasting moeten betalen. Hoe komt dat? Gehuwden en wettelijk samenwonenden zijn voor de fiscus gelijkgesteld. De partners moeten samen een belastingaangifte indienen en krijgen naderhand een gezamenlijke belastingafrekening. Feitelijke samenwoners zijn fiscaal daarentegen alleenstaanden, waardoor elke partner een eigen belastingaangifte indient.

‘Het kan een groot verschil maken of partners alleen of samen worden belast’, zegt Jef Wellens, fiscalist bij Wolters Kluwer. ‘Het huwelijksquotiënt en de vrije verdeling van de leningsuitgaven zijn bijvoorbeeld het voorrecht van gehuwden en wettelijk samenwonenden.’ Het huwelijksquotiënt is interessant voor koppels waar een partner geen of een zeer laag inkomen heeft. ‘Daartegenover staat de soms lagere belasting op vervangingsinkomsten van feitelijke samenwoners, de hogere belastingvrijstelling die ze genieten als ze kinderen hebben en de hogere bestaansmiddelen die hun kinderen mogen hebben om fiscaal ten laste te zijn’, zegt Wellens.

Wie huwt zonder huwelijkscontract valt automatisch onder het wettelijk stelsel. Kenmerkend is dat alle inkomsten na het huwelijk - ook de beroepsinkomsten - tot het gemeenschappelijk vermogen behoren. Bij een echtscheiding krijgt elke partner daarvan de helft. Voor partners die huwen met een stelsel van scheiding van goederen is er in principe geen gemeenschap, maar in het huwelijkscontract kan een verrekening bij een echtscheiding of bij overlijden worden vastgelegd.

Wat een partner tijdens de samenwoning verdient, is zijn eigen bezit en moet bij een relatiebreuk niet verdeeld worden. Ook niet als die beroepsinkomsten op een gemeenschappelijke rekening werden gestort. De meest verdienende bouwt dus vermogen op, terwijl de partner die zorgt voor het gezin dat veel minder doet. ‘Wettelijke samenwoners kunnen in hun samenlevingsovereenkomst een compensatie vastleggen, maar in de praktijk gebeurt dat zelden of nooit’, zegt Bohyn.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect