Mijn geld Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie

Sta recht in uw schoenen als patiënt

De kans is groot dat u vaagweg wel weet dat u rechten hebt als patiënt, maar geen idee hebt wat die inhouden. Ze zijn nochtans bedoeld om u sterker in uw schoenen te doen staan in het gesprek met alle zorgverleners die u lichamelijk en geestelijk gezond helpen te houden.
©ANP

We durven te vermoeden dat het ook u wel eens overkomt als u medische zorgen nodig hebt gehad: een verrassingseffect op het moment dat u naar de kassa moet of de factuur krijgt. Ook al valt u niet altijd van uw stoel van het bedrag, in veel gevallen wist u eigenlijk niet wat er ging aankomen.

Het zit nochtans vervat in uw rechten als patiënt, die sinds 2002 bij wet zijn vastgelegd. U moet toestemmen in een tussenkomst, met voorafgaande informatie, en die informatie moet onder meer gaan over de financiële gevolgen. Oké, maar patiëntenrechten? Een op de vijf volwassenen weet niet eens dat zoiets bestaat. En van wie daar wel weet van heeft, geven haast acht op de tien mensen toe dat ze niet of onvoldoende weten wat ze inhouden. Dat blijkt uit een recente bevraging daarover die het Vlaams Patiëntenplatform liet uitvoeren, en waarvan de cijfers deze week werden bekendgemaakt naar aanleiding van de Dag van de Patiëntenrechten.

Is dat eigenlijk een probleem? Volstaat het niet dat zorgverleners (artsen, tandartsen, kinesitherapeuten, verplegers, maar ook paramedici zoals diëtisten, logopedisten of bandagisten) die dagelijks met patiënten bezig zijn, die rechten kennen en toepassen? ‘Toch niet. Het gaat voor een groot stuk over het bevorderen van de dialoog tussen zorgverlener en patiënt, en beiden moeten die rechten kennen’, zegt Martine Van de Walle, nationaal secretaris van CM Landsbond. ‘Het mag niet enkel afhangen van de zorgverlener of die rechten worden uitgeoefend. Het is bijvoorbeeld toch niet aan de zorgverlener om te bepalen wanneer je je dossier zou moeten bekijken? Als patiënt moet je zelf kiezen wanneer je dat bekijkt, en of je iets toevoegt. Dan moet je wel eerst weten dat dat een recht is. Of denk aan de klachtenbemiddeling. Als je een klacht hebt over je zorgverlener, ga je niet aan hem of haar vragen waar je daarmee terechtkan. Je moet dus weten dat je recht hebt op bemiddeling door een ombudsdienst. Overigens, we merken dat ook de zorgverleners niet altijd goed op de hoogte zijn van de patiëntenrechten.’

©Trui Chielens

1. Kwaliteit

Tijd dus om die rechten eens te overlopen. Om te beginnen heeft de patiënt recht op het ontvangen van een kwaliteitsvolle dienstverstrekking. Dat behelst toegang tot de zorg die de gezondheidstoestand van de patiënt vereist en conform de huidige stand van de wetenschap. Er wordt geëxpliciteerd dat dit moet gebeuren met respect voor de menselijke waardigheid en voor de autonomie van de patiënt, zonder enig onderscheid, bijvoorbeeld naar sociale klasse, seksuele geaardheid of filosofische overtuiging. En dat het voorkomen, behandelen en verzachten van lichamelijke en psychische pijn integraal deel uitmaken van de behandeling.

2. Vrije keuze

De patiënt kiest de beroepsbeoefenaar en kan op elk moment wisselen, op uitzonderingen na (bijvoorbeeld bij dringende hulp). De zorgverlener kan ook een patiënt weigeren om persoonlijke of beroepsredenen, maar níét in geval van nood.

3. Informatie

Informatie verzwijgen tegenover de patiënt kan slechts bij uitzondering en onder strikte voorwaarden.

Het recht om geïnformeerd te worden over zijn gezondheidstoestand is enigszins genuanceerd. De beroepsbeoefenaar moet de patiënt alle informatie geven om inzicht te krijgen in zijn gezondheidstoestand en de vermoedelijke evolutie ervan, en hoe hij het best zijn gedrag aanpast. Dat moet gebeuren in een duidelijke taal. De patiënt mag een vertrouwenspersoon meenemen (zie ook pagina 34) om mee te luisteren.

Dat gaat onder meer over de diagnose, wenselijk gedrag en vermoedelijke evolutie. Sommige patiënten weten dat liever niet. De zorgverlener moet die wens respecteren. Tenzij het niet-meedelen een ernstig nadeel oplevert voor de gezondheid van de patiënt of van anderen (bijvoorbeeld bij besmetting). In zo’n geval moet de zorgverlener wel eerst overleggen met een andere beroepsbeoefenaar en de vertrouwenspersoon.

En wat als de arts of een andere zorgverlener vindt dat de patiënt het beter niet weet, voor zijn eigen goed? Hij kan informatie verzwijgen voor de patiënt als dat een ernstig nadeel voor diens gezondheid zou meebrengen, maar dat is een ongebruikelijk besluit dat maar tijdelijk geldt. De beroepsbeoefenaar moet daarover het advies van een collega inwinnen, en de motivatie daarvoor in het patiëntendossier inschrijven. Heeft de patiënt een vertrouwenspersoon aangewezen, dan moet die wel de gevoelige informatie krijgen.

4. Toestemming

Duidelijke informatie over alle aspecten is ook noodzakelijk om het volgende recht te eerbiedigen: de patiënt moet zijn vrije én geïnformeerde toestemming geven alvorens een behandeling gestart wordt. Hij moet dus weten waarom die behandeling wordt voorgesteld en wat de alternatieven zijn, hoe dringend het is, hoe lang en hoe vaak, wat de risico’s, contra-indicaties en mogelijke nevenwerkingen zijn, welke nazorg nodig zal zijn. Die toestemming kan mondeling worden gegeven, of zelfs worden afgeleid uit het gedrag, bijvoorbeeld een arm uitsteken voor een injectie. Maar patiënt en zorgverlener kunnen ook samen beslissen de toestemming schriftelijk bij het patiëntendossier te voegen. Als het bij een spoedgeval niet mogelijk is de toestemming te achterhalen, voert de zorgverlener alle nodige tussenkomsten uit, en informeert hij de patiënt nadien.

De patiënt mag een behandeling weigeren, en dan moet dat gerespecteerd worden. Ook dat kan op verzoek van een van beiden aan het dossier toegevoegd worden. Als de patiënt zijn wil niet meer kan uitdrukken, moet een voorafgaande wilsverklaring gerespecteerd worden.

Gemiddeld belopen de ereloonsupplementen bij opname in een eenpersoonskamer 900 euro.

Het is onder dit vierde recht dat ook het heikele punt van de centen valt: de patiënt moet ook de financiële gevolgen van een behandeling kennen om zijn geïnformeerde toestemming te kunnen geven.

Om dat aspect van de patiëntenrechten in de verf te zetten, voerde CM onlangs een enquête naar die kosteninformatie bij meer dan 5.500 leden. Wat een consultatie bij de huisarts kost, weten veel mensen nog wel. Ook bij de osteopaat, psychiater, logopedist en kinesist heeft de patiënt in relatief veel gevallen op voorhand een idee van de prijs. Voor andere beroepen en specialismen valt dat fiks tegen. Bijvoorbeeld bij de tandarts, nochtans de vaakst bezochte van de medische zorgverleners, is er bij haast de helft van de respondenten nooit zicht op de prijs van een behandeling. Het is altijd wachten… tot het moment van de betaling.

De meerderheid van de mensen gaat het gesprek over de kostprijs nooit aan met zorgverleners. ‘Mensen zijn, zeer begrijpelijk, vooral op hun gezondheidszorgen gericht. Ze willen ook de vertrouwensrelatie met de zorgverlener niet schaden’, beaamt Martine Van de Walle. ‘Het is wat anders dan offertes vragen voor bouwwerken, maar de vraag naar de kostprijs zou geen taboe mogen zijn. Het zou mooi zijn als zorgverleners het spontaan zouden vertellen, maar we hebben er wel enig begrip voor: ook voor hen is niet de factuur, maar de behandeling zelf de eerste bekommernis. En ze kennen zelf niet altijd de hele kostprijs.’

patiëntenrechten

1. Het ontvangen van een kwaliteitsvolle dienstverstrekking.

2. Het vrij kiezen van de beroepsbeoefenaar.

3. Het geïnformeerd worden over zijn gezondheidstoestand.

4. Het toestemmen in een tussenkomst, met voorafgaande informatie (daaronder valt ook de informatie over de financiële gevolgen).

4 bis. Het vernemen of de beroepsbeoefenaar verzekerd is en gemachtigd is om zijn beroep uit te oefenen.

5. Het kunnen rekenen op een zorgvuldig bijgehouden patiëntendossier, met mogelijkheid tot inzage en afschrift.

6. Het verzekerd zijn van de bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer.

7. Het indienen van een klacht bij een ombudsdienst.

De patiënt heeft al bij al toch weinig keuze, als hij een diagnose en een voorstel tot behandeling te horen krijgt? Niet behandelen is toch vaak geen alternatief? ‘Klopt’, zegt Van de Walle, ‘maar je hebt wel nog een klein beetje vat op de kosten. Kiezen voor een een- of tweepersoonskamer maakt een groot verschil. Soms zijn de voordelen van de allernieuwste techniek niet relevant, of is er keuze tussen verschillende materialen, zoals bij een heupprothese. Durf de pro’s en contra’s van alternatieven te bespreken, zelfs van niet-behandelen. Je kan ook altijd nog een second opinion elders vragen.’

Ter illustratie: uit de ‘ziekenhuisbarometer’ van CM blijkt dat in 2015 bij een klassieke opname een gemiddelde factuur in een eenpersoonskamer 1.463 euro beliep, en in een tweepersoonskamer 278 euro. Dat is een groot verschil. In een tweepersoonskamer mogen geen ereloon- of kamersupplementen aangerekend worden. De ereloonsupplementen in een eenpersoonskamer beliepen gemiddeld 900 euro. Kamersupplementen variëren van 18 euro tot 164 euro per dag.

Een belangrijk element voor het kostenplaatje is ook of de zorgverlener ‘geconventioneerd’ is. In dat geval volgt hij het prijsakkoord voor zijn beroepsgroep. Wie niet geconventioneerd is, bepaalt vrij zijn prijzen. Er was in de voorbije maanden nogal wat hommeles over, maar uiteindelijk zijn er akkoorden bereikt met de huisartsen, tandartsen en kinesisten. Het beeld dat, behalve bij de huisartsen (88,6% in 2016), haast niemand meer geconventioneerd is, klopt niet. Van de specialisten is 77,5 procent geconventioneerd. Notoir weinig geconventioneerd zijn dermatologen (31%), oogartsen (46%) en gynaecologen (50%). Op de website van het Riziv kan u opzoeken of uw zorgverlener geconventioneerd is, al dan niet gedeeltelijk (bijvoorbeeld wel voor een consultatie in het ziekenhuis, niet in de privépraktijk).

De voorbije jaren werden enkele maatregelen aangekondigd om verrassingen met medische kosten te beperken. Sinds de zomer van 2015 geeft de fiscus aan de ziekenfondsen door als iemands inkomen onder de grens zakt om recht te hebben op een verhoogde tegemoetkoming. ‘Dat past in het streven om rechten meer automatisch toe te kennen, en niet pas als mensen ernaar vragen’, zegt Van de Walle. ‘De afspraak was het na twee jaar te evalueren, maar we kunnen al zeggen dat het goede resultaten oplevert.’

Voor een ander engagement, om in ziekenhuizen veel meer kostenramingen vooraf te geven, is de eerste streefdatum van begin dit jaar niet gehaald. Het thema ligt nog op de onderhandelingstafel van de sector, die de voorbije maanden de handen meer dan verwacht vol had met de bovengenoemde conventies. Het is de bedoeling er dit jaar nog uit te geraken.

4bis. Aansprakelijkheid

De patiënt verneemt van de beroepsbeoefenaar of die beschikt over een verzekeringsdekking of een andere vorm van bescherming voor de beroepsaansprakelijkheid. En of hij geregistreerd is.

5. Patiëntendossier

Er wordt zorgvuldig een patiëntendossier bijgehouden, met identiteitsgegevens en medische informatie over diagnose, onderzoeken, enzovoort. De patiënt kan vragen daar zaken aan toe te voegen, bijvoorbeeld het document waarmee een vertegenwoordiger aangewezen wordt, maar ook een wetenschappelijk artikel over zijn ziekte.

De patiënt kan vragen dat hij of de vertrouwenspersoon het dossier kan inzien of er een afschrift van krijgt. De zorgverlener mag persoonlijke notities afschermen, tenzij de vertrouwenspersoon een andere beroepsbeoefenaar is. Oordeelt de zorgverlener dat het voor de patiënt beter is tijdelijk niet geheel ingelicht te zijn over zijn gezondheidstoestand, dan kan een andere beroepsbeoefenaar als vertegenwoordiger het dossier wel inzien. Nabestaanden van een overleden patiënt kunnen enkel om geldige redenen, bijvoorbeeld het vermoeden van een medische fout, vragen dat een zorgverlener die zij aanwijzen (bijvoorbeeld de huisarts) het dossier kan inzien.

6. Privacy

De patiënt heeft het recht verzekerd te zijn van de bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. Informatie over zijn gezondheid wordt in principe niet aan derden meegedeeld, tenzij voor de bescherming van de volksgezondheid (besmetting). Tenzij de patiënt toestemt, zijn bij de verstrekking van medische zorgen enkel mensen aanwezig die professioneel gezien nodig zijn.

7. Klachten

Tot slot kan de patiënt die meent dat een van zijn rechten geschonden is terecht bij een ombudsdienst. Een sanctie voor het niet-respecteren van de rechten staat dus niet in de wet, de ombudsdienst zal in eerste instantie bemiddelen. Lukt dat niet, dan moet de patiënt naar een andere instantie, bijvoorbeeld de Orde van Geneesheren. Elk ziekenhuis heeft een ombudsdienst en daarnaast is er een federale ombudsdienst (www.patientrights.be). Deze ombudsdiensten zijn slecht bekend, blijkt uit de enquête van het Vlaams Patiëntenforum: wie een klacht had over een eerstelijnszorgverlener, zoals huisarts of tandarts, diende daarover in de meeste gevallen geen klacht in. Een ruime meerderheid wist ook niet waar dat zou kunnen. Een jaarlijkse ‘Dag van de patiëntenrechten’ is bijgevolg tot nader order geen luxe.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud