Waarom uw poetshulp duurder wordt

©Filip Ysenbaert

Steeds vaker rekenen dienstenchequebedrijven administratieve kosten aan, waardoor ze de kostprijs van een dienstencheque omhoogduwen. ‘Het is slechts een kwestie van tijd vooraleer alle gebruikers extra betalen.’

Meer dan een miljoen gezinnen maken in ons land gebruik van dienstencheques om een poets- of huishoudhulp te betalen. Maar hoewel er al sinds 2014 niet meer is geraakt aan de prijs van een dienstencheque (die bedraagt 9 euro), zien veel gebruikers de rekening van hun poets- of huishoudhulp toch oplopen. Het recentste geval is dat van T-Interim, waarvan bekend raakte dat het bedrijf vanaf september per dienstencheque van 9 euro 40 eurocent extra zal aanrekenen. Voor wie wekelijks gedurende vier uur een beroep doet op poetshulp komt dat neer op een extra kostprijs van jaarlijks 83 euro. Maar T-Interim is lang niet de eerste die bijkomende kosten aanrekent en het zal ook niet de laatste zijn.

Waarom rekenen de bedrijven extra kosten aan?

Slinkende winstmarges zijn de grote boosdoeners volgens sectorfederatie Federgon. Om budgettaire redenen besliste de Vlaamse overheid de dienstenchequebedrijven niet volledig te compenseren voor automatische loonindexeringen. Van elke 100 euro die een poetshulp door een loonindexering duurder wordt, moet het dienstenchequebedrijf 27 euro uit eigen zak betalen. Daarnaast kregen de huishoudhulpen vorig jaar via een sectorakkoord nog een loonsverhoging van 1,1 procent. ‘Bovendien stellen we een duidelijke verhoging vast van de anciënniteit van de huishoudhulpen, waardoor een groter deel van de werknemers in een hogere loonschaal belandt. En dan hebben we het nog niet eens over het tekort aan poetspersoneel, waardoor de dienstenchequebedrijven een hoger loon of extralegale voordelen moeten bieden om voldoende personeel aan te trekken’, zegt Ann Cattelain van Federgon. Ook de verplaatsingskosten zijn de voorbije jaren gestegen. De meeste mensen behouden een goede poetshulp, ook wanneer die verhuist en een langere afstand moet afleggen.

Staat er een maximum op de bijkomende kosten?

Er is geen maximumgrens vastgelegd voor de extra kosten die dienstenchequebedrijven mogen aanrekenen voor hun dienstverlening. Wel zijn er enkele voorwaarden. Zo mogen bijkomende kosten niet dienen om de lonen te betalen, maar wel om bijvoorbeeld de administratie, verplaatsingen of werknemersopleidingen te financieren. De aangerekende kosten moeten redelijk zijn en de bedrijven moeten ook kunnen aantonen welke kosten worden aangerekend en met welk doel. ‘Het is een heel concurrentiële sector met veel verschillende spelers. Er staan dus zeker limieten op wat een bedrijf nog extra in rekening kan brengen zonder daarmee klanten af te schrikken’, zegt Cattelain.

Hoe vaak worden al extra kosten aangerekend?

De komende maanden zullen nog meer bedrijven extra kosten aanrekenen.

‘Het lijstje met bedrijven die extra kosten aanrekenen, zal de komende maanden nog langer worden. Je kan er zeker van zijn dat zowat alle dienstenchequebedrijven momenteel de mogelijkheid bekijken’, zegt Ronny Domen van het dienstenchequebedrijf Trixxo. Met 7.000 huishoudhulpen en 100 kantoren is het een van de grootste spelers in ons land. Het bedrijf deed zelf een steekproef en schat dat al iets meer dan 40 procent van de dienstenchequebedrijven bijkomende kosten of toeslagen aanrekent. ‘Tot dusver rekenden vooral de kleinere spelers extra kosten aan. De koerswijziging van T-Interim toont dat ook de grotere spelers hun koers beginnen te wijzigen. Op termijn zullen zowat alle bedrijven bijkomende kosten in rekening brengen.’ Trixxo doet dat momenteel niet. Het Poetsbureau, dat met 6.700 poetshulpen en 61 kantoren in Vlaanderen ook een grote speler is, overweegt voorlopig niet om een toeslag aan te rekenen. ‘Door onze schaalgrootte kunnen we de stijgende loonkosten nog opvangen. Maar als we de komende jaren nog enkele loonindexeringen moeten slikken die de Vlaamse overheid niet volledig compenseert, moeten we dat uiteraard opnieuw bekijken’, zegt CEO Jo Mellemans. Volgens hem worstelen vooral de middelgrote bedrijven met slinkende winstmarges. Het zijn al kantoren met vrij hoge vaste kosten, maar ze kunnen nog niet voldoende profiteren van de voordelen van schaalgrootte.

Hoeveel betalen gebruikers extra?

Er valt niet meteen een lijn te trekken in de tarieven die dienstenchequebedrijven aanrekenen. Sommige hanteren een meerprijs per gebruikte dienstencheque, andere hanteren een forfaitaire vergoeding. Het ene bedrijf rekent de kosten jaarlijks af, het andere doet dat per kwartaal.

Familiehulp vraagt boven op de prijs van de dienstencheques een jaarlijkse klantenbijdrage van 50 euro, bij Partena is dat halfjaarlijks 30 euro (niet voor leden van Partena Ziekenfonds). De thuishulp-afdeling van Bond Moyson, T-Interim en OZ rekenen 0,4 euro aan per gebruikte dienstencheque. Bij Danika is dat 0,5 euro. Familiezorg hanteert een extra bijdrage van 1,5 euro per hulpbeurt en Solidariteit voor het Gezin rekent zelfs 1,2 euro aan per gebruikte dienstencheque. Dat laatste komt neer op een bijkomende bijdrage van 250 euro voor een gezin dat wekelijks gedurende vier uur een beroep doet op een poetshulp.

Wat met het fiscaal voordeel voor dienstencheques?

Gebruikers kunnen de bijkomende kosten niet deels recupereren via de belastingvermindering voor dienstencheques, want die slaat enkel op de aankoop van de eigenlijke dienstencheques. Per dienstencheque van 9 euro geldt in Vlaanderen een belastingvermindering van 2,7 euro. Een dienstencheque kost de gebruiker dus geen 9 maar 6,3 euro. Let wel: de bedragen die u betaalt in de vorm van dienstencheques geven recht op een belastingvermindering tot een maximumbedrag van 1.470 euro per persoon en per jaar (voor het inkomstenjaar 2018). Dus zelfs al koopt u 500 dienstencheques (het maximumaantal dat u jaarlijks per persoon kan kopen), u krijgt maar op de eerste 156 dienstencheques een belastingvermindering van 30 procent. Het zijn trouwens enkel de eerste 400 cheques die 9 euro kosten. De volgende 100 kosten 10 euro. Gehuwde of wettelijk samenwonende partners hebben allebei recht op de belastingvermindering voor de dienstencheques die ze onder hun eigen naam kopen. Let wel: het fiscale grensbedrag geldt voor diensten- en PWA-cheques samen. Met die laatste cheques kunnen particulieren minder dagdagelijkse klussen laten uitvoeren, zoals het onderhoud van de tuin of herstellings- en onderhoudswerken aan de woning.

In Brussel krijgen de gebruikers van dienstencheques een belastingvermindering van 1,35 euro voor de eerste 156 aangekochte dienstencheques. Een dienstencheque kost er na belastingvermindering dus 7,65 euro.

Hoe bestelt u een dienstencheque?

Dienstencheques bestelt u via Sodexo, het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de uitgifte van de cheques. Pas wanneer u daar geregistreerd bent en een gebruikersnummer hebt, kan u ook dienstencheques aankopen. U moet telkens minimaal tien dienstencheques bestellen en het veelvoud van 9 euro overschrijven met vermelding van het gebruikersnummer. U kunt kiezen tussen papieren en elektronische cheques.

Wat is een dienstencheque echt waard?

Een dienstencheque is veel meer waard dan de betaalwaarde waarmee de gebruikers vertrouwd zijn. De uiteindelijke waarde ligt op 22,69 euro per dienstencheque. De gebruiker betaalt 9 euro voor de dienstencheque en de Vlaamse overheid geeft aan het dienstenchequebedrijf nog eens een subsidie van 13,69 euro per cheque. Om maar een idee te geven: in 2017 kochten Vlamingen 84 miljoen dienstencheques. ‘Dat bedrag dient voor veel meer dan enkel de betaling van het uurloon van de poetshulp. De dienstenchequebedrijven moeten er ook hun vaste kosten mee betalen, de lonen van de consulenten die de administratie regelen, de vaste kosten en de huur van de kantoren’, besluit Cattelain.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content