analyse

Zelfstandige in moeilijkheden kan op weinig hulp rekenen

©Photo News

Een faillissement, een brand of watersnood? Als zelfstandige in moeilijkheden kunt u een uitkering krijgen. Vanaf volgend jaar kunnen nog meer ondernemers van die hulp gebruikmaken. Maar ze heeft beperkingen.

De federale regering heeft vorige week beslist het zogenaamde overbruggingsrecht uit te breiden. Dat houdt in dat een zelfstandige in moeilijkheden een uitkering krijgt en dat hij zijn recht op kinderbijslag en geneeskundige verzorging voort opbouwt zonder dat hij sociale bijdragen moet betalen. Zonder gezinslast bedraagt de uitkering vanaf 1 augustus 1.168,73 euro per maand. Voor een ondernemer met gezinslast komt ze neer op 1.460,45 euro.

Wie over de kop gaat, kan zich al langer op dat overbruggingsrecht, de zogenaamde faillissementsverzekering, beroepen. Hetzelfde geldt voor zelfstandigen met een collectieve schuldenregeling. Voorts bestaat de uitkering ook voor ondernemers die geconfronteerd worden met bepaalde gebeurtenissen waardoor ze de activiteiten ongewild moeten onderbreken en ze plots geen inkomen meer hebben.

‘Het gaat over natuurrampen, een brand, een beroepsallergie of een vernieling van de gebouwen of het materiaal. Bijvoorbeeld een binnenschipper wiens schip door een ongeluk zinkt’, illustreert Annick Floréal, verantwoordelijke voor de uitkeringen aan zelfstandigen bij de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid.

De federale regering wil het overbruggingsrecht ook openstellen voor zelfstandige ondernemers die niet failliet gaan, maar ‘om economische redenen’ gedwongen worden de activiteiten stop te zetten. Het is nog afwachten hoe de regering die economische redenen precies invult. Maar de uitbreiding kan soelaas bieden aan de uitbater van een kleine doe-het-zelfzaak die, door de komst van een grote doe-het-zelfketen in de buurt, beslist de deuren te sluiten voor zijn zaak aan de concurrentie ten onder gaat. Minister van Middenstand Willy Borsus (MR) denkt ook aan startende ondernemers die niet genoeg financiële middelen kunnen verzamelen om door te gaan en die stoppen zonder de boeken neer te leggen.

‘Ze kunnen rekenen op een uitkering op voorwaarde dat ze in het jaar van de stopzetting en in het voorafgaande jaar als zelfstandige op jaarbasis geen netto inkomen van meer dan 13.010 euro uit de zaak hebben gehaald’, meldt Pauline Bievez, de woordvoerster van Borsus.

De uitbreiding van het recht speelt ook op een ander vlak. De zelfstandige zal niet alleen zijn recht op gezondheidszorg behouden, maar ook alle rechten op ziekte- en invaliditeitsuitkeringen.

Tegelijkertijd sleutelt de regering aan de voorwaarden. Nu volstaat het dat de ondernemer als zelfstandige in hoofdberoep bijdragen ‘verschuldigd is’ voor vier kwartalen: dat van het faillissement of de stopzetting en de drie voorgaande kwartalen. Tot nu is niet vereist dat de zelfstandige de bijdragen voor die vier kwartalen effectief heeft betaald. Voortaan moet de zelfstandige in de 16 kwartalen voorafgaand aan de stopzetting minstens vier keer de bijdragen hebben betaald.

Weinig benut

Tot nu maken weinig ondernemers van het overbruggingsrecht gebruik, zeker bij een faillissement. In 2015 werd slechts 7,5 miljoen euro aan failliete ondernemers in België uitgekeerd, een fractie van wat jaarlijks aan pensioenen en gezondheidszorg naar zelfstandigen gaat.

Het overbruggingsrecht heeft ook nadelen. Het is slechts een tijdelijk recht en dat zal zo blijven. De ondernemer in moeilijkheden krijgt de uitkering maximaal twaalf maanden over de volledige loopbaan als zelfstandige.

Dat de faillissementsverzekering nooit hoge toppen scheerde, heeft ook te maken met andere factoren. Alleen natuurlijke personen (eenmanszaken en onder bepaalde voorwaarden zaakvoerders, bestuurders en werkende vennoten van handelsvennootschappen) kunnen er gebruik van maken. Vennootschappen zoals een nv of een bvba zijn sowieso uitgesloten. De ondernemer in moeilijkheden mag ook geen inkomsten puren uit een beroepsactiviteit of uit mandaten bij andere vennootschappen. Ook mag hij geen ander vervangingsinkomen genieten. In die zin is het overbruggingsrecht ‘een residuair recht’. U kunt er slechts op terugvallen als u geen andere uitkeringen kunt krijgen, zoals een werkloosheidsvergoeding of een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid.

Volgens Floréal is dat niet verontrustend. ‘De zelfstandige ondernemer mag niet vergeten dat het overbruggingsrecht een ultieme reddingsboei is voor hoogstens twaalf maanden. Een werkloosheidsvergoeding en een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid zijn niet beperkt in de tijd. De werkloosheid en de arbeidsongeschiktheid voorzien in de opbouw van pensioenrechten. Het overbruggingsrecht doet dat niet. De ondernemer kan zich maar beter niet blind staren op het bedrag van de faillissementsverzekering. Hij moet oog hebben voor de opbouw van sociale rechten op langere termijn.’

Werkloosheid

Om gebruik te maken van het overbruggingsrecht moet de ondernemer dus bewijzen dat hij geen andere uitkeringen kan krijgen. Nochtans ligt een werkloosheidsvergoeding doorgaans lager dan de uitkering in het kader van het overbruggingsrecht. Het concrete bedrag is afhankelijk van de gezinssituatie en van het laatste loon dat u als werknemer (niet als zelfstandige!) verdiende. Als u 14 jaar zelfstandig was, valt u terug op een percentage van het loon dat u voordien als jonge werknemer verdiende. Volgens Pol Vermoere, de woordvoerder van Dyzo, de organisatie die ondernemers in moeilijkheden begeleidt, kan het bedrag van de werkloosheidsuitkering zwaar tegenvallen. ‘Voor bepaalde werklozen wordt de oorspronkelijke werkloosheidsvergoeding na verloop van tijd nog twee keer verlaagd. Dat kan ertoe leiden dat een ex-zelfstandige moet rondkomen met 800 euro per maand’.

Praktisch

Werkloosheidsvergoeding

Om recht te hebben op een werkloosheidsvergoeding moet de werkloze voldoende prestaties als werknemer kunnen voorleggen in een periode die aan de aanvraag voorafgaat.

  • 312 arbeidsdagen in de loop van de 21 maanden voor de uitkeringsaanvraag, als hij jonger dan 36 is.
  • 468 arbeidsdagen in de loop van de 33 maanden voor die aanvraag als hij 36 jaar of jonger dan 50 is.
  • 624 arbeidsdagen in de loop van de 42 maanden voor die aanvraag als hij 50 jaar of ouder is.

Die periodes kunnen met ten hoogste 15 jaar verlengd worden met de periodes waarin hij als zelfstandige werkte.

(Bron: RVA)

Om voor een werkloosheidsvergoeding in aanmerking te komen, moet de zelfstandige bewijzen dat hij als werknemer aan de slag is geweest in een bepaalde periode voorafgaand aan de aanvraag (zie inzet). ‘Een ex-ondernemer die meer dan 15 jaar alleen zelfstandige is geweest, krijgt slechts in uitzonderlijke omstandigheden een werkloosheidsvergoeding’, aldus Vermoere.

Ook het aanvragen van de werkloosheidsvergoeding kan voor de ondernemer een lijdensweg zijn. Vermoere: ‘Om een werkloosheidsuitkering te bekomen, moet de zelfstandige bij zijn laatste werkgever een attest vragen waaruit blijkt dat hij de ex-ondernemer niet meer in dienst wil nemen. Dat is geen eenvoudige klus als de ex-zelfstandige in ruzie bij die werkgever is vertrokken. Ook moet een zelfstandige die niet over de kop ging, bewijzen aan de RVA dat hij geen banden meer heeft met zijn vennootschap. Maar voor een vereffening van die vennootschap ontbreken vaak de financiële middelen. Daardoor valt de ondernemer tussen wal en schip. Hij krijgt dan geen werkloosheidsvergoeding en evenmin een uitkering via het overbruggingsrecht.’

Arbeidsongeschikt

Ook als een zelfstandige ziek wordt, moet hij rondkomen met een beperkt bedrag. Een zelfstandige krijgt de eerste maand van de arbeidsongeschiktheid helemaal geen uitkering. In de periode van elf maanden die daarop volgen, betaalt het ziekenfonds een dagbedrag dat afhankelijk is van de gezinssituatie. Voor een zelfstandige met gezinslast is het bruto dagbedrag sinds juni 56,17 euro, voor een alleenstaande 42,85 euro en voor een samenwonende 34,47 euro. Op die bedragen wordt een bedrijfsvoorheffing van 11,11 procent ingehouden. Een zelfstandige met gezinslast ziet zijn inkomen in een maand met 26 uitbetaalde dagen, na belasting, terugvallen tot 1.298 euro.

Zelfstandigen die langer dan een jaar arbeidsongeschikt zijn, ontvangen een invaliditeitsuitkering. De dagbedragen liggen dan nog iets hoger voor alleenstaanden en samenwonenden die de activiteiten hebben stopgezet.

Op die uitkering wordt geen bedrijfsvoorheffing ingehouden. De belastingen betaalt u bij de afrekening het jaar nadien.

Uw ziekte moet erkend zijn door een adviserend geneesheer van het ziekenfonds. Bovendien moet u nog steeds zelfstandige zijn of het statuut van zelfstandige hoogstens dertig dagen voor het begin van de arbeidsongeschiktheid hebben beëindigd. Een andere voorwaarde is dat u in orde bent met de bijdragen als zelfstandige voor de twee voorafgaande kwartalen.

Meer zelfstandigen langdurig ziek

Het aantal zelfstandigen dat langer dan zes maanden buiten strijd is, is in vergelijking met vijf jaar geleden met ruim 10 procent gestegen. Dat blijkt uit cijfers die CD&V-kamerlid Griet Smaers opvroeg. De gemiddelde duur van de arbeidsongeschiktheid bij zelfstandigen steeg over dezelfde tijdspanne met vijf dagen tot 212,8 dagen (iets meer dan zeven maanden).

In het Radio1-programma 'Voor de dag' meldde Smaers dat de stijging is toe te schrijven aan een toename van het aantal burn-outs , onder meer 'door de  vervrouwelijking en het feit dat zelfstandigen tot op latere leeftijd aan de slag blijven'.

Samers vraagt aan de minister van Volksgezondheid Maggie De Block ( Open VLD) dat er snel werk wordt gemaakt van het beloofde re-integratietraject voor zelfstandigen die lang ziek zijn.

De Block wil voor eind dit jaar stranden met een re-integratietraject voor langdurige zieke werknemers. Dan zijn de re-integratietrajecten voor langdurig zieke statutaire ambtenaren, de tweede grootste groep, aan de beurt. Pas daarna maakt De Block werk van zo'n trajecten voor langdurig zieke zelfstandigen. Dat is zo binnen de federale regering afgesproken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect