Mijn geld Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

De kleine lettertjes van de miserietaks

De miserietaks was symbolisch een zwaar dossier voor de Vlaamse regering en feitelijk vooral een last voor scheidende partners. Volgens het Vlaams regeerakkoord gaat de taks terug naar zijn oude tarief van 1 procent. Niet iedereen die met dit verdeelrecht te maken krijgt, moet echter hopen op die verlaging. Niet de feitelijke samenwoners, niet wie al volop met zijn scheiding bezig is, niet de broers die samen erfden.
©Pieter Van Eenoge

‘Een relatie beëindigen is al een zeer moeilijke en persoonlijke keuze, daar moet de overheid geen belastingen op heffen’, zei Annemie Turtelboom (Open VLD), minister van Begroting in de nieuwe Vlaamse regering, bij de bekendmaking dat de ‘miserietaks’ vanaf 1 januari opnieuw daalt naar 1 procent. Zo staat het ten minste in het Vlaams regeerakkoord dat in juli werd bereikt. Gezien het parlement er nog zijn zeg over moet doen, moet u dit artikel in de voorwaardelijke wijs lezen, maar alle regeringspartijen staan erachter en de datum van 1 januari 2015 werd bevestigd bij de septemberverklaring van de Vlaamse minister-president.

Toen de Vlaamse regering de verdeeltaks in 2012 optrok van 1 naar 2,5 procent werd die al snel herdoopt in ‘miserietaks’, verwijzend naar echtscheidingssituaties. De verdeeltaks of het verdeelrecht is echter in verschillende situaties verschuldigd waarbij een eind gemaakt wordt aan een bestaande onverdeeldheid met een onroerend goed tot voorwerp. We beschrijven hier de situaties waarop de beslissing van de Vlaamse regering een effect kan hebben, met andere woorden waarbij het gaat om een onroerend goed dat op Vlaams grondgebied gelegen is.

Advertentie

Een eerste situatie is inderdaad die van een echtscheiding. Wanneer een van de partners bij de scheiding de gezinswoning verwerft door het deel van de andere partner over te kopen, is de taks verschuldigd.

Zo moet ook het verdeelrecht betaald worden wanneer enkele erfgenamen samen een onroerend goed erven en één van hen het volledige goed verwerft door de andere erfgena(a)m(en) uit te kopen. Of nog: bij de omzetting van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot op een onroerend goed. (Let wel: het relatief lage verdeelrecht geldt enkel in situaties waarbij het vruchtgebruik naar een langstlevende echtgenoot was gegaan, niet in andere vruchtgebruikconstructies.)

Tot slot is de taks ook verschuldigd als zakenpartners bijvoorbeeld samen een bedrijfspand hebben gekocht en achteraf één van hen zich uit de zaak terugtrekt en zich laat uitkopen.

· Een belangrijk basisprincipe is dat het verdeelrecht enkel geldt voor de mede-eigenaars die een onroerend goed samen hebben gekocht of geërfd. Is een andere persoon later mede-eigenaar geworden en koopt die uiteindelijk de andere eigenaar(s) uit, dan geldt het verkooprecht van 10 procent.

· Neem bijvoorbeeld een situatie waarbij de tweede echtgenoot van een vrouw het aandeel in de gezinswoning van de eerste echtgenoot overneemt. Koopt de vrouw later haar tweede echtgenoot nog uit, dan geldt het verdeelrecht. Koopt echter de tweede echtgenoot de vrouw uit, dan geldt het verkooprecht.

· Idem in het geval dat een vrouw de woning oorspronkelijk alleen kocht, en pas later een partner vond die een deel van de woning overnam. Zij betaalt bij een uitkoop het verdeelrecht, hij het verkooprecht.

De Vlaamse regering besliste afgelopen zomer de taks opnieuw te laten dalen naar 1 procent. Die daling geldt evenwel enkel in het geval van een echtscheiding of de beëindiging van wettelijke samenwoning. In de andere situaties blijft het tarief voor alle duidelijkheid 2,5 procent.

Het verdeelrecht is verschuldigd op de totale waarde van het onroerend goed. Het gaat wel degelijk om de actuele waarde, niet bijvoorbeeld om het bedrag dat de echtgenoten betaalden toen ze de gezinswoning jaren voordien aankochten. En let ook op het woord ‘totaal’: de ex-echtgenoot of erfgenaam of zakenpartner die de andere partij(en) uitkoopt, betaalt de taks dus ook op zijn of haar eigen deel.

De daling van 2,5 naar 1 procent in scheidingszaken is zeker niet onbelangrijk voor de partner die de woning verwerft en daarbij in de praktijk vaak een fors hogere leenlast op zijn of haar schouders tilt.

Een kleine rekensom toont het verschil. Daarbij moeten we rekening houden met de afschaffing van het zogeheten abattement. Toen het tarief in 2012 werd opgetrokken, werd het effect voor scheidende koppels wat gemilderd door de instelling van een taksvrije schijf (of abattement) van 50.000 euro, plus nog eens 20.000 euro per kind in het gezin (gezamenlijke kinderen van de scheidende partners, of kinderen uit een eerdere relatie van een van beiden). Gezien wordt teruggegrepen naar het oude systeem, verdwijnt ook deze sociale correctie opnieuw.

Stel: een echtpaar met twee kinderen gaat uit de echt scheiden en de man verwerft de woning, waarvan de waarde op 300.000 euro wordt geschat. Nu geldt een verdeelrecht van 2,5 procent op 210.000 euro (abattement van 50.000 + 2x20.000 euro), dus 5.250 euro. Na 1 januari wordt dat 1 procent op de totale waarde van 300.000 euro, dus 3.000 euro.

Timing

Voor wie nu al in een echtscheiding verwikkeld is en de procedure heeft ingeleid, schuilt er nog een addertje onder het gras. Om te bepalen of het huidige tarief van 2,5 procent dan wel het opnieuw gedaalde tarief van 1 procent moet worden betaald, geldt de datum van de overeenkomst van verdeling of afstand. En dus niet pas de uiteindelijke datum waarop de echtscheiding definitief wordt.

Om van het verlaagde verdeelrecht (1%) te kunnen genieten moet bij een echtscheiding met onderlinge toestemming (EOT) de manier van verdeling verplicht opgenomen zijn in de regelingsakte. In de praktijk zal dus de datum op de regelingsakte van de EOT bepalen welk verdeelrecht men betaalt. Enige troost: voor wie nog 2,5 procent betaalt, blijft uiteraard ook het abattement bestaan.

In het geval van een zogeheten echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting, waar de partners zelf geen voorafgaand akkoord op papier hebben gezet, volgt de verdeling van de bezittingen en dus de eventuele verwerving van de gewezen gezinswoning door een van de ex-partners, pas nadat de rechter de echtscheiding heeft uitgesproken. Is de procedure momenteel lopende om een echtscheiding door de rechter te laten uitspreken, dan is de kans vrij groot dat de uiteindelijke verdelingsakte pas na 1 januari een feit zal zijn. En dat dus het lagere tarief zal gelden.

Idem voor wie wettelijk samenwoonde: de samenwoning wordt beëindigd door een verklaring op het gemeentehuis, en pas daarna moet de boedelscheiding op papier worden gezet. Meestal gaat dat met een authentieke akte bij de notaris. De datum op dat document, voor of na 1 januari, bepaalt welk tarief geldt.

Zowel bij een echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting als bij de beëindiging van een wettelijke samenwoning moet de regeling waarbij een van de gewezen partners de woning overneemt, binnen het jaar op papier staan, anders geldt het tarief van 2,5 procent.

Niet voor feitelijke samenwoners

Er is echter ook een uitzondering op de uitzondering. De verlaging van het verdeelrecht (of ‘miserietaks’) geldt enkel in scheidingszaken, en bovendien enkel voor paren die gehuwd waren of minstens een jaar wettelijk hebben samengewoond. Voor feitelijk samenwonenden geldt noch het abattement (taksvrije schijf) van 50.000 euro waarvan gehuwden en wettelijk samenwonenden in het huidige systeem gebruik mogen maken, noch het verlaagde verdeelrecht vanaf 1 januari. Zij blijven 2,5 procent betalen.

Gezien de vereiste dat het paar minstens een jaar wettelijk moet hebben samengewoond, zet het ook geen zoden aan de dijk om nog snel de feitelijke samenwoning met een wettelijk papiertje te bevestigen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.