Advertentie
netto

Hoe evolueert de prijs van uw huishoudmandje?

In 2009 werd een nulinflatie opgetekend. Tenminste op het eerste gezicht. De werkelijke inflatie van de afgewerkte producten steeg met 1,7 procent. Wat mag u verwachten voor 2010?

(netto) - In 2008 was de inflatie gespreksonderwerp nummer één. De forse stijging van de oliekoersen leidde toen tot een inflatie van liefst 4,6 procent. Maar de crisis riep de onstuimigheid van de energiekoersen en van de prijzen in het algemeen al snel een halt toe. In 2009 kende België een nulinflatie.

Betekent dat ook dat de prijzen van de courante verbruiksgoederen niet gestegen zijn? Neen. In haar eerste jaarverslag stelt het Prijzenobservatorium, opgericht binnen het Instituut voor Nationale Rekeningen van de FOD Economie, dat de prijzen van bewerkte levensmiddelen het voorbije jaar met bijna 2 procent gestegen zijn. De prijs van de grondstoffen daalde in 2009 nochtans met bijna 8 procent. Hoe komt dat? Omdat de producenten en de distributeurs een winstmarge nemen die dubbel zo hoog is als die van harddiscounters.

Duurder in België

Het Prijzenobservatorium stelt vast dat 'premier prix'-producten op een meer systematische wijze reageren op een daling van de grondstoffenprijzen. Als de prijzen van de grondstoffen stijgen, stellen de klassieke distributeurs en de producenten hun prijzen meteen naar boven bij. Maar als de basisproducten weer wat goedkoper worden, worden de prijzen veel minder snel of helemaal niet aangepast. Het Prijzenobservatorium durft niet expliciet te beweren dat de consument zijn gedrag moet aanpassen om de concurrentie meer te laten spelen. Maar het observatorium stelt wel dat individuele consumentenvoorkeuren en onvolledige marktinformatie ervoor lijken te zorgen dat een deel van de consumenten bereid is om een hogere prijs te betalen voor een gelijksoortig product.

In haar jaarverslag maakt het Prijzenobservatorium zich ook zorgen over het feit dat de prijzen in ons land veel sneller gestegen zijn dan in de andere landen van Europa. Het haalt daarbij ook impliciet uit naar ons systeem van automatische loonindexering: "In een systeem van automatische loonindexering (op basis van de gezondheidsindex) is het belangrijk dat er geen structureel hogere prijsstijgingen worden opgetekend dan elders." Dat was wel het geval in 2008 (+1%) en in 2009 (+0,4%).

Geen gevaar voor inflatie

We kunnen ons de vraag stellen of de inflatie in 2010 zal heropleven. Zal de nieuwe stijging van de oliekoersen (gepaard gaand met een stijging van de dollar, koers waarin de olieprijzen genoteerd worden) niet opnieuw een inflatoire spiraal op gang brengen, zoals in 2008? Als we de experts mogen geloven, zal dat niet gebeuren. Het Planbureau verwacht een redelijke inflatiestijging van 1,7 procent in 2010. Dat vooruitzicht is gebaseerd op een gemiddelde olieprijs van 79 dollar per vat en een wisselkoers van 1,37 dollar voor 1 euro voor het hele jaar.

Zal de inflatie dan onder controle blijven? Daar zijn de economen het blijkbaar unaniem over eens. "Uit de hoge werkloosheidsgraad en de erg zwakke prijsstellingsmacht van de bedrijven kunnen we afleiden dat we de komende maanden in een klimaat van lage inflatie zullen vertoeven", zegt Bart Van Craeynest, econoom bij KBC, in een recente nota. Alleen een forse stijging van de grondstoffenprijzen zou dus de lont in het kruit kunnen steken. Maar gezien het fragiele economische herstel wordt dat scenario door de meeste economen uitgesloten. Die conjuncturele onzekerheid leidt er volgens Bart Van Craeynest ook toe dat kredietaanvragen niet onder druk gezet worden. Daardoor blijft de inflatievrees beperkt.

Volgens de economen is er dus geen enkele reden om suiker of stookolie te gaan hamsteren… Als u zich als consument beledigd voelt omdat het Prijzenobservatorium insinueert dat u de concurrentie te weinig laten spelen, is het misschien tijd om uw aankoopgedrag aan te passen en meer rekening te houden met de prijs-kwaliteitverhouding.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie