netto

Hoeveel kost uw poetshulp echt?

©FRED DEBROCK/ID

De dienstencheques die u voor 9 euro koopt, zijn in werkelijkheid een stuk meer waard. Als we rekening houden met de Vlaamse subsidies zijn ze goed voor 23,02 euro per stuk. Maar dat bedrag volstaat niet om de poetshulpen een beter loon te geven én de dienstenchequebedrijven rendabel te houden.

De poetshulpen uit de dienstenchequesector voeren donderdag actie voor meer loon. Huishoudhulpen uit de dienstenchequesector behoren allerminst tot de best betaalde werknemers. Het minimumuurloon voor de zowat 145.000 mensen die met dienstencheques werken, bedraagt 11,04 euro voor een beginnende werknemer. Na drie jaar dienst bedraagt het uurloon 11,73 euro.

De poetshulpen eisen nu een loonsverhoging van 1,1 procent en verwijzen daarvoor naar de afspraken die in het interprofessioneel akkoord gemaakt zijn.

De werkgevers in de sector willen de extra vergoeding beperken tot een eenmalige nettopremie in de vorm van een ecocheque van 130 euro voor iemand die voltijds werkt. Aangezien veel poetshulpen slechts deeltijds werken, spreken we daar eerder over een premie van 65 euro op jaarbasis. Een grotere financiële tegemoetkoming kan niet, zo klinkt het bij werkgevers, omdat de marges van de dienstenchequebedrijven nu al erg beperkt zijn.

Hoe werkt het systeem van dienstencheques? Want zo’n cheque is in realiteit veel meer waard dan 9 euro.

Hoeveel is een dienstencheque werkelijk waard?

Het zijn de dienstenchequebedrijven die de lonen van de poetshulpen betalen met het geld dat ze via het systeem van de dienstencheques binnenkrijgen. De financiële middelen die de dienstenchequebedrijven ter beschikking hebben, krijgen ze voor een deel via het bedrag dat de klanten voor hun cheques betalen. Maar uiteraard volstaat die 9 euro per cheque niet. De Vlaamse overheid past bij met een subsidie, die de reële prijs van een dienstencheque op 23,02 euro brengt.

©Mediafin

Van dat bedrag moet het dienstenchequebedrijf het brutoloon van zijn werknemers betalen. Maar de werkelijke loonkosten liggen een stuk hoger dan alleen dat brutoloon. De bedrijven die mensen met dienstencheques tewerkstellen, moeten ook werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid, de bedrijfsvoorheffing en het vakantiegeld betalen. Van de 23,02 euro die de dienstenchequebedrijven innen, gaat uiteindelijk 20 tot 20,50 euro naar de loonkosten.

Met de overblijvende 2,50 tot 3 euro moeten de dienstenchequebedrijven de financiële lasten, de afschrijvingen, de vaste kosten, de huur van de kantoren en de fiscus betalen. Wat daarna overblijft, is de marge van het dienstenchequebedrijf.

Hoeveel betaalt de gebruiker echt voor zijn dienstencheque?

Dankzij de fiscale aftrek voor dienstencheques betaalt u in Vlaanderen in werkelijkheid niet eens 9 maar 6,30 euro per dienstencheque. Op de eerste 163 cheques die u bestelt krijgt u een fiscaal voordeel van 30 procent. Dat brengt het maximaal voordeel op 1.470 euro per persoon per jaar.

In het Brussels Gewest is het fiscale voordeel minder groot. Daar krijgt u een fiscale aftrek van 1,35 euro per cheque, waardoor de reële prijs in 7,65 euro bedraagt. Het Waals Gewest valt het duurst uit. Daar krijgt u voor de eerste 150 cheques die u koopt een belastingvermindering van 0,90 euro. Dat brengt de reële kostprijs op 8,10 euro per cheque.

Vanaf volgend jaar moet u echter dieper in de buidel tasten voor dienstencheques. Vlaanderen brengt dan de fiscale aftrek terug tot 20 procent, wat de reële prijs van een dienstencheque op 7,20 euro brengt. Het terugschroeven van het fiscaal voordeel moet de Vlaamse overheid een besparing van 75 miljoen euro opleveren.

‘We hadden gehoopt dat toch een deel van die som naar ons zou terugvloeien om de dienstenchequesector te ondersteunen’, zegt Herwig Muyldermans, de algemeen directeur van Federgon, de werkgeversorganisatie die de bedrijven uit de dienstenchequesector vertegenwoordigt. ‘Maar de kans lijkt klein dat dat zal gebeuren.’

Zijn de extra kosten die sommige dienstenchequebedrijven hun klanten aanrekenen geen verkapte prijsverhoging?

Uit steekproeven blijkt dat meer dan de helft van de dienstenchequebedrijven extra kosten zou aanrekenen. In principe is dus inderdaad sprake van een prijsverhoging.

De manier waarop die extra’s worden aangerekend en de bedragen waar het om gaat, verschillen van bedrijf tot bedrijf. Om enkele voorbeelden te geven: Familiezorg rekent 1,5 euro extra per poetsbeurt aan, Familiehulp stuurt een factuur voor een forfait van 50 euro per jaar en Agilitas vraagt 0,40 euro per dienstencheque extra.

Het extra geld dat in het laatje komt, mag niet worden gebruikt om de lonen van de poetshulpen te verhogen en zo werknemers van de concurrentie af te snoepen. In de regel is de extra aanrekening een ‘omkaderingsvergoeding’. Er mogen alleen dingen zoals administratie, verplaatsingsonkosten en werknemersopleidingen mee worden gefinancierd.

Er bestaat geen plafond voor de extra kosten die de dienstenchequespelers aanrekenen. Maar de bedrijven zullen er wel over waken dat ze zichzelf niet uit de markt prijzen. De kans bestaat echter wel dat bedrijven die nog geen bijkomende kosten aanrekenen dat in de toekomst wel zullen doen om het hoofd boven water te houden.

Waarom staan de dienstenchequebedrijven weigerachtig tegenover een loonsverhoging?

De marges zijn de voorbije jaren uitgehold, aangezien de lonen stegen maar de subsidies van de overheid geen gelijke tred hielden. Om budgettaire redenen besliste de Vlaamse overheid de dienstenchequebedrijven niet volledig te compenseren voor de automatische loonindexeringen. Bij het overschrijden van de spilindex vindt een automatische indexatie plaats, waarbij de lonen en de inruilwaarden van de dienstencheques voor de dienstenchequebedrijven worden aangepast. De lonen worden met 2 procent verhoogd, maar de inruilwaarde van een Vlaamse dienstencheque wordt slechts met 73 procent van die 2 procent - dus met 1,46 procent - verhoogd.

Bijkomende loonsverhogingen leiden zeker tot problemen in de sector.
Herwig Muyldermans
topman Federgon

Naast die automatische indexeringen zijn er om de twee jaar sectorale onderhandelingen waarin loonsverhogingen worden afgesproken. Die loonsverhogingen hebben geen enkel effect op de inruilwaarde van de dienstencheques. Dat wil zeggen dat die loonsverhogingen volledig gedekt moeten worden door de marge die een bedrijf op een dienstencheque heeft.

‘Tot nu toe is de sector gered door de taxshift die in 2015 werd doorgevoerd’, zegt Muyldermans. ‘De lastenverlaging op arbeid was duidelijk voelbaar in de sector. Maar bijkomende loonsverhogingen zullen zeker tot problemen in de sector leiden.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect