Netto Het antwoord op al uw geldvragen

'Ik was de eerste die zijn thesis op gerecycleerd papier afdrukte'

Serge de Gheldere is klimaatambassadeur van Al Gore en koppelt met zijn concultancybedrijf Futureproofed de strijd tegen fossiele brandstoffen aan business, maar beleefde zelf erg spannende tijden in de cokesfabriek van Neder-Over-Heembeek.
©Debby termonia

Wat was uw allereerste vakantiejob?

‘Rond mijn zestiende vertoefde ik met een vriend drie weken op de aardbeienplantage van een Engelse familie. De combinatie van dat werk op het platteland en als tieners in Londen rondlopen was fantastisch. We werden betaald per kilogram, waardoor we flink moesten doorwerken om iets over te houden. Ik herinner me hoe onze jeans doordrenkt was van de aardbeien. Het was repetitief werk, maar soms braken er ook aardbeiengevechten uit. We regelden ons werk vrij autonoom. Slapen deden we in een caravan. Een heel fijne tienerervaring. Voorts deed ik aanvankelijk geen echte jobs in bedrijven - ik verpakte geen ijshorentjes of zo. Ik deed wel klusjes in de buurt: poetsen en verbouwen bij mijn ouders, de buren enzovoort.’

Wat was uw meest memorabele vakantiejob?

‘Dat was toen ik al voor industrieel ingenieur studeerde en drie weken bij Carcoke werkte, in de vroegere cokesfabriek langs het kanaal Brussel-Willebroek. Die job was fascinerend om meerdere redenen. Ik realiseerde me plots dat er een hele laag van de maatschappij bestond waarmee ik voorheen niet in contact kwam: de vuile, harde, echte industrie van cokes, staal en ijzer. We denken nu soms dat we in een diensteneconomie leven met alleen entertainment en coole smartphones, maar die onderste tak bestaat nog steeds. Daar middenin gedropt worden was overweldigend. Door de aard van het werk: zwaar, vervuilend, zeer gedisciplineerd - de plunje, de helm, de veiligheidsschoenen, de instructies... Maar ook de groepsdynamiek maakte indruk, met een ploegbaas en een hechte ploeg doorgewinterde arbeiders van diverse afkomsten, die er hard moesten werken om de eindjes aan elkaar te knopen - sommigen al tientallen jaren. Zij zagen mij dan als een student die een paar weken kwam om zijn luxeaspiraties in te vullen. Ik voelde die enorme spanning en werd soms geïntimideerd, aangepakt, gekleineerd. Ik herinner me hoe een oudere allochtoon me terzijde nam en zei dat ik low profile moest blijven, mijn werk zo goed mogelijk moest doen en me beter niet mengde in de discussies - ik weet nog precies waar dat was. Hij begeleidde me tot ik mijn draai wat had gevonden. Ik kwam uit een geprivilegieerde omgeving van scouts, vrienden, reizen: dat was zeer ontnuchterend.’

‘Ik herinner me ook Steward, een Canadees die dat elke zomer deed om zijn studie filosofie te financieren. Ook dat was een contrast: hij zat daar over filosofie te praten en leerde me Elvis Costello kennen. En af en toe ontsnapten we samen. Als de gemalen steenkool na een paar uur roodgloeiend uit de cokesovenbatterij in een treintje naar buiten kwam en geblust werd, verscheen er een enorme waterdamppluim die je kilometers ver kon zien. Steward en ik gingen dan naar boven op de toren om dat van zeer dichtbij te bekijken. Een irreëel, bijzonder spectaculair zicht! ‘It’s like being God’, zei hij eens.’ (Lacht)

‘Ten slotte staat die vakantiejob voor mij echt symbool voor de huidige transitie van een op fossiele brandstoffen gebaseerde economie naar een die zal moeten steunen op nieuwe energiebronnen. In China gaat er elke week een nieuwe op steenkool aangedreven elektriciteitscentrale open, maar alles wijst erop dat dat tijdperk ten einde loopt. Onze economie is er niet op voorzien, maar we kunnen niet anders. Wanhopig persen we de laatste druppel fossiele brandstof uit de aarde, terwijl het over enkele decennia heel vreemd zal lijken dat we op die manier energie opwekten. Het is opwindend die transitie mee te maken. En ironisch dat ik daar gewerkt heb. Ik was toen weliswaar de eerste die zijn thesis op gerecycleerd papier afdrukte, en ik lette op mijn eigen verbruik en afval, maar toen was dat inzicht, die echte urgentie er ook nog niet bij mij. Hoewel The New York Times de klimaatverandering al op zijn voorpagina zette in... 1955.’

Hoeveel verdiende je?

‘Veel. Ik geloof dat ik na drie weken zowat 1.700 euro had verdiend, destijds het wettelijke studentenplafond. Maar het werd niet voor niets zo goed betaald. Gemalen steenkool geeft fijn stof in het kwadraat: iedereen droeg een masker. En als je bovenop die cokesovenbatterij liep, verbrandden je voeten soms. Je moest daar dan vier dekseltjes openen zodat het treintje de gemalen steenkool kon droppen. Doordat het luchtafzuigsysteem soms haperde en er vlammen naar buiten sloegen, werden er regelmatig arbeiders afgevoerd naar het brandwondencentrum - ik heb toen ook een student gezien die zo’n enorme steekvlam in zijn gezicht kreeg.’

‘Toen ik later in Delft studeerde, bleek het uitzonderlijk dat ik net als de meeste studenten in België mijn studie niet zelf hoefde te betalen. Ik besteedde de centen deels aan mijn passie voor fotografie en aan vakantie met Marie, die nu mijn vrouw is. Zij werkte toen in een wafelkraam en geurde naar wafels als ze thuiskwam, terwijl ik na een halfuur douchen nog zwart was. Maar het grootste deel ging naar mijn spaarboekje. Dat heeft me nadien wel geholpen. Al weet ik niet meer waarvoor.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud