Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Over sparen, lenen en de kostprijs van het leven: geldzaken in de klas

U kent het gevaar van krediet, u laat u niet beïnvloeden om iets aan te schaffen, en u weet perfect wat uw verzekeringen kosten? Voor volwassenen al niet evident, voor jongeren meestal onbekend terrein. De FSMA ontwikkelt samen met leerkrachten materiaal om de financiële kennis op te krikken.
©Dries Luyten

‘Is dit het bedrag? 28,98?’ ‘Moet je bij ‘IBAN-nummer’ ook die BE overschrijven?’ ‘Pff, gelukkig doet mama zulke dingen voor mij…’ ‘Ja maar, je zal het wel ’s zelf moeten kunnen, hoor!’

De leerlingen van het eerste jaar Handel - deeltijds werken, deeltijds leren - in het Leercentrum in Merksem zoeken hun weg in enkele facturen. De laptops tonen de ‘Demobank’ van Wikifin, het onlineplatform waar de marktentoezichthouder FSMA allerlei hulpmiddelen aanbiedt om wegwijs te raken in bankzaken. ‘Dit is echt leuk, je kan alles echt uitproberen’, klinkt het in het klasje. Via de Demobank kunnen de leerlingen oefenen met internetbankieren, alles werkt ‘zoals in het echt’: een bedrag van je zicht- naar je spaarrekening zetten, rekeningen betalen, een domiciliëringsopdracht ingeven,… Daarnet vulden ze nog enkele papieren overschrijvingsformulieren in, straks bekijken ze welke informatie op een rekeninguittreksel staat - ‘wat is er met die 82,50 euro gebeurd?’ ‘Ha, de verzekering betaald.’

Het is even zoeken op de Demobank want de meeste leerlingen hebben hier nog geen ervaring mee. Een zichtrekening hebben ze wel, waarop de vergoedingen komen voor de dagen dat ze werken, maar ze gebruiken vooral de bijbehorende bankkaart om in winkels te betalen of geld af te halen. Termen als ‘begunstigde’ of ‘gestructureerde mededeling’ behoren niet bepaald tot het dagelijks taalgebruik van jongeren.

Uitproberen

‘Ik zat hier echt op te wachten’, vertelt leerkracht Mattia D’Angello. ‘Het zegt zoveel meer en het blijft beter hangen als ze zelf dingen kunnen uitproberen, dan als ik dat enkel met wat screenshots kan tonen.’ ‘En de leerlingen vinden dit altijd interessant’, valt haar collega Annemie Van Moer bij. ‘Nuttiger voor later kan je het haast niet maken, dit hebben ze allemaal nodig, of ze nu verkoopster, bouwvakker of automechanicien worden. Dit zijn ook de jongeren die er geen graten in zien om een televisie op afbetaling te kopen of te lenen voor een vakantie.’

D’Angello haalt er een overzicht van haar lesopdracht bij: de leerlingen een en ander leren over bankieren, verantwoord consumentengedrag, budgetbeheer,… allemaal stof voor het vak Project Algemene Vorming. PAV omvat in het beroepsonderwijs zowat alles wat buiten de praktijklessen voor het gekozen beroep valt, alles wat de leerlingen probeert klaar te stomen om in het echte leven hun weg te vinden, van rekenvaardigheid over Engels tot de werking van de democratie en ‘rijbewijs op school’. Leerkrachten PAV hebben dus permanent hun ogen en oren open voor lesmateriaal dat bruikbaar is voor hun leerlingen en nauw aansluit bij hun leefwereld. Ze juichen dan ook het initiatief toe van de FSMA om nieuw materiaal te ontwikkelen.

Er is lesmateriaal ‘in aanbouw’ over vijf thema’s: betaalmiddelen, budgetbeheer, lenen, sparen & beleggen, verantwoord consumeren. Thema’s die geen voorbeeld zijn van ‘nog maar iets wat de scholen op zich moeten nemen’ maar passen in het leerplan en de vakoverschrijdende eindtermen. De leerkrachten zijn tevreden dat ze nauw bij de ontwikkeling daarvan betrokken worden. Van andere goedbedoelde initiatieven ontvangen ze soms lespakketten waar veel werk in is gestopt, maar die niet goed aansluiten bij de leefwereld en de voorkennis van de leerlingen, of werkvormen benutten die niet aanslaan. Bij de FSMA had men dan ook de luxe uit de vele kandidaten een mooi gevarieerde deelnemersgroep te kunnen selecteren, uit verschillende types scholen (groot of klein, al dan niet multicultureel, studierichtingen). 40 leerkrachten uit 15 scholen werken mee.

‘Mede op basis van een enquête is aan Nederlandstalige kant besloten te beginnen voor het BSO’, vertellen Danièle Vander Espt, adjunct-directeur financiële vorming van de FSMA, en Els Lagrou, projectcoördinator. ‘Die leerlingen staan straks het snelst in het echte leven. Maar het is zeker de bedoeling dat het algemeen secundair onderwijs (ASO) ook nog aan de beurt komt.’

Niet voorkauwen

Volledig uitgewerkte lessen die haast van minuut tot minuut vastleggen wat de leerkracht moet zeggen en wat de leerlingen doen, daar zitten deze leerkrachten niet op te wachten. ‘Onze groepen zijn erg divers, de richtingen gevarieerd. In de richting verzorging pak je het thema ‘welke kosten komen kijken bij de aankoop van een auto’ anders aan dan bij automechaniciens in spe. Een ervaringsgericht spel kan leuk en leerzaam zijn, maar daar begin je niet aan als je een grote, onrustige groep voor je hebt’, luidt het. ‘De grote vrijheid om in te spelen op de interesses en de groepsdynamiek is net een van de redenen om het vak Persoonlijke Algemene Vorming te geven’, zegt een andere leerkracht, ‘wij houden niet van voorgekauwd lesmateriaal.’

Het doel is dan ook een onlineplatform waar leerkrachten bundels met materiaal en oefeningen kunnen vinden, die ze dan kunnen combineren tot lessen of kunnen inschuiven in hun lessen.

Voor een deel van het materiaal zal het nog even uittesten en feedback verwerken zijn. Hoe technischer de materie, hoe moeilijker het is om de juiste toon te vatten. Het is zoeken naar de balans tussen de noodzakelijke informatie aanbieden en de aandacht van de leerlingen te behouden, naar de grens tussen voldoende en te veel. Onder meer het thema beleggen moet nog behapbaarder en boeiender. ‘Ik heb me opgegeven om daaraan mee te werken’, vertelt Annemie Van Moer half lachend, half zuchtend, nadat ze de leerlingen heeft bezig gezien met facturen en overschrijvingen, ‘ik ga nog eens hard moeten nadenken!’

Nogal wat jongeren kijken voor hun 25ste al aan tegen een schuldachterstand. Meer dan 10 procent van de consumenten met een betalingsachterstand voor kredieten zit in die leeftijdscategorie, blijkt uit de cijfers van de Centrale voor kredieten aan particulieren.

Uit onderzoek van het Centrum voor budgetadvies en -onderzoek, een goed jaar geleden, bleek dat 12 procent van de jongeren financieel risicogedrag vertoont. Dat wil zeggen: minstens drie risicogedragingen stelt zoals bedragen boven 50 euro lenen van vrienden of ouders, spelen voor geld, onbedoeld te veel geld uitgeven door te betalen via sms of bij onlineshoppen. Zowat 10 procent van de jongeren had op het moment van de bevraging informele schulden bij vrienden of familie.

Ook bleek dat de jongeren een te rooskleurig beeld hebben van hun financiële vaardigheden: slechts 8 procent meent niet goed om te kunnen gaan met geld. Ze gaven aan meer vaardigheden te willen leren voor budgetteren, sparen, rondkomen en omgaan met reclame en verleidingen.

Financiële opvoeding staat sinds 2010 in de vakoverschrijdende eindtermen van het secundair onderwijs. De toegenomen aandacht voor het versterken van financiële kennis en vaardigheden via het onderwijs leidde er mee toe dat de Vlaamse jongeren in internationaal onderzoek (het Pisa-onderzoek) daarnaar relatief goed scoorden. Tegelijk bleek dat onder meer jongeren die minder sterk zijn in informatieverwerking en wiskundige bewerkingen ook een pak minder scoren in financiële geletterdheid. En dat kinderen van ongeschoolde ouders achterop hinken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud