Tien zaken die u moet weten over de nieuwe kinderbijslag

©Filip Ysenbaert

Vanaf Nieuwjaar maakt de kinderbijslag plaats voor het Groeipakket. De grootste verandering is er voor wie volgend jaar een baby krijgt. Wie al kinderen heeft, krijgt mogelijk meer bijslag. De tien belangrijkste nieuwigheden op een rij.

Op 8 februari 2019 krijgt u voor het eerst de Vlaamse variant van de kinderbijslag op uw rekening gestort. Het Groeipakket, dat de federale kinderbijslag vervangt, geldt voor wie in Vlaanderen woont: ongeveer 1,6 miljoen kinderen in zo’n 900.000 gezinnen. Maar geen paniek, iedereen die al kinderbijslag ontvangt, krijgt minimaal hetzelfde bedrag.

‘Minimaal’ omdat ook voor wie al kinderen heeft de nieuwe toeslagen van het Groeipakket gelden. Wier kinderen naar een Nederlandstalige crèche of kleuterschool gaan, kan na Nieuwjaar een toeslag ontvangen. Voortaan zullen ook werkende ouders met een laag inkomen een sociale toeslag kunnen krijgen. Wat betekent het Groeipakket voor ouders van vandaag en morgen?

1. Zelfde kinderbijslag voor alle baby’s geboren vanaf 2019

Voor wie volgend jaar mama of papa wordt, geldt het adagium ‘elk kind is gelijk’. Het basisbedrag van de kinderbijslag hangt niet meer af van het aantal kinderen in het gezin en hun leeftijd. Bij een geboorte of adoptie wordt een startbedrag (het vroegere kraamgeld) van 1.122 euro betaald. Dat kunt u vanaf vier maanden voor de geschatte geboortedatum aanvragen. Ten vroegste twee maanden voor de geboortedatum wordt het uitbetaald, als u een doktersattest met de vermoedelijke geboortedatum voorlegt. Bij een adoptie wordt het startbedrag betaald zodra het kind deel uitmaakt van uw gezin. Het maandelijkse basisbedrag bedraagt voor alle kinderen geboren vanaf Nieuwjaar 163,20 euro.

Hebt u al kinderen en komt er na Nieuwjaar een baby bij? Voor uw jongste spruit krijgt u het nieuwe, vaste bedrag, voor uw oudere kinderen blijft u dezelfde bedragen als vandaag ontvangen (zie punt 2). Boven op die basisbedragen kunnen nog toeslagen komen (zie verder).

2. Kinderen geboren voor 2019 behouden bestaande bedrag

Hebt u al kinderen of bevalt u voor Nieuwjaar? Dan ontvangt u de kinderbijslag onder het huidige regime en dat zolang uw kinderen er recht op hebben. De geboortepremie voor een eerste kind bedraagt 1.272,52 euro, die voor een tweede of een volgend kind 957,42 euro.

De maandelijkse kinderbijslag voor een eerste kind is 93,93 euro, voor een tweede 173,80 euro en voor alle volgende 259,49 euro. Op de leeftijd van 6, 12 en 18 jaar is er een leeftijdstoeslag. Het Groeipakket voorziet vanaf 1 januari in extra toeslagen om gezinnen nog meer te ondersteunen. Ook gezinnen met kinderen geboren voor 1 januari 2019 kunnen er recht op hebben.

3. Alle kinderen krijgen in augustus zelfde schoolbonus

Boven op de normale kinderbijslag van juli komt een schoolbonus om de kosten van het nieuwe schooljaar op te vangen. Vanaf volgend jaar krijgen alle kinderen - dus ook die geboren voor 2019 - eenzelfde schoolbonus. De bedragen stijgen met de leeftijd van het kind:

• 0 tot 4 jaar: 20,40 euro

• 5 tot 11 jaar: 35,70 euro

• 12 tot 17 jaar: 51 euro

• 18 tot 24 jaar: 61,20 euro

De schoolbonus vervangt de schoolpremie. De bedragen van die premie lagen voor kinderen vanaf 5 jaar wat hoger. De hoogste bedragen waren er voor de oudste leeftijdscategorie: 81,60 euro voor kinderen zonder sociale toeslag en tot 112,62 euro voor kinderen met toeslag.

4. Meer ouders krijgen sociale toeslag

De sociale toeslag is een extra ondersteuning voor minder kapitaalkrachtige gezinnen. Vanaf 2019 krijgen meer gezinnen een sociale toeslag, omdat voortaan ook werkende ouders in aanmerking komen. De toeslag is er voor alle gezinnen met een jaarinkomen van minder dan 30.984 euro. De nieuwe grens geldt ook voor eenoudergezinnen, voor wie vandaag een lagere inkomensgrens geldt. Het gaat om het bruto belastbaar gezinsinkomen op het aanslagbiljet dat u van de fiscus krijgt of uw inkomen van twee jaar geleden. Zijn een of twee kinderen geboren na 1 januari 2019, dan krijgt een rechthebbende een sociale toeslag van 51 euro per kind per maand. Bij drie of meer kinderen wordt dat 81,60 euro.

De nieuwe participatietoeslag gaat naar alle ouders die hun kind naar een Nederlandstalige opvang of school sturen.

Er is ook een inkomenscategorie tussen 30.984 en 61.200 euro voor gezinnen met drie kinderen in het nieuwe systeem en voor gezinnen met zowel kinderen geboren voor 2019 als nakomelingen van na dat jaar. Gezinnen met twee kinderen waar na Nieuwjaar een derde of vierde kindje bijkomt, hebben recht op een sociale toeslag van 61,20 euro per kind per maand. Let wel, voor kinderen geboren voor 2019 wijzigen alleen de voorwaarden voor een sociale toeslag. Het bedrag blijft gebaseerd op de oude kinderbijslagregels. Die verschillen afhankelijk van het aantal kinderen en de specifieke situatie van de ouder (bijvoorbeeld bij langdurige ziekte of eenoudergezinnen).

5. Nieuwe toeslag voor kinderen in Nederlandstalige crèche of school

De participatietoeslagen zijn nieuw en gaan naar alle ouders die hun kind naar een Nederlandstalige opvang of school sturen. Daardoor krijgen ouders die in Brussel of het Waals Gewest gedomicilieerd zijn en die hun kind naar een Nederlandstalige crèche of school sturen de kinderbijslag uit hun eigen gewest én Vlaamse participatietoeslagen.

De kinderopvangtoeslag bedraagt 3,23 euro per kind per opvangdag, als de ouders niet betalen op basis van hun inkomen. Een halve dag opvang geeft recht op de helft van dat bedrag. U krijgt de toeslag maandelijks betaald op de 20ste zolang uw kind niet naar de kleuterschool gaat. Kleuters van drie jaar die naar school gaan en kleuters van vier die blijven gaan en voldoende aanwezig zijn, krijgen twee jaar op een rij een kleutertoeslag van 132,60 euro. Die wordt jaarlijks uitbetaald.

Wallonië en Brussel wachten nog tot 2020
WalloniË en Brussel wachten nog tot 2020

In Wallonië wordt de kinderbijslag vanaf Nieuwjaar hervormd, zij het beperkt. De sociale toeslagen zullen alleen van het inkomen afhangen, 18-jarigen behouden de kinderbijslag automatisch tot hun 21ste - tenzij ze gaan werken - en de wezentoeslag blijft behouden als de overlevende ouder weer gaat samenwonen. Pas vanaf 2020 wordt een vast basisbedrag van 155 euro per kind (165 euro voor meerderjarigen) ingevoerd. Het kraamgeld zal 1.100 euro bedragen en de jaarlijkse schooltoeslag zal variëren van 20 tot 80 euro.

Brussel behoudt in 2019 het huidige federale systeem en stapt pas in 2020 over naar een nieuw regime met een vast basisbedrag van 150 euro, met mogelijke toeslagen op 12 en 18 jaar. De geboortepremie zal 1.100 euro voor het eerste kind bedragen en 500 euro vanaf het tweede. De schooltoeslag schommelt tussen 20 en 80 euro.

Vanaf het schooljaar 2019-2020 worden de schooltoelages - ook studiebeurzen genoemd - voor het kleuter-, lager en secundair onderwijs geïntegreerd in het Groeipakket. De uitbetalers van het Groeipakket, en niet langer het Vlaams ministerie van Onderwijs, zullen de tegemoetkoming voor de schoolkosten betalen. De toelages worden automatisch toegekend. Voor de studietoelagen voor het hoger onderwijs blijft alles bij het oude.

6. Zorgtoeslag blijft bestaan

De zorgtoeslagen ondersteunen (half)wezen, pleegkinderen en kinderen met een specifieke zorgnood. De wezentoeslag verschilt naargelang een kind voor of na Nieuwjaar een ouder verliest. Wie na 1 januari 2019 een ouder verliest, krijgt boven op het basisbedrag een maandelijkse toeslag van 81,60 euro. Bij het verlies van beide ouders is dat het dubbele of 163,30 euro. Nieuw is dat die toeslag niet meer wegvalt als de overlevende ouder weer gaat samenwonen. Ook een combinatie met een sociale toeslag is mogelijk. Als een kind een of beide ouders voor 2019 verliest, geldt een verhoogde wezentoeslag van 360,83 euro. Die blijft ook na Nieuwjaar in voege, maar gaat verloren als de overlevende ouder opnieuw gaat samenwonen.

Als een kind vanaf 2019 in een pleeggezin wordt geplaatst, wordt - net als in het verleden - een maandelijkse pleegzorgtoeslag van 63,03 euro toegekend. Ook voor kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften zoals een handicap, een chronische ziekte of aandoening blijft de bestaande regeling behouden. In het huidige kinderbijslagsysteem heet dat nog de verhoogde kinderbijslag. Het bedrag hangt af van de ernst van de aandoening en varieert van 82,37 tot 549,12 euro.

7. Eenvoudigere regels voor studenten die bijverdienen

Studenten van minstens 18 jaar moesten tot nu waakzaam zijn als ze wat bijverdienden. Alleen in de zomervakantie en op voorwaarde dat ze verder studeerden, mochten ze onbeperkt werken. In de andere kwartalen lag de limiet op 240 uur. Wie te veel werkte, verloor de kinderbijslag voor het hele kwartaal.

Vanaf januari 2019 wordt nooit rekening gehouden met de 475 uur die een jongere mag werken met een studentenovereenkomst of als student-zelfstandige. Met een gewoon contract mag de student maximaal 80 uur per maand werken. Presteert hij in een maand meer uren, dan valt de kinderbijslag voor die maand weg. Ook jongeren die zich vestigen als zelfstandige in hoofdberoep verliezen hun Groeipakket.

8. Duidelijke regels voor co-ouders

Zijn hun kinderen geboren voor 2019, dan veranderen de regels voor co-ouders niet als de opvoedingssituatie hetzelfde blijft. Hebt u kinderen geboren vanaf 2019 of wijzigt de opvoedingssituatie van kinderen geboren voor 2019? U en uw ex-partner beslissen samen op welke rekening de basisbedragen van het Groeipakket worden gestort. Raken jullie er niet uit, dan beslist de jongste ouder.

Om na te gaan of iemand het recht op de sociale toeslag heeft, zal de overheid bij een gelijk verdeelde huisvesting de inkomenssituatie in elk (nieuw) gezin apart bekijken. Als u aan de voorwaarden voldoet, ontvangt u de helft van de sociale toeslag. Is de huisvesting niet gelijk verdeeld, dan kan alleen het gezin waar het kind het meest verblijft recht hebben op een sociale toeslag.

9. Vrije keuze van kinderbijslagfonds

Tot nu betaalt het kinderbijslagfonds waarbij de werkgever van de vader is aangesloten meestal de bijslag. Maar in 2019 wordt de band tussen de werkgever en het Groeipakket doorgeknipt. Wie in 2019 een baby krijgt, zal rechtstreeks een Vlaamse uitbetaler naar keuze kunnen contacteren. Vanaf 1 januari 2020 kunnen alle ouders vrij overstappen. De aansluiting is altijd voor minimaal één jaar.

De publieke uitbetaler FONS of een van de vier Vlaamse private uitbetalers zal instaan voor de uitbetaling van het Groeipakket vanaf januari 2019 - met betaling op 8 februari. Het gaat om Kidslife Vlaanderen (ADMB, Group S, Horizon Het Gezin), MyFamily (Xerius), Parentia Vlaanderen (Partena, Attentia, Future Generations/Mensura) en Infino Vlaanderen (Securex, Acerta). Het dossier van ouders die al kinderbijslag ontvangen, wordt automatisch overgezet naar een van de vijf Vlaamse uitbetalers.

Het bedrag van het Groeipakket voor een bepaald gezin zal bij elke uitbetaler hetzelfde zijn. De uitbetalers kunnen zich wel onderscheiden door hun dienstverlening, zoals de kwaliteit van hun informatie, de snelheid waarmee ze vragen beantwoorden en de bereikbaarheid van hun kantoren.

10. Zieke jongeren en schoolverlaters behouden kinderbijslag

Kinderen hebben een onvoorwaardelijk recht op kinderbijslag tot en met de maand waarin ze 18 jaar worden. Maar het kan ook langer. Voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte is dat 21 jaar. Ook jongeren tussen 18 en 25 jaar krijgen de bijslag zolang ze studeren. Voortaan zullen ook jongeren die door een ziekte geen of een onvolledig studieprogramma kunnen volgen nog kinderbijslag krijgen. Schoolverlaters kunnen nog twaalf maanden recht hebben op een Groeipakket, als ze niet te veel werken. De voorwaarde ingeschreven te zijn bij de arbeidsbemiddelaar VDAB valt weg.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content