Voor het eerst krijgt u zicht op wat belegging echt kost

©Photo News

Hoeveel kosten betaalt u voor uw pensioenspaarfonds en het aandeel dat u in portefeuille hebt? De komende weken zal uw bankier u voor het eerst een gedetailleerd antwoord op die vraag sturen.

Wie op zoek is naar wat extra rendement op zijn spaargeld en een beleggingsproduct overweegt, moet eerst door een administratieve molen bij zijn bankier gaan. Die mag geen financieel product meer verkopen zonder dat hij uw risicoprofiel kent en weet hoeveel kennis en ervaring u hebt op de financiële markten. Past nadat u een uitgebreide vragenlijst hebt ingevuld, kunt u een beleggingsproduct kopen, dat bovendien in lijn moet liggen met uw risicoprofiel.

Die procedure is maar een van de vele verplichtingen waaraan bankiers en makelaars zich moeten houden sinds de invoering van de Europese richtlijn ‘Markets in Financial Instruments Directive’ (MiFID) in 2007. Die richtlijn is bedoeld om beleggers beter te beschermen en bevat ook voorschriften over de informatieverstrekking en de rapportering aan klanten.

Op 3 januari 2018 werd een verscherpte versie van de richtlijn van kracht onder de naam MiFID II. De gevolgen zijn onder meer strengere regels voor de verkoop van complexe producten, striktere procedures om de juiste producten bij het gepaste doelpubliek te krijgen én een grotere transparantie over de kosten.

Ook voor niet-actieve belegger

Die laatste verplichting wordt tijdens de eerste maanden van 2019 uitgerold. Bankiers en makelaars zullen dan een gedetailleerd kostenoverzicht opsturen van de beleggingen die cliënten tijdens het kalenderjaar 2018 in portefeuille hadden. Dat overzicht wordt voortaan jaarlijks verstuurd.

U hoeft geen actieve belegger te zijn om zo’n overzicht te ontvangen. ‘Het kostenrapport wordt opgemaakt zodra de klant minstens één MiFID-beleggingsproduct bezat in de loop van vorig kalenderjaar’, zegt KBC. Onder MiFID-producten vallen onder meer aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, gestructureerde producten en derivaten.

Het maakt ook niet uit welke dienst de klant bij de bank afneemt. Het kostenrapport belandt in de bus bij zowel een cliënt die van zijn bank beleggingsadvies krijgt, als een klant die zijn bank of makelaar alleen orders doorgeeft (execution only). Ook de grootte van het belegde vermogen speelt geen rol: er wordt geen onderscheid gemaakt tussen retailcliënten en privatebankingklanten.

Type kosten

De banken en makelaars moeten de gerapporteerde kosten opsplitsen naargelang het type. Ten eerste zijn er de kosten verbonden aan de dienstverlening. Het gaat dan over de kosten voor beleggingsadvies (recurrente servicevergoeding). Ook instap- en uitstapkosten moeten volgens de wetgeving worden ondergebracht bij transactiekosten verbonden aan de beleggingsdienst.

Verder moeten banken distributievergoedingen als aparte kosten rapporteren. Het gaat dan om de retrocessies of ‘inducements’. Dat zijn vergoedingen die uw bank of makelaar van de ‘producent’ van een product ontvangt, omdat de bankier dat product aan u heeft verkocht en tijdens de looptijd de vereiste informatie en ondersteuning heeft gegeven.

Een product waarbij vaak sprake van retrocessies is, is een beleggingsfonds. Een deel van de beheerskosten die de fondsen aanrekenen, vloeit niet naar de beheerder, maar naar de verkoper van het fonds. Omdat de belegger zich van die kostentransfer niet bewust is, zijn bankiers en makelaars voortaan verplicht de retrocessies apart en op een transparante manier in het kostenoverzicht te vermelden.

Behalve de kosten verbonden aan de dienstverlening moeten banken de kosten verbonden aan het beleggingsproduct in kaart brengen. Denk aan de beheerskosten die ten goede komen aan de beheerder of de administrator van een beleggingsfonds.

©Filip Ysenbaert

Absolute bedragen

Belangrijk om weten is dat banken en makelaars niet verplicht zijn al die kosten per product weer te geven. Ze mogen de kosten per type optellen voor alle beleggingsproducten in uw portefeuille. Als u meer details wilt, kunt u wel een verdere opsplitsing tussen bijvoorbeeld eenmalige en jaarlijks terugkerende vergoedingen vragen.

De manier waarop de kosten worden weergegeven, is duidelijk bepaald. Vooreerst moeten ze als percentage van het belegde vermogen worden uitgedrukt. Het belegde vermogen is in dat geval het gemiddelde belegde bedrag tijdens het betrokken kalenderjaar. Daarnaast moeten de kosten in absolute bedragen worden uitgedrukt. U zult dus meteen kunnen zien hoeveel euro u hebt betaald voor uw beleggingen. Verder moet het overzicht aangeven wat de impact van de kosten op het rendement was.

Niet vergelijkbaar

Hoewel de algemene principes van de rapportering duidelijk zijn, zal het kostenoverzicht er toch anders uitzien naargelang de bank. Dat komt omdat bepaalde punten in de wet ruimte voor interpretatie laten. Dat is zo voor de weergave van de impact van de kosten op het rendement. ‘De weergave kan volgens de Europese toezichthouder ESMA op verschillende manieren, zolang er een beschrijving bij zit zodat de klant alles begrijpt. Het is dus niet uitgesloten dat banken de impact op het rendement anders illustreren’, zegt Isabelle Marchand van de bankenfederatie Febelfin.

Een tweede verschil betreft het type producten dat in het overzicht wordt opgenomen. Zoals aangegeven gaat het minstens om MiFID-producten, maar sommige banken gaan verder. Argenta zal ook tak21- en tak23-verzekeringsproducten in het kostenoverzicht opnemen. ‘Het is niet verplicht de rapportering uit te breiden met niet-MiFID-producten, maar het is ook niet verboden extra informatie te geven. Als een bank dus een ruimer rapport wil opstellen, dan kan dat’, stelt Febelfin.

Een ander verschilpunt is de rapportering van de taksen. ‘Er bestaat nog discussie op Europees niveau over welke taksen onder de verplicht te rapporteren kosten vallen’, zegt Belfius. ‘Vast staat dat transactietaksen, bijvoorbeeld de beurstaks, moeten worden gemeld. Die taks is expliciet vermeld in de MiFID II-reglementering.’ Het gros van de banken neemt wellicht alle taksen op, met als uitzondering de effectentaks. ‘We informeren klanten uiteraard wel over het bestaan van de effectentaks en sturen een afzonderlijke communicatie als die taks van toepassing is’, zegt Belfius.

Voorts zullen niet alle banken hun kostenoverzichten op hetzelfde tijdstip versturen. ING plant de verzending in de tweede helft van januari. BNP Paribas Fortis en Argenta doen dat wellicht in maart, terwijl KBC en Belfius het overzicht in april zullen opsturen.

Testjaar

Duidelijk is dat het eerste jaar als een testjaar wordt beschouwd. ‘De verwachting is dat de Europese beurswaakhond ESMA in de loop van 2019 nieuwe vragen en antwoorden aflevert met interpretaties en richtlijnen die een antwoord moeten bieden op de onduidelijkheden. Het doel is de vergelijkbaarheid te vergroten’, zegt Belfius. De kans is dus reëel dat financiële instellingen hun systemen moeten bijsturen voor de toekomstige jaarlijkse kostenoverzichten.

Wie klant bij meerdere banken is en daardoor verschillende kostenoverzichten ontvangt, hoedt zich dus het best voor snelle conclusies. Kostenverschillen kunnen niet alleen een gevolg zijn van een verschillende invulling van de portefeuilles, ze kunnen ook te maken hebben met een verschil in interpretatie en opmaak van het kostenoverzicht.

Niet te verwarren met kostenoverzicht zichtrekening

Het kostenoverzicht van beleggingsproducten mag niet worden verward met het rapport over de zicht- en spaarrekeningen dat iedereen bij het begin van het jaar krijgt. ‘Jaarlijks krijgen klanten een samenvatting van alle kosten van hun zicht- en spaarrekeningen van het afgelopen jaar. Dat overzicht stellen we ter beschikking via de rekeninguittreksels’, zegt BNP Paribas Fortis. Het overzicht wordt, conform de wet, ten laatste eind februari gecommuniceerd.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect