Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Wat verandert op 1 september?

Op 1 september zwaaien voor ruim 1,1 miljoen Vlaamse leerlingen de schoolpoorten open. De schoolrekening voor de kleuter- en lagere school zal dit jaar hoger uitvallen. Maar er zijn nog een hele reeks andere veranderingen die u treffen in uw portemonnee.
©vanin

Btw op elektriciteit stijgt van 6 naar 21 procent elektriciteit

De btw op elektriciteit van 6 naar 21 procent. De vorige regering verlaagde het tarief tijdelijk van 21 naar 6 procent. Dat was een kunstgreep om de index onder controle te houden. De regering-Michel draaide die beslissing terug. Voor een doorsneegezin (1.600 kWh per jaar overdag en 1.900 kWh per jaar 's nachts en in het weekend) betekent die btw-verhoging een meerprijs van zo'n 100 euro per jaar. De federale regering besliste om die btw-verhoging mee op te nemen in de index.

Hogere maximum- factuur voor kleuter- en lagere school onderwijs

De schoolkosten voor de kleuter- en lagere school zijn in Vlaanderen begrensd. Alle materialen en activiteiten die strikt noodzakelijk zijn om de eindtermen en ontwikkelingsdoelstellingen te halen, moeten gratis ter beschikking gesteld worden. Voor enkele activiteiten - die niet noodzakelijk zijn voor de ontwikkelingsdoelen en eindtermen - mag de school u wel kosten aanrekenen. Die uitgaven zijn begrensd door de zogenaamde scherpe maximumfactuur per schooljaar. En die gaat vanaf schooljaar 2015-2016 omhoog.

Voortaan geldt voor alle kleuters één maximumbedrag: 45 euro. Tot vorig schooljaar hing dat nog af van de leeftijd. Voor leerlingen in het lager onderwijs was er al langer een vast maximumbedrag. Dat stijgt van 70 euro per leerjaar tijdens het vorige schooljaar naar 85 euro dit schooljaar. Die scherpe maximumfactuur bevat enerzijds de schooluitstappen van één dag en anderzijds het materiaal dat kinderen verplicht via school moeten aankopen.

Vanaf dit schooljaar is een doktersbriefje niet langer verplicht voor een afwezigheid in de week voor of na een vakantie.

Inschakelingsuitkering stijgt, maar voorwaarden worden strenger

De inschakelingsuitkering is een specifieke uitkering voor jongeren die nog niet (voldoende) gewerkt hebben om aanspraak te maken op een volwaardige werkloosheidsuitkering. Ze wordt betaald nadat de jongere een wachtperiode - de zogenaamde beroepsinschakelingstijd - van 12 maanden heeft doorlopen.

Vanaf 1 september verstrengen de diplomavoorwaarden voor wie op het ogenblik van zijn aanvraag voor een uitkering jonger is dan 21 jaar. Mogelijke diploma's die in het Vlaamse Gewest kunnen voorgelegd worden zijn een diploma secundair onderwijs, een getuigschrift van het beroeps- en buitengewoon onderwijs, een certificaat uit het volwassenenonderwijs, een getuigschrift van de leertijd of een attest bedrijfsbeheer. Jongeren zonder diploma krijgen niet langer een inschakelingsvergoeding.

Op 1 september stijgen ook de bedragen van de inschakelingsuitkering. Dat is een gevolg van de toepassing van de welvaartsenveloppe, het budget dat de regering ter beschikking stelt om onder andere de laagste uitkeringen te verhogen. Het bedrag van de inschakelingsuitkering hangt af van uw leeftijd en uw gezinssituatie. De nieuwe bedragen zijn voor een alleenwonenden jonger dan 18 jaar 12,32 euro per dag, van 18 tot 20 jaar 19,37 euro per dag en vanaf 21 jaar 32,09 euro per dag. Samenwonenden jonger dan 18 jaar ontvangen 10,46 euro per dag, de oudere 16,69 euro per dag. Samenwonenden met gezinslast krijgen 43,37 euro per dag.

Senioren moeten betalen voor bus of tram openbaar vervoer

Vanaf 1 september reizen senioren niet langer gratis met de bus of de tram van De Lijn. De senioren kunnen kiezen om een 65+-jaarabonnement te kopen of te betalen per rit. Een jaarabonnement voor senioren kost 50 euro. Met een rittenkaart betalen ze 1,40 euro per rit, met een sms-ticket 1,80 euro + 0,15 euro communicatiekosten en met een biljet 3 euro. Het abonnement blijft gratis voor senioren die een tegemoetkoming voor personen met een handicap (een inkomensvervangende of een integratietegemoetkoming of een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden) krijgen.

Hogere boetes voor zwartrijders bij De Lijn openbaar vervoer

Om zwartrijden te ontmoedigen trekt De Lijn de boetetarieven op. Zwartrijden of ongepast gedrag kost vanaf 1 september 107 euro bij de eerste inbreuk, tegenover 75 euro tot nu toe. Bij een tweede betrapping binnen twaalf maanden zult u 294 euro moeten neertellen, tegenover 200 euro nu. De derde en alle volgende boetes binnen het jaar bedragen 400 euro. Aan fraude met vervoerbewijzen en gevaarlijk gedrag hangt voortaan een prijskaartje van 250 euro, tegenover de huidige 150 euro.

De nieuwe boetetarieven zijn afgestemd op de huidige tarieven van De Lijn. Een eerste boete komt overeen met de prijs van een Omnipas (een abonnement 25-64 jaar) voor drie maanden, de tweede met een jaarabonnement.

Abonnees die meermaals hun abonnement niet kunnen tonen bij een controle of hun abonnement op de MOBIB-chipkaart niet registreren, zullen daarvoor een kleinere administratieve vergoeding moeten betalen. De eerste vergetelheid binnen twaalf maanden wordt niet aangerekend. De tweede keer gaat het om 20 euro, de derde en volgende keren om 50 euro. Abonnees betalen nu 75 euro vanaf de derde keer dat ze hun abonnement niet op zak hebben.

Laatste papieren maaltijdcheques

Werkgevers kunnen hun werknemers nog tot 30 september voor de allerlaatste keer papieren maaltijdcheques overhandigen. Vanaf 1 oktober kunnen de ondernemingen alleen nog elektronische maaltijdcheques toekennen.

Een en ander vloeit voort uit een beslissing van de regering Di-Rupo, na een positief advies van de Nationale Arbeidsraad. De bedoeling is de administratieve lasten weg te werken. Werkgevers moeten de cheques niet langer verdelen en controleren, wat leidt tot minder fouten of verlies.

De papieren cheques die in september worden overhandigd, zijn nog drie maanden geldig. Overigens kunnen alle papieren maaltijdcheques die dit jaar werden uitgegeven nog tot 31 december 2015 als betaalmiddel worden aangewend. Maaltijdcheques zijn onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing. Om die vrijstelling te behouden, moet de werkgever de papieren cheques uiterlijk eind september vervangen door de elektronische versie.

Hoger pensioen voor zelfstandigen

Vanaf 1 september krijgen zelfstandigen met een volledige loopbaan een hoger minimumpensioen. De bedragen stijgen met 2 procent. Voor een rustpensioen in een gezinssituatie is het nieuwe bedrag 17.181,61 euro per jaar. Voor een rustpensioen van een alleenstaande 13.108,32 euro per jaar. Voor een overlevingspensioen is dat 13.073,68 euro per jaar.

Geen wekelijkse verlenging van treinabonnementen

De NMBS schrapt vanaf 1 september de wekelijkse verlenging van abonnementen. Als alternatief kunt u een Key card voor korte ritten, de Go Pass voor jongeren, een rail pass (10 ritten) of een halftijds abonnement gebruiken. Dat laatste is bedoeld voor wie twee of drie keer per week hetzelfde traject gebruikt.

Ook de terugbetalingsregels voor biljetten, 10-ritten- en treinkaarten wijzigen. Een jaarabonnement wordt nog tot de zevende maand terugbetaald, vanaf de achtste maand is dat onmogelijk. De administratiekosten voor een terugbetaling verdubbelen naar 10 euro. Een volledig ongebruikt heen-en-terugbiljet is terugbetaalbaar binnen het uur na de afgifte mits de afhouding van de administratiekosten.

Hogere tegemoetkoming voor personen met een handicap

De inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap wordt met 2 procent verhoogd. Dat is een gevolg van de toepassing van de welvaartsenveloppe, het budget dat de regering ter beschikking stelt om de pensioenen en de laagste uitkeringen te verhogen. Het nieuwe maximale jaarbedrag voor wie samenwoont met familieleden stijgt naar 6.673,04 euro. Wie alleen woont of in een voorziening verblijft, ontvangt 10.009,56 euro. Wie samenwoont met een partner of een kind ten laste, krijgt tot 13.346,08 euro.

Condenserende ketels verplicht

Op 26 september wordt de Euro-pese Ecodesignrichtlijn van kracht. Het vereiste minimumrendement van nieuwe verwarmingstoestellen wordt beduidend opgetrokken, wat het energieverbruik doet dalen. In de praktijk zullen bijna uitsluitend nog condenserende aardgas- en stookolieketels kunnen worden geplaatst. Nieuwe verwarmingstoestellen krijgen een energielabel - gaande van A tot G - te vergelijken met de labels voor koelkasten of wasmachines. De strengere regels gelden alleen voor de verkoop van nieuwe verwarmingsinstallaties. De bestaande toestellen mogen in gebruik blijven.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud