Wat zijn de gevolgen van de negatieve rente voor uw portemonnee?

©Hollandse Hoogte / Peter Hilz

Nu de tienjaarsrente onder nul is gezakt, voegde België zich gisteren voor het eerst bij de landen met een negatieve rente. Een historisch moment. Wat zijn de gevolgen voor uw portemonnee?

U bent spaarder

De daling van de langetermijnrente zal wellicht de rente op langlopende kasbons en termijnrekeningen en op tak21-spaarverzekeringen verder doen dalen.

De negatieve tienjaarsrente heeft weinig of geen gevolgen voor de spaarrente. De rente op spaarboekjes wordt vooral bepaald door de rente op korte en halflange termijn en is in veel gevallen al verlaagd naar het wettelijke minimum van 0,11 procent. Een renteverlaging van de Europese Centrale Bank kan wel tot gevolg hebben dat banken het mes zetten in de rente op spaarboekjes die nog meer bieden dan het wettelijke minimum.

U gaat een huis kopen

Wie vandaag een woonkrediet afsluit, krijgt dat tegen historisch lage tarieven. Nu de Belgische tienjaarsrente negatief is geworden, zal daar niet snel verandering in komen. Maar het betekent nog niet dat banken guller worden met het toekennen van woonkredieten. Nog geen week geleden dwong de Nationale Bank de Belgische banken een extra kapitaalbuffer aan te leggen om verliezen op slechte kredieten te kunnen opvangen.

Wie zijn hypotheek wil herzien, moet goed nagaan of het sop de kool waard is.

Het is ook zeer de vraag of de verdere daling van de rente zal leiden tot een nieuwe golf van herfinancieringen. De afgelopen jaren hebben veel huiseigenaars al van de lage rentestanden gebruikgemaakt om hun hypotheken te herfinancieren tegen interessantere voorwaarden. Intussen staat de rente inderdaad nog lager, maar in de meeste gevallen staat die daling niet in verhouding tot de extra kosten die met een herfinanciering gepaard gaan. De meeste banken verhoogden hun dossierkosten voor een herfinanciering, en wie van instelling verandert, moet rekening houden met relatief hoge notariskosten om de hypotheek te vestigen. Wie zijn contract wil herzien, moet dus goed nagaan of het sop de kool waard is.

U belegt in aandelen

‘Gereglementeerde vastgoedvennootschappen (gvv’s) zijn met een gemiddeld brutodividendrendement van 4 procent inderdaad een stuk interessanter dan wat je op de obligatiemarkt kan halen’, zegt Herman Van der Loos, analist van Degroof Petercam. ‘De vastgoedvennootschappen die het meeste baat hebben bij de negatieve langetermijnrente zijn onmiskenbaar die met een relatief hoge schuldenlast. Zij kunnen hun schuld goedkoper financieren. Ik denk dan aan spelers als Care Property. Maar ik betwijfel of dat onder de streep een verschil zal maken.’

Ook andere aandelen met een voorspelbaar en stevig dividendrendement zijn erg populair. Ze worden als ‘bijna-obligaties’ aantrekkelijker naarmate het rendement op overheidspapier naar nul zakt. De aandelen van banken daarentegen dalen wanneer de langetermijnrente daalt, omdat hun rentemarge dan krimpt. De kernactiviteit van banken is namelijk de omzetting van deposito’s met een korte looptijd in kredieten met een langere looptijd. De dalende marktrente doet de inkomsten van de banken dalen, terwijl banken de rente op spaarboekjes niet meer kunnen verlagen.

U belegt in obligaties

Als u al obligaties hebt, hebt u de jongste weken meerwaarden geboekt. De speculatie over een extra stimulus van de ECB heeft de koersen van staatsobligaties en bedrijfsobligaties doen stijgen. Maar er is minder goed nieuws als uw obligatie op vervaldag komt en u de opbrengst wilt herbeleggen. Het rendement van de meeste staatsobligaties van ontwikkelde landen is nu lager dan nul. Bedrijfsobligaties brengen meer op dan staatsobligaties, maar ook hun rendement is sterk gedaald.

Met obligaties een nettorendement van 2 procent nastreven om de inflatie te compenseren is nagenoeg onmogelijk. Als u toch zo’n rendement wilt, moet u bereid zijn in vreemde munt te beleggen en dus een wisselkoersrisico te lopen. Of u moet een hoger kredietrisico aanvaarden door te investeren in obligaties van ontleners met een lage kredietwaardigheid.

U hebt een groepsverzekering

Driekwart van de loontrekkenden in ons land heeft vandaag via een groepsverzekering recht op een aanvullend pensioen via de werkgever. Bijna vier jaar geleden werd wettelijk bepaald dat de minimumrente op die groepsverzekeringen 1,75 procent moest bedragen. Hoe haalbaar is dat nog als de rente op tienjarig Belgisch overheidspapier, dat veel verzekeraars in portefeuille hebben, naar ongekende dieptes zakt?

Belgische nulrente

De rente op Belgische staatsobligaties met een looptijd van tien jaar is voor het eerst onder nul gezakt. Wat betekent dat voor België en voor u?

Lees meer op:

Twee jaar geleden klopte de verzekeringssector nog op tafel dat die gegarandeerde rente omlaag moest. Vandaag blijft het opvallend stil. ‘De verzekeraars hebben geleidelijk leren omgaan met de lage rentetarieven’, zegt Wauthier Robyns van de sectorfederatie Assuralia. ‘Onder meer door hun beleggingen te spreiden. Veel spelers hebben nu minder rentegevoelige staatsobligaties in hun portefeuille. In de plaats daarvan komen investeringen in infrastructuur. Tegelijk wordt meer in vastgoed geïnvesteerd: in gebouwen, hypotheekleningen of aandelen in vastgoedspecialisten.’

Voor de werkgevers is dat enigszins geruststellend. Zij zijn wettelijk verplicht om het verschil bij te passen als de verzekeraar de gegarandeerde rente van 1,75 procent op de groepsverzekering niet haalt. Ondanks de lage rente en het turbulente klimaat op de beurzen haalden de groepsverzekeringen vorig jaar ruimschoots het wettelijke minimumrendement. Marktleider AG Insurance laat weten dat ook voor 2019 en 2020 de minimumrente gewaarborgd is. ‘Via onze beleggingspolitiek zijn de reserves voor onze klanten gedekt’, zegt een woordvoerder. ‘Het lukt dus zeker nog, al mag deze situatie geen tien jaar aanhouden.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect