netto

Welke digitale tools voor uw studerende kinderen?

©BELGA

Voor een kleine anderhalf miljoen Vlaamse leerlingen zitten de eerste twee schoolweken er alweer op. Een goede 250.000 studenten uit de hogescholen en universiteiten beginnen er binnenkort aan. Welke digitale tools, apps en websites kunnen ze gebruiken om hun studies zo goed mogelijk aan te vatten?

Om uw eigen studiecapaciteiten of die van uw kroost met digitale hulpmiddelen op te krikken hoeft u in eerste instantie niet eens zelf de handen uit de mouwen te steken. De meeste scholen bieden hun leerlingen al platformen aan om oefeningen te maken voor wiskunde, Nederlands of wereldoriëntatie. Dat begint al in het lager onderwijs.

De te kloppen moloch is Bingel van de uitgeverij Van In. Ongeveer acht op de tien Vlaamse basisscholen gebruiken Bingel, goed voor zowat 325.000 leerlingen. Met zijn interface van ‘zwevende eilanden’ (elk eiland is een leerjaar) en grotten, circustenten en kastelen waarin de oefeningen zitten, sluit Bingel goed aan bij de leefwereld van zijn gebruikers. Via Bingel kunnen leraren huistaken geven en worden de ouders op de hoogte gehouden van de vorderingen van hun kinderen.

In het secundair onderwijs neemt het aanbod van dit soort platformen fors toe. Welke platformen gebruikt worden, hangt vaak af van welke handboeken de leerlingen voor bepaalde vakken bezigen. Van In biedt bijvoorbeeld het platform Diddit aan, de uitgeverij Plantyn gaat de concurrentie aan met Scoodle, en de uitgeverij Pelckmans doopte zijn platform simpelweg P. De opzet is ongeveer dezelfde als bij Bingel: er wordt lesmateriaal uitgedeeld, er kunnen oefeningen gemaakt worden die aansluiten op de lesboeken en ouders en leerkrachten kunnen alles online opvolgen. Om het geheel wat overzichtelijker te houden, is een gemeenschappelijke site opgezet, waarin al het lesmateriaal van de verschillende uitgeverijen wordt verzameld. Die site heet Knooppunt.

Onlinepuntenboek

Een ander zwaargewicht in het middelbaar onderwijs is Smartschool, van de Limburgse ontwikkelaar Smartbit. Het is in zowat negen op de tien Vlaamse scholen aanwezig. Smartschool begon als een soort onlinepuntenboek voor leraren, maar groeide al snel uit tot een platform waar leraren en leerlingen konden communiceren, documenten delen en een online klasagenda konden beheren. Gaandeweg kwamen er steeds meer functies bij, van afwezigheden doorgeven over modules voor oudercontacten tot complete leerlingopvolgsystemen.

De voordelen van Smartschool zijn duidelijk (eenvoudigere communicatie tussen leerlingen, leerkrachten en ouders, minder rompslomp, minder papier), maar er is ook kritiek. In De Standaard had Joris Janssens, de voorzitter van de Vlaamse Scholierenkoepel, het enkele maanden geleden over de stress die het systeem soms meebrengt. Voor de leerkracht is het poepsimpel om ’s avonds nog taken of toetsen in te plannen voor de dag nadien, waardoor de leerlingen nooit meer ‘gerust’ zijn. Smartschool stopt ook nooit. Via de app op de smartphone kunnen voortdurend meldingen binnenkomen over taken, maar ook over de komende wafelenbak van de school. Dat punten meteen open en bloot zichtbaar zijn voor ouders is ook een bron van spanning voor sommige leerlingen.

Magnetische flux

Wie die punten wil opkrikken, vindt op het internet een heleboel mogelijkheden. WeZooz Academy bijvoorbeeld, een Vlaamse site die duizenden lesvideo’s bevat over bijna alle vakken die een leerling voorgeschoteld krijgt. In elke video wordt telkens een bepaald aspect van de leerstof uitgelegd (congruente driehoeken, haarvaten, de magnetische flux...) en aangevuld met oefeningen. Door een account aan te maken kunnen leerlingen in lestrajecten stappen en krijgen ze de uitleg mee die voor hen relevant is. De hosts van de clipjes zijn echte leraars. Velen voegen een vleugje humor aan de filmpjes toe, wat het voor de jongeren allemaal wat verteerbaarder maakt.

WeZooz is niet gratis. Wie er een maand gebruik van wil maken, is 30 euro kwijt. Een abonnement voor drie maanden kost 60 euro, wie meteen een jaarabonnement neemt, moet 156 euro op tafel leggen. Elk abonnement geeft toegang tot een reeks video’s die niet meteen met de leerstof te maken hebben, maar toch interessant kunnen zijn voor de doelgroep, zoals over leren leren, hoe een rijbewijs halen of onlineveiligheid.

Een gratis alternatief voor WeZooz kan Khan Academy zijn. Dat initiatief ontstond een jaar of tien geleden toen Salman Khan YouTube-filmpjes begon te posten waarin hij eenvoudige wiskundige problemen uitlegde voor zijn nichtje Nadia. Al snel bleek niet alleen Nadia naar de filmpjes te kijken, maar duizenden tieners van over de hele wereld. Khan richtte een stichting op om de filmpjes te professionaliseren en maakte er zijn voltijdse job van. Ondertussen staan duizenden Khan Academyvideo’s op YouTube en heeft de stichting bijna 200 mensen in dienst. De filmpjes gaan lang niet meer alleen over wiskunde, maar ook over bijvoorbeeld economie, astronomie, fysica, elektronica en zelfs geneeskunde. Die groei werd onder meer mogelijk gemaakt door een stevige financiële injectie van de Bill and Melinda Gates Foundation.

Filantropen

Een mogelijk nadeel voor Vlaamse studenten is dat veruit het grootste deel van de inhoud op Khan Academy enkel in het Engels beschikbaar is. Er zijn wel filmpjes in het Nederlands, maar veel minder dan in de taal van Shakespeare. Niet getreurd, want buiten de Khan Academy zijn er nog veel filantropen die hun kennis over bepaalde onderwerpen graag met anderen delen op YouTube, ook in het Nederlands. Een eenvoudige YouTube-zoekopdracht met het onderwerp van uw keuze en de kans is groot dat iemand er al een video over gepost heeft. Een speciale vermelding verdient de wiskundeleraar Jozef Aerts uit Deurne. In nauwelijks een goed jaar tijd zette hij zowat 700 video’s online over de meest uiteenlopende wiskundige onderwerpen, van het vereenvoudigen van breuken over financiële algebra tot Taylor-reeksen.

Bijlessen online

Tot slot: ook het volgen van persoonlijke bijlessen kan digitaal geregeld worden. Via het Belgische TeacherOnline bijvoorbeeld kunnen studenten online bijlessen volgen via de webcam. De lessessies kosten tussen 35 à 40 euro. Hoe meer u er op voorhand boekt, hoe lager de prijs. Wie niet tevreden is na twee sessies, kan zijn geld terugvragen. De data van de bijlessen worden in een onlineagenda bijgehouden (zodat u ze zelf gemakkelijk kunt prikken) en ook de leraars kiest u zelf.

Het min of meer vergelijkbare Facelessons (uit Nederland) gaat nog een stap verder. Daar kan iedereen zich aanmelden om repetitor te worden. Gebruikers kunnen er ook reviews achterlaten en de leraren ‘belonen’ met sterren. De gehanteerde prijzen op Facelessons verschillen per leraar, al liggen die meestal tussen 6 en 20 euro per uur, met uitschieters tot 40 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect