Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Zo blijft u financieel fit in 4 vuistregels

De vrees dat de economische naweeën van de coronacrisis veel gezinnen raakt in hun financiële gezondheid borrelde de voorbije weken op. Hoe weet u of u voldoende financieel gezond bent? En hoe kunt u het worden?
©Pieter Van Eenoge

Meerdere onderzoeken brachten de voorbije weken weinig opbeurende vooruitzichten over het postcoronatijdperk. Begin juni voorspelde de Nationale Bank van België dat op korte termijn 200.000 werknemers hun job kunnen verliezen. Deze week waarschuwde ook het federaal Planbureau dat een ontslag- en faillissementsgolf op gang zal komen die we pas in 2025 zullen verteren. ‘Voor velen moet de coronaschok nog komen’, luidt het. 

‘Het is een misvatting dat financiële problemen zich enkel voordoen bij mensen met weinig inkomen. Gedrag is belangrijker dan inkomen.
Karin Radstaak
Nibud

En dan was er vorige week het onderzoek van NN Belgium dat aangaf dat de Belg niet voorbereid is op een financiële tegenslag. Het onderzoek toonde dat meer dan de helft van de Belgen (55%) niet genoeg spaargeld heeft om zelfs maar drie maanden te overbruggen. Een groot deel van de Belgen (41%) kan niet sparen, bleek voorts. En een kwart van de Vlamingen heeft geen spaargeld. ‘Dan weet je dat er niet veel moet gebeuren om alles als een rij dominosteentjes te laten omvallen’, waarschuwde Jan Van Autreve, CEO van NN Belgium.

De weinig rooskleurige vooruitzichten zetten het belang van financiële gezondheid opnieuw in de verf. Maar wat kunnen we doen om financieel fit te zijn en te blijven? We zetten enkele vuistregels van ervaringsdeskundigen op een rij.

1/ Stel een financieel plan op

Het huishoudbudget, waarbij inkomsten en uitgaven mooi worden bijgehouden, is voor sommigen een tenenkrullende oefening, voor anderen biedt het een handig houvast. De oefening kan in crisistijden voor iedereen nuttig zijn, ook voor wie over een mooi inkomen beschikt. ‘Het is een complete misvatting dat financiële problemen zich alleen voordoen bij mensen die een klein inkomen hebben’, zegt Karin Radstaak van Nibud, de Nederlandse organisatie die gezinnen bijstaat bij hun financiële huishouding. ‘Veel meer dan het inkomen ligt het gedrag aan de basis van financiële problemen. Je hebt mensen met een laag inkomen die hun financiën uitstekend beheren, en je hebt mensen met een hoog inkomen die er een onorthodoxe levensstijl op nahouden en zich in de problemen werken.’

10%
Volgens het Nederlandse Nibud houdt u best minstens 10 procent van uw nettojaarinkomen als buffer op de spaarrekening.

Nibud heeft op zijn website enkele vuistregels om niet in financiële problemen te komen. ‘Check’ en ‘Plan’ zijn er twee van. Ze houden in dat u wekelijks uw saldo en uitgaven nakijkt en jaarlijks een plan opstelt van te verwachten inkomsten en uitgaven. ‘Uit onderzoek van Nibud blijkt keer op keer dat wie inzicht heeft in zijn inkomsten en uitgaven, planmatig met geld omgaat, spaargeld en een geordende administratie heeft, een kleinere kans heeft om in financiële problemen te komen’, luidt het.

In de praktijk doet slechts een minderheid van de gezinnen aan echte budgetplanning. Volgens het onderzoek van NN Belgium zou slechts 30 procent van de Belgen zo’n financieel plan opstellen.

2/ Hou een buffer aan op uw spaarrekening 

Een gezonde buffer op de spaarrekening is een andere troef om financiële problemen door onverwachte gebeurtenissen op te vangen. Maar hoeveel houdt u best achter de hand? Die vraag is niet eenduidig te beantwoorden. Het antwoord verschilt van persoon tot persoon. Een cijfer dat vaak gehanteerd wordt, is dat u best zes maanden loon op een spaarrekening heeft staan als buffer. Voor een gezin dat een gezamenlijk netto-inkomen van 3.000 euro per maand heeft, is dat 18.000 euro. Een stevig bedrag, dat voor veel gezinnen onbereikbaar is.

6%
Van de 7,5 miljoen consumentenkredieten in België waren er eind mei 6 procent achterstallig.

Volgens Nibud kan een kleinere buffer volstaan voor onvoorziene uitgaven. ‘Op basis van een voorbeeldprofiel van een gezin hebben we onderzocht hoe hoog die onverwachte uitgaven gemiddeld oplopen. Uit dat onderzoek bleek dat u best minstens 10 procent van uw jaarinkomen onaangeroerd laat staan op uw spaarrekening’, zegt Radstaak.

‘Dat de reserves mee evolueren met uw inkomen heeft uiteraard te maken met uw levensstandaard. Hoe meer u verdient, hoe hoger doorgaans het uitgavenpatroon’, zegt ze. In het bovenstaande voorbeeld komt een buffer van 10 procent van het nettojaarinkomen neer op 3.600 euro.

3/ Vermijd te hoge afbetalingen 

Wie financieel fit wil zijn, beperkt ook best de afbetalingen die hij moet doen voor leningen. Een stelregel is dat uw afbetalingen best niet hoger liggen dan een derde van uw maandinkomen. ‘Wij hanteren inderdaad als vuistregel de kredietlast te beperken tot een derde van het netto-gezinsinkomen. Op die manier willen we onze klanten behoeden voor financiële problemen mochten ze door omstandigheden tegen een onverwacht inkomensverlies aankijken’, klinkt het bij KBC. ‘Die vuistregel wordt vooral toegepast bij de beoordeling van de aanvraag voor een woningkrediet, waarin dan ook de lopende kredietlast van andere kredieten wordt meegeteld.’

Ook Belfius bewaakt mee de kredietlast van zijn klanten. ‘Essentieel is dat de klant het krediet gedurende de volledige looptijd comfortabel kan terugbetalen. Voor men het krediet toekent, gaat men na of de schuldenlast van de persoon niet te hoog is, of hij over voldoende beschikbaar inkomen beschikt en of hij niet negatief gesignaleerd is bij de Nationale Bank.’

Daartoe zijn in de wet duidelijke regels bepaald. Zo moet de kredietgever zich ervan vergewissen dat u in staat bent het krediet terug te betalen. Dat gebeurt onder meer door het opvragen van uw loonfiches en door andere inkomsten en uitgaven in kaart te brengen. Voorts is de kredietgever verplicht de Centrale voor Kredieten aan Particulieren te raadplegen. Als een achterstand van meer dan 1.000 euro bestaat, mag geen nieuw consumentenkrediet meer worden toegestaan. Over een hypothecair krediet wordt in dit verband niet gesproken in de wet. Dat betekent dat er in dat geval geen wettelijk verbod is om een hypothecair krediet toe te staan’, zegt Isabelle Marchand van de bankenfederatie Febelfin.

De consumentenkredieten vormen een sluimerend gevaar, omdat ze vaak over kleinere bedragen gaan. Maar de optelsom van kleine bedragen kan resulteren in een grote schuldenberg.

‘Tijdens de lockdown waren de aanvragen van consumentenkredieten met ruim 40 procent gedaald tegenover de periode voor de coronacrisis’, luidt het bij Belfius. ‘Maar sinds ongeveer een maand merken we dat de aanvragen weer sterk zijn toegenomen en ongeveer op hetzelfde niveau liggen als de voorbije jaren. We zien die evolutie voor de verschillende uitgaven waarvoor een consumentenkrediet kan afgesloten worden, zoals de aankoop van een nieuwe of tweedehandswagen of de renovatie van een woning. Opvallend is de toename van de fietsleningen de voorbije maanden.’

Het is belangrijk bij een consumentenkrediet niet over één nacht ijs te gaan. De tarieven voor consumentenkredieten liggen doorgaans hoger dan voor hypothecaire kredieten. De jaarlijkse kostprijs van het krediet wordt uitgedrukt in het jaarlijkse kostenpercentage (JKP). Het omvat de intresten, administratieve kosten, commissie voor de kredietmakelaar enzovoort. Elke kredietverstrekker kan vrij het JKP van zijn krediet bepalen. Maar hij mag nooit meer aanrekenen dan de kostenpercentages die wettelijk zijn vastgelegd.

Uit de statistieken van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren blijkt dat de Belgen eind mei in totaal 10,8 miljoen kredieten hadden uitstaan, waarvan 7,5 miljoen consumentenkredieten. De achterstallige betalingen situeren zich vooral bij die laatste groep. Ongeveer 6 procent van de consumentenkredieten zijn achterstallig, tegenover 0,9 procent voor hypothecaire kredieten. Het gemiddeld achterstallig bedrag bij een consumentenkrediet ligt op 3.355 euro.

Nibud raadt daarom aan nooit impulsief een consumentenkrediet aan te gaan. ‘Het is aangewezen eerst enkele maanden te proberen te leven zonder het bedrag dat je maandelijks zou moeten aflossen. Een ander belangrijk aandachtspunt is nooit langer te lenen dan de levensduur van het product dat je met de lening aanschaft’, zegt Karin Radstaak.

4/ Ga niet onder nul met uw zichtrekening 

In het verlengde van een goed budgetbeheer is het ook aangewezen niet onder nul te gaan op de zichtrekening. Als u met uw zichtrekening in het rood gaat, betaalt u ook nog een debetrente. Hoeveel u precies betaalt voor een rekening in het rood hangt af van bank tot bank. De banken zijn gebonden aan maxima die wettelijk vastgelegd zijn, maar doorgaans gaat het om rentes van meer dan 10 procent. Systematisch in het rood gaan kan dus een dure grap worden.

Volgens de bankenfederatie Febelfin stonden eind 2018 ongeveer 1,3 miljoen van de 18,3 miljoen zichtrekeningen in het rood. Dat komt neer op ongeveer 7,1 procent. Volgens Belfius zijn er geen indicaties dat het aantal zichtrekeningen in het rood de voorbije maanden systematisch is toegenomen. ‘De hulp van de overheid kan een mogelijke verklaring daarvoor zijn, maar ook de lockdown, die de mogelijkheden om geld uit te geven beperkt heeft.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud