Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Hoe beleggers als melkkoe worden gebruikt door overheid

Met de stelselmatige verhoging van de roerende voorheffing heeft de regering-Michel de speculatietaks vervangen door een taks op de kleine langetermijnbelegger. En de effectentaks is een gedrocht dat meer neveneffecten dan opbrengsten zal genereren, maar onbedoeld wel (een klein beetje) de langetermijnbelegger in u kan stimuleren.
©REUTERS

254 miljoen. Zoveel moet de effectentaks - de belasting van 0,15 procent op alle effectenrekeningen van meer dan 500.000 euro - volgens het Zomerakkoord van de regering-Michel opleveren.  Wie denkt dat bij nacht en ontij in de Wetstraat grondig over dat cijfer is nagedacht, ijlt. 250 miljoen euro is een cijfer dat niet toevallig vaak opduikt bij begrotingsrondes, als de ministers smachtend naar wat nachtrust met het mindere nattevingerwerk de laatste gaten in de begroting dichtplamuren.

Aandelengids 2018

Hoe uw portefeuille wapenen tegen rentestijging in 2018?

+ 60 Belgische aandelen om in de gaten te houden

De Aandelengids is op 13/1 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

Een kwart miljard is dan ook een handig cijfer. Niet te hoog om compleet uit de lucht geplukt te lijken, niet te laag om irrelevant te zijn. Vandaar dat het kwart miljard altijd weer opduikt: bij de suikertaks (herinnert u zich die nog?), bij de fiscale regularisatie, de Kaaimantaks en het bij de taxshift bedachte - en intussen spoorloos verdwenen - fiscale gunstregime voor vastgoedvennootschappen. De rode draad van al die maatregelen? Ze brachten nooit het verhoopte bedrag op.

We geven u op een blaadje dat ook de teller van de effectentaks ruim onder 254 miljoen zal blijven steken. Wie 499.999 euro op een effectenrekening heeft, betaalt niks. Wie 1 euro meer heeft, betaalt de volle pot. Je moet dus wel bijzonder naïef of voluntaristisch zijn om te denken dat veel beleggers hun effectenrekening niet onder de kritische grens zullen laten zakken. Zeker omdat de regering zelf een achterpoort wijd openzet door aandelen op naam vrij te stellen. Al werd die sluipweg nadien wel aangepakt. Wie vanaf 9 december 2017 aandelen op rekening omzette in aandelen op naam - met de bedoeling de effectentaks te omzeilen - zal de waarde van die aandelen nog een jaar moeten meetellen.

Vers kraantje

Op zich kan je natuurlijk stellen dat 0,15 procent geen grote bijdrage is. Op 500.000 euro gaat het om 750 euro. Maar de nieuwe taks is maar een van de vele kleine en grote maatregelen in het Zomerakkoord die Belgische beleggers en spaarders in totaal  met een factuur van 429 miljoen euro opzadelen, berekende De Tijd.

Het maakt niet uit of de regering centrumlinks of centrumrechts is: beleggen is het nieuwe roken.

Extra taksen voor spaarder en belegger sinds begin crisis
  • Roerende voorheffing op coupons van vastrentende effecten (obligatie, kasbon, termijnrekening): van 15% in 2011 naar 30% vanaf 2017. Een verhoging met 100%, behalve voor de ‘Leterme-staatsbons’ uit november 2011. Verlaagde voorheffing volks­leningen van 15% geschrapt in 2016.
  • Roerende voorheffing op dividenden van gereglementeerde vastgoedvennootschappen (gvv’s): van 15% in 2011 naar 30% vanaf 2017. Een verhoging met 100%. In geval van residentiële gvv’s: van 0% in 2011 naar 30% vanaf 2017, met uitzondering voor zorgvastgoed-gvv’s (15%).
  • Meerwaardetaks op het vastrentend gedeelte in gemengde fondsen van 15% in 2011 naar 30% vanaf 2017. Een verhoging met 100%. Vanaf 2018 van toepassing bij minstens 10% obligaties (eerder minstens 25%).
  • Premietaks op stortingen in tak21- en tak23-levensverzekeringen van 1,1% in 2011 naar 2% vanaf 2013. Een verhoging met 82%.
  • Beurstaks voor transacties in aandelen van 0,17% in 2011 naar 0,35% vanaf 2018. Een verhoging met 106%.
  • Beurstaks voor transacties in obligaties, kasbons en vastgoedaandelen van 0,07% in 2011 naar 0,12% vanaf 2018. Een verhoging met 71%.
  • Beurstaks op verkoop kapitalisatie-aandelenfondsen: van 0,5% in 2011 naar 1,32% vanaf 2015. Een verhoging met 164%.
  • Afschaffing aandelenstrips, die recht gaven op een verminderde roerende voorheffing van 15%. Roerende voorheffing op dividenden van aandelen van 25% in 2011 naar 30% vanaf 2017. Een verhoging met 20%.
  • Stortingen in het kader van pensioensparen voor 30% recupereerbaar in plaats van 30 à 40%, vanaf 2012. Idem voor stortingen in het kader van langetermijnsparen.
  • Vervroegde anticipatieve heffing op pensioensparen in tweede pijler en derde pijler.
  • Invoering effectentaks vanaf 2018:  0,15% vanaf een bedrag van 500.000 euro dat in aandelen, obligaties en fondsen belegd is. Eerder rijkentaks (2012) en speculatietaks (2016).

De regering heeft met de effectentaks een vers kraantje op de muur geplaatst. En de voorbije jaren bleek dat elk nieuw geïnstalleerd kraantje bij elke begrotingsronde wat gretiger opengezet wordt. De roerende voorheffing en de beurstaks zijn daar schoolvoorbeelden van, zoals het overzicht op de volgende bladzijde bewijst. Het maakt niet uit of de regering centrumlinks of centrumrechts is: beleggen is het nieuwe roken. Elke begrotingsronde opnieuw mag wie voor zijn oude dag spaart opdraven als makkelijkste melkkoe.

‘Haal het geld waar het zit’, klinkt het dan. Nochtans leren cijfers van Eurostat, de number crunchers van de Europese Unie, dat België absoluut geen belastingparadijs aan de Noordzee is. Belastingen op kapitaal zijn bij ons goed voor meer dan een vijfde van de totale belastinginkomsten. De Hoge Raad voor de Financiën becijfert de impliciete aanslagvoet op kapitaal in België op 35,5 procent. In Europa gaan alleen Frankrijk, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Italië ons daarin voor. We zijn in tegenstelling tot voor de lasten op arbeid geen wereldkampioen, maar beweren dat de belegger niet bijdraagt, is manifest onjuist.

Geen visie

Met het Zomerakkoord is het labyrint van onze fiscaliteit weer extra koterijen rijker, wat het totale gebrek aan visie in de verf zet. Met hangen en wurgen wordt geprobeerd de gaten in de begroting dicht te rijden. Kijk maar naar de speculatietaks. Daarmee wou de regering ‘kortetermijnspeculanten’ aanpakken. Tot - niet geheel verbazend - bleek dat dat administratieve gedrocht meer kostte dan het opbracht. En dus werd de speculatietaks prompt afgevoerd.

Om in de feiten vervangen te worden door exact het omgekeerde. De regering-Michel verhoogde de roerende voorheffing tot 30 procent.  Dat is een verdubbeling tegenover enkele jaren geleden, toen kleine langetermijnbeleggers via VV-strips een verminderde roerende voorheffing van 15 procent genoten. De facto is die hogere roerende voorheffing een taks op de langetermijnbelegger, die jarenlang zijn aandelen bijhoudt en meer geïnteresseerd is in zijn jaarlijkse dividend dan in een spectaculaire koerswinst op korte termijn.

Terwijl de regering aan de ene kant beleggers elke begrotingsronde een beetje meer van de aandelenmarkt wegjaagt, probeert ze aan de andere kant de aandelenmarkt als belangrijke schakel tussen spaarder en ondernemerschap te stimuleren. Ook hier is de logica ver zoek. Zo regelt het Zomerakkoord dat een eerste schijf van 627 euro aan dividenden (800 euro vanaf 2019) fiscaal vrijgesteld is. Als we het gemiddelde dividendrendement van bruto 3,5 procent voor de Bel20 als maatstaf nemen, dan zijn alleen aandelenportefeuilles tot zo’n 18.000 euro vrijgesteld. Niet bepaald gigantisch voor bijvoorbeeld een zelfstandige die via de uitbouw van een aandelenportefeuille in zijn pensioen hoopt te voorzien.

Bovendien belooft ook hier de concrete uitwerking een enorme administratieve mallemolen te worden. Een mallemolen waar Financiën soms zelf niet uit raakt. Door een rekenfout in de programmawet - de wetteksten die de politieke beslissingen concreet uitvoering geven - ligt in de praktijk de vrijstelling op 632 euro. Met een roerende voorheffing van 30 procent is die 5 euro meer een extra besparing van 1,50 euro. Niet meteen iets waar u een polonaise voor gaat lopen.

Het grootste probleem met de effectentaks, behalve dat tegenover de administratieve rompslomp een erg twijfelachtige opbrengst staat, is de kans op neveneffecten. De Britse econoom Alfred Marshall argumenteerde in de 19de eeuw al overtuigend dat slecht doordachte belastingen tot welvaartsverlies (‘deadweight loss’) kunnen leiden. Het valt te vrezen dat onbedoelde neveneffecten - bijvoorbeeld een nog sterkere prijsstijging van vastgoed die buiten de radar blijft - eender welke opbrengst ruimschoots tenietdoen.

Aandelen op naam

Om u in deze nieuwjaarsperiode niet helemaal somber te stemmen, toch één klein positief neveneffect. Door de effectentaks lijkt de belegger aandelen op naam ontdekt te hebben. Onder meer bij Bekaert wordt bij de aandeelhouders een grotere interesse vastgesteld. Voordien was er op de Brusselse beurs eigenlijk alleen Solvac: bij dat familiaal controle­vehikel boven de chemiereus Solvay zijn alle aandelen verplicht op naam. Solvac is daardoor het minst speculatieve aandeel op de Brusselse beurs: op basis van de handelscijfers van 2016 bleef een aandeel Solvac gemiddeld 47 (!) jaar in de portefeuille, terwijl dat bij Fagron of Tigenix amper een halfjaar was.

Tip!

Met aandelen op naam vermijdt u niet alleen de effectentaks, ze vormen ook een prima middel om van uzelf een rustiger, minder frenetieke belegger te maken.

Het voordeel bij een aandeel op naam is dat u dan bijna per definitie een langetermijnbelegger bent. Om een aandeel te kopen of te verkopen is er via uw bank of beurshuis en het bedrijf zelf flink wat administratief verkeer nodig om u in het aandelenregister in of uit te laten schrijven. Zo vermijdt u dat u bij elk beetje nieuws met één muisklik aan het kopen of verkopen slaat, wat bij een online-effectenrekening wel kan.

Aandelen op naam zijn dus een prima instrument om uzelf in toom te houden en meer beleggersdiscipline bij te brengen. Maar eerlijk gezegd: we twijfelen er sterk aan of de regering dat aspect voor ogen had toen ze afgelopen zomer in het holst van de nacht met de effectentaks op de proppen kwam.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud