Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Bereken uw werkelijke beroepskosten

Minder belastingen betalen op uw beroepsinkomen. Het kan door zoveel mogelijk werkelijke beroepskosten te bewijzen. Hoe haalt u het onderste uit de kan?
©Photo News

Niet uw volledige beroepsinkomen wordt belast. De kosten die u maakt om die inkomsten te verwerven of te behouden, mag u in mindering brengen. Dat zijn ofwel de werkelijke beroepskosten, ofwel gebruikt u de forfaitaire kostenaftrek. Alleen zelfstandigen die winst maken, hebben die keuzemogelijkheid niet en moeten verplicht hun werkelijke beroepskosten bewijzen.

De forfaitaire beroepskosten zijn het eenvoudigst: u hoeft er niets voor te doen. U krijgt ze automatisch toegekend, zelfs als u geen beroepskosten kunt bewijzen of als uw werkelijke kosten lager zijn dan het forfait. Maar eenvoudig betekent helaas niet altijd voordelig. Bijvoorbeeld wie wat verder van zijn werk woont, kan voordeliger af zijn als hij zijn werkelijke beroepskosten bewijst. U moet narekenen welke formule voor u het voordeligste is. Een overzicht van de mogelijke kostenposten.

1. Woon-werkverkeer

De kosten voor de dagelijkse pendel van en naar het werk kunt u inbrengen als beroepskost. Zeker voor mensen die ver van hun werk wonen, kan de rekening aardig oplopen.

Hoeveel kosten u kan inbrengen voor uw woon-werkverkeer, hangt af van uw vervoermiddel. Ook een combinatie van verschillende vervoermiddelen is mogelijk.

  • Eigen wagen

Ook al gaat het over ‘werkelijke’ beroepskosten, toch mag u niet de reële kosten van uw auto inbrengen. U moet verplicht een forfait van 0,15 euro per kilometer gebruiken. De totale kostprijs voor uw woon-werkverkeer berekent u volgens de formule: 0,15 x aantal kilometer per enkel traject x aantal trajecten per dag x aantal gewerkte dagen in 2014.

Alleen financieringskosten kunnen daar nog bovenop komen.

  • Bedrijfswagen

Ook wie kosteloos een bedrijfswagen – al dan niet met tankkaart - ter beschikking heeft van zijn werkgever of vennootschap kan de werkelijke beroepskosten voor zijn woon-werkverkeer inbrengen. De berekening is analoog met die voor wie met een eigen wagen rijdt. Er is echter een belangrijke beperking: de totale werkelijke beroepskosten worden geplafonneerd op de hoogte van het belastbaar voordeel alle aard (voor aftrek van eventuele eigen bijdrage).

  • Motor

Vanuit fiscaal standpunt is de eigen motor het interessantste vervoermiddel: alle kosten voor het woon-werkverkeer zijn voor 100 procent aftrekbaar. Concreet gaat het over de brandstofkosten, belasting op inverkeerstelling (BIV), verkeersbelasting, verzekering (burgerlijke aansprakelijkheid, omnium, rechtsbijstand), onderhoud en herstelling, garage en parkingkosten, tolgelden, bijdragen voor pechverhelping, intresten van een financiering en minderwaarde bij een verkoop (aankoopprijs – afschrijvingen).

Een aantal kosten moet u afschrijven: de motor (aankoopprijs + btw), helm, beschermende kledij, handschoenen, laarzen, motorslot en koffers. De gebruikelijke afschrijvingstermijn van een motor is 5 jaar, die van de uitrusting 3 jaar.

  • Openbaar vervoer

Wie met de trein, bus, metro of tram pendelt, heeft de keuze tussen de werkelijke kosten (abonnement, rittenkaarten en tickets) of een forfait van 0,15 euro per kilometer. Het forfait moet u beperken tot 100 kilometer per enkel traject.

  • Fiets

De werkelijke kosten zoals onderhouds- en herstellingskosten voor het beroepsmatig gebruik van uw fiets mag u voor 100 procent inbrengen. Zijn uw kosten lager of kunt u ze niet bewijzen, dan kunt u opteren voor een forfait van 0,22 euro per kilometer. 

  • Te voet

U kunt 0,15 euro per kilometer inbrengen als werkelijke beroepskosten.

2. Beroepsverplaatsingen

Naast het woon-werkverkeer kunt u ook tijdens uw werkdag op de baan gaan. Denk maar aan het bezoeken van klanten, de rit naar een leverancier of een verplaatsing tussen twee kantoren. De kosten voor die puur professionele verplaatsingen worden anders berekend dan die voor het woon-werkverkeer.

Nu zaterdag 30/05, gratis bij De Tijd: De Belastinggids 2015 van Netto. Wegwijs in de meest complexe belastingaangifte ooit. ©doc

De hoogte van de kosten hangt af van het gekozen vervoermiddel:

  • Eigen wagen

Voor de beroepsverplaatsingen mag u 75 procent van de werkelijke kosten voor de gereden kilometers inbrengen. Alleen de betaalde intresten zijn volledig aftrekbaar.

  • Bedrijfswagen

Wie een bedrijfswagen met tankkaart ter beschikking heeft, kan geen werkelijke beroepskosten voor professionele verplaatsingen inbrengen. Wie geen tankkaart heeft, kan alleen de brandstofkosten inbrengen.

  • Motor

De kosten voor de beroepsverplaatsingen met een motor kunt u volledig inbrengen, naar analogie met de kosten voor het woon-werkverkeer.

  • Openbaar vervoer

U mag de werkelijke kosten inbrengen: tickets en rittenkaarten van tram, trein en bus.

  • Taxi

De kosten van een taxi zijn maar voor 75 procent aftrekbaar.

3. Kantoor

De kosten van een gebouw dat u uitsluitend voor uw professionele activiteiten gebruikt, is een beroepskost. Gebruikt u maar een deel van het pand voor uw beroep? Denk maar aan het kantoor van een telewerker of de leerkracht die de schoolexamens thuis verbetert. Dan moet u de kosten uitsplitsen tussen het privé- en beroepsgedeelte. De uitgaven die verband houden met uw professioneel gebruik mag u fiscaal inbrengen als beroepskost. Het deel van de kosten bepaalt u aan de hand van de verhouding tussen de oppervlakte van de werkkamer en de totale oppervlakte van de woning. Als u beroepshalve thuis collega’s of klanten ontvangt, mag u rekening houden met de ‘gemengde’ ruimten die uitgeven op uw werkkamer of kantoor: de inkom- en trappenhal, de gang en de overloop.

4. Kantoorbenodigdheden

U moet een onderscheid maken tussen de kleine benodigdheden en de grotere kantooruitrusting.

Kleine zaken zoals drukwerk, fotokopieën, postzegels, papier, schrijfbenodigdheden, onderhoudsproducten, … mag u integraal inbrengen. Ook kosten voor onderhoud, herstellingen en het telefoon- en internetabonnement kunt u volledig opnemen.

Groter kantoormateriaal moet over de gebruiksduur worden afgeschreven. Voor computers, fax en antwoordapparaat bedraagt de gebruikelijke afschrijvingstermijn 3 jaar, voor meubilair 5 jaar. Kunst, antiek en sierstukken mag u niet fiscaal inbrengen.

5. Vakliteratuur

De aankoop van tijdschriften, magazines, boeken, … is maar een beroepskost als er een direct verband is met uw beroep. De vakliteratuur moet zorgen voor een betere kennis van uw vakgebied. In de praktijk verwerpt de fiscus vaak de aftrek van kranten.

6. Studiekosten

Een bijkomende opleiding is maar een beroepskost als de opleiding een direct verband heeft met u bestaande beroep. U kan alle gemaakte kosten inbrengen: inschrijvings- en examengeld, kosten van een MBA-opleiding, handboeken en syllabi. Een opleiding die een carrièreswitch moet mogelijk maken, kan u niet fiscaal inbrengen.

7. Representatiekosten en relatiegeschenken

Relatiegeschenken, een receptie, traktaties tijdens evenementen, …  Voor een aantal vrije beroepen zoals advocaten worden die kosten forfaitair geraamd, de andere beroepscategorieën moeten de kosten kunnen bewijzen.

Sponsoringkosten en reclameartikelen (balpennen, aanstekers, agenda’s, kalenders, …) zijn voor 100 procent aftrekbaar. Ook abonnementen voor culturele of sportieve manifestaties zijn integraal aftrekbaar. Onthaal- en receptiekosten (traiteur, dranken, …) of relatiegeschenken (pralines, wijn, champagne, …) zijn maar voor 50 procent aftrekbaar.

8. Restaurant

De restaurantkosten voor een zakendiner zijn maar voor 69 procent aftrekbaar.

9. Kleding

Gewone stadskledij kunt u nooit inbrengen als beroepskost. Dat kan wel voor specifieke beroepskledij zoals toga voor een advocaat, een verpleegsterschort, veiligheidsschoenen, een helm, …

10. Verzekering gewaarborgd inkomen

Alleen het deel van de premies voor een verzekering gewaarborgd inkomen die economische invaliditeit dekken, zijn beroepskosten: het luik dat het economisch potentieel of het verdienvermogen dekt.

11. Lidgelden

Lidgelden van een beroepsvereniging, vakbondsbijdragen, … kunt u maar inbrengen als beroepskost als er een directe band is met uw beroep. Het lidgeld van serviceclubs mag u niet inbrengen.

12. Honoraria

Doet u een beroep op een fiscaal adviseur, boekhouder of een accountant – onder andere voor het voorbereiden en indienen van uw belastingaangifte? Neemt u een advocaat in de arm voor een juridisch geschil? De betaalde honoraria zijn beroepskosten.

Bezoldigingen die u als werkgever aan uw personeel (inclusief jobstudenten en meewerkende echtgenoten) betaalt, zijn aftrekbare beroepskosten. Bezoldigingen betaald aan andere helpende gezinsleden zijn ook aftrekbare beroepskosten, maar deze zijn aan enkele beperkingen onderworpen.

13. Tweede woning

De huur van een tweede woning of appartement dichter bij het werk kan u inbrengen als beroepskost. Wel zal u moeten aantonen dat de tweede uitvalsbasis noodzakelijk is: om een lange en moeilijke pendel te vermijden, de eis van uw werkgever om dicht bij het werk te wonen, … Ook de (wekelijkse) pendel van en naar uw gezinswoning en eventuele verhuiskosten kunt u fiscaal inbrengen.

U kan uw werkelijke beroepskosten via onze rekenmodule op www.netto.be/beroepskosten berekenen. Het resultaat wordt in een document gegoten, dan u kan afdrukken en bij uw belastingaangifte voegen.

 

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud