Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie

Vergeet uw buitenlandse rekeningen niet aan te geven

Verstoppertje spelen met de fiscus in het buitenland behoort definitief tot het verleden. Vanaf dit jaar ontvangt de Belgische fiscus automatisch alle details over uw buitenlandse rekeningen, levensverzekeringen en juridische constructies van zijn buitenlandse collega’s. Bovendien heeft de belastingdienst aangekondigd gericht te zullen controleren of u uw buitenlandse inkomsten wel correct aangeeft.
Advertentie
©flor aguilar

Vanaf dit jaar krijgt de Belgische fiscus een massa gegevens van zijn buitenlandse collega’s doorgespeeld over rekeningen, levensverzekeringen en juridische constructies die Belgen over de landsgrenzen aanhouden. Maar dat neemt niet weg dat u in uw belastingaangifte ook nog een aantal vragen over die buitenlandse beleggingen, rekeningen, levensverzekeringen en juridische constructies moet beantwoorden. Om het met de woorden van de fiscus te zeggen: ‘De fiscale administratie beschikt over informatie over uw inkomsten, goederen en rekeningen in het buitenland. Vergeet ze dus niet aan te geven in uw aangifte.’

Dat doet u beter rigoureus. Al enkele jaren kondigt de fiscus op zijn website aan welke belastingplichtigen gericht zullen worden gecontroleerd. Dit jaar neemt de belastingdienst vooral de Belgen in het vizier die buitenlandse inkomsten opstrijken.

A. Buitenlandse rekeningen, zelfs zonder inkomsten

Iedereen die op een bepaald moment in 2016  een buitenlandse rekening had, moet de code 1075-89 aanvinken in vak XIV. U moet alle in het buitenland aangehouden rekeningen melden, ongeacht of het gaat om een zicht-, deposito-, termijn- of effectenrekening bij een buitenlandse bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling.  Rekeningen van bijvoorbeeld PayPal hoeft u in principe niet aan te geven, tenzij de rekening verbonden is aan een beroepsactiviteit of tenzij u de bedragen op die rekening langer aanhield dan strikt noodzakelijk was om de transacties uit te voeren die u ermee financiert.

Het maakt niet uit of u op deze rekeningen inkomsten opstreek of niet.  Die eventuele inkomsten moet u melden in vak VII. 

Bijkomend moet u uw naam, voornaam en het land opgeven waar u over een rekening beschikte. Dat moet gebeuren in vak XIV, rubriek A. Dat geldt ook als die rekening op naam stond van uw partner met wie u een gezamenlijke belastingaangifte indient of op naam van uw minderjarige en niet-ontvoogde kinderen.

De naam van de bank en het nummer van de rekening moet u niet in uw belastingaangifte vermelden. Maar, tenzij u dat vorig jaar al gedaan zou hebben: u moet die gegevens wel vooraf doorspelen aan het Centraal

Aanspreekpunt bij de Nationale Bank, kortweg CAP. En in de belastingaangifte moet u vervolgens het vakje onder code 1075 aanvinken. Zo bevestigt u dat u de wettelijk bepaalde gegevens over de buitenlandse rekening(en) bij het CAP van de Nationale Bank hebt gemeld.

Hoe de gegevens over uw rekeningen in het buitenland doorspelen aan het CAP?

  • U kunt een papieren meldingsformulier aanvragen bij het CAP, Berlaimontlaan 14, 1000 Brussel, dat vervolledigen en vervolgens terugsturen naar hetzelfde adres.
  • U kunt op de website www.cappcc.be een meldingsformulier downloaden, het vervolledigen en dat vervolgens elektronisch terugsturen.

Welke sanctie als u de buitenlandse rekening niet meldt?

Als u uw rekeningen niet correct aangeeft, dient u een foutieve aangifte in. De fiscus kan in dat geval in principe overgaan tot het opleggen van een administratieve boete en sancties. Als u ook nog eens de inkomsten, verkregen op deze rekeningen, niet aangeeft, kan de fiscus overgaan tot een ambtshalve aanslag van deze inkomsten en het toepassen van een belastingverhoging.

Wat als u de buitenlandse rekening al jaren heeft, maar die nooit eerder heeft gemeld?

‘Spontaan melden bij uw lokale controledienst dat u een buitenlandse rekening niet heeft aangegeven voor een welbepaald aanslagjaar (of voor meerdere aanslagjaren) is niet alleen de beste, maar ook de enige manier’, zegt Francis Adyns, woordvoerder van de FOD Financiën.

Opgelet!

Dat u dit alsnog vrijwillig doet, betekent niet dat uw vorige aangiften niet langer foutief zijn. U heeft een foute aangifte ingediend in het verleden, waardoor de fiscus dus een boete en sancties kan opleggen. Heeft u ook de inkomsten daarop nooit vermeld, dan kan de fiscus die ambtshalve belasten en een belastingverhoging opleggen.

B. Individuele levensverzekeringen in het buitenland

Individuele levensverzekeringen, afgesloten bij een buitenlandse verzekeringsmaatschappij, hoeft u niet door te spelen aan het Centraal Aanspreekpunt CAP. Maar iedereen die in de loop van 2016 een individuele levensverzekering had bij een verzekeringsonderneming gevestigd in het buitenland, moet in de belastingaangifte code 1076 aanvinken. Bijkomend moet u in vak XIV in rubriek B de naam en de voornaam van de verzekeringsnemer opgeven en het land waarin de verzekeringsonderneming was gevestigd. Die verplichting geldt ook als uw echtgenoot (of echtgenote), uw wettelijk samenwonende partner of een van uw minderjarige kinderen de verzekeringsnemer was.

Zelfs als u het contract in 2016 afkocht, moet u het nog altijd op uw belastingaangifte vermelden. Het volstaat dat de individuele levensverzekering op ‘een’ ogenblik in 2016 bestond.

Wat is een verzekeringsonderneming ‘die in het buitenland gevestigd was’?

Het staat buiten kijf dat u verplicht bent dat vak te vervolledigen als u vorig jaar in Luxemburg een tak21- of tak23-beleggingsverzekering had lopen of hebt onderschreven. U bent ook verplicht buitenlandse schuldsaldo- of lijf­renteverzekeringen aan te geven.

Bent u ook verplicht dat vak te vervolledigen als u in België een levensverzekering hebt afgesloten met een buitenlandse verzekeraar, zoals het Duitse Allianz, het Nederlandse ING of de Zwitserse groep Baloise?

Als u een verzekeringscontract heeft afgesloten met een verzekeringsonderneming die in het buitenland gevestigd is, dan hebt u een buitenlands verzekeringscontract. In dat geval moet u die overeenkomst melden. Hebt u echter een contract afgesloten met de Belgische dochtervennootschap van die buitenlandse groep, dan hebt u een Belgische overeenkomst. Die hoeft u niet aan te geven. Let wel, indien u werkt met een Belgische makelaar die u een contract aanbiedt van een in het buitenland gevestigde verzekeringsmaatschappij, dan moet u die wel melden. De makelaar treedt immers op als tussenpersoon en niet als verzekeraar.

Welke sanctie als u de buitenlandse levensverzekering niet meldt?

De mogelijke sancties bij het niet vermelden van een buitenlandse levensverzekering zijn dezelfde als bij het niet aangeven van uw buitenlandse rekeningen.

Wat als u de buitenlandse levensverzekering al jaren heeft, maar nog nooit heeft gemeld?

Ook hier gelden dezelfde regels als bij het niet melden van een buitenlandse rekening. 

C. Juridische constructies

Net zoals de voorbije jaren moeten belastingplichtigen met een juridische constructie in hun belastingaangifte code 1077-87 in vak XIV, rubriek C, aanvinken. Sinds vorig jaar moeten die belastingplichtigen ook een reeks details over die constructie opbiechten in hun jaarlijkse belastingaangifte. Het gaat om de ‘coördinaten’ van de constructie: de naam van de oprichter of begunstigde, de volledige naam van de juridische constructie, de rechtsvorm ervan, het adres en eventueel het identificatienummer van de constructie, net zoals de naam en het adres van de beheerder van de constructie.

Altijd bij de hand houden?
  • Gegevens over buitenlandse rekening en/of levensverzekering.
  • Gegevens over de juridische constructie en een gedetailleerd overzicht van de inkomsten van de constructie.

Met die gegevens kan de Belgische belastingdienst bij de fiscus van het land waarin de constructie gevestigd is de nodige informatie opvragen om de zogenaamde kaaimantaks te kunnen heffen. Die kaaimantaks is een doorkijkbelasting: dat betekent dat de fiscus doet alsof de constructie niet bestaat. En de inkomsten van die constructie belast de overheid alsof de belastingplichtige de inkomsten rechtstreeks ontvangen zou hebben.

Wie moet de kaaimantaks betalen?

Code 1077-87 moet u aanvinken als u de oprichter, houder of begunstigde bent van een juridische constructie. Maar ook als uw partner met wie u een gemeenschappelijke aangifte invult of uw niet-ontvoogde minderjarige kinderen de oprichter, houder of begunstigde zijn.

  • De oprichter is degene die de constructie oprichtte of degene die de goederen of kapitalen inbracht. Opgelet! Ook iedereen die (on)rechtstreeks erfgenaam is of zal zijn van de oprichter, wordt beschouwd als de oprichter van een juridische constructie. Tenzij u kunt aantonen dat u er nooit enig voordeel van heeft genoten of zal genieten.
  • De houder is degene die de juridische rechten van de aandelen bezit als het gaat om een constructie met rechtspersoonlijkheid. Is het een entiteit zonder rechtspersoonlijkheid, dan is dat degene die de economische rechten bezit op de goederen en kapitalen van de entiteit.
  • De begunstigde is iedereen die een effectief voordeel verkrijgt uit de constructie.

Welk tarief geldt voor de kaaimantaks?

Net omdat de kaaimantaks een doorkijkbelasting is, geldt er ook geen ‘vast’ tarief voor. Het tarief waartegen de geviseerde inkomsten belast worden, hangt af van het type inkomsten. Dus een afzonderlijk tarief van 10, 15, 25 of 27 procent op roerende inkomsten, een progressief tarief op beroepsinkomsten enzovoort.

Dat verklaart ook waarom u in vak XIV, rubriek C, waar u de juridische constructie moet melden, nergens een vakje vindt om de inkomsten van deze constructie aan te geven. Meer nog, nergens in de aangifte zult u een specifieke code vinden om de inkomsten die vallen onder de kaaimantaks aan te geven. Wat moet u dan wél doen? Per type voegt u de betrokken inkomsten toe bij uw persoonlijke inkomsten in het betrokken vak van dat type inkomsten: loon in vak IV, beleggingsopbrengsten in vak VII enzovoort.

Welke constructies viseert de kaaimantaks?

In theorie kunnen ook Belgische constructies in het vizier van de kaaiman komen, maar in de praktijk zal de kaaiman alleen bijten naar buitenlandse structuren.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee types:

  1. Constructies zonder rechtspersoonlijkheid, zoals trusts of fiduciaire structuren. Dat zijn structuren waarbij een bepaalde persoon (een trustee) is aangesteld om een vermogen voor een begunstigde of voor een goed doel te beheren. Essentieel is dat u (een deel van) uw vermogen aan die structuur hebt overgedragen zonder dat u daarvoor een evenwaardige tegenwaarde of prestatie hebt ontvangen, maar waarbij u wel verplichtingen aan de beheerder hebt opgelegd. Een fiduciaire of trust impliceert een vermogensoverdracht, het feit dat u afstand doet van een deel van uw vermogen.
  2. Structuren met rechtspersoonlijkheid. Deze worden opgelijst in een Koninklijk Besluit dat geregeld wordt geactualiseerd. De lijst bevat buitenlandse rechtspersonen, gevestigd in een belastingparadijs of die onderworpen zijn aan een aanzienlijk gunstiger belastingregeling dan in België. Er is een limitatieve lijst voor de landen van de Europese Economische Ruimte (EER) en een indicatieve lijst voor niet-EER-landen. De geviseerde entiteiten zijn bijvoorbeeld de Société de Gestion de Patrimoine Familiale (SPF) in Luxemburg, de zogenaamde Stiftung of Anstalt in Liechtenstein of de International Business Company op de Bahama’s.

Viseert de kaaimantaks alle buitenlandse constructies?

Neen. Alleen constructies waarin zwevende vermogens worden verborgen zodat de inkomsten geen normaal belastingregime ondergaan.

Zitten de vermogens in een structuur met rechtspersoonlijkheid, dan ligt de drempel voor dit ‘normale belastingregime’ op 15 procent, berekend volgens de Belgische fiscale spelregels. Dat betekent dat de belastbare basis wordt vastgesteld alsof het om een Belgische vennootschap ging, waarna de effectieve buitenlandse belasting wordt gedeeld door die Belgische belastbare grondslag. Levert dat een belasting op van 15 procent of meer, dan bijt de kaaiman in het zand.

De kaaiman bijt eveneens in het stof als de constructie gevestigd is in een EER-lidstaat of in een staat waarmee België een (dubbelbelasting)verdrag heeft gesloten, én wanneer de oprichter of begunstigde kan aantonen dat deze entiteit in haar thuisland een daadwerkelijke niet-geveinsde economische activiteit heeft ontwikkeld. Bovendien moet de oprichter of begunstigde aantonen dat het geheel van de lokalen, het personeel en de uitrusting van de entiteit, in verhouding staat tot de voormelde economische activiteit. In dat geval moet u in vak XIV bij rubriek C het vakje ‘ja’ aanvinken bij de vraag: ‘Is de juridische constructie een entiteit bedoeld in artikel 5/1 §3B van het WIB92’. U moet het bestaan van de constructie in dat geval wel melden, maar u hoeft de inkomsten niet aan te geven.

Welke sanctie als u de constructie niet meldt?

Merkt de fiscus dat op, bijvoorbeeld door de internationale gegevensuitwisseling, dan zal hij voor elk jaar en elke constructie die u niet meldt, een verhoogde administratieve boete van 6.250 euro aanrekenen. Blijkt ook nog eens dat u de inkomsten van de constructie niet correct heeft aangegeven, dan zal hij ook de normale belastingverhogingen toepassen op de niet-aangegeven inkomsten.

D. Leningen aan kleine, startende vennootschappen

Ten slotte moet u ook melden of u een lening hebt toegestaan aan een kleine, startende onderneming via een erkend crowdfundingplatform. Door de taxshelter voor die investeringen is de ontvangen intrest op de eerste leningsschijf van 15.000 euro belastingvrij. Maar in de praktijk zal zo goed als niemand hier iets aangeven. In 2016 was er nog geen enkel erkend Belgisch crowdfundingplatform. Er kunnen dus alleen buitenlandse worden gemeld.

Wat met PayPal-rekening?

Een PayPal-rekening hoeft u in principe niet aan te geven, tenzij ze verbonden is aan een beroepsactiviteit of tenzij u de bedragen op die rekening langer aanhield dan strikt noodzakelijk was om de transacties uit te voeren die u ermee financiert.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud