Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Slimme beurstrackers als heilige graal

De beurscrash van 2008 is een bron van inspiratie voor nieuwe beleggingen. Bollebozen boksen ‘crashbestendige’ producten in elkaar. Met backtesten als bewijs. Maak kennis met smart beta.
©Jacques Moeraert

‘Waarom smart beta oprukt? Omdat beleggers koortsachtig zoeken naar alternatieven in een omgeving van lage rente.’ Dat zegt Sandra Niethen, bij Deutsche Asset & Wealth Management (DeAWM) verantwoordelijk voor de promotie van die producten in Europa en Azië.

Uitgevers van trackers zoals DeAWM (Deutsche Bank ) en Blackrock gaan maar al te graag in op deze ‘behoefte van de belegger.’ Ze trachten een product te creëren dat inzake rendement en risico doorheen de tijd zijn verdienste heeft bewezen. Tenminste, with ‘the benefit of hindsight’. Achteraf bekeken. Backtesting, heet dat.

Zoeken naar de heilige beleggersgraal is des mensen. Welke formule werkt doorheen alle tijden? 2008 was een jaar waarin veel beleggers erg ontgoocheld werden. Veel beheerders-prijsbeesten die jarenlang de beurs klopten (alfa), gingen in 2008 volledig onderuit. Maar ook de beleggers die ervan overtuigd waren dat de markt niet te kloppen viel, en die steevast in beursindexen (beta) investeren, werden zwaar getroffen.

Klassieke beursindexen zijn erg vatbaar voor zeepbellen. Bedrijven die in beurswaarde groeien - zoals banken en verzekeraars over 2003-2007 - krijgen immers een steeds groter gewicht in die indexen. Door het grote belang van de financiële sector op het beurshoogtepunt, kelderde de doorsnee Europese beurstracker met 50 procent in 2008. Beleggers die - in theorie - slaafs een beursindex volgden, zetten in werkelijkheid steeds zwaarder in op een voortzetting van de financiële hype.

Gelijke weging-trackers

Beurstrackers met een gelijke weging van aandelen - in plaats van op basis van beurskapitalisatie - bieden een oplossing. Steeds meer beleggers zijn eraan verknocht. Wie vijf jaar geleden een tracker kocht van de Amerikaanse S&P500-beursindex, zit vandaag op een winst (zonder dividenden) van 100 procent. Wie de S&P500 Equal Weight kocht, heeft 150 procent winst (zie grafiek). DeAWM biedt zo’n tracker aan op de beurs van Frankfurt (isincode: LU0659579493).

De filosofie van ‘equal weight’ past perfect in die van ‘smart beta’. De beursprestaties bepalen aan de hand van beurskapitalisaties is niet perfect. Toen Apple in 2012 even de stratosfeer in ging, kreeg het een gewicht van 5 procent in de S&P500. Beleggers die in een extreem gediversifieerd mandje aandelen willen beleggen, verbinden hun lot plots aan de lotgevallen van Apple. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Een veel extremer voorbeeld is de Bel20. Wie de Lyxor UCITS Bel20-tracker op de beurs van Parijs koopt, verdeelt bijna 40 procent van zijn inzet over amper drie aandelen: de zwaargewichten GDF Suez, AB InBev en KBC. Een ‘Bel20 Equal Weight’-tracker zou handig zijn, maar bestaat vooralsnog niet.

De theorie is mooi, de praktijk is de volgende: ‘equal weight’-indexen kloppen de markt in periodes waarin kleine aandelen superieur presteren. De helft van de S&P500-index bestaat uit aandelen die kunnen omschreven worden als ‘midcaps’. De vloerbekledingsgroep Mohawk Industries (bekend van Quickstep) heeft in de S&P500 Equal Weight-index hetzelfde gewicht als Apple. Omgekeerd zullen de ‘equal weights’ slechter presteren in periodes waarin steraandelen (blue chips) de wind in de rug hebben. Over de voorbije vijf jaar presteerden smallcaps beduidend superieur. Maar dat is niet altijd zo. In de jaren 90 waren grote aandelen aan het feest en ‘domme beurstrackers’ de beste keuze.

Lage volatiliteitstrackers

Smart beta-trackers of fondsen zijn in twee categorieën te verdelen, legt Sandra Niethen uit. ‘Je hebt smart beta op basis van regels - ‘rule based’ - zoals equal weight. In dat geval krijgt elk aandeel gewoon dezelfde weging. Dan heb je ‘risk based’, smart beta op basis van de risicobijdrage van elk aandeel.’

In die tweede categorie gaan de whizzkids in overdrive. Een van de bekendste voorbeelden zijn de Minimum Volatilityindexen van MSCI. De MSCI-jongens stellen een aandelenmandje samen op een zodanige manier dat de volatiliteit afneemt en lager wordt dan die van de beurs. Zo kijkt MSCI bijvoorbeeld naar de correlatie tussen aandelen. ‘Door de opname van een bedrijf dat video-conferencemateriaal verkoopt te combineren met een luchtvaartmaatschappij dat het gros van haar inkomsten haalt uit zakenvluchten, kom je tot een lagere volatiliteit’, illustreert Charles Symons van Blackrock, de uitgever van iShares.

Blackrock heeft trackers geënt op de MSCI MinVol-indexen, met beursnotering in Londen. Op de grafiek zien we dat de tracker (isin: IE00B86MWN23) in vergelijking met gewone MSCI Europe-index iets minder scherpe toppen en dalen heeft gekend in 2013. Het sloot het jaar af met een achterstand tegenover de MSCI Europe.

De toegevoegde waarde van de MinVol-indexen zal echter tot uiting komen tijdens ware beurscrashes. Dat leert ons althans de backtesten. Verloor MSCI World in 2008 40 procent van zijn waarde (in dollar), dan zou de MinVol-variant het verlies beperkt hebben tot 29 procent. Minder diep doorzakken in crisisjaren heeft een grote impact op het lange termijnrendement. De MSCI World MinVol realiseerde sinds 2000 een gemiddeld jaarrendement van 8,7 procent, tegenover 5,9 procent voor de MSCI World. Het superieure langetermijnrendement mag niet verrassen. Mochten de backtesten deze resultaten niet hebben opgeleverd, zouden we nooit gehoord hebben van de MinVol-indexen.

Conclusie

Volgens cijfers van Morningstar hebben beleggers al een slordige 271 miljard dollar gepompt in smart beta-trackers. Over 2013 alleen al kwam er zo’n 65 miljard dollar bij. De forse instromen van rendements- hongerige pensioenfondsen en andere grote beleggers zullen aanhouden zolang de returns in lijn liggen met de backtest-resultaten. Of we over vijf jaar nog spreken over smart beta, valt nog te bezien.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud