Kunt u uw woonkrediet nog aflossen bij tegenslagen?

Het aantal hypothecaire kredieten dat niet stipt wordt terugbetaald, is miniem. Toch balanceren veel huishoudens op een slappe koord door een woonkrediet aan te gaan. Zeker als de economische rugwind zou omslaan in zware tegenwind.

De Belg is in vergelijking met andere Europese onderdanen een vermogende burger. De Nationale Bank van België (NBB) raamt de waarde van al ons spaargeld en beleggingen zonder vastgoed op 1.334 miljard euro. Daartegenover staat een kleine 276 miljard euro aan schulden, waarvan 80 procent of zo’n 220 miljard euro aan hypothecaire leningen. Het globale vermogen volstaat dus ruimschoots om de woonkredieten af te lossen.

Ook blijkt dat het overgrote deel van de hypothecaire leningen stipt wordt afbetaald. Van alle verleende woonkredieten kampt slechts 1 procent met een betalingsachterstand, leren de statistieken van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren (CKP). ‘Dat percentage steeg na de financiële crisis licht tot 1,3 procent, maar is nu terug aan het dalen’, zegt Peter Neefs, diensthoofd van de CKP.

©Filip Ysenbaert

Waar maakt de NBB zich dan zorgen over? Het financieel vermogen van de Belgen is ongelijk verdeeld. Er zijn huishoudens met een stevige spaarpot achter de hand, maar er zijn ook veel gezinnen met weinig marge om een financiële tegenvaller op te vangen. Als je een lijn trekt van de armste naar de meest vermogende huishoudens, dan bevinden zich in het midden (de mediaan) de huishoudens met een financieel vermogen van 26.000 euro. Het gaat dan om geld op spaarboekjes of geld dat belegd is in aandelen, beleggingsfondsen, kasbons of obligaties.

Maar: ‘Die spaarpot van een gezin in het midden van de curve of 26.000 euro is minstens 36 keer meer dan de armste 10 procent van de huishoudens en minstens negen keer minder dan de rijkste 10 procent’, illustreert Philip Du Caju, onderzoeker bij de Nationale Bank.

Verder moeten ook niet alle huishoudens een woonkrediet aflossen. Drie Belgen op de tien hebben geen eigen woning en vier Belgen op de tien hebben hun hypothecaire lening al afgelost. De totale hypothecaire schuld of circa 220 miljard euro wordt slechts door drie op de tien huishoudens getorst. Die laatste huishoudens bezitten maar 21 procent van het totale liquide financieel vermogen (het volledige bedrag aan spaargeld, beursgenoteerde aandelen, beleggingsfondsen, kasbons en obligaties). De macroeconomische gegevens vertellen met andere woorden lang niet alles.

Ongelijke verdeling

60%
Meer dan 60 procent van de schuldenaars slaagt erin om zijn achterstal binnen het jaar in orde te brengen.

Een recente studie van de NBB, waarover de krant Le Soir eerder berichtte, werpt een beter licht op de situatie van de Belgische huishoudens met een hypothecair krediet. Onderzoeker Philip Du Caju kwam tot enkele opmerkelijke vaststellingen op basis van data uit 2010 en 2014. Bijna een derde (29,8 procent) van de verstrekte woonkredieten wordt afbetaald door gezinnen met een beperkte financiële reserve. Het financiële vermogen dat deze groep achter de hand heeft, volstaat slechts om het woonkrediet gedurende zes maanden af te lossen. Deze groep moet dus bijna een derde van de totale hypothecaire schuld of zo’n 70 miljard euro aan woonkredieten terugbetalen.

Bijna de helft (44,6 procent) van het totale uitstaande bedrag aan woonkredieten zit bij huishoudens waarvan de financiële reserve minder dan 10 procent van het uitstaande woonkrediet dekt.

In 2017 leende de helft van de krediet nemers voor meer dan 80 procent van de woningwaarde.

Vooral alleenstaanden zijn kwetsbaar. Van alle koppels met kinderen besteedt slechts 5,6 procent meer dan een derde van het bruto-inkomen aan de aflossing van hun hypotheeklening. Bij alleenstaanden met kinderen loopt dat op tot één op de tien. Dat alles maakt dat een deel van de Belgische huishoudens kwetsbaar kan zijn voor werkloosheid of inkomensverlies.

Soepele banken

Ondertussen maakt een combinatie van de lage rente en de stijgende woningprijzen dat er steeds meer wordt geleend voor de aankoop van een woning. Het jaarverslag van de NBB over 2017 leert dat vijf op de tien Belgen een lening aangaan voor meer dan 80 procent van de woningwaarde. In de periode 2012-2014 was dat nog vier op de tien. Banken zijn ondertussen dus nog soepeler geworden om woonkredieten toe te staan.

Daarbij komt dat de verhouding tussen de schuldenlast en het maandinkomen van de kredietnemers verslechtert, ondanks de langere looptijden van de kredieten. Zo vergroot het risico op wanbetaling, wat nefast kan zijn als de rente op woonkredieten stijgt en de huizenprijzen zouden dalen.

De ramingen over de overwaardering van Belgisch vastgoed lopen sterk uiteen en variëren al naargelang de berekeningsmethode van amper 2,5 tot zelfs 28 procent.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content