Ondernemers stappen beter doordacht in het huwelijksbootje

©Pieter Van Eenoge

Een echtscheiding kan uitmonden in een heuse nachtmerrie. Soms blijft een partner berooid achter. Om dat te vermijden, zijn er nieuwe spelregels vanaf september. Die vergen van de huwelijkspartners meer doordachte keuzes. Dat geldt zeker voor ondernemers of de beoefenaars van een vrij beroep.

Op 1 september treedt het nieuwe huwelijksvermogensrecht in werking. Het belangrijkste doel van de hervorming is dat de huwelijkspartners bij een scheiding beter worden beschermd. Dat geldt uiteraard ook voor de ex-partner van een ondernemer of voor de ex van een vrije beroeper zoals een kinesist, een accountant, een notaris of een plastisch chirurg.

Specifiek voor ondernemers werkt de hervorming een aantal onzekerheden weg. Wat moet bijvoorbeeld gebeuren met de winsten en de aandelen in uw bedrijf als uw huwelijk niet standhoudt? Kan uw ex-partner dan een deel van de winst of van de waarde van die aandelen opeisen? En zo ja, welk deel?

Het antwoord op die vraag is afhankelijk van het stelsel waarvoor de echtgenoten kiezen om het vermogen tijdens het huwelijk te organiseren. Net zoals nu zijn er drie mogelijkheden.

Ofwel huwt u, zoals de meeste koppels, onder het wettelijk stelsel. Ofwel kiest u voor het een stelsel van scheiding van goederen. Ofwel opteert u voor een stelsel van algehele gemeenschap van goederen. Dat laatste stelsel kan nuttig zijn als u alle goederen die u al voor uw huwelijk bezat gemeenschappelijk wil maken. Omdat weinig huwelijkspartners daarvoor kiezen (minder dan 1 procent), laten we het stelsel van gemeenschap van goederen buiten beschouwing.

Wettelijk stelsel

Als u geen keuze maakt, valt u automatisch onder het wettelijk stelsel. Maar u kunt er natuurlijk ook bewust voor kiezen.

In dat stelsel zijn er drie vermogens: een gemeenschappelijk vermogen dat u samen met uw partner opbouwt en de eigen vermogens van beide echtgenoten.

Zelfstandigengids 2018

Alle maatregelen die het ondernemen makkelijker maken.

De Zelfstandigengids is op 16/6 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

In het eigen vermogen zit alles wat u opbouwde voor het huwelijk, maar ook schenkingen of erfenissen die u tijdens het huwelijk ontvangt.

Uw beroepsinkomsten komen onmiddellijk terecht in het gemeenschappelijk vermogen. ‘Echtgenoten werken met en voor elkaar’, zegt professor Charlotte Declerck (UHasselt, Tiberghien advocaten) . ‘Oefent u tijdens het huwelijk een beroep uit, dan moeten de inkomsten integraal toekomen aan het gemeenschappelijk vermogen. Alleen de beroepsinkomsten die u voor of na de ontbinding van het huwelijk realiseert, blijven eigen.’

Veronderstel dat u gehuwd bent en dat u helemaal aan het begin staat van een loopbaan als plastisch chirurg. Dan is het best mogelijk dat u gemeenschappelijke fondsen aanwendt om het nodige materiaal te kopen, zoals een laptop of een bank om uw patiënten te behandelen.

Als uw huwelijk op de klippen loopt, dan bent u aan het gemeenschappelijke vermogen een vergoeding verschuldigd. Volgens de huidige spelregels is die vergoeding minstens gelijk aan de aankoopprijs. ‘Dat is problematisch omdat de goederen die u destijds hebt aangekocht na tien of twintig jaar huwelijk soms weinig of niets meer waard zijn’, zegt CD&V-parlementslid Sonja Becq.

Daarom wordt voor deze beroepsgoederen vanaf 1 september een onderscheid gemaakt tussen het eigendomsrecht en de vermogenswaarde. Als het huwelijk strandt, dan mag de arts zijn materiaal behouden, maar komt de vermogenswaarde van het materiaal toe aan de gemeenschappelijke pot.

De vermogenswaarde is niet de aankoopprijs van het materiaal, maar de waarde ervan op het ogenblik dat de echtscheidingsprocedure wordt ingeleid.

Is de laptop of de bank die u 20 jaar geleden met geld uit de gemeenschappelijke pot aankocht ondertussen niets meer waard, dan moet u niets meer terugbetalen. Zijn die goederen nog 1.000 euro waard, dan moet u 1.000 euro aan de gemeenschappelijke pot terugstorten. Omdat die pot bij echtscheiding wordt verdeeld in twee helften, moet u de ex-partner dan nog 500 euro betalen.

Het onderscheid tussen het eigendomsrecht en de vermogenswaarde wordt doorgetrokken als u, nadat u getrouwd bent, met gemeenschappelijke gelden een vennootschap opricht en alle aandelen in die vennootschap op uw naam zijn ingeschreven. Bijvoorbeeld om er een bedrijf of een artsenpraktijk mee uit te bouwen.

Wat met uw beleggingen?

Bent u, zoals de meeste koppels, gehuwd onder het wettelijk stelsel, dan is er een gemeenschappelijk vermogen en heeft elke echtgenoot ook zijn eigen vermogen. Aan wie komen dan de dividenden en de mogelijke meerwaarde toe als een van de echtgenoten louter privé en los van zijn beroep in beursgenoteerde aandelen belegt? Dat is nu soms onduidelijk. Maar vanaf 1 september wordt die vraag opgelost:

  • Zijn de aandelen voor minstens de helft met fondsen uit het gemeenschappelijk vermogen gekocht, dan behoren de aandelen, de dividenden en de eventuele waardestijgingen integraal toe aan de gemeenschappelijke pot van de gehuwden.
  • Zijn de aandelen voor minstens de helft verworven met eigen middelen van een van de huwelijkspartners, dan behoren ze integraal toe aan het eigen vermogen van die partner. Mogelijk is er bij de beëindiging van het huwelijk dan wel een vergoeding verschuldigd aan het gemeenschappelijk vermogen, bijvoorbeeld wanneer de aankoop van de effecten voor 40 procent met gemeenschappelijke fondsen werd gefinancierd.

Loopt uw huwelijk spaak, dan blijft u eigenaar van uw aandelen en dan kunt u ze verkopen of de stemrechten op de algemene vergadering uitoefenen. Maar de waarde van de aandelen komt bij echtscheiding aan het gemeenschappelijk vermogen toe. En ook dan wordt voortaan de waarde van de aandelen op het ogenblik dat de echtscheidingsprocedure wordt ingeleid in rekening gebracht.

Uw ex-echtgenoot zal dan de helft van de waarde van de aandelen in uw bedrijf kunnen claimen. ‘De aandelen zijn wel voor minstens de helft met gemeenschapsgelden verkregen. In het wettelijk stelsel zijn alle vruchten van uw beroepswerkzaamheden gemeenschappelijk. Dit is dus logisch en rechtvaardig’, aldus Declerck.

Voor de inkomsten die u uit uw vennootschap puurt, is de situatie enigszins anders. Het maakt dan niet uit of u al een vennootschap had voor het huwelijk, dan wel of u die vennootschap pas oprichtte nadat u was getrouwd.

Ontvangt u dividenden of een bezoldiging als bedrijfsleider, dan zijn die beroepsinkomsten in het wettelijk stelsel bestemd voor de gemeenschappelijke pot.

Als de relatie met uw echtgenoot op kantelen staat, dan zou u uw beroepsinkomsten in uw vennootschap kunnen ‘oppotten’, waardoor het gemeenschappelijk vermogen en dus ook de andere echtgenoot inkomsten misloopt.

Dat zal niet meer mogelijk zijn. Als die beroepsinkomsten normaal wel toegekomen zouden zijn aan de gemeenschappelijke pot, dan is er bij een scheiding een vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen verschuldigd. ‘Om het bedrag daarvan te bepalen moet men zich de vraag stellen welk beroepsinkomen er aan de gemeenschap zou zijn toegekomen als de echtgenoot-ondernemer zijn beroep zonder vennootschap had uitgeoefend’, aldus Declerck.

Het onderscheid tussen het recht en de vermogenswaarde geldt bij een echtscheiding ook voor het cliënteel dat u als vrije beroeper of als ondernemer tijdens het huwelijk hebt opgebouwd. ‘Het is aan de echtgenoot die de beroepsactiviteit uitoefent om te beslissen of hij zijn klantenportefeuille verkoopt of niet. Maar als het cliënteel tijdens het huwelijk fors is uitgebouwd, dan behoort de economische waarde ervan tot de gemeenschap’, aldus Declerck.

Met dit uitgangspunt is uw echtgenoot beter beschermd, en dan vooral als hij zijn professionele loopbaan op een zijspoor heeft gezet.

Scheiding van goederen

Wie al een bedrijf heeft op het ogenblik dat hij trouwt of de oprichting van zijn bedrijf financiert met eigen middelen, kiest al eens voor een stelsel van scheiding van goederen. In dat geval is er geen gemeenschappelijk vermogen en zijn er maar twee vermogens: dat van elke echtgenoot afzonderlijk. ‘Een ondernemer kan dit stelsel gebruiken om zijn partner te beschermen tegen zijn schuldeisers voor het geval er met het bedrijf iets zou mislopen’, aldus Becq.

Ook deze regeling leidt soms tot problemen als de andere partner veel minder verdient of zijn carrière opzijzet om voor de kinderen te zorgen. ‘Bij de beëindiging van het huwelijk kan die partner met lege handen achterblijven. Want hij of zij heeft nooit gedeeld in de inkomsten van de andere echtgenoot tijdens het huwelijk. Het leidt ook tot oneerlijke situaties. Het is dan ook logisch dat er een bepaalde bescherming wordt ingebouwd zodat niemand in armoede wordt geduwd’, motiveert Becq.

Om dat te verhinderen en om toch een beetje solidariteit in te bouwen, moet de notaris de echtgenoten die willen huwen met scheiding van goederen voortaan wijzen op twee mogelijkheden.

1. Verrekening van aanwinsten

Als de echtgenoten opteren voor het stelsel van scheiding van goederen, dan kunnen ze in het huwelijkscontract een beding van verrekening van aanwinsten opnemen. Zo delen de echtgenoten toch in de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot tijdens het huwelijk. ‘Het gaat nog steeds om een scheiding van goederen, maar bij de ontbinding van het huwelijk zal de economisch sterkere echtgenoot een geldsom betalen aan de economisch zwakkere’, vervolgt Becq.

De notaris kan in het huwelijkscontract verwijzen naar de nieuwe bepalingen in het burgerlijk wetboek en in dat geval kan de financieel zwakkere echtgenoot de helft van de aanwinsten opeisen.

Maar de echtgenoten kunnen daarvan afwijken en overeenkomen dat de financieel zwakkere echtgenoot bij de beëindiging van het huwelijk 10 , 30 of 40 procent kan claimen. De echtgenoten kunnen zelf de verdeelsleutel bepalen.

2. Rechterlijke billijkheidscorrectie

Echtgenoten kunnen in het huwelijkscontract een rechterlijke billijkheidsclausule opnemen. Ook hier gaat het om een mogelijkheid, geen verplichting. Als in het huwelijkscontract zo’n clausule is opgenomen, dan kan de echtgenoot die met lege handen achterblijft aan de rechter vragen om toch nog een deel van de aanwinsten te ontvangen. ‘Dat kan evenwel tot maximaal een derde van de nettowaarde van de gezamenlijke aanwinsten op het tijdstip van de ontbinding van het huwelijk’, stelt Declerck.

Een billijkheidsclausule brengt niet altijd redding. Want, zelfs als er zo’n clausule in het huwelijkscontract is opgenomen, dan zal een echtgenoot ze maar kunnen inroepen als de omstandigheden sinds het afsluiten van het huwelijkscontract onvoorzien en ongunstig gewijzigd zijn, bijvoorbeeld als een van de echtgenoten om gezondheidsredenen moest stoppen met werken.

Bovendien moet er sprake zijn van manifeste onbillijke gevolgen. Als de ex-partner zelf vermogend is, zal hij de clausule nooit kunnen inroepen.

Huwt u met scheiding van goederen en is er in het huwelijkscontract geen verrekening van aanwinsten of een rechterlijke billijkheidclausule opgenomen, dan is het nog altijd mogelijk om uw ex-partner bij een scheiding in de kou te laten staan. Volgens specialisten familiaal vermogensrecht is dat absoluut een gemiste kans. ‘Uiteindelijk is het aan de echtgenoten om te beslissen in welke mate ze solidair blijven als de relatie spaak loopt. We gaan hen niet in een dwangbuis wringen’, repliceert Open VLD-Kamerlid Carina Van Cauter.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content