netto

Maak de rekening vóór u schenkt

©Photo News

De kinderen een duwtje in de rug geven of erfbelasting vermijden? Schenken gebeurt altijd met de beste bedoelingen, maar het is niet verstandig om uw bezittingen zomaar weg te geven. U moet in de eerste plaats aan uzelf denken en voldoende kapitaal achter de hand houden voor een zorgeloze oude dag, zeker nu er amper nog renteopbrengsten zijn.

‘Ik heb heel mijn leven belastingen betaald. Na mijn dood moet de fiscus niet nóg eens langs de kassa passeren met de successierechten.’ Het is een vaak aangehaald argument om tijdens het leven al een deel van zijn vermogen weg te schenken en niet alles pas na het overlijden na te laten. ‘Maar de keuze tussen schenken of nalaten is meer dan een fiscaal verhaal’, zegt Jo Stremersch van de onafhankelijke financieel planners Stremersch, Van Broekhoven en Partners. ‘Meer nog, in vele gezinnen is de fiscaliteit niet het grote probleem. De verschuldigde erfbelasting - de nieuwe naam voor de successierechten - wordt heel vaak overschat.’

1. Biedt schenken een fiscale meerwaarde?

De tarieven van de erfbelasting stijgen met de waarde van de erfenis. Voor nalatenschappen aan kinderen, kleinkinderen en de partner moet in Vlaanderen op de eerste schijf van 50.000 euro 3 procent erfbelasting worden betaald, op het deel van de erfenis tussen 50.000 en 250.000 euro is dat 9 procent. ‘Idealiter is het fiscaal gunstig om onder de grens van 27 procent te blijven’, zegt Vincent Hovine, vermogensplanner bij Puilaetco Dewaay. Dat hoogste tarief moet worden betaald op het deel van de nalatenschap boven 250.000 euro. Let wel, de tarieven worden niet berekend op de totale waarde van de nalatenschap, maar per erfgenaam. Als een vader bijvoorbeeld 500.000 euro cash nalaat aan zijn twee dochters, dan wordt elke dochter belast op haar erfdeel en dus op 250.000 euro.

Tegelijk wordt tussen (klein)kinderen en (groot)ouders en tussen echtgenoten en samenwoners in het Vlaams Gewest een opsplitsing gemaakt tussen roerende (cash, aandelen, beleggingen, kunst…) en onroerende goederen (huizen, appartementen, gronden…). Door die opsplitsing genieten zij twee keer het laagste tarief.

‘In hoeverre er een fiscale drijfveer is, hangt vaak ook samen met de leeftijd van de schenker’, merkt notaris Carol Bohyn. ‘Wie al op jongere leeftijd wil schenken - zoals jong gepensioneerden - doet dat vaak om de kinderen of kleinkinderen te steunen. Op latere leeftijd hebben fiscale redenen de bovenhand en wordt er ook al gekeken naar de kleinkinderen.’

2. Bent u er zelf klaar voor om te schenken? En zijn uw kinderen er klaar voor?

‘Behalve het fiscale aspect spelen ook familiale en psychologische aspecten een rol’, zegt Hovine. Een eerste vraag is of u klaar bent om te schenken. ‘Minstens even belangrijk is de vraag of de kinderen het bestuur over het geschonken vermogen aankunnen? Kunnen ze op een intelligente manier omgaan met wat ze toegestopt krijgen?’, merkt Stremersch op.

De onafhankelijke vermogensplanner wijst ook op het belang van de familiale relaties. ‘Als ouders schenken aan een kind, dan willen ze dat na een eventuele echtscheiding het vermogen in de familie blijft. Maar een dergelijke schenking kan de relatie met de schoonkinderen onder druk zetten. Of een ander voorbeeld: schenken van een onroerend goed aan de kinderen in onverdeeldheid is niet altijd een cadeau.’

3. Hoeveel hebt u zelf nog nodig om comfortabel te leven?

En dan is er uiteraard de vraag hoeveel u met een gerust gemoed kunt schenken? U wilt de kinderen een duwtje in de rug geven of de uiteindelijke belastingfactuur temperen, maar ‘gegeven is gegeven’. Iedereen wil nog comfortabel leven en zeker niet op zijn oude dag in de financiële problemen raken. ‘De meeste mensen zijn voorzichtig om zich - wat men noemt - uit te kleden voor het slapengaan. Er is altijd de schrik om niet meer rond te komen’, merkt Bohyn in zijn notarispraktijk. ‘Maar sommigen weten niet goed hoeveel je per jaar of per maand opdoet en hoeveel kapitaal je tijdens de rest van je leven nog nodig zal hebben.’

Alleen datgene wat je absoluut niet meer nodig hebt, kan je wegschenken. ‘De huidige lage rente beknot de mogelijkheden om te schenken. Er moet al een groot kapitaal zijn vooraleer het verantwoord is om al tijdens het leven uit de delen’, zegt Stremersch. Alleen als er voldoende inkomsten zijn zoals pensioen of huurinkomsten, is kapitaal minder nodig.

Voordat u aan successieplanning begint, is een grondige financiële planning noodzakelijk. U moet berekenen hoeveel u zelf nodig zult hebben voor uw oude dag, met een voldoende grote buffer om eventuele kosten voor verzorging op te vangen. Alleen het overschot kunt u aan de volgende generatie of aan iemand anders schenken. Is er geen overschot, dan is schenken geen optie en moet u uw vermogen laten vererven.

Zo maakt u een financieel plan

1. Wat zijn de ingrediënten?

In een eerste stap maakt u een overzicht van uw bezittingen en de bijbehorende kosten (exploitatiekosten, onderhoud…). ‘Uw vermogen inventariseren lijkt op het eerste gezicht vrij eenvoudig, maar de praktijk leert ons dat dit vaak niet zo is. Slechts enkelen zijn zo goed georganiseerd dat hun hele vermogensinventaris zich op één centrale plaats bevindt’, merkt Jo Stremersch. Doorheen uw leven bouwt u een vermogen op via vastgoed, verzekeringen, vennootschappen, beleggingen of kunst. Een vermogensstaat leert u veel over de samenstelling van uw vermogen, geeft inzicht in de jaarlijkse aangroei en de mate waarin uw vermogen die zelf voortbrengt of afhankelijk is van inkomsten uit arbeid.

2. Welke levensstandaard wilt u aanhouden?

Tijdens uw loopbaan hebt u een beroepsinkomen, maar vanaf uw pensionering valt u terug op een wettelijk pensioen. En dat volstaat vaak niet om uw levensstandaard aan te houden.

U zult boven op dat pensioen een aanvulling nodig hebben. En het is niet omdat u met pen­sioen bent, dat u plots veel minder geld zou uitgeven: u hebt dan eindelijk de tijd voor de gedroomde reis, uw hobby’s… Maar met de ouderdom stijgt ook het risico op gezondheidsproblemen en de nood aan verzorging. Houd daarom rekening met de kosten voor verzorging op latere leeftijd of een verblijf in een rusthuis of woonzorg­centrum.

3. Hoelang zult u nog leven?

Zodra u weet welke extra inkomsten u jaarlijks nodig hebt om uw levensstandaard aan te houden, moet u inschatten hoelang u die nog moet kunnen aanhouden. En helaas weet niemand hoelang hij of zij nog zal leven. ‘Reken niet met de gemiddelde levensverwachting’, waarschuwt Stremersch. ‘Die kan te kort zijn, u moet een marge inbouwen. Daarom is het goed om te werken met een levensverwachting van 100 jaar.’

4. Welk beleggingsrendement is haalbaar?

De behoefte aan een extra inkomen gedurende de rest van uw leven moet vervolgens vertaald worden naar een kapitaal. Daarvoor moet u het verwachte rendement van uw beleggingen inschatten. Geen sinecure: wat is bijvoorbeeld een realistische rente voor de komende 25 jaar?  ‘Vroeger was het gangbaar om te werken met een verwachte opbrengst van 4 procent, bij een inflatie van 2 procent of dus een reële opbrengstvoet van 2 procent. Maar met de huidige renteniveaus is dat niet langer aan de orde, zeker niet de eerstkomende jaren’, waarschuwt Stremersch. Voor de volgende vier jaar is een rendement van nul procent realistischer. Bovendien moet u beslissen of u uw kapitaal intact wilt houden of bereid bent dat op te leven. Het spreekt voor zich dat wie zijn kapitaal intact wil houden over een veel groter vermogen moet beschikken dan wie dat niet doet.

Erfenisgids 2016

Zaterdag 18/06, gratis bij De Tijd

Schenken of nalaten?

  • Wat? De juiste antwoorden voor wie zijn gezinswoning, ander vastgoed, roerende goederen of een familiebedrijf cadeau wil doen
  • Aan wie? De beste formules voor wie zijn partner, kinderen, kleinkinderen, vrienden, verre familie of een goed doel wil vooruithelpen
  • Hoe? Met handige stappenplannen voor zowel erflaters als erfgenamen
De Erfenisgids 2016 is op 18 juni verschenen. Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect