Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Wat is de impact van Michel I op uw pensioen?

De regering-Michel nam in navolging van Di Rupo een hele rist pensioenmaatregelen. Het enige objectief: u langer aan het werk houden.
©ANP XTRA

Iedereen is zich er stilaan van bewust dat pensioenmaatregelen onvermijdelijk zijn. Het pensioenbudget in België is gestegen van 25 miljard euro in 2006 naar 36,5 miljard in 2013. Als we niet ingrijpen, neemt dat bedrag jaarlijks nog met 1,5 miljard euro toe. Dus zijn maatregelen nodig om de pensioenkosten onder controle te houden.

De regering-Michel nam heel wat besluiten die doorgaan op het elan van de vorige regering. Maar tegelijk breekt de huidige regeringsploeg met het beleid van Elio Di Rupo (PS).

1. Wettelijke pensioenleeftijd

De regering-Michel heeft beslist de wettelijke pensioenleeftijd op te trekken van 65 jaar tot 66 jaar in 2025 en tot 67 jaar in 2030. De pensioenleeftijd zal ook afhankelijk worden van de levensverwachting, waardoor 67 jaar zeker geen eindpunt is. Volgens de nieuwe regering is de hogere pensioenleeftijd een absolute noodzaak. 'Bijna alle landen in Europa gaan in de richting van 67 jaar', zegt minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR).

 

  • Vandaag: 65 jaar
  • 2025: 66 jaar
  • 2030: 67 jaar

2. Vervroegd pensioen

Nog belangrijker dan de wettelijke pensioenleeftijd is het verlengen van de loopbanen. De Belg gaat gemiddeld op 59-jarige leeftijd met pensioen. Het Europese gemiddelde bedraagt 62 tot 63 jaar. Bovendien is ook de gemiddelde loopbaan van de Belg veel korter dan die van de doorsnee Europeaan.

Welke impact heeft de regering-Michel op uw portemonnee? Doe de test en bekijk enkele becijferde situaties in ons online dossier.

Om die reden worden de voorwaarden voor het vervroegd pensioen nóg strenger. Vandaag moet u minstens 61 jaar zijn en een loopbaan achter de rug hebben van minstens 39 jaar om met vervroegd pensioen te kunnen. Een loopbaanjaar bouwt u op als u dat jaar minstens 1/3 hebt gewerkt (104 dagen voltijds equivalent).

Di Rupo besliste al dat u vanaf februari 2015 minstens 61,5 jaar moet zijn en een loopbaan achter de rug moet hebben van 40 jaar. Vanaf 2016 is dat respectievelijk 62 jaar en een loopbaan van 40 jaar.

De regering-Michel heeft nu tot 2019 een verdere verstrenging van de voorwaarden voor het vervroegd pensioen uitgestippeld: wie in 2019 met vervroegd pensioen wil, zal minstens 63 jaar oud moeten zijn en 42 jaar gewerkt hebben.

Er gelden wel overgangsmaatregelen:

  • Wie in 2016 58 jaar is, zal maximaal twee jaar extra moeten werken.
  • Wie in 2016 59 jaar wordt, zal maximaal een jaar langer aan de slag moeten blijven.

Voor lange loopbanen blijven er uitzonderingen op de leeftijdsgrens:

  • Wie in 2019 44 jaar heeft gewerkt, zal op zijn 60ste met vervroegd pensioen kunnen.
  • Wie in 2019 43 jaar heeft gewerkt, kan op zijn 61ste met pensioen.

De nieuwe regering zal ook nagaan op welke manier uitzonderingsregimes nog mogelijk zijn. Zo zal de definitie van 'zware beroepen' worden herbekeken. Voorts zal ook de 'werkloosheid met bedrijfstoeslag', beter bekend als het 'brugpensioen', geleidelijk uitdoven.

  • 2015: Minstens 61,5 jaar - Loopbaan van 40 jaar
  • 2016: Minstens 62 jaar - Loopbaan van 40 jaar
  • 2019: Minstens 63 jaar - Loopbaan van 42 jaar

3. Landingsbanen

Voor werknemers die dicht bij hun pensioen aanleunen, bieden landingsbanen vaak een uitweg. Landingsbanen zijn een vorm van tijdskrediet, waarbij werknemers 4/5 of zelfs halftijds gaan werken en voor de niet-gewerkte dagen een uitkering krijgen van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Die toelage ligt hoger dan voor een gewoon tijdskrediet.

60 jaar
De leeftijdsgrens om in aanmerking te komen voor een landingsbaan wordt vanaf 2015 opgetrokken tot 60 jaar.

Nu kunnen werknemers vanaf 55 jaar gebruikmaken van landingsbanen. Voor bepaalde werknemers is dat zelfs 50 jaar. De regering-Michel heeft beslist de leeftijdsvoorwaarde voor nieuwe aanvragen vanaf 2015 te verhogen tot 60 jaar. Wie nog onder de huidige voorwaarden een landingsbaan wil opnemen, moet zich dus reppen. De aanvraag moet voor 1 januari 2015 binnen zijn bij de werkgever en voor 1 april 2015 bij de RVA. Het tijdskrediet moet voor 1 juli 2015 ingaan.

Er komt wel een uitzondering voor wie een zwaar beroep uitoefent of voor wie er een lange loopbaan op heeft zitten. De leeftijdsvoorwaarde wordt voor dergelijke werknemers trapsgewijs verhoogd tot 60 jaar in 2019.

De leeftijd is niet de enige voorwaarde voor wie aanspraak wil maken op een landingsbaan. U moet een beroepsloopbaan van minstens 25 jaar als werknemer kunnen voorleggen. Voorts moet u minstens 24 maanden aan de slag zijn bij uw huidige werkgever. Onder die voorwaarden is het tijdskrediet een recht - voor zover de werkgever minstens tien personeelsleden tewerkstelt - en mag het dus niet geweigerd worden. Eén uitzondering: als meer dan 5 procent van het personeel in die periode al een of andere vorm van tijdskrediet benut, wordt de aanvang van het tijdskrediet uitgesteld tot er een nieuwe plaats vrijkomt.

4. Pensioenbonus afgeschaft

Een opmerkelijke maatregel van de regering-Michel is de afschaffing van de pensioenbonus. Die bonus werd pas in de vorige regering uitgerold en is een beloning voor wie blijft werken, ook al zou die persoon met (vervroegd) pensioen kunnen. Wie minstens één jaar langer werkt nadat (vervroegd) pensioen mogelijk was, bouwt een pensioenbonus op. Elke voltijds gewerkte dag levert een extraatje op. Het forfaitaire dagbedrag stijgt progressief naarmate het pensioen langer wordt uitgesteld: het eerste jaar levert het 1,5 euro per gewerkte dag op, het tweede jaar 1,7 euro... Het dagbedrag loopt op tot maximaal 2,5 euro. De pensioenbonus blijft wel voor wie al een bonus aan het opbouwen is vóór 2015, maar wie pas in 2015 aan de extra dagen begint, kan er geen gebruik meer van maken.

Jan wordt in 2015 65 jaar en kan dus wettelijk met pensioen. Maar hij beslist om nog 2 jaar langer te werken. Hij is 200 dagen per jaar aan de slag.

Voor Michel I

Jan ontvangt in het eerste jaar een pensioenbonus van 300 euro (1,5 x 200) en in het tweede jaar een bonus van 340 euro (1,7 x 200). Samen dus 640 euro.

Na Michel I

Jan krijgt geen extra bonus meer. De bonus is dus 0 euro.

Verschil

Door de afschaffing van de pensioenbonus ontvangt Jan, gespreid over twee jaar, 640 euro minder door langer te werken.

5. Overlevingspensioen verder beperkt

Het overlevingspensioen of weduwepensioen wordt toegekend aan de overlevende echtgenoot indien die ten minste 45 jaar is en minstens één jaar met de overleden werknemer gehuwd was op het ogenblik van het overlijden. Probleem is dat het overlevingspensioen te veel als een inactiviteitsval werkt, vooral voor vrouwen. Uit onderzoek blijkt dat meer dan zeven op de tien vrouwen minder gaan werken of gewoonweg stoppen met werken nadat ze een overlevingspensioen ontvangen. Daardoor bouwen ze minder individuele pensioenrechten op voor later.

Om die reden wordt het overlevingspensioen hervormd. De regering-Di Rupo besliste al dat vanaf 1 januari 2015 het overlevingspensioen wordt omgevormd tot een activerende overgangsuitkering. Toekomstige weduwen en weduwnaars die jonger zijn dan 45 jaar, zullen vanaf volgend jaar recht hebben op een overgangsuitkering - die onbeperkt te combineren valt met andere inkomsten - in plaats van een overlevingspensioen. Die zal het financiële verlies na het overlijden van de partner opvangen, maar slechts gedurende één of twee jaar, afhankelijk van het feit of er kinderen ten laste zijn. De leeftijd van 45 jaar wordt tegen 2025 gradueel opgetrokken tot 50 jaar naar rato van 6 maanden per jaar. De regering- Michel besliste nu om de minimumleeftijd vanaf 2025 verder op te trekken naar 55 jaar, met één jaar per kalenderjaar.

Na afloop van de overgangsuitkering en bij gebrek aan een baan zal er onmiddellijk een recht op werkloosheidsuitkering worden geopend, zonder wachttijd en met een aangepaste begeleiding om de zoektocht naar werk te vergemakkelijken. De berekening van de overgangsuitkering gebeurt op basis van de loopbaanduur en het loon dat de echtgenoot verdiende.

6. Onbeperkt bijverdienen

Sinds 1 januari 2014 kan een gepensioneerde 65-plusser onbeperkt bijverdienen. Voorwaarde is wel dat de gepensioneerde 65 jaar is én een loopbaan van 42 jaar achter de rug heeft. Wie niet aan die voorwaarden voldoet, mag slechts 22.293 euro bijverdienen als loontrekkende en 17.835 euro als zelfstandige (de bedragen zijn hoger als er nog kinderen ten laste zijn).

De regering-Michel versoepelde de grenzen: voortaan kan elke gepensioneerde die minstens 65 jaar is of een loopbaan van 45 jaar achter de rug heeft, onbeperkt bijverdienen zonder pensioenrechten te verliezen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud