interview

Bacquelaine: 'Voor uw pensioen telt uw carrière'

©Kristof Vadino

Alle pensioenhervormingen hebben één doel: de band tussen werken en het pensioenbedrag versterken. Het pensioen met punten moet voor minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) het orgelpunt worden van al die hervormingen. ‘In het huidige systeem zitten te veel onrechtvaardigheden.’

De voorbije maanden is er bijna geen dag voorbijgegaan zonder dat de pensioenen in het nieuws kwamen. U herinnert zich ongetwijfeld nog het verhaal van de twee Waalse vriendinnen, waarbij de werkloze Caroline een hoger pensioen krijgt dan Virginie, die 40 jaar aan de slag was, waarvan een groot deel als zelfstandige. Ook het perverse effect van de ‘pensioenval’ haalde de krantenkoppen: een hoger brutopensioen leidt niet per se tot een hoger nettopensioen. En de afgelopen maand deed vooral de vraag of langdurig werkloze 50-plussers in de toekomst nu minder pensioen zouden krijgen of niet stof opwaaien.

Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) verliest er zijn kalmte niet door. ‘In het huidige systeem zitten te veel onrechtvaardigheden. Het pensioen moet meer dan vandaag een weerspiegeling worden van de inspanningen die je tijdens je loopbaan hebt gedaan.’

‘Ingrepen in de marge, zonder structurele hervormingen’: zo luidt de meest gehoorde kritiek op uw pensioenhervorming. Welke visie steekt er eigenlijk achter de regeringsplannen?

Daniel Bacquelaine: ‘De hervormingen hebben één gemeenschappelijk doel: gepensioneerden in de toekomst een correcte levensstandaard garanderen. We hanteren vier basisprincipes. Ten eerste: om solidair te kunnen blijven met de volgende generaties terwijl de levensverwachting stijgt, hebben we de pensioenleeftijd opgetrokken naar 67 jaar en de voorwaarden voor het vervroegd pensioen strenger gemaakt. Ten tweede: omdat mensen niet langer hun hele leven werknemer, zelfstandige of ambtenaar blijven, harmoniseren we die statuten. Niet door van de ene dag op de andere de bestaande statuten af te breken, maar door geleidelijk het onderscheid weg te werken. Ten derde: er zitten te veel onrechtvaardigheden in het huidige systeem. We willen een sterkere link tussen werken en het latere pensioenbedrag. Ten vierde: de minimumpensioenen moeten gegarandeerd én geherwaardeerd worden. De voorbije drie jaar hebben we het minimumpensioen opgetrokken met 151 euro per maand voor zelfstandigen en met 89 euro per maand voor werknemers. Zo’n verhoging was er nooit eerder.’

U zegt: werken moet meer lonen dan niet werken. Maar in de praktijk lijkt het eerder: niet werken moet zwaarder bestraft worden, omdat de pensioenen anders onbetaalbaar dreigen te worden?

‘Ik zeg u duidelijk: dat werken meer pensioenrechten moet opleveren dan niet werken, is een principieel politieke doelstelling. Het is allesbehalve een budgettair doel. En we morrelen niet zomaar wat. Alles wat we beslissen, gaat in dezelfde richting. Het pensioen met punten vanaf 2025 integreert al die doelstellingen.’

Tegenstanders waarschuwen nochtans dat met de intrede van het pensioen met punten de mensen niet langer op voorhand zullen weten hoeveel pensioen ze later mogen verwachten.

‘Vanaf december 2017 zal iedereen via mypension.be zijn toekomstige pensioen kunnen laten schatten, in de veronderstelling dat hij of zij de bestaande carrière voortzet tot aan het pensioen. Vanaf eind volgend jaar kan ook de impact op het latere pensioen worden gesimuleerd van bijvoorbeeld meer of minder verdienen, of van meer of minder werken. Met het pensioen met punten zal dat ook kunnen. Het wordt nog eenvoudiger zelfs: iedereen zal op elk moment in zijn loopbaan weten waar hij staat. Want hij zal altijd weten hoeveel punten hij al verzameld heeft én wat de waarde van dat punt is voor dat jaar.’

Hoeveel euro zal een punt waard zijn?

‘Bij hervormingen consulteren we graag de sociale partners en experts. Net daarom hebben we het Nationaal Pensioencomité opgericht. We zullen het pensioen met punten ook niet van de ene dag op de andere invoeren. Maar tijdens deze regeerperiode zullen we wel het wettelijk kader ervoor uittekenen, zodat het pensioen met punten in 2025 de huidige pensioenberekening kan vervangen.’

Pensioengids

Alle pensioenmaatregelen van de regering-Michel

Wat verandert er nu echt voor uw pensioen?

De Pensioengids is op 30 september verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

‘Iedereen zal alle tot dan opgebouwde rechten behouden. Dat principe staat niet ter discussie. De Academische Raad, die het Nationaal Pensioencomité ondersteunt, bekijkt op dit ogenblik welk omzettingsmechanisme daarvoor het meest geschikt is.’

‘Vanaf 2026 zal wie werkt, pensioenpunten opbouwen. De waarde van een punt zal samenhangen met het gemiddelde loon in België op het ogenblik dat men met pensioen gaat. En we zullen ook een concrete vervangingsratio vastleggen, zodat elke gepensioneerde een fractie van zijn loon als pensioen krijgt.’

Als de regering de waarde van een punt elk jaar vastlegt, wie kan dan garanderen dat ze de waarde van dat punt niet verlaagt als het economisch wat minder gaat?

‘Ten eerste: de drijfveer van het nieuwe systeem is niet besparen, maar wel het voortbestaan van de pensioenen garanderen. Dat de regering de waarde van zo’n punt zou vastleggen, is nonsens. Dat zal gebeuren op basis van objectieve criteria - vergelijk het met het systeem van de automatische indexering van de lonen.’

‘En in tegenstelling tot wat sommigen u willen laten geloven, zal een punt nooit in waarde dalen. Daartoe engageert de regering zich klaar en duidelijk. Het zou overigens contraproductief zijn om te raken aan de koopkracht van gepensioneerden. Integendeel: omdat de waarde van een punt zal samenhangen met het gemiddelde loon, zal de waarde van een punt stijgen zodra het gemiddelde loon omhooggaat. Bijvoorbeeld, als de economie sterk groeit.’

Wie een zwaar beroep heeft, zal meer punten krijgen per gewerkt jaar. U had de sociale partners tot de zomer gegeven om te bepalen welke beroepen ‘zwaar’ zijn. Maar die geraakten er niet uit. Hoe zult u die knoop ontwarren?

‘Voor zware functies in de openbare sector lopen de gesprekken met de vakbonden nog. Voor de privésector is er een akkoord over vier basiscriteria, die verder geconcretiseerd moeten worden. De werkgevers hadden een extreem limitatieve lijst opgesteld, terwijl de socialistische vakbond ABVV een lijst had met 100 subcriteria. Zoiets is onbeheersbaar. Een voorbeeld: wie in ploegen werkt, heeft volgens de socialistische vakbond een zwaar beroep. Net zoals wie alleen werkt. Je moet ernstig blijven, nietwaar?’

‘De voorzitter van het Nationaal Pensioencomité zal nu een rapport afleveren dat de verschillende standpunten samenvat. Op basis daarvan zal de regering conclusies trekken en nog vóór het einde van dit jaar voorstellen formuleren. Maar een lijst van welke beroepen zwaar zijn, komt er niet. Voor mij kunnen er binnen hetzelfde beroep zware en niet-zware functies bestaan. Een verpleegster die de hele dag in de operatiezaal assisteert, heeft bijvoorbeeld een veel zwaardere functie dan haar collega die overdag de operaties inboekt. En mensen kunnen zich tijdens hun carrière heroriënteren.’

Het kan niet de bedoeling zijn dat we elke beroep als ‘zwaar’ omschrijven. Voor mij kunnen er binnen hetzelfde beroep zware en niet-zware functies bestaan.

‘Als elke functie ‘zwaar’ zou zijn, dient het nieuwe systeem nergens toe. Het idee is net om mensen met een zwaar beroep te kunnen belonen met ofwel een hoger pensioen, ofwel de kans om vroeger te stoppen met werken. In het pensioen met punten zal de wettelijke pensioenleeftijd van 67 weliswaar nog altijd als baken dienen, maar de lengte van de loopbaan zal bepalen wanneer je zal kunnen stoppen. Er komt als het ware een slot tussen 60 en 67 waar mensen zullen kunnen stoppen zodra ze een loopbaan van 45 jaar achter de rug hebben. Die 45 jaar blijft de referentie. Wie langer werkt, wordt beloond. Voor wie er eerder de brui aan geeft, zal een negatieve correctie worden doorgevoerd in de berekening van het pensioenbedrag.’

Tot nog toe kon u uw hervormingen bijna geruisloos doorvoeren: stakingen waren er nauwelijks en u werd geruggensteund door de regering. Maar de weerstand neemt toe.

‘Ik overleg altijd met de sociale partners vooraleer ik concrete voorstellen lanceer. Maar dat overleg mag de zaken ook niet blokkeren. Als het nodig is, ga ik een stap verder. Die aanpak zal ik blijven volgen.’

Insiders suggereren dat de discussie over de werkloze 50-plussers wijst op hervormingsmoeheid binnen de regering.

‘Dat klopt niet. Maar natuurlijk, hoe dichter de verkiezingen komen, hoe moeilijker het wordt. Het voorstel om het pensioen voor wie langer dan een jaar werkloos is vanaf 2019 te berekenen op het minimumrecht in plaats van het laatst verdiende loon, dateert al van het begrotingsconclaaf van oktober 2016. Dat is geen maatregel uit het Zomerakkoord. Maar zoals bij elke principiële hervorming begin ik op een bepaald moment te onderhandelen over de overgangsmaatregelen en uitzonderingen. De realiteit vandaag is dat werkloze 50-plussers moeilijk aan de bak komen. Maar dat mag niet zo blijven: vandaar dat we werk maken van de activering.’

Hoe fair is het om een uitzondering te behouden voor werkloze 50-plussers tegenover de vele mensen die weinig verdienen maar tot hun 65ste doorploeteren?

‘Het klopt: je moet alles in het juiste perspectief plaatsen. Het pensioen van een langdurig werkloze is gebaseerd op een fictief loon rond 2.000 euro. Het is terecht dat wie pakweg 1.800 euro verdient, daar vragen bij heeft.’

De vakbonden waarschuwen dat de ‘afbraak van de gelijkgestelde periodes’ nog meer gepensioneerden in de armoede zal duwen.

‘De Studiecommissie voor de Vergrijzing, het Planbureau en de Nationale Bank concluderen nochtans exact het omgekeerde: dat door alle hervormingen het gemiddelde pensioen zal toenemen, dat vrouwen een hoger pensioen zullen krijgen en dat het armoederisico zal dalen.’

‘Wie twee jaar langer werkt, krijgt automatisch 2/45ste extra pensioen. Dat is pure wiskunde. Daar kan je niet over discussiëren.’

‘Daarom wil ik ook de eenheid van loopbaan afschaffen. Zodat wie op zijn 18de begint te werken en na zijn 63ste aan de slag blijft, pensioenrechten blijft opbouwen. Nu betaalt zo iemand wel sociale bijdragen tijdens die laatste twee gewerkte jaren, terwijl hij geen pensioenrechten meer opbouwt.’

Maar wie na 45 jaar werken op zijn 63ste de pech heeft ontslagen te worden, is wel het kind van de rekening. Want die twee jaar werkloosheid leveren geen extra pensioenrechten op?

‘Ik kan echt niet begrijpen dat iemand daar aanstoot aan neemt. Toelaten dat iemand pensioenrechten blijft opbouwen omdat hij een werkloosheidsuitkering verkiest terwijl hij zijn pensioen kan opnemen, tart het gezond verstand. Het is het ene of het andere.’

In België stoppen de mensen gemiddeld met werken op hun 60ste. Over die te lage activiteitsgraad praten de vakbonden nooit.

‘In België stoppen mensen gemiddeld met werken op hun 60ste. In de andere landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling is dat 63 jaar. In België is maar 30 procent van de 60- tot 64-jarigen actief, tegenover 47 procent in de OESO. Over die te lage activiteitsgraad praten de vakbonden nooit. Nochtans verklaart net dat waarom we structurele maatregelen nodig hebben. En daarbij kunnen we de pensioenhervorming niet isoleren van andere domeinen, zoals ingrepen in het arbeidsmarktbeleid.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect