Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Zelfstandige, zoek zelf naar een pensioen

Als zelfstandige weet u maar al te goed dat uw wettelijk pensioen bijzonder karig zal zijn. Het komt er dus op aan om het heft in eigen handen te nemen. De fiscus stimuleert u daar zelfs toe. Welke opties heeft u?

 

(netto) - Meer dan de helft van de Belgen maakt zich zorgen over zijn levensstandaard na zijn pensioen. Vooral zelfstandigen zien de toekomst somber in. Liefst 91 procent is ongerust. Omdat het wettelijk pensioen waar ze recht op hebben zo beperkt is, nemen de meeste zelfstandigen het heft in eigen handen. Volgens Unizo sparen negen op de tien Vlaamse ondernemers tijdens hun loopbaan om hun pensioenbudget op te vijzelen. De helft doet dat persoonlijk via het individueel pensioensparen (derde pijler). Nochtans biedt de fiscus zelfstandigen gunstigere opties via de tweede pensioenpijler. We zetten ze voor u op een rij.

Optie 1: het Vrij Aanvullend Pensioen Zelfstandigen

Het VAPZ geniet een echte fiscale voorkeursbehandeling. Het pensioenkapitaal dat u zo opbouwt, wordt namelijk belast via het systeem van de fictieve rente. Tien jaar lang moet u een fictieve rente van 5 procent toevoegen aan uw andere belastbare inkomsten. Daarop wordt u belast met de marginale aanslagvoet. Gezien het wettelijk pensioen van een zelfstandige veeleer bescheiden is, komt u daarmee in een lage belastingschijf terecht.

Een nadeel van het VAPZ is dat de premie beperkt is tot 8,17 procent van het belastbare nettoberoepsinkomen van 3 jaar geleden, met een grens van 2.686,05 euro (voor 2008). Kiest u voor een sociaal VAPZ, dan ligt het plafond op 9,4 procent (3.090,44 euro) van het inkomen. In ruil daarvoor moet, bovenop een overlijdens- en pensioendekking, minimaal 10 procent van de premies besteed worden aan solidaire waarborgen, zoals een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid.

Optie 2: Individuele Pensioentoezegging

Zelfstandigen met een vennootschap hebben bovenop het VAPZ nog mogelijkheden in de tweede pijler. Uw vennootschap kan voor u een Individuele Pensioentoezegging (IPT) afsluiten. Het bedrijf stort dan premies in een IPT en bouwt zo voor u een pensioenkapitaal op. Het kan de premies ook als kosten inbrengen.

De IPT is individueel. Als zelfstandige bent u de rechtstreekse begunstigde. Dat betekent dat u er sowieso recht op hebt, ook als u het bedrijf zou verlaten of als het bedrijf failliet gaat. De premies worden niet beschouwd als beroepsinkomen maar als pensioenaanvulling, waardoor ze op de eindvervaldag tegen slechts 16,5 procent belast worden. Dat kan terugvallen tot 10 procent als de bedrijfsleider tot aan zijn wettelijke pensioenleeftijd van 65 actief blijft.

In tegenstelling tot het VAPZ bestaat bij de IPT de backservice. Dat is een inhaalpremie voor de jaren die al in de vennootschap werden gepresteerd voordat de IPT werd afgesloten en eventueel voor de (maximaal 10) jaren waarin u buiten de vennootschap werkte. U kan dus achteraf bijstorten wat u vroeger niet opgebruikte van de ruimte die de 80-procentregel u toelaat. Dat kan interessant zijn als u pas later met een IPT begint of als uw maandinkomen verhoogt. In dat laatste geval mag u uiteraard niet overdrijven. Als u uw loon in de laatste twee jaar voor uw pensionering plots verdubbelt tot 100.000 euro, wekt dat logischerwijs achterdocht bij de fiscus.

LEES OOK: Kneed als zelfstandige uw pensioen naar uw wensen

Hoe gaat u het best te werk?

Het VAPZ is op (para)fiscaal vlak superieur. Daarom is het aangeraden om het VAPZ eerst ten volle te benutten. Maar omdat het bedrag dat u kunt storten beperkt is, vult u het best nog aan met een IPT en een groepsverzekering. Daarbij moet u opletten dat uw wettelijk pensioen plus de gezamenlijke uitkeringen van VAPZ en IPT, uitgedrukt in jaarrente, niet hoger zijn dan 80 procent van de brutobezoldiging van het laatste jaar van uw actieve loopbaan. Dat is de befaamde 80-procentregel. Leeft u die regel niet na, dan kunt u de premies boven die grens niet aftrekken als beroepskosten. Bovenop die 80 procent kan u wel nog als privépersoon aan pensioen- en/of langetermijnsparen doen (de derde pijler).

 

 

 

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud