Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Jean-Paul Servais: "Dezelfde regels voor gelijke producten"

Jean-Paul Servais, voorzitter van financieeltoezichthouder CBFA, reageert voor het eerst sinds het uitbreken van de financiële crisis op de oproep om bankklanten beter te beschermen. En hij gunt ons een blik op zijn prioriteiten voor het komende jaar. In een exclusief gesprek met Netto.

(netto) - De huidige crisis toont aan dat de MiFID-richtlijn niet volstaat om beleggers te beschermen. Er is nood aan nog meer informatie en men moet nog verder gaan in het opmaken van het risicoprofiel. Maar hoe?

Jean-Paul Servais: “De MiFID-richtlijn is vrij nieuw. Die brengt belangrijke wijzigingen met zich mee zowel voor de banken als voor de klanten. Het vraagt enige tijd voor de gevolgen op het terrein duidelijk worden. Belangrijk is dat een goede gestructureerde dialoog tot stand komt tussen de bankier en zijn klant. Beiden hebben een verantwoordelijkheid. De bankier moet de spelregels correct toepassen. Hij dient na te gaan wat de kennis en ervaring is van zijn klant in beleggingen. Als het om een adviesrelatie gaat, moet hij tevens peilen naar de doelstellingen van de klant en zijn financiële draagkracht. Hij mag zijn klant niet beïnvloeden bij het opstellen van dat profiel en moet diens belangen altijd vooropstellen. Zijn verantwoordelijkheid is ook groter indien hij zijn klant bijstaat met beleggingsadvies. Dat betekent immers dat hij in principe geen verrichtingen mag voorstellen die niet in overeenstemming zijn met het profiel. De klant op zijn beurt moet een duidelijk inzicht geven in de elementen van zijn profiel. Dat komt er meestal op neer dat hij het vragenformulier van de bank correct en volledig moet invullen.” “Informatie speelt een sleutelrol. De klanten moeten de informatie kunnen begrijpen en de risico’s juist kunnen inschatten. Daarvoor moeten zeker nog belangrijke inspanningen gebeuren. We moeten ons op internationaal niveau de vraag stellen hoe we moeten omgaan met sommige complexe instrumenten. Eveneens cruciaal is dat de financiële kennis verbetert. Op de website van de CBFA kan iedereen reageren op het voorgestelde document. Daarover heeft de CBFA enkele maatregelen aan de overheid voorgesteld. Belangrijk daarin is de oprichting van een instituut voor financiële vorming.”

Welke maatregelen kunnen een belegger beschermen tegen te grote aanzienlijke verliezen in zijn portefeuille?

“Verschillende maatregelen kunnen de klanten een betere bescherming bieden. De eerste en belangrijke regel is en blijft beleggingen spreiden. Daarnaast is het onontbeerlijk dat de beleggers kennis nemen van de informatie die hen ter beschikking wordt gesteld vooraleer zij een beslissing nemen. Op basis van die informatie moeten ze een juiste inschatting kunnen maken van de risico’s verbonden aan de voorgenomen verrichting. Als de spaarder het product niet genoeg begrijpt, dan zou hij er niet in mogen beleggen. Vervolgens moeten beleggers beseffen dat hoe hoger de vooropgestelde intrest of het beloofde rendement is, hoe hoger het risico is. Het is bovendien belangrijk dat beleggers bewust zijn van de tijdshorizon van hun beleggingen. Het volstaat niet om een goede beslissing te nemen op het ogenblik van de aankoop. De beleggers moeten hun beleggingen ook opvolgen. Tot slot biedt de MiFID-richtlijn de klant ook bescherming, zeker wanneer hij zijn portefeuille bij de bank aanhoudt en met die bank een adviesrelatie is aangegaan. De bank is immers verplicht om de portefeuille op te volgen en de klant te informeren als het risico van de portefeuille niet meer overeenstemt met diens profiel als gevolg van een veranderde situatie.”

Volstaat de informatie in het prospectus voor beleggers?

“Het prospectus bij de uitgifte van beleggingsinstrumenten (aandelen, obligaties en beveks) biedt de klant de volledige en noodzakelijke informatie die hem moet toelaten een oordeel te vellen over zijn beleggingsbeslissing. De klanten hebben het recht dat prospectus kosteloos op te vragen. Wij raden de beleggers aan daar gebruik van te maken. De CBFA kijkt toe op de volledigheid en de correctheid van de informatie opgenomen in het prospectus. Ook advertenties worden door de CBFA voorafgaandelijk gecontroleerd, maar het is duidelijk dat die niet genoeg informatie bieden voor een juiste beleggingsbeslissing. Voor beleggingsfondsen wordt momenteel op Europees niveau gewerkt aan een bijkomend document, een soort ‘key information document’, dat gestandaardiseerd is en dat voor alle beleggingsproducten zou gelden en naast het prospectus verplicht ter beschikking zou worden gesteld. De klant zou daarbij op één pagina een samenvatting krijgen van de belangrijkste kenmerken van het beleggingsproduct. Een uitbreiding van een dergelijk document tot andere beleggingsinstrumenten zou wenselijk zijn, maar moet op Europees niveau geharmoniseerd worden.”

Waarom worden beleggingsverzekeringen anders behandeld dan beleggingsfondsen? De regels voor verzekeraars zijn veel soepeler dan die voor banken.

“De oorzaak daarvan ligt in het verschil in de Europese Richtlijnen. De verzekeringsrichtlijnen laten momenteel niet toe dat vooraf een controle gebeurt op de algemene voorwaarden van de levens¬verzekeringsovereenkomsten. Wij zijn hevige voorstander om tot dezelfde regels te komen voor alle beleggingsproducten en pleiten daarvoor geregeld bij de Europese instanties. De Europese Commissie is momenteel aan het werken aan voorstellen om te komen tot gelijkaardige regels. Wij verwachten daar meer nieuws over in de loop van 2009. In België hebben we in tussentijd wel al met de beroepsverenigingen van de verzekeringssector nuttig werk verricht. De sector van de levensverzekeringsondernemingen zal een informatiefiche opstellen die ter beschikking moet worden gesteld aan de retailklant. In die fiche worden de voornaamste kenmerken vervat van de gecommercialiseerde levensverzekeringsovereenkomst en dat in een gestandaardiseerde vorm, zodat het makkelijker wordt om te vergelijken met andere levensverzekeringsvoorstellen.”

Sommige (gestructureerde) producten die verkocht worden vanaf 50.000 euro, worden ondanks alles nog steeds aan particulieren aangeboden. Misschien moet dat verboden worden?

“Op grond van een Europese regel wordt bepaald dat vanaf een minimumbedrag van 50.000 euro een aanbieding niet langer een openbaar karakter heeft. Dat betekent dat informatieverstrekking en een prospectus niet verplicht zijn. Men gaat er met andere woorden van uit dat beleggings¬producten boven de 50.000 euro van nature niet bestemd zijn voor de particuliere belegger. Vroeger was die drempel in België vastgelegd op 250.000 euro, maar als gevolg van een Europees compromis werd dat verlaagd naar 50.000 euro. De CBFA is in principe niet bevoegd om zich over die aanbiedingen of de publiciteit daarvan uit te spreken. Als het instrument wordt aangeboden via een bank of beleggingsonderneming, gelden wel de beschermingsregels met inbegrip van de MiFID-regels die op die bemiddelaar van toepassing zijn.”

Moet de garantie op effectenrekeningen ook niet worden uitgebreid van 20.000 tot 100.000 euro, zoals voor spaarrekeningen?

“Binnen Europa wordt er inderdaad aan gedacht om de bescherming op hetzelfde niveau te brengen. Belangrijk is dat bij het faillissement van een bank alle beschikbare effecten die op de effectenrekening van de klant stonden met uitzondering van de effecten uitgegeven door de bank zelf, in principe aan de klant worden teruggestort. Pas als er niet genoeg effecten meer aanwezig zouden zijn, dan moet het beschermingsfonds stappen ondernemen.”

Wat zijn voor de CBFA de topprioriteiten als het gaat over de bescherming van spaarders en beleggers?

“Alle mogelijke voorstellen moeten onderzocht worden om te komen tot gelijkaardige beschermingsregels voor gelijkaardige producten. We moeten nagaan in welke mate een ‘a priori’-controle kan worden georganiseerd voor alle beleggingsproducten en welke reglementaire maatregelen daarover genomen kunnen worden op nationaal en internationaal niveau. We moeten ook de nodige lessen trekken uit de financiële crisis. In het algemeen zal de CBFA daarover op een proactieve manier voorstellen formuleren die nuttig kunnen zijn voor de publieke overheden, zoals de regering, het parlement en het Comité van Wijzen.”

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud