netto

Nieuwe belastingregels voor uw spaar- en beleggingsproducten in 2016

©ANP XTRA

Twee maatregelen maken sparen en beleggen vanaf 2016 duurder. Zo gaat de roerende voorheffing van 25 naar 27 procent en komt er een speculatietaks voor wie zijn aandelen snel verkoopt met meerwaarde.

In haar zoektocht naar extra inkomsten viseert de regering-Michel andermaal de spaarder en belegger. De beurstaks wordt niet verhoogd, maar er is wel een nieuwe verhoging van de roerende voorheffing. Die stijgt naar 27 procent. Ter vergelijking: in 2011 bedroeg die slechts 15 procent. Voorts toverde de regering ook een nieuwe belasting uit de hoed: de speculatietaks. Die nieuwe taks is gericht op aandelen- of optiebeleggers die hun posities binnen zes maanden verzilveren. 

De impact van die nieuwe maatregelen op uw portefeuille zal verschillen naargelang de spaar- en beleggingsproducten waarin uw spaargeld geparkeerd zit. Een overzicht op basis van de nog niet gepubliceerde wetteksten.

©mediafin

1. Zichtrekeningen

Niet dat het allemaal veel verschil zal maken in uw portefeuille, maar de luttele centen die u op een zichtrekening opstrijkt, vallen wel degelijk onder de roerende voorheffing. De verhoging van 25 naar 27 procent zal dus ook van toepassing zijn op de intresten van uw zichtrekening.

2. Spaarboekjes

Spaarboekjes zijn al lange tijd een uitzondering en dat blijft zo. De intresten op spaarboekjes blijven tot 1.880 euro vrijgesteld van roerende voorheffing. Boven die drempel geldt een roerende voorheffing van 15 procent. Dat uitzonderingstarief blijft behouden.

3. Termijnrekeningen, kasbons en obligaties

Op de intresten van termijnrekeningen en kasbons geldt vanaf 2016 een roerende voorheffing van 27 procent in plaats van 25 procent. Ook de coupons van de obligaties worden vanaf volgend jaar onderworpen aan 27 procent.

4. Volksleningen

De volkslening werd begin 2014 gelanceerd door de vorige federale regering, op voorstel van toenmalig minister van Economie Johan Vande Lanotte (sp.a). Banken investeren het geld dat ze met volksleningen ophalen in projecten met een maatschappelijke meerwaarde, zoals ziekenhuizen. Om de volkslening aan te moedigen werd de roerende voorheffing op 15 procent vastgelegd. Dat uitzonderingstarief sneuvelt in 2016. De roerende voorheffing voor de volkslening stijgt van 15 naar 27 procent. Daarmee krijgen volksleningen dus dezelfde fiscale behandeling als een gewone termijn­rekening of kasbon. Verscheidene banken hebben al aangegeven dat ze de volkslening uit hun aanbod zullen halen. Het uitstaand bedrag aan volksleningen bedraagt volgens cijfers van de bankenfederatie Febelfin ongeveer 2,1 miljard euro.

5. Leterme-staatsbon

Net als de volkslening genoten ook de staatsbons die in december 2011 zijn uitgegeven het gunsttarief van 15 procent. Aan dat gunsttarief zou niet geraakt worden. Op de Leterme-staatsbons, zo genoemd omdat toenmalig premier Yves Leterme (CD&V) in volle kredietcrisis de Belgische overheidslening promootte in het parlement, werd voor 5,7 miljard euro ingetekend. Er zijn nu nog voor ongeveer 2 miljard euro Leterme-staatsbons in omloop. Voor alle andere staatsbons, die geen gunst­tarief genoten, stijgt de roerende voorheffing van 25 naar 27 procent.

6. Beleggingsfondsen

Ook beleggingsfondsen en trackers vallen onder de hogere roerende voorheffing. Indien u over een dividendfonds beschikt, worden de dividenden van de fondsen en trackers voortaan tegen 27 procent in plaats van 25 procent belast. Tegelijk geldt de hogere roerende voorheffing ook op de meerwaarden gerealiseerd op fondsen die minstens 25 procent in vastrentende producten beleggen. De speculatietaks treft de fondsenbelegger niet. Fondsen en trackers zouden buiten het toepassingsgebied van de speculatietaks blijven.

7. Residentiële vastgoedvennootschappen

Residentiële vastgoedbevaks verliezen hun gunsttarief. De roerende voorheffing op de dividenden stijgt van 15 naar 27 procent. Het gaat om drie aandelen: Aedifica, Home Invest Belgium en Care Property. De vastgoedvennootschappen genieten al jaren een gunsttarief als ze voldoen aan een belangrijke voorwaarde: minstens 80 procent van alle vastgoed in de portefeuille moet echt residentieel zijn. Niet alleen gewone huizen en appartementen komen in aanmerking, maar ook zorgcentra, assistentiewoningen (de vroegere serviceflats) en studentenhuisvesting.

8. Coöperatieve aandelen

Dividenden van coöperatieve aandelen zijn tot 190 euro vrijgesteld van roerende voorheffing. Boven die drempel geldt vanaf 2016 een roerende voorheffing van 27 in plaats van 25 procent. Coöperatieve aandelen zijn niet-beursgenoteerde aandelen en vallen dus niet onder de speculatietaks. Een van de bekendste uitgevers van coöperatieve aandelen is het failliete Arco. Ook Cera, Crelan, Argenta en Ecopower staan bekend om hun coöperatieve aandelen.

9. Aandelen

Voor beleggers in beursgenoteerde aandelen is er wel een dubbel effect. Niet alleen zien ze de roerende voorheffing op hun dividenden stijgen van 25 naar 27 procent. Bovendien vallen ze voortaan ook onder de speculatietaks. De taks bedraagt 33 procent en wordt aangerekend op de meerwaarde indien de aandelen binnen zes maanden verkocht worden. Belangrijk: de meerwaarde wordt vastgesteld in de oorspronkelijke munt. Noteert het aandeel in Amerikaanse dollar, dan wordt de taks berekend op de meerwaarde in dollar. Dat betekent dat u soms taks zult moeten betalen als u omgerekend naar euro verlies boekt.

Minwaarden zijn niet aftrekbaar, al geldt er wel een uitzondering. Als een belegger op hetzelfde aandeel zowel meer- als minwaarden boekt binnen de zes maanden, zal de overheid bij de berekening van de speculatietaks voor dat aandeel ook rekening houden met de verliezen.

Bij gespreide aankopen geldt het principe ‘last in first out’ of LIFO. De meerwaarde op de laatst gekochte aandelen is belastbaar. Geïnde dividenden worden niet beschouwd als meerwaarde. Voorts mogen  beurstaksen in mindering worden gebracht. Andere transactiekosten, zoals het makelaarsloon, zijn niet aftrekbaar.

De inning van de speculatietaks zal, net als voor de roerende voorheffing op dividenden, gebeuren door de Belgische financiële tussenpersonen. Concreet de banken en beleggingsvennootschappen.

De inning van de speculatietaks zal, net als voor de roerende voorheffing op dividenden, gebeuren door de Belgische financiële tussenpersonen. Als de bank de aankoopwaarde niet kent, bijvoorbeeld omdat de effecten zijn getransfereerd van een rekening van een andere bank, zal zij 33 procent taks innen op de totale verkoopwaarde. De belegger moet daarna de te veel betaalde taks terugvorderen via de belastingaangifte. Volgens Financiën zullen de banken er wel alles aan doen om de nodige informatie bij de klanten te verzamelen om meteen de correcte taks te kunnen toepassen. Indien u een buitenlandse effectenrekening hebt, moet u altijd de meerwaarden aangeven in de belastingaangifte.

Bij een gedwongen verkoop door een overname moet u geen speculatietaks betalen. Dat betekent dat alleen een verkoop via een zogenaamde squeeze-out (uitrookbod) is vrijgesteld. Een aandeelhouder of een groep aandeelhouders die samen minstens 95 procent van de aandelen van een onderneming bezitten, kan u verplichten om uw aandelen te verkopen. Bij een ander overnamebod geldt de taks wel. Dat betekent dat beleggers die aandelen minder dan zes maanden in portefeuille hebben, niet geneigd zullen zijn daarop in te gaan. Daardoor vermindert de slaagkans van een overnamebod.

Aandelen die verworven zijn via een erfenis zijn vrijgesteld. Maar aandelen die verworven zijn via een schenking zijn wél onderworpen aan de speculatietaks als die binnen zes maanden worden verkocht.

10. Afgeleide producten

De speculatietaks is ook van toepassing op bepaalde afgeleide producten. Het gaat om opties, warrants, turbo’s, speeders, sprinters en futures. Afgeleide producten zijn financiële instrumenten waarbij u een onderliggende waarde (vaak een aandeel) gedurende een bepaalde periode kunt kopen of verkopen tegen een vooraf bepaalde prijs. Ze worden vaak gebruikt om de aandelenportefeuille te verzekeren.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect