×

Uw inkomen wordt minder belast in 2018

Vennootschap geen must voor aanvullend pensioen zelfstandigen

Dit verandert er in 2018

  • 16 december 2017 08:00
 © pieter van eenoge

 © pieter van eenoge

Tot nog toe konden zelfstandigen met een eenmanszaak maar beperkt een aanvullend pensioen opbouwen. Vanaf 2018 komt er een optie bij: de POZ of pensioenovereenkomst voor zelfstandigen.

Advertentie

Advertentie

Advertentie

De 432.500 zelfstandigen die werken zonder vennootschap, inclusief meewerkende echtgenoten en zelfstandige helpers, zullen vanaf 2018 een aanvullend pensioen kunnen opbouwen. Ook tienduizend zelfstandigen in bijberoep zullen voor de POZ of pensioenovereenkomst voor zelfstandigen in aanmerking komen. Zullen, want voorlopig is het nog wachten op de definitieve wet in het Belgisch Staatsblad, al heeft de regering het ontwerp wel al in tweede lezing goedgekeurd.

Geldgids

Uw geld in 2018

Alle nieuwigheden die in 2018 een impact zullen hebben op uw portefeuille.

De Geldgids is op 16/12 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

De pensioenovereenkomst voor zelfstandigen (POZ) is vergelijkbaar met de individuele pensioentoezegging (IPT) die vandaag al bestaat voor bedrijfsleiders van een vennootschap. De jaarlijkse stortingen zullen 30 procent fiscaal voordeel opleveren. Op de POZ-premie is een premietaks verschuldigd van 4,4 procent. Er gelden geen wettelijke minima en maxima, maar een oneindig hoog pensioenkapitaal opbouwen kan niet vanwege de 80 procentregel: de som van het wettelijk en het aanvullend pensioen mag maximaal 80 procent van de brutojaarbezoldiging bedragen. Die 80 procentgrens wordt voor de POZ wel anders ingevuld dan de 80 procentgrens die nu al geldt voor bedrijfsleiders die via een IPT een aanvullend pensioen opbouwen. Om te voorkomen dat een zelfstandige zichzelf in zijn laatste actieve jaar een fors hoger inkomen toekent om zo meer aanvullend pensioen op te bouwen, wordt die grens voor de POZ berekend op de laatste drie actieve jaren.

Net zoals bij de IPT zal binnen de POZ een ‘backservice’ benut kunnen worden. Dat is voordelig voor wie pas op latere leeftijd begint te sparen voor zijn aanvullend pensioen. De backservice houdt in dat er inhaalpremies gestort kunnen worden, zodat ook een aanvullend pensioen gespaard kan worden voor het verleden. Maar binnen een POZ zullen minder jaren in rekening kunnen worden gebracht dan binnen de IPT. Er geldt een maximum van 10 jaar. En omdat het wettelijk kader voor de POZ pas in 2018 ontstaat, zal het ook alleen mogelijk zijn voor de jaren vanaf 2018.

Voorbeeld

Stel dat een zelfstandige die al actief is sinds 2017 in 2030 een POZ-contract afsluit. Hij zal dan voor maximaal 10 jaar uit het verleden stortingen kunnen doen binnen die POZ.

Start hij in 2025 met de POZ, dan zal hij voor maximaal 7 jaar (2018 tot en met 2024) inhaalpremies kunnen storten.

Het pensioenkapitaal kan worden opgenomen in kapitaal of in rente. Het kapitaal wordt voordelig belast tegen 10 procent. Dat tarief geldt als de zelfstandige het kapitaal opneemt op de wettelijke pensioenleeftijd, maar ook als hij het vroeger opneemt, op voorwaarde dat hij ‘pensioneerbaar’ is. Zoniet bedraagt het belastingtarief 33 procent. Tegelijk worden er een RIZIV-bijdrage van 3,55 procent en een solidariteitsbijdrage van 0 tot 2 procent ingehouden.

Bron: Netto

Advertentie

Advertentie