netto

Wat verandert er voor uw beleggingen in 2018?

©pieter van eenoge

Een beslissing uit het Zomerakkoord die al heel wat stof deed opwaaien: wie meer dan 500.000 euro op een effectenrekening heeft staan, zal daar vanaf volgend jaar 0,15 procent belastingen op betalen.

Taks op effectenrekening

Afgelopen zomer besliste de regering dat vanaf 2018 aandelen, obligaties en fondsen met een gezamenlijke waarde vanaf 500.000 euro belast zullen worden tegen een tarief van 0,15 procent. De nieuwe maatregel moet nog groen licht krijgen van het parlement, maar de ploeg van Charles Michel (MR) wil de taks op 1 januari 2018 laten ingaan.

De Raad van State liet zich al twee keer erg kritisch uit over de belasting, die mogelijk tot juridische problemen kan leiden. Sommige beleggers vrezen dan weer dat met de nieuwe taks de deur wordt opengezet voor een vermogenskadaster. Maar door de taks aan de bron te laten inhouden door de banken - zodat u het bedrag op uw effectenrekening niet moet vermelden in uw belastingaangifte - wil de regering aantonen dat die vrees ongegrond is.

Sommige fiscalisten denken dat het ook een kwestie van tijd is vooraleer de taks verhoogd zal worden, zoals eerder al het geval was met de beurstaks en de roerende voorheffing.

1. Wie moet de effectentaks betalen?

De taks geldt alleen voor particuliere beleggers. Effectenrekeningen in het bezit van vennootschappen worden niet geviseerd. Zodra er meer dan 500.000 euro op uw effectenrekening staat, moet u 0,15 procent belastingen betalen. Op het volledige bedrag, niet alleen op het stuk boven 500.000 euro.

2. Welke effecten komen in aanmerking?

De regering viseert aandelen (genoteerd en niet-genoteerd), obligaties (genoteerd en niet-genoteerd), kasbons, beleggingsfondsen en warrants.

3. Welke effecten worden niet meegerekend?

Wie aan pensioensparen doet, kan op beide oren slapen: pensioenspaarfondsen komen niet in aanmerking. Ook tak 23-beleggingen (levensverzekeringen waarvan de opbrengst gekoppeld is aan een beleggingsfonds) zijn vrijgesteld. U sluit dan immers een contract af met een verzekeraar en bent geen eigenaar van het onderliggende fonds. Ook aandelen op naam (genoteerd en niet-genoteerd) worden niet meegeteld, net als coöperatieve aandelen. Denk daarbij aan Cera, Argen-Co en CrelanCo. Dat zijn immers ook aandelen op naam en die zijn vrijgesteld.

4. Kan u de taks ontwijken?

Er zijn verscheidene pistes denkbaar om geen taks te moeten betalen. Vraag is evenwel of het sop de kolen waard is.

  • U zou bijvoorbeeld een deel van uw aandelenportefeuille op naam kunnen zetten. Aandelen op naam vallen immers niet onder de taks. Maar het gebruik van dat achterpoortje is voortaan moeilijker: beleggers die vanaf 9 december 2017 aandelen op rekening omzetten naar aandelen op naam (om zo de taks te omzeilen), moeten de waarde van die aandelen nog 1 jaar meetellen bij de berekening van de belastbare waarde van hun effectenportefeuille. ‘Met aandelen op naam boet u ook in aan flexibiliteit’, waarschuwt fiscaal expert Peter Poppe (Rivus). Aandelen op naam zijn immers veel minder vlot verhandelbaar dan aandelen op een effectenrekening. ‘Het verwerken van een order kan tot een week in beslag nemen.’
  • Een andere piste die weleens geopperd wordt, is uw aandelen inbrengen in een vennootschap. Alleen natuurlijke personen worden geviseerd door de taks, vennootschappen niet. ‘Maar dan kom je in een totaal andere fiscale context terecht. Vennootschappen hebben veel aangifteplichten. Bovendien wil de overheid bedrijven vanaf 2018 vennootschapsbelasting laten betalen als ze meerwaarde op aandelen boeken.’ Dan bent u allicht nog slechter af. De overheid liet ook weten dat beleggers die vanaf 1 januari 2018 hun effectenrekening inbrengen in een vennootschap met als enige doel de taks te omzeilen, tóch belastingen zullen moeten betalen.
  • U zou een deel van uw beleggingsportefeuille ook kunnen schenken. ‘Maar dan bent u uw centen natuurlijk kwijt, en dat is toch wel een zware stap voor een belasting van ‘maar’ 0,15 procent’, aldus Poppe. Wie schenkt, wordt ook onderworpen aan schenkbelasting.

Beurstaks stijgt opnieuw

De beurstaks op aandelen en obligaties - de belasting die beleggers betalen telkens ze dergelijke effecten aan- en verkopen - stijgt volgend jaar opnieuw. Voor aandelen bedraagt de taks vanaf 1 januari 0,35 procent (tegenover 0,27 procent nu). Voor obligaties stijgt de beurstaks van 0,09 naar 0,12 procent. Voor de verkoop van kapitalisatiefondsen blijft het tarief op 1,32 procent, maar dat neemt niet weg dat de beurstaks de voorbije jaren al fors gestegen is.

Geldgids

Uw geld in 2018

Alle nieuwigheden die in 2018 een impact zullen hebben op uw portefeuille.

De Geldgids is op 16/12 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

Voor aandelen gebeurde dat in vier stappen (van 0,17 procent in 2011 naar 0,35 procent in 2018). De beurstaks op obligaties steeg van 0,07 procent over 0,09 procent naar 0,12 procent. Voor fondsen van het kapitalisatietype steeg de taks in drie stappen van 0,5 procent naar 1,32 procent.

627€

Om investeringen in aandelen aan te moedigen, besliste de federale overheid om een eerste schijf van 627 euro aan dividenden op aandelen (zowel buitenlandse als Belgische) vrij te stellen van roerende voorheffing. Dat bedrag zal in 2019 zelfs worden opgetrokken tot 800 euro.

Let wel: u zal de belasting van 30 procent volgend jaar wel eerst moeten betalen, maar u kan dat bedrag nadien recupereren via uw belastingaangifte. De maatregel betekent voor beleggers een besparing van 188,1 euro - geld dat ze wel pas in 2019 terugzien. Wie in coöperatieve aandelen belegt, geniet nu al een vrijstelling en betaalt op de eerste 190 euro dividenden geen roerende voorheffing. Benut u dat bedrag al volledig, dan zal het voordeel op andere aandelen die u bezit kleiner zijn. U krijgt dan maar een vrijstelling op een eerste schijf van 437 euro (627-190).

Daar is de Reynderstaks weer

De meerwaardetaks op beleggingsfondsen - ook wel de Reynderstaks genoemd - wordt vanaf volgend jaar verder uitgebreid. De belasting werd in 2006 ingevoerd en is sindsdien al een paar keer verstrengd. Sinds de jongste aanpassing moet op fondsen die voor minstens 25 procent uit obligaties bestaan, een meerwaardetaks van 30 procent worden betaald. Die drempel wordt nu verder verlaagd naar 10 procent.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect