netto

10 tips voor de juiste schuldsaldoverzekering

©ANP XTRA

Net zoals bij de brandverzekering hoopt u ook hier dat u ze nooit nodig zult hebben. Maar dat is geen reden om zomaar de eerste de beste schuldsaldoverzekering af te sluiten.

Leent u voor uw huis, dan moet u in eenzelfde beweging meestal ook een schuldsaldoverzekering én brandverzekering afsluiten. Nochtans zijn beide polissen wettelijk niet verplicht. Maar de meeste banken stellen ze als voorwaarde als u een woonkrediet aanvraagt. Een schuldsaldoverzekering is namelijk een soort levensverzekering die een vergoeding betaalt als u tijdens de looptijd van het krediet zou overlijden. Die waarborg beschermt in dat geval niet alleen uw erfgenamen, maar ook de bank. Want de schuldsaldoverzekering betaalt dan, volledig of gedeeltelijk, het nog resterende bedrag van het krediet.

De meeste banken bieden een rentekorting op uw krediet als u de lening en de schuldsaldoverzekering in een pakket neemt. Maar bij wie u uw schuldsaldoverzekering afsluit, is volledig uw eigen keuze. Net zoals voor uw woonkrediet kunt u er dus voor gaan ‘shoppen’. De prijsverschillen kunnen aanzienlijk oplopen. Waardoor u op die manier misschien de rentekorting die u daardoor misloopt, ruimschoots kunt compenseren.

Omdat de meeste mensen hopen dat ze de schuldsaldoverzekering nooit nodig zullen hebben, focussen ze bij het afsluiten ervan hoofdzakelijk of zelfs uitsluitend op de premie die ze moeten betalen. Toch besteedt u beter ook wat aandacht aan de andere aspecten van de levensverzekering, want de ene schuldsaldoverzekering is de andere niet. Om er zeker van te zijn dat u appelen met appelen vergelijkt als u gaat shoppen voor uw schuldsaldoverzekering, moet u op volgende vragen zeker een antwoord hebben.

1. Onder- of oververzekeren?

Een schuldsaldoverzekering is een zeer specifieke levensverzekering. Ten eerste is het een tijdelijke levensverzekering. Ze zal maar een kapitaal uitkeren als u overlijdt tijdens de looptijd van het krediet. Ten tweede daalt het gedekte kapitaal naarmate de tijd verstrijkt, aangezien ook het nog uitstaande kredietbedrag kleiner wordt naarmate u langer afbetaalt.

Meestal vraagt de bank dat de schuldsaldoverzekering een dekking van minstens 100 procent biedt. Dat houdt in dat het integrale nog resterende bedrag van de lening wordt vergoed door de schuldsaldoverzekering wanneer beide partners overlijden.

  • Nemen beide partners een dekking van 100 procent, dan bent u voor 200 procent gedekt. Velen kiezen dat omdat het comfort biedt. Ongeacht wie als eerste overlijdt tijdens de looptijd, de overlevende partner is volledig verlost van het woonkrediet. Maar aangezien het woonkrediet dan is afgelost, zal de tweede schuldsaldoverzekering geen kapitaal meer uitkeren als ook de tweede partner overlijdt. Als beide partners een schuldsaldoverzekering afsluiten, weet u dus zeker dat minstens een van beide schuldsaldoverzekeringen nooit een vergoeding zal betalen. En aangezien de bank tevreden is met een totale dekking van 100 procent, kunt u ook opteren voor een andere dekking, zolang u in totaal maar aan 100 procent dekking komt.
  • Hebben beide partners een gelijkaardig loon, dan wordt vaak een 50-50-dekking gekozen. Bij het overlijden van de ene partner vergoedt de schuldsaldoverzekering de helft van het nog resterende saldo. De overlevende partner zal dan nog maar de helft van het woonkrediet verder moeten aflossen. Die weduwe of weduwnaar zal vanaf dan in zijn eentje alle vaste kosten die verbonden zijn aan de woning - zoals water en elektriciteit, maar ook de brandverzekering en de onroerende voorheffing - moeten dragen.
  • Met dat in het achterhoofd kunt u een dekking van bijvoorbeeld 75-75 of 60-60 overwegen. Maar ook andere verhoudingen zijn mogelijk. 70-30. Of 100-0. Afhankelijk van wie wat verdient. Of van de overlijdensdekking die een van beide partners binnen zijn groepsverzekering heeft.
  • De keuze van de dekking kan dus maatwerk zijn. Wie meer dan 100 procent gedekt wil zien, kan de premies zelfs drukken door bij meerdere verzekeraars een schuldsaldoverzekering af te sluiten. Door bij uw huisbank 100 procent te verzekeren sleept u de rentekorting op het krediet in de wacht. Voor het resterende gedeelte kunt u dan de voordeligste schuldsaldoverzekering kiezen.

2. Wie verzekert wie?

Dient de door u betaalde premie om uw eigen overlijden te dekken of dat van uw partner? ‘Meestal is de verzekeringsnemer ook de verzekerde. Wilt u de schuldsaldoverzekering fiscaal benutten (zie tip 7, nvdr.), dan heeft u zelfs geen andere keuze’, legt Pierre De Smet Van Damme, woordvoerder van BNP Paribas Cardif uit. Met andere woorden: de ene partner betaalt een premie voor het geval hijzelf overlijdt, zodat zijn partner volledig of gedeeltelijk verlost is van het krediet.

Speelt het fiscale voordeel voor u geen rol, dan kunt u als koppel ook opteren voor een kruislingse verzekering: de ene partner sluit de verzekering af, zodat hij verlost is van de maandelijkse aflossingen wanneer zijn partner zou overlijden.

3. Eén polis of twee polissen?

Meestal sluit elke partner zijn eigen schuldsaldoverzekeringspolis af. Maar het is ook mogelijk om een schuldsaldoverzekering op twee hoofden te nemen die beide partners tegelijk verzekert. Wie van de twee het eerst overlijdt, doet er niet toe. De verzekeraar betaalt sowieso het woonkrediet (gedeeltelijk) af. Ook maakt het niet uit of het koppel bestaat uit een man en een vrouw, twee mannen of twee vrouwen, of ze getrouwd zijn of niet, al dan niet familieleden zijn… Ook twee zussen, bijvoorbeeld, die samen een huis willen verbouwen, kunnen een schuldsaldoverzekering ‘op twee hoofden’ afsluiten.

Eén schuldsaldoverzekering op twee hoofden is goedkoper dan twee aparte polissen. Volgens BNP Paribas Cardif bedraagt het prijsverschil ongeveer 10 procent. Maar net zoals voor de kruiselingse polis kan de premie van deze formule niet fiscaal worden ingebracht. ‘Maar dat is geen nadeel als er, zoals vaak, geen ruimte is om de premies fiscaal te benutten’, oordeelt levensverzekeringsexpert Paul Van Eesbeeck.

4. In één keer betalen of in schijven?

Bij het opstellen van de verzekeringsofferte zult u moeten beslissen of u de premie in één keer dan wel in stukken betaalt.

  • Een eenmalige premie bij het begin van het contract is de meest voordelige formule. Maar dan moet u natuurlijk wel onmiddellijk een bedrag van enkele duizenden euro’s ophoesten, net op een moment dat u al tegen veel kosten aankijkt die verbonden zijn met de aankoop van de woning.
  • U kunt ook de premies spreiden. Vaak zult u dan gedurende twee derde van de looptijd van het krediet een premie betalen. Dat kan jaarlijks, maar u kunt ook kiezen voor een betaling per kwartaal of per halfjaar. In totaal is dat wel duurder. Maar indien u de schuldsaldoverzekering nodig zou hebben vooraleer u alle premies hebt betaald, vergoedt de schuldsaldoverzekering toch het volledig gedekte bedrag zonder dat u de jaren nadien nog premies verschuldigd bent.

5. Welke factoren bepalen de prijs?

De premies hangen af van krediet- en persoonsgebonden factoren. Denk aan de looptijd en de rentevoet van het krediet, de hoogte van het verzekerde bedrag, maar ook van uw leeftijd, rookgedrag, body mass index (BMI) en medische toestand.

Vastgoedgids 2018

In 5 stappen naar de juiste lening voor uw droomwoning

Hoeveel is uw woning waard? Alle prijzen van woonhuizen, appartementen en bouwgronden in alle 589 Belgische gemeentenOntdek op onze interactieve vastgoedkaart hoeveel een woning in uw gemeente kost > 

De Vastgoedgids is op 24/2 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

Bij bepaalde banken blijft - voor bepaalde bedragen en tot op zekere leeftijd - de medische vragenlijst die die persoonsgebonden elementen checkt, beperkt. De vragen komen neer op: ‘rookt u?’, ‘drinkt u geregeld alcohol?’ en ‘hoeveel weegt u?’.

BNP Paribas Cardif hanteert een basislijst van vijf vragen. ‘Maar uiteindelijk bepaalt het verzekerde kapitaal het precisieniveau van de vragenlijst’, zegt woordvoerder Pierre De Smet Van Damme.

AG Insurance begint met zeven vragen. ‘Voor zowat 80 tot 90 procent van onze klanten volstaat dat. Afhankelijk van de verzekerde kapitalen is ook een medisch onderzoek vereist’, legt Gerrit Feyaerts van AG Insurance uit.

Van de 281.182 kredietnemers die in 2016 een schuldsaldoverzekering voor de gezinswoning afsloten, moesten 17.087 mensen een medische bijpremie betalen omdat ze zwaar ziek zijn. In een op de vijf gevallen bedroeg die bijpremie 75 procent of meer van de basispremie voor een gezond persoon. Door de zogenaamde wet-Partyka is die bijpremie sinds 2015 geplafonneerd op 125 procent. Verzekeraars mogen een chronisch zieke nog altijd weigeren, maar ze moeten die weigering dan wel voldoende argumenteren. Een chronisch zieke die geweigerd wordt of een bijpremie moet betalen van minstens 75 procent kan proberen verhaal te halen via het Opvolgingsbureau van de Tarifering.

6. Ervaringstarief of gegarandeerd tarief?

Aangezien een schuldsaldoverzekering een vergoeding betaalt als u overlijdt in de periode dat u het krediet aflost, bepaalt uw levensverwachting op de dag dat u het krediet afsluit mee de hoogte van de premie.

  • Baseert de verzekeringsmaatschappij zich daarvoor op de officiële wettelijke sterftetabellen, dan spreekt men van een ‘gegarandeerd tarief’. U bent dan zeker dat de premie niet kan worden aangepast in de loop der jaren.
  • De meeste maatschappijen berekenen de premies van de schuldsaldoverzekering echter op hun eigen portefeuillestatistieken. Die ‘ervaringstarieven’ liggen in de praktijk lager dan de gegarandeerde tarieven. De wet schrijft voor dat de premies van deze contracten na drie jaar moeten kunnen worden aangepast. ‘Een tariefaanpassing gebeurt niet op individuele basis, maar voor de hele portefeuille van de verzekeraar, en op voorwaarde dat de toezichthouder zijn goedkeuring heeft gegeven’, zegt De Smet Van Damme. Door de stijgende levensverwachting is het risico dat de toezichthouder zoiets oplegt, in werkelijkheid zo goed als onbestaande. ‘Wij hebben onze ervaringstarieven nog nooit moeten optrekken’, legt Gerrit Feyaerts uit.

7. Fiscaal inbrengen of niet?

In bepaalde gevallen kunt u de premies voor de schuldsaldoverzekering fiscaal inbrengen (zie blz. 58). Dat kan als u de schuldsaldoverzekering afsluit voor uw 65ste, als u de volle eigendom of het vruchtgebruik van de woning hebt en als de schuldsaldoverzekering ‘op eigen hoofd’ is afgesloten. Dat laatste betekent meteen ook dat een polis ‘op twee hoofden’ nooit een fiscaal voordeel kan opleveren. Ook een kruiselingse verzekering kan fiscaal niet worden benut.

Voor het fiscale voordeel kunt u kiezen uit twee stelsels. Op het moment dat u uw schuldsaldoverzekering afsluit, zult u al moeten aangeven welk systeem u kiest. U kunt er niet mee wachten tot u uw belastingaangifte indient. Bovendien is de keuze definitief. Het is dus niet toegestaan om voor eenzelfde schuldsaldoverzekering de premies gelijktijdig of achtereenvolgens in te brengen in het systeem van de woonbonus en in het pensioensparen. U kunt ook niet overstappen van het ene naar het andere systeem tijdens de looptijd van de verzekering.

Fiscale stelsel van het woonkrediet

Het belastingvoordeel varieert per gewest. In Vlaanderen bedraagt het 40 procent, verhoogd met de gemeentelijke opcentiemen. Het Waals Gewest volgt het systeem van de zogenaamde ‘chèque habitat’. En in Brussel is er vanaf het inkomstenjaar 2018 geen fiscale aftrek meer voor de schuldsaldoverzekering voor de eigen woning.

De bedragen die u fiscaal kunt inbrengen, zijn geplafonneerd. In Vlaanderen ligt het plafond in het aanslagjaar 2018 (inkomsten 2019) op 1.520 euro, verhoogd met 760 euro gedurende de eerste tien jaar van de lening. Wie meer dan drie kinderen had op 1 januari van het jaar nadat het krediet werd afgesloten, krijgt een extra supplement van 80 euro.

Is uw fiscale korf al gevuld met de kapitaalaflossingen en rentebetalingen van uw krediet, dan leveren de schuldsaldoverzekeringspremies geen extra fiscaal voordeel meer op. Maar bracht u de premies in onder dit stelsel, dan zult u bij een uitkering er wel op worden belast via het systeem van de fictieve rente (zie tip 8).

Sluit u uw woonkrediet in de laatste maanden van het jaar af, dan zal de fiscale korf van uw woonkrediet nog niet volledig zijn gevuld met kapitaalaflossingen en rentebetalingen. Door uw schuldsaldoverzekering in dat jaar te betalen met een eenmalige premie, kunt u uw fiscale korf volledig vullen en geniet u het maximale belastingvoordeel.

Let op!

Vaak staat de optie om de premies voor het woonkrediet fiscaal te benutten als standaard aangevinkt. Is uw fiscale korf al gevuld, geef dan in uw schuldsaldoverzekeringspolis expliciet aan dat u de polis niet wilt ‘fiscaliseren’.

En wat als u al een schuldsaldoverzekering heeft en die niet expliciet hebt aangegeven? Aangezien de verzekeraar u een fiscaal attest heeft afgeleverd, zult u op die uitkering belast worden. ‘Tenzij u aan de fiscale administratie een bewijs vraagt dat de premies nooit een fiscaal voordeel hebben opgeleverd’, aldus Feyaerts.

Tip! De meeste schuldsaldoverzekeringen bevatten standaard een clausule die stelt dat de premies een fiscaal voordeel opleveren. Wilt u de premies fiscaal niet in mindering brengen, let er dan op dat deze clausule uit het contract gehaald wordt.

Fiscale stelsel van het pensioensparen

Naast de korf van het woonkrediet kunnen de schuldsaldoverzekeringspremies ook benut worden in het systeem van het pensioensparen. Het belastingvoordeel bedraagt 30 procent, verhoogd met de gemeentelijke opcentiemen van het vrijgestelde bedrag. Voor het aanslagjaar 2018 (inkomsten uit het jaar 2017) bedraagt het plafond voor dat vrijgestelde bedrag 940 euro.

Een eenmalige premie ligt meestal ruim boven dat plafond, terwijl de jaarlijkse premies van een schuldsaldoverzekering vaak niet volstaan om aan dat bedrag te komen. In dat geval laat u dus een deel van uw fiscale ruimte in het pensioensparen onbenut. U mag immers wel meerdere pensioenspaarcontracten afsluiten, maar slechts een kan fiscaal in mindering worden gebracht.

Ook in dit geval zult u bij uitkering belast worden op het uitgekeerde kapitaal (zie tip 8).

8. Belastingen betalen of niet?

Als u aangeeft dat u de storting van uw schuldsaldoverzekering fiscaal in mindering hebt gebracht, zult u belastingen moeten betalen als die verzekering een kapitaal uitkeert. Zelfs als u geen ruimte meer had in de fiscale korf van het woonkrediet of als u de premie maar één keer hebt aangegeven via het systeem van het pensioensparen.

Die belasting is niet mals. Via het systeem van het pensioensparen bedraagt ze 8 procent. In het systeem van de woonbonus geldt het systeem van de fictieve rente: gedurende 13 jaar (of 10 jaar als u ouder bent dan 65) moet de begunstigde een percentage van het uitgekeerde kapitaal aangeven als deel van het belastbare inkomen. Dat percentage begint bij 1 procent voor wie 40 jaar of jonger is en stijgt tot 5 procent voor wie 65 jaar is of ouder.

Het voordeel dat u krijgt als u de premies fiscaal in mindering brengt, weegt daardoor misschien niet op tegen de potentiële eindbelasting. Natuurlijk is die belasting alleen verschuldigd als een van de kredietnemers zou overlijden tijdens de looptijd van de lening. Daartegenover staat dat het fiscale voordeel dat u nu geniet, voor altijd verworven is. Maar wie niet voor onaangename verrassingen wil staan, brengt de premies voor zijn schuldsaldoverzekering beter niet fiscaal in mindering.

9. Erfbelasting verschuldigd of niet?

Een schuldsaldoverzekering treedt in werking als de verzekerde overlijdt. De vraag die dan meteen rijst, is: moet de erfgenaam erfbelasting betalen op dat uitgekeerde kapitaal? Een op het eerste gezicht eenvoudige vraag, maar een met een bijzonder complex antwoord, aldus alle experts.

Het hangt onder meer af van het percentage van de lening dat gedekt is door de schuldsaldoverzekering. En van de wijze waarop de partners samenleefden die de woning gezamenlijk kochten (gehuwd, wettelijk of feitelijk samenwonend).

Tip! Specialisten raden sowieso aan om, met het oog op het vermijden van erfbelasting, uw schuldsaldoverzekering in pand te geven. Op die manier keert de verzekeraar het kapitaal rechtstreeks uit aan de bank. Informeer u dus goed vooraleer u een schuldsaldoverzekering afsluit.

10. Een nuttige of nodeloze verzekering?

Omdat een schuldsaldoverzekering persoons- en kredietgebonden is, is de premie dat ook. ‘En de prijsverschillen tussen de verschillende spelers kunnen fors oplopen’, erkent De Smet Van Damme. Een kleine steekproef leert zelfs dat de ene offerte dubbel zo duur kan zijn als de andere. Shoppen loont dus!

Het gebeurt maar zelden dat iemand overlijdt terwijl het woonkrediet nog loopt. Geen enkele maatschappij wil concrete cijfers geven, maar het lijkt realistisch om aan te nemen dat slechts in amper 5 tot 10 procent van de gevallen een schuldsaldoverzekering ‘geactiveerd’ wordt. Maar helemaal uitgesloten is het risico natuurlijk nooit. ‘Een op de acht mannen van 40 jaar haalt de leeftijd van 65 niet’, aldus Feyaerts. ‘Wie op zijn 40ste leent voor 25 jaar, staat daar toch beter bij stil.’

Woont u in een dure gemeente?

Wat kost een huis in uw gemeente? Ontdek het op onze interactieve kaart >

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content