netto

Wat leren beurscrisissen ons?

Dat 2008 geen goed beursjaar was, is wel duidelijk. Maar het is niet de eerste keer dat er een schokgolf door de beurzen gaat… En daar vallen natuurlijk lessen uit te trekken.

Video: Wall Street 1929, de moeder van alle beurscrashes (deel 1).

Video: Wall Street 1929, de moeder van alle beurscrashes (deel 2).

(netto/tijd/motley fool) – Beleggers werden het voorbije jaar om de oren geslagen met onheilsberichten: de Amerikaanse superbanken Freddie Mac en Fannie Mae gingen bijna ten onder, zakenbank Bear Stearns moest worden ‘gered’, Lehman Brothers op de rand van het faillissement, de grootste verzekeraar ter wereld (AIG) in slechte papieren,… Dergelijke berichten doen natuurlijk het ergste vermoeden en veroorzaken stilaan regelrechte paniek.

Dat de forse (dag)verliezen ook breed werden uitgesmeerd in kranten en journaals versterkt dat gevoel alleen maar. Maar van een echte crash is geen sprake. Alleen: de perceptie is anders en dat veroorzaakt paniek (en dus forse beursdalingen) op de aandelenmarkt.

Sinds juli gingen de beurskoersen trouwens niet in een rechte lijn naar beneden. Er was een tussentijdse herstelbeweging die de koersen wat deed opveren. Het verlies maakte het herstel dan wel ongedaan, maar ook niet meer dan dat.

De moeder van alle crashes

Wie op zoek gaat naar wat gemoedsrust kan er misschien de geschiedenisboeken op naslaan. Dit is niet de eerste crisis die de aandelenmarkt teistert. Meer nog: de beurzen hebben al veel heftigere stormen doorstaan en hebben zich keer op keer kunnen herstellen. In 1792 bijvoorbeeld. Dit was de allereerste crash van Wall Street – de New York Stock Exchange werd later dat jaar officieel geopend. De oorzaak klinkt vertrouwd in de oren: speculanten gokten hoe langer hoe forser op de koersstijging van enkele bankaandelen. De speculanten raakten echter in geldproblemen, moesten hun aandelen verkopen en de bankensector stortte in elkaar. Gelukkig greep de Amerikaanse overheid daadkrachtig in door voldoende geld in de financiële markt te pompen. Uiteindelijk keerde het vertrouwen relatief snel terug.

Ook in de recente geschiedenis daverden de beurzen op hun grondvesten. Op 19 oktober 1987 verloor Wall Street in één klap 23 procent, tot vandaag een absoluut diepterecord. En ook de crisis in Japan in 1990, de ondergang van hefboomfonds LTCM in 1998 en de aanslagen van 9/11 in 2001 zorgen voor heel wat beroering op de aandelenmarkten.

En dan is er natuurlijk nog de moeder van alle beurscrashes in 1929. De de daaropvolgende jaren moesten meer dan 9.000 banken de boeken neerleggen. Het spaargeld van kleine beleggers was toen nog helemaal niet verzekerd en zij zagen hun spaarcentjes in rook opgaan.

Een beurscrash. So what?

In het licht van de geschiedenis wordt de huidige crisis meteen in een ander daglicht gesteld. Verschillende banken zitten dan wel in slechte papieren, de kans dat ze op grote schaal overkop zullen gaan, is niet zo groot. En van een echte beurscrash is al helemaal geen sprake. De beurzen presteren ondermaats, dat zeker. Maar voor een echte crash zijn de verliezen niet hoog genoeg.

Het heeft ook weinig zin mee te stappen in het beursspel van Wall Street dat draait om de koersen van de afgelopen minuten, uren en dagen. Voor de kleine belegger tellen vooral de prestaties op lange termijn en dan kijkt u best naar de vooruitzichten voor de komende tien jaar. Meer nog: crisissen als dezen bieden ook tal van kansen.

Internetzeepbel

De laatste grote crisis dateert van 2002 toen de internetzeepbel uiteen spatte. De aandelenkoersen van talrijke grote bedrijven werden toen naar een absoluut dieptepunt gestuurd. Maar wie er de return van enkele grote verliezers op naslaat, merkt al gauw dat enkele van die ondernemingen sindsdien hun verlies ruimschoots konden goedmaken:

  • McDonald’s: 250 procent
  • Best Buy: 209 procent
  • Hewlett-Packard: 286 procent
  • Caterpillar: 264 procent
  • Chevron: 196 procent
  • Nike: 187 procent

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n