Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Welke beursgoeroe past bij u?

Zoekt u een manier om de prestaties van uw beleggingsportefeuille te verbeteren? Dan kan het lonen om u te spiegelen aan een beursgoeroe. Maar dan kiest u er best één uit wiens strategie aansluit bij uw eigen visie.

 

(netto) – Uiteraard heeft het geen zin om de beleggingsportefeuille van een topbelegger schaamteloos te imiteren. Al was het maar omdat u er niet in zal slagen alle transacties te kopiëren. Professionele beleggers hebben vaak meer dan 100 aandelen in hun portefeuille. Die spreiding is voor de meeste beleggers onhaalbaar. Trouwens, vooraleer u hebt ontdekt dat een goeroe een bepaald aandeel (ver)kocht, is het waarschijnlijk al te laat. Want als beursgoeroes één eigenschap gemeen hebben, dan is het wel hun goed gevoel voor timing.

 

 

 

 

 

 

Zijn beursgoeroes zoals Warren Buffett een waardeloos voorbeeld voor ‘gewone’ beleggers? Zeker niet. Elk van hen houdt er een bepaalde strategie op na die zijn waarde heeft bewezen. U kan niet de exacte samenstelling van hun portefeuille kopiëren, maar hun strategie volgen kan wel lonen. Op voorwaarde natuurlijk dat u een strategie uitkiest die bij u past. Om maar te zeggen: George Soros vergaarde een fortuin door veelal te speculeren op korte termijn, maar bij die strategie zal een conservatievere belegger zich niet comfortabel voelen.

Enkele beursgoeroes op een rij die er uiteenlopende visies op nahouden.

John Bogle: "Kiezen voor indexfondsen"

De ondertussen 80-jarige John Bogle heeft een voorliefde voor ‘eenvoudige’ beleggingsproducten die hij passief kan beheren. Vandaar zijn voorkeur voor indexfondsen. Hijzelf is de oprichter van de Vanguard 500 Index Fund, het eerste beleggingsfonds dat aan een index werd gekoppeld. Hij gelooft niet in fondsen die steevast de index willen verslaan. Indexfondsen hebben bovendien het voordeel dat er amper kosten aan verbonden zijn.

Benjamin Graham: "Ondergewaardeerde aandelen"

Benjamin Graham stierf in 1976, maar tal van succesvolle beleggers, waaronder Buffett, zijn schatplichtig aan Grahams beleggingsvisie. Het motto van de Amerikaan: "Een investering moet substantieel meer waard zijn dan datgene wat de investeerder ervoor betaalt." Om die koopjes op te sporen, geloofde Graham heel sterk in een doorgedreven analyse van een onderneming (nu omschreven als 'fundamentele analyse'). De Amerikaan ging op zoek naar bedrijven met een sterke balans, weinig schulden, hoge winstmarges en een hoge cashflow. Hij bekeek tal van ratio's om uit te maken of een bepaald aandeel de investering wel waard was.

Warren Buffett: "Waardeaandelen op lange termijn"

Zijn investeringsstijl maakte van Buffett een van de rijkste mensen ter wereld. De Amerikaan zoekt naar 'waardeaandelen' en wacht dan héél geduldig af. Hij gaat niet zomaar op zoek naar koopjes, hij viseert vooral grote en stabiele ondernemingen die op een bepaald moment fors ondergewaardeerd zijn. Een van zijn meest lucratieve beleggingen is de aankoop van Coca-Cola-aandelen in 1988 (goed voor een bedrag van 1,02 miljard dollar). Daarmee werd hij meteen de grootste individuele aandeelhouders van de frisdrankenfabrikant. Buffett deinst er ook niet voor terug dergelijke aandelen enkele decennia in zijn portefeuille te houden. Zo maakt Coca-Cola tot op de dag van vandaag nog steeds deel uit van Buffetts portefeuille.

 

 

 

 

 

 

John Templeton: "Aandelen kopen die de rest niet kent"

De basis voor zijn fortuin legde Templeton tijdens de Tweede Wereldoorlog door ‘pennystocks’ te kopen. Van 104 bedrijven waarvan de aandelenkoers op dat moment onder 1 dollar lag, kocht hij telkens 100 dollar aandelen. De totale investering was dus goed voor 10.400 dollar. Vier jaar later verkocht hij alle aandelen voor meer dan 40.000 dollar.

Daarna verlegde hij zijn focus op waardeaandelen. Maar meer nog dan Graham en Buffett ging Templeton tegen de stroom in: “Wie een beter rendement wil dan de massa, moet het ook anders aanpakken dan de massa.” De Brit zette die uitspraak om in de praktijk door te investeren in bedrijven over de hele wereld en dat op een moment dat er van globalisering nog geen sprake was. Daarnaast geloofde hij heel sterk dat de beste koopjes te vinden zijn in aandelen die andere investeerders volledig links laten liggen of zelfs niet bestuderen.

 

 

 

 

 

 

Peter Lynch: "Weet waarin u belegt"

De Amerikaan Peter Lynch wordt wel eens omschreven als een kameleon die zijn investeringsstrategie steeds opnieuw aanpast in functie van wat hem op dat moment het meest kan opleveren. Maar dat doet hij niet zonder zich uiterst grondig te informeren. De basisregel van Lynch: weet waarin u belegt en beperk u tot datgene wat u zelf begrijpt. Om interessante investeringen op de kop te tikken steunt hij op een omvangrijk netwerk. Zo haalt hij zijn informatie meteen aan de bron: bij bedrijfsleiders, managers, experten van een bepaalde industrie, analisten, enzovoort.

William Gross: "Kiezen voor diversificatie"

Gross staat bekend als de grootste obligatiebelegger ter wereld. Zijn beleggingsvisie steunt op twee fundamenten. In eerste instantie gaat hij op zoek naar beleggingen waarvan de vooruitzichten de komende jaren zeker niet onder druk zullen komen. Daarnaast hamert hij op de evenwichtige samenstelling van een beleggingsportefeuille waarin voldoende rekening wordt gehouden met diversificatie, de risicovergoeding en de investeringskosten. "En bent u helemaal wild van een bepaald aandeel? Neem het dan voor ongeveer 10 procent op in uw portefeuille. Goede investeringsideeën moeten niet tot in het oneindige worden gediversifieerd", vindt Gross.

George Soros: "Speculeren op wisselkoersen"

Als geen ander wist George Soros in te spelen op macro-economische trends en daar een fortuin aan te verdienen. Obligaties en wisselkoersen waren zijn belangrijkste wapen. Soros speculeert vooral op korte termijn door te gokken op de evolutie van financiële markten. Zo groeide hij uit tot een van de meest gevreesde financiële figuren toen hij in 1992 een ongezien hoog bedrag inzette op de neergang van het Britse pond. Toen de regering de munt moest devalueren, zou hij daar 2 miljard dollar aan hebben verdiend. Het mag duidelijk zijn: Soros speculeert op korte termijn en gaat daarbij heel gevoelsmatig te werk. Daarmee is zijn strategie meteen uiterst moeilijk te kopiëren.

 

 

 

 

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud