Mijn geld Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie

Hoe haalt u in 2024 meer rendement uit 25.000 euro spaargeld?

Door de hogere rentes hebt u opnieuw meer kans om extra rendement te halen uit uw spaargeld. Wat zijn de beleggings- mogelijkheden anno 2024?
©Shutterstock

Op korte tijd is de situatie op de financiële markten helemaal gewijzigd. Zowel de kortetermijn- als de langetermijnrente kende in 2022 en 2023 een forse stijging. Op die manier zijn er opnieuw meer mogelijkheden om uw spaargeld te laten opbrengen. We zetten de belangrijkste op een rij, afhankelijk van uw risicoprofiel en beleggingshorizon.

1. U hebt geen tijd en wilt geen enkel risico

Wie maximale flexibiliteit wil en zijn geld op elk moment opvraagbaar wil houden zonder risico, heeft niet veel mogelijkheden. Vasthouden aan het spaarboekje is er een van, maar in tegenstelling tot de voorbije jaren loont het vandaag wel om de spaarboekjes van banken met elkaar te vergelijken. De rente op spaarboekjes varieert tussen 0,75 en 3,1 procent.

0,75 à 3,1%
procent
De rente op de spaarboekjes varieert tussen 0.75 en 3.1 procent.

Overstappen naar een spaarboekje van een andere bank betekent wel dat u een deel van de getrouwheidspremie op uw oude spaarboekje kunt verliezen. De premie krijgt u pas uitbetaald per blok van twaalf maanden dat het geld op de rekening staat. Via de rentecalculator die uw bank sinds 2014 verplicht ter beschikking moet stellen, kunt u zien wanneer u het best geld afhaalt om het verlies aan getrouwheidspremie te beperken. Let ook op voor de voorwaarden die aan sommige hoogrentende spaarboekjes zijn verbonden, zoals een minimale inleg of een maximale storting per maand.

De hoogste spaarrente voor een spaarboekje zonder voorwaarden ligt vandaag op 3 procent. Het tarief wordt geboden door de getrouwheidsrekening van NIBC, die onder de Nederlandse depositogarantie valt. Ook grootbanken als ING en Argenta hebben zich met een van hun spaarboekjes in het 3 procentpeloton genesteld, al zijn aan die rekeningen wel voorwaarden verbonden. U mag er maximaal 500 euro per maand op storten.

Omdat de getrouwheidspremie bij de meeste spaarboekjes de grootste component is van de rentevergoeding, moet u het geld de facto 12 maanden laten staan om dat rendement te halen. Daarom kunnen ook termijnrekeningen met een korte looptijd als een alternatief worden beschouwd. Voor een looptijd van 6 maanden is ING momenteel koploper, met een nettorente van 2,8 procent (uitgedrukt op jaarbasis). Over 1 jaar is de koploper Deutsche Bank, met een nettorente van 2,52 procent, al is dat tarief alleen weggelegd voor wie meer dan 100.000 euro op de rekening plaatst.

Een andere mogelijkheid is te kiezen voor de e-Deporekening, die u kosteloos kunt openen bij de Deposito- en Consignatiekas (DCK) van de overheid. De rekening biedt in december een brutorente van 2,5 procent, wat netto 1,75 procent oplevert. Ook hier moet uw geld minstens een jaar op de rekening blijven staan. Er zijn wel twee belangrijke kanttekeningen. De rente wordt telkens maar voor één maand gegarandeerd. Elke maand kan ze wijzigen. Bovendien valt de e-Deporekening niet onder de depositogarantie van 100.000 euro. Die garantie, per Belg en per bank, geldt wel voor spaarboekjes en termijnrekeningen.

2. U hebt tijd en wilt geen enkel risico

Wie zijn spaargeld langere tijd kan missen, maar geen enkel risico wil lopen, heeft meer mogelijkheden.

De termijnrekening met een lange looptijd is een optie, maar vergis u niet. Omdat de langetermijnrente lager ligt dan de ECB-rente, ligt uw rendement ook lager dan bij hoogrentende spaarboekjes. Op een termijnrekening met een looptijd van drie jaar krijgt u bij Europabank nog een nettorente van 2,8 procent, en wie een termijnrekening van 5 of 8 jaar afsluit, moet zich al tevreden stellen met een maximale nettorente van 2,5 en 2,3 procent, respectievelijk bij de Maltese Izola Bank en de West-Vlaamse CKV-bank. Die maximale tarieven liggen wel hoger dan de rentes van de staatsbon op 5 en 8 jaar die in december werd uitgegeven.

Uw geld lange tijd op een termijnrekening plaatsen levert minder op dan een hoogrentende spaarrekening of termijnrekening op korte termijn. Maar dat betekent nog niet dat u al uw centen op korte termijn moet parkeren.

Uw geld voor langere tijd op een termijnrekening plaatsen levert dus minder op dan een hoogrentende spaarrekening of termijnrekening op korte termijn. Maar dat betekent nog niet dat u al uw centen op korte termijn moet parkeren. Als de rente in de toekomst daalt, hebt u een goede zaak gedaan door de rente voor langere tijd vast te klikken. Wie bijvoorbeeld in 2008 al zijn geld op zijn spaarboekje had staan, zag de rente daarop in korte tijd terugvallen van 4 naar 0,11 procent. Wie toen ook geld op een langlopende termijnrekening had staan, kon nog ettelijke jaren profiteren van een rente van meer dan 5 procent. Het omgekeerde kan uiteraard ook. Als de rente stijgt, blijft u met die producten vastzitten aan een lagere rente. Verkopen kan een optie zijn, maar daar zijn bij termijnrekeningen doorgaans (hoge) kosten mee gemoeid.

De meeste economen verwachten in elk geval dat zowel de kortetermijnrente als de langetermijnrente in 2024 zal dalen. Om die reden raden financiële experts aan om het spaargeld te spreiden over verschillende looptijden. Met korte looptijden behoudt u de flexibiliteit, met langere looptijden klikt u het rendement vast.

Een alternatief spaarproduct voor de lange termijn is de tak 21-verzekering of de spaarverzekering. Ook dit product geniet een depositogarantie tot 100.000 euro. Belangrijke kanttekening: u moet rekening houden met instapkosten en met een premietaks van 2 procent.

Een tak 21-verzekering levert een gegarandeerd rendement en een winstdeelname op. Doorgaans garanderen de spaarverzekeringen de rente voor minstens 8 jaar en 1 dag. Dat is de minimale periode dat u zo’n contract moet aanhouden om geen roerende voorheffing te moeten betalen. Het is dan ook de langetermijnrente die richtinggevend is voor het tarief dat verzekeraars garanderen, al zijn verzekeraars gebonden aan een wettelijk maximum, dat vandaag op 2 procent ligt. Hierdoor schommelen de gegarandeerde rentes bij de meeste tak 21-verzekeringen tussen 1,5 en 2 procent. Boven op de gegarandeerde rente kan jaarlijks wel een winstdeelname komen, die afhankelijk is van de beleggingsresultaten van de verzekeraar.

Om de strijd met andere spaarproducten aan te gaan, zijn er echter steeds meer tak 21-verzekeringen die het wettelijk maximum van 2 procent omzeilen. Dat kunnen ze door een rente te garanderen voor een kortere periode dan 8 jaar en 1 dag. Als die garantieperiode is afgelopen, wordt het spaargeld opgerent tegen een nieuwe rente tot minstens de periode van 8 jaar en 1 dag is verstreken.

Patronale Life biedt bijvoorbeeld een gegarandeerde rente van 3,03 procent bruto voor 8 jaar, wat betekent dat u uw kapitaal minstens 1 dag langer moet laten staan – tegen de dan geldende rente – om te ontkomen aan de roerende voorheffing. Na een taks van 2 procent op de premie en maximale instapkosten blijft dan een nettorendement van 2,58 procent over. Let wel, het rendement bestaat hier alleen uit de gegarandeerde rente, een winstdeelname is er niet. Ook de verzekeraars Athora, Credimo en AG Insurance bieden momenteel tak 21-producten aan die een hogere rente dan 2 procent garanderen voor een kortere termijn.

3. U hebt tijd en wilt een beetje risico

Wie op langere termijn hogere rendementen wil dan de door de depositogarantie gegarandeerde producten, moet hoger op de risicoladder klimmen.

Eén kleine trede kan al volstaan om een nettorendement van 3 procent en meer te halen voor een looptijd van 5 of 8 jaar. Dat kan door, bijvoorbeeld, te kiezen voor overheidsobligaties (zie ook blz. 24) die uitgegeven zijn door België, Duitsland of Oostenrijk. Het voordeel van een individuele obligatie is dat die, behalve wanneer de uitgever failliet zou gaan, altijd opnieuw evolueert naar de beginwaarde. En omdat het faillissementsrisico van landen als België, Duitsland en Oostenrijk zeer klein is, zijn deze overheidsobligaties eigenlijk even veilig als de spaarproducten die door de depositogarantie worden beschermd.

Een andere optie is kijken naar Europese bedrijfsobligaties. Wie binnen de Europese kredietwaardige obligaties blijft, kan al een nettorendement van 3,5 procent halen. Omdat het risico toeneemt, is het wel wenselijk om te spreiden over verschillende obligaties. Bovendien zijn de coupures van de obligaties vaak te groot, waardoor ze voor particuliere beleggers niet toegankelijk zijn. Gespreid beleggen in bedrijfsobligaties kan via een fonds van de bank of via een beursgenoteerd indexfonds (tracker).

Steeds meer fondsenaanbieders bieden obligatiefondsen aan met een vaste looptijd.

Binnen die fondsen zijn er twee types. De traditionele fondsen hebben geen eindvervaldag en blijven gewoon doorlopen, omdat de fondsbeheerder voortdurend handelt in obligaties. Nadeel is dat de waarde van het fonds daardoor ook niet teruggaat naar de startwaarde en er dus geen vorm van kapitaalbescherming is. Al kan dat ook een voordeel zijn. Bij een rentedaling worden de bestaande obligaties duurder. Daardoor kan een belegger met zo’n obligatiefonds of -tracker zowel de coupon van de obligaties als een eventuele meerwaarde opstrijken. Omdat economen voor 2024 een daling van de rente verwachten, zouden obligatiefondsen dus mogelijk dubbel kunnen profiteren.

Een andere mogelijkheid is te kiezen voor een obligatiefonds of -ETF met vaste looptijd. In die fondsen zal de fondsbeheerder niet voortdurend handelen in obligaties, maar koopt hij eenmalig verschillende obligaties die op bijna hetzelfde moment vervallen. Op die manier heeft ook het fonds een eindvervaldag en evolueert de waarde van het fonds weer naar de beginwaarde. Hier strijkt de belegger alleen een coupon op als hij het fonds tot op de eindvervaldag bijhoudt. Steeds meer fondsenaanbieders bieden dit soort fondsen aan.

Nog een optie is te kiezen voor een geldmarktfonds of geldmarkttracker. Die fondsen beleggen in geldmarktinstrumenten met een zeer korte looptijd, uitgegeven door overheden of bedrijven. Met kortetermijnrentes in de buurt van 3 procent leveren die beleggingen intussen een mooi rendement op, al is dat niet gegarandeerd en kan het dagelijks wijzigen.

4. U hebt tijd en bent bereid tot meer risico

U kunt uiteraard nog hoger op de risicoladder klimmen door een deel van uw 25.000 euro te beleggen in aandelen (zie blz. 28). Zo vergroot u het potentiële rendement, maar dat vereist uiteraard ook een langere beleggingshorizon.

Gemengde portefeuilles, die in zowel aandelen als obligaties beleggen, deden het in 2022 zeer slecht, maar omdat obligaties opnieuw rendement opleveren, komen ze weer op de voorgrond. U kunt kiezen voor een gemengde portefeuille bij een robotadviseur of voor een fonds van de bank. Het percentage aandelen kunt u zelf bepalen. In beide gevallen komt er ook zo’n 1 à 1,5 procent beheerskosten bij (zie blz. 24).

Wie nog hoger op de risicoladder klimt, kan gaan voor pure aandelenbeleggingen. Die bieden volgens de beursstrategen op lange termijn de beste bescherming tegen de inflatie. Al moet u wel bereid zijn om de koersschommelingen erbij te nemen.

Wie voor het eerst met 25.000 euro in de beurs stapt, kiest het best voor een zeer gespreide belegging. Exchange-traded funds (ETF’s) of trackers die wereldwijde aandelenindexen als MSCI World of FTSE World volgen, bieden die spreiding tegen lage kosten.

Idealiter zet u de stap naar de beurs ook gespreid in de tijd; door uw bedrag mondjesmaat te investeren. Het voorkomt dat u op de top van de aandelenmarkten al uw centen in de beurs stopt.

Lees verder
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud