netto

Groepsverzekering is een must bovenop uw wettelijk pensioen

©Photo News

De groepsverzekering is een must als u uw wettelijk pensioen aangevuld wilt zien. U gaat dus maar beter aan de slag bij een werkgever die zo’n verzekering aanbiedt.

Ongeveer twee derde van de bedrijven biedt zijn werknemers een aanvullend pensioen - een groepsverzekering of pensioenfonds - aan. Concreet kunnen op die manier 3,1 miljoen werknemers in België een tweede pensioenpijler opbouwen. Maar bent u verplicht om deel te nemen aan het pensioenplan van uw werkgever? ‘Wanneer er een pensioenplan bestaat, is de werknemer daar automatisch bij aangesloten, op voorwaarde natuurlijk dat die aan de toekenningsvoorwaarden voldoet’, zegt Benoit Halbart, directeur marketing employee benefits bij AG Insurance.

Nieuw!

Vanaf 1 januari 2019 moet u, om toe te treden tot het aanvullend pensioen, niet langer wachten tot u 25 jaar bent. Het is evenmin noodzakelijk om minstens een jaar in de onderneming te werken. Alle werknemers krijgen dus vanaf hun eerste werkdag recht op een aanvullend pensioen.

6.894 €
aanvullend pensioen
In 2016 had een Belgische loontrekker tussen 55 en 64 jaar gemiddeld een aanvullend pensioen van 50.673 euro opgebouwd. Maar volgens DB2P, de database van de aanvullende pensioenen, bedroeg de mediaan (50% van de aanvullende pensioenen zit erboven, 50 procent eronder) slechts 6.894 euro.

Wat? 

De werkgever - of in bepaalde gevallen de beroepssector - stort premies in een pensioenfonds of in een groepsverzekering zodat het kapitaal aangroeit. De werknemer ontvangt dat aanvullend pensioen wanneer hij met pensioen gaat.

Hoeveel bedraagt de premie?

De premie is ofwel:

  • een percentage van het loon van de werknemer (bijvoorbeeld 3 procent). Dat is de meest voorkomende formule.
  • een percentage van het deel van het loon tot het wettelijke maximumpensioen en een - hoger - percentage van het deel van het loon boven dat maximum.
  • een forfait (bijvoorbeeld 600 euro per jaar).

Bij sommige contracten moet de werknemer ook zelf een bijdrage betalen. Een deel van zijn loon wordt dan in het pensioenplan gestort. Maar die formule komt niet zo vaak meer voor.

Verzekeringsgids 2018

Welke verzekeringen heeft u echt nodig en welke dumpt u beter?

De juiste verzekering voor elke fase in uw leven.  

De Verzekeringsgids is op 20/10 verschenen. Bent u abonnee van De Tijd? Klik hier om de gids (PDF versie) te lezen.

‘De eerste versie van de wet op de aanvullende pensioenen (WAP) legde een minimumrendement op van 3,25 procent op de werkgeversbijdragen en van 3,75 procent op de persoonlijke bijdragen. Maar de werkgever is verplicht bij te springen als de verzekeraar of het pensioenfonds de vastgelegde doelstelling niet haalt. Toen de marktomstandigheden moeilijk werden, hebben veel werkgevers de persoonlijke bijdragen afgeschaft. Die konden hun immers duur te staan komen. Dat is vandaag niet anders, zelfs nadat het minimumrendement is teruggebracht tot 1,75 procent op zowel de werkgevers- als de werknemersbijdragen. Vroeger voorzag 40 procent van de pensioenplannen in een persoonlijke bijdrage. Vandaag is dat nog maar 10 procent’, zegt Halbart.

Welke soorten contracten zijn er?

Er bestaan twee soorten contracten:

  • Bij een contract met vaste bijdragen betaalt de werkgever op vaste tijdstippen vooraf bepaalde bijdragen die overeenstemmen met een percentage van het jaarloon. Het aanvullend pensioen dat de werknemer ontvangt, is afhankelijk van het rendement van de beleggingen. De wet legt de werkgever wel een minimumrendement op van 1,75 procent. Bijna alle nieuwe pensioenplannen zijn vastebijdrageplannen.
  • Contracten met vaste prestaties komen steeds minder vaak voor. Want de werkgever verbindt er zich in dat geval toe op de vervaldag van het contract een prestatie te leveren, iets wat met de huidige lage rentevoeten risico’s inhoudt. De hoogte van het kapitaal of de rente wordt bepaald door het gemiddelde loon tijdens uw loopbaan en het aantal jaren dat u gewerkt heeft. De werkgever verbindt er zich dan toe die prestatie tijdens de loopbaan van de werknemer te financieren.

Wanneer ontvangt u uw aanvullend pensioen?

Het aanvullend pensioen wordt uitbetaald op de dag dat u met pensioen gaat. Het is onmogelijk om uw aanvullend pensioen vroeger op te nemen. Zelfs niet wanneer het pensioenplan een andere leeftijd vermeldt (veel oudere pensioenplannen voorzien in een uitbetaling op zestigjarige leeftijd). Omgekeerd kunt u de uitbetaling van uw aanvullend pensioen ook niet uitstellen als u met pensioen gaat.

Hoeveel belasting moet u erop betalen?

Het kapitaal dat u bij pensionering ontvangt, wordt als volgt belast:

- RIZIV-bijdrage: 3,55 procent.

- Solidariteitsbijdrage: tussen 0 en 2 procent.

- Bedrijfsvoorheffing: die wordt berekend op het brutokapitaal, exclusief winstdeelnames en verminderd met de RIZIV-bijdrage en de solidariteitsbijdrage. De belastingvoet is afhankelijk van verschillende factoren:

  • Bij uitkering van het kapitaal op de wettelijke pensioenleeftijd (65 jaar). Wanneer het gaat om werknemers- en werkgeversbijdragen sinds 1 januari 1993 wordt het kapitaal belast tegen de voordelige belastingvoet van 10 procent (op voorwaarde dat u in de drie jaar voorafgaand aan de wettelijke pensioenleeftijd professioneel actief bent geweest). Voor bedragen die de werknemer vóór 1993 heeft gestort, bedraagt het belastingtarief 16,5 procent.
  • U gaat met vervroegd pensioen. U ontvangt minder lang rente, wat gevolgen kan hebben voor pensioenplannen van het type ‘vaste prestaties’. Bovendien wordt u fiscaal gestraft. Want als het kapitaal van uw groepsverzekering vóór uw 65ste wordt uitgekeerd, wordt het gedeelte dat is opgebouwd met werkgeversbijdragen belast tegen een tarief van 16,5 tot 20 procent (afhankelijk van uw leeftijd). En het gedeelte dat is opgebouwd met uw persoonlijke bijdragen wordt belast in functie van het jaar waarin de stortingen gebeurden (16,5 procent als ze vóór 1993 plaatsvonden en 10 procent indien na 1993).
  • U zet uw kapitaal - volledig of deels - om in een maandelijkse rente. U moet dan ieder jaar in uw belastingaangifte 3 procent van dat kapitaal aangeven als roerende inkomsten. De rente wordt belast tegen een vaste belastingvoet van 30 procent, verhoogd met opcentiemen.
WerkgeversbijdragenPersoonlijke bijdragen
Leeftijd waarop het aanvullend pensioen wordt uitgekeerdVervroegd pensioenPensioenVoor 1/1/1993Vanaf 1/1/1993
60 jaar20,19%16,66%16,66%10,09%
61 jaar18,17%
62 tot 64 jaar16,66%
65 jaar10,09% (indien effectief tot de wettelijke pensioenleeftijd), anders 16,66%

 

Wat is de overlijdensdekking?

Voorziet uw aanvullend pensioenplan in een overlijdensdekking (die is niet verplicht, maar komt wel vaak voor), dan krijgen bij uw overlijden uw partner, uw kinderen of andere begunstigden het kapitaal of een rente. ‘De prestaties in de vorm van een kapitaal worden vaak uitgedrukt in een percentage van het jaarloon (100 tot 400 procent) of in een percentage van het jaarloon per kind ten laste’, zegt Halbart.

In sommige contracten kunt u zelf een of meer begunstigden aanduiden. Andere contracten bepalen dat voor u (bijvoorbeeld ‘uw partner’ of, bij gebrek daaraan, ‘uw kinderen’), maar u kunt die begunstigden altijd zelf nog wijzigen.

De partner ontvangt die rente meestal levenslang. Wezen ontvangen de rente tot de leeftijd die in het pensioenreglement vermeld staat.

Omvat uw aanvullend pensioen geen overlijdensdekking, dan zijn uw aanvullende pensioenrechten verloren. Wilt u dat vermijden, dan kunt u uiteraard altijd een individuele overlijdensdekking afsluiten.

Gebruik uw groepsverzekering om vastgoed te kopen of te renoveren

U kunt de reserves uit uw groepsverzekering ook gebruiken om een huis of appartement te kopen of te renoveren. ‘Werknemers gebruiken de overlijdensverzekering van hun groepsverzekering ook almaar vaker als waarborg voor een hypothecaire lening, in plaats van een schuldsaldoverzekering af te sluiten’, zegt Benoit Halbart van AG Insurance.

Als werknemer kunt u inderdaad een voorschot op uw pensioenkapitaal vragen, maar alleen voor een onroerend goed. ‘De procedure is eenvoudig. Het voordeel tegenover een klassieke hypothecaire lening is dat de administratieve formaliteiten tot een minimum beperkt zijn. Geen notariële akte, geen wederbeleggingsclausule, en u kunt het voorschot terugbetalen wanneer u dat wenst.’

Maar er zijn uiteraard beperkingen. ‘De verzekeraar leent in functie van het al opgebouwde kapitaal. Een jongere die pas begint te werken, hoeft dus niet veel te verwachten.’

Concreet kunt u kiezen tussen een formule waarmee u intresten betaalt of een waarin de intresten worden gekapitaliseerd. In het tweede geval houdt de verzekeraar op het ogenblik dat het pensioenkapitaal wordt uitgekeerd, de som in die hem nog verschuldigd is, alsook de taksen. ‘De berekening van het maximale bedrag dat kan worden voorgeschoten, houdt trouwens altijd rekening met de impact van het fiscale luik.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content