Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Wordt uw stroomfactuur duurder?

De elektriciteitsfactuur van Vlaamse gezinnen verandert vanaf 2022 grondig. Wie grote verbruikspieken veroorzaakt, moet daarvoor betalen. Wie zijn stroomverbruik spreidt, kan met de nieuwe nettarieven tot honderden euro’s uitsparen.
Als elektrische wagens en warmtepompen massaal stroom gaan vragen op hetzelfde moment, zijn miljardeninvesteringen nodig in zwaardere stroomkabels. ©jonas lampens

Het wordt in Vlaanderen duurder om plots veel stroom te gebruiken. De Vlaamse energiewaakhond VREG voert vanaf 2022 nieuwe nettarieven in waardoor Vlaamse gezinnen en bedrijven moeten betalen voor hun piekverbruik. Wie tegelijkertijd zijn inductiekookplaat aanzet, een kookwas draait, de elektrische wagen oplaadt en de jacuzzi opwarmt, zal dat merken aan de factuur.

Specialisten vergelijken het met het internet. Wie bij pakweg Telenet of Proximus een internetabonnement afsluit, betaalt een vast maandbedrag om toegang te krijgen tot een bepaalde downloadsnelheid. Wie een snellere connectie wil, betaalt meer, ongeacht hoeveel data aan het einde van elke maand effectief verbruikt zijn.

+30%
netfactuur
In de groep met de kleinste verbruikers zal driekwart van de gezinnen de netfactuur met meer dan 30 procent zien stijgen.

Volgens datzelfde principe komt er ook voor het elektriciteitsnet een vaste bijdrage voor toegang tot capaciteit. De distributienetbeheerder Fluvius moet voor iedere woning ‘bandbreedte’ reserveren en dure kabels onder de grond steken. Of er in een jaar veel of weinig stroom door die kabels vloeit, maakt in de kosten geen verschil. Grote verbruikspieken zijn wel van belang, want daarvoor zijn zwaardere en dus duurdere kabels nodig. Het nieuwe capaciteitstarief moet die situatie beter reflecteren. Wie het stroomnet met verbruikspieken belast, moet extra betalen.

Door gezinnen en bedrijven aan te moedigen hun verbruik beter te spreiden, willen Fluvius en de VREG vermijden dat de netkosten exploderen. Er komen steeds meer elektrische wagens, warmtepompen en zonnepanelen. Als die allemaal tegelijk draaien, vreest de VREG dat miljarden aan investeringen nodig zijn om te garanderen dat het net dat aankan. De nieuwe nettarieven moeten mensen aanmoedigen die situatie te voorkomen door zelf hun pieken in te perken.

Het nieuwe capaciteitstarief

Hoe werkt het capaciteitstarief? Vandaag wordt het volledige bedrag van de distributienettarieven bepaald door de hoeveelheid stroom die iemand afneemt. Wie een kilowattuur verbruikt, betaalt daarvoor niet alleen een vergoeding aan zijn energieleverancier maar ook een bedrag aan Fluvius voor de uitbating van het distributienet. Vanaf 2022 zal die vergoeding niet langer gebaseerd worden op het totale verbruik in kilowattuur (kWh), maar zal het piekverbruik in kilowatt (kW) de doorslag geven. De digitale meter zal iedere maand het kwartier nemen waarin het hoogste vermogen wordt gevraagd van het net. Het gemiddelde van die maandpieken bepaalt hoeveel capaciteitstarief iemand in een jaar moet betalen.

Of je een warmtepomp nu een half uurtje eerder of later aanzet, maakt weinig uit voor je comfort, maar straks wel voor je factuur.
Ruben Baetens
Energiespecialist 3E

Op een jaarfactuur van 850 euro vertegenwoordigen de netkosten vandaag zo’n 180 euro. Dat deel van de elektriciteitsrekening zal na de hervorming hoofdzakelijk door het piekverbruik bepaald worden. Daarnaast is er nog zo’n 200 euro voor andere distributienettarieven, die volledig via het kilowattuurgebruik verrekend blijven worden. Zo’n 170 euro bestaat uit heffingen en btw en een gemiddeld gezin betaalt 300 euro (35%) voor de elektriciteit zelf.

De hervorming betekent een trendbreuk. Voor de meeste huishoudens is de impact beperkt, maar voor sommige verbruikers gaat het om een verschil van enkele honderden euro’s per jaar. Wie zijn de winnaars en wie de verliezers?

©Filip Ysenbaert

1/ Het doorsneegezin... is veelal goedkoper af

©Filip Ysenbaert

Voor de meeste gezinnen zullen de nieuwe tarieven de energiefactuur niet drastisch wijzigen. De VREG berekende dat voor ruim 60 procent van de Vlamingen de distributienettarieven dalen of met maximaal 10 procent stijgen. Voor een doorsneegezin gaat het om een paar euro’s meer of minder per jaar.

Neem een gemiddeld huishouden met kinderen. Met een jaarverbruik van 3.500 kWh betaalt het vandaag 381 euro aan nettarieven. Stel, dat gemiddelde gezin heeft de gebruikelijke elektrische apparaten, zoals een koelkast, strijkijzer, wasmachine en stofzuiger. Het maximumvermogen bedraagt dan 3,15 kW. Met de nieuwe tarieven zal dat gezin vanaf 2022 zo’n 50 euro minder betalen dan vandaag. De hogere vergoeding voor de stroompiek wordt ruimschoots gecompenseerd doordat de tarieven per verbruikte kilowattuur dalen.

Ruben Baetens, energiespecialist bij het Brusselse milieutechnologiebedrijf 3E, gebruikt een handige vuistregel om de impact van de nieuwe tarieven te berekenen. ‘Grosso modo betaalt een gezin vandaag alles inbegrepen 26 eurocent voor iedere kilowattuur die het verbruikt. Met de nieuwe tarieven wordt het verbruik van een kilowattuur stroom 6 cent goedkoper, maar komt daarbovenop wel een capaciteitstarief van 50 euro per kilowatt piekverbruik.’

Door de invoering van een minimumtarief zit procentueel de sterkste stijging bij gezinnen die vandaag heel weinig betalen.
Leen Vandezande
Tarievenspecialist VREG

Afhankelijk van de verhouding tussen het totale verbruik en het wattage van de hoogste piek kunnen gezinnen de impact berekenen van de nieuwe nettarieven. ‘Een gezin met een gemiddeld verbruik van 3.500 kilowattuur mag een piek trekken van zo’n 4 kilowatt zonder dat de factuur duurder wordt’, zegt Baetens. ‘Het bedrag dat je extra betaalt voor die piek wordt gecompenseerd door de lagere kosten van de verbruikte kilowatturen.’

Een gezin met een constant hoog verbruik maar zonder uitschieters zal beter af zijn. Gezinnen met een laag jaarverbruik van onder 2.000 kWh zullen hogere nettarieven krijgen. Bij een verbruik van 1.200 kWh en een doorsnee piek zal de netfactuur met 41 euro toenemen tot 195 euro per jaar.

2/ De zonne-energieproducent... blijft in onzekerheid

©Filip Ysenbaert

Gezinnen met zonnepanelen blijven voorlopig in grote onzekerheid. Die vaagheid heeft weinig te maken met de nieuwe tarieven, maar wel met een rechtszaak bij het Grondwettelijk Hof. De VREG heeft de regeling aangevochten waarbij de eigenaars van zonnepanelen nog 15 jaar het gunstregime van de terugdraaiende teller kunnen gebruiken. Als gezinnen overdag zonnestroom op het net zetten en die er ’s avonds weer af halen, komt hun nettoverbruik dankzij de terugdraaiende teller weer op nul te staan. Ze hoeven dan niet te betalen voor hun effectieve gebruik van het net, maar betalen een forfaitair bedrag, het prosumententarief. Wie nog voor eind 2020 zonnepanelen plaatst, kan ervoor kiezen nog 15 jaar van het systeem met de terugdraaiende teller te genieten.

De VREG verzet zich tegen die lange overgangsmaatregel. De regulator wil dat met de komst van de digitale meter ook alle eigenaars van zonnepanelen bijdragen naar hun werkelijke gebruik van het net. De verwachting is dat het Grondwettelijk Hof tegen volgend jaar duidelijkheid schept over de heikele kwestie.

Als de regeling met de terugdraaiende teller standhoudt, blijven de nettarieven voor gezinnen die er gebruik van maken dezelfde, inclusief het prosumententarief. In het voorbeeld van de zonne-energieproducent verandert dan niets en blijven de nettarieven in 2022 op 259 euro. Mensen met zonnepanelen zouden dan tot 15 jaar na de indienstneming ervan kunnen profiteren van de terugdraaiende teller.

Als het Grondwettelijk Hof een streep door het systeem trekt, zal alles afhangen van de precieze bepalingen van die beslissing. Sowieso is het niet de bedoeling dat het capaciteitstarief boven op het prosumententarief komt. Als gezinnen met zonnepanelen moeten betalen voor hun piekafname van het net, vervalt het prosumententarief.

Het wegvallen van de terugdraaiende teller zou veelal in het nadeel spelen van mensen die er nu op rekenen.

Het wegvallen van de terugdraaiende teller zou veelal in het nadeel spelen van mensen die er nu op rekenen. Gezinnen met zonnepanelen kunnen hun netgebruik wel proberen te verlagen door zonnestroom die ze overdag produceren zelf te consumeren, maar als ze ’s avonds elektrisch koken, zullen ze vaak piekafnames optekenen die even hoog zijn als die van gezinnen zonder zonnepanelen. Het capaciteitstarief zal voor die zonne-energieproducenten zwaar doorwegen.

Er bestaat nog een derde mogelijkheid voor wie vrijwillig afstand heeft gedaan van de terugdraaiende teller. Die gezinnen worden nu gefactureerd op hun effectieve brutoafname van het net. Mogelijk kunnen ze na 2022 kiezen om de nettarieven volledig te blijven betalen op basis van hun kWh-afname van het net en niet op basis van hun piekverbruik. Het Grondwettelijk Hof moet dat beslissen.

De nieuwe nettarieven maken het iets minder aantrekkelijk om vanaf 2022 nieuwe zonnepanelen te plaatsen. ‘Het verbruik van een kilowattuur van het net wordt goedkoper, dus wordt het voordeel kleiner van de stroom die je zelf opwekt en niet meer van het net moet halen’, zegt Baetens.

3/ De stroomvreter... laadt zijn wagen beter traag op

©Filip Ysenbaert

Hoewel grote stroomverslinders zoals een warmtepomp of een elektrische wagen forse pieken kunnen veroorzaken, komen de grootverbruikers toch als winnaars uit de bus. De reden is dat zij vandaag al een hoog kilowattuurverbruik hebben en daardoor extra zwaar belast worden via de nettarieven op de stroomfactuur. Met de invoering van het capaciteitstarief zullen ze weliswaar nog altijd hoge netkosten betalen, maar de extra kostprijs van het capaciteitstarief wordt meestal ruimschoots gecompenseerd doordat iedere kWh stroomverbruik goedkoper wordt.

Die ingreep is geen toeval. Warmtepompen en elektrische wagens worden door het lagere kilowattuurtarief bewust aantrekkelijker gemaakt dan fossiele verwarming en brandstof. De VREG geeft de consumenten een duwtje in de rug om werk te maken van de energietransitie en te investeren in de gewenste elektrificatie van hun verwarming en transport. Als de consumenten er dan ook nog eens in slagen hun verbruik te spreiden en pieken af te vlakken, kunnen grootverbruikers honderden euro’s per jaar besparen.

Het nachttarief verdwijnt

Het onderscheid tussen dag- en nachttarief verdwijnt in 2022. Energieleveranciers zullen overdag en ’s nachts nog wel andere prijzen kunnen aanrekenen, maar de nettarieven worden gedurende de hele dag gelijk. De energieregulator VREG vindt het niet langer nodig nachtelijk verbruik aan te moedigen, een erfenis uit het verleden toen de kerncentrales ’s nachts voor stroomoverschotten dreigden te zorgen.

Voor sommige gezinnen die ’s nachts veel verbruiken, kan het een slechte zaak zijn. Zo werd lange tijd elektrische accumulatieverwarming aangemoedigd, met een elektrische ketel die ’s nachts goedkoop stookt en pas overdag zijn warmte afgeeft. ‘Voor hen voelt dit bijzonder onrechtvaardig aan’, zegt Vlaams Parlementslid Johan Danen (Groen). ‘Vaak gaat het om kwetsbare gezinnen in oude huurappartementen en is het onmogelijk die installaties aan te passen.’

Een gezin met een warmtepomp en e-auto komt vandaag al snel aan een jaarverbruik van 14.000 kWh en pieken tot 16 kW. Omdat het verbruik vandaag zwaar wordt aangerekend, betaalt zo’n grootverbruiker nu 1.532 euro aan nettarieven. Met de overstap naar het capaciteitstarief zakt die factuur met 112 euro. Als diezelfde stroomvreter erin slaagt zijn verbruik te spreiden en de pieken af te vlakken tot 6 kW, dan bespaart zo’n gezin jaarlijks 485 euro. Het hoeft daarvoor niet eens zelf in te grijpen. Er bestaan slimme applicaties voor laadpunten of warmtepompen zodat die automatisch terugschakelen als andere apparaten al veel vermogen vragen.

750
euro besparen
Iemand die vandaag geen aparte teller heeft voor nachttarief kan straks 750 euro per jaar besparen door zijn elektrische wagen geleidelijk ’s nachts te laden.

‘Met een elektrische boiler, een warmtepomp of een e-auto kan je de grootste winst boeken’, zegt Baetens. ‘Of je een warmtepomp een half uurtje eerder of later aanzet, maakt weinig uit voor je comfort, maar voor je stroompiek en dus je factuur kan het een groot verschil maken.’

In een voorbeeld dat Fluvius-specialist Ruben Peene uitrekende, kan iemand die vandaag geen aparte teller heeft voor nachttarief straks 750 euro per jaar besparen door zijn elektrische wagen geleidelijk ’s nachts te laden. In tien uur aan de stekker kan de wagen een bereik van 100 kilometer laden, voor velen voldoende voor het woon-werkverkeer. De voorwaarde is dan wel dat die persoon consequent is. Als hij toch één keer per maand sneller laadt of verschillende grote stroomverbruikers combineert, zal het maximumvermogen van dat ene moment bepalend zijn.

4/ De tweedeverblijver... ziet factuur stijgen

©Filip Ysenbaert

Gezinnen met een heel klein verbruik, kotstudenten of mensen met een buitenverblijf dat maar enkele weken per jaar gebruikt wordt, zullen vanaf 2022 hogere nettarieven betalen. In die groep zal driekwart zijn netfactuur met meer dan 30 procent zien toenemen, voor een kwart zullen de nettarieven zelfs verdubbelen. ‘Belangrijk is te weten dat een verdubbeling niet per definitie ook een enorm bedrag in euro’s betekent’, zegt Leen Vandezande, tarievenspecialist bij de VREG. ‘De procentueel sterkste stijging zit veelal bij gezinnen die vandaag heel weinig betalen. Omdat een minimumbedrag wordt ingevoerd, zullen zij procentueel de grootste stijging ondervinden.’

De redenering erachter is dat iedereen zijn steentje moet bijdragen. Voor een appartement aan de kust dat het grootste deel van het jaar leeg staat, moeten dezelfde kabels onder de grond als voor een appartement dat wel het hele jaar bewoond is. Voor Fluvius is de investering dezelfde.

Voor een appartement aan de kust dat het grootste deel van het jaar leeg staat, moeten dezelfde kabels onder de grond als voor een appartement dat wel het hele jaar bewoond is. Voor Fluvius is de investering dezelfde.

De minimumbijdrage moet garanderen dat ook de kleinste verbruikers hun duit in het zakje doen. Voor maanden met een piekverbruik onder de ondergrens moet toch de bijdrage betaald worden die overeenkomt met het minimum van 2,5 kW.

In een woning die slechts enkele weken per jaar bewoond is, duwt de minimumbijdrage de netfactuur omhoog. Voor een appartement aan zee met een jaarverbruik van 350 kilowattuur zal het nettarief verdubbelen van 50 naar 100 euro. Als in een tweede verblijf slechts één weekend per maand stroom wordt verbruikt, maar met hoge pieken, komen de tarieven in de buurt van die van een woning die wel het hele jaar door bewoond is.

Het tarievenplafond zal vermijden dat mensen hun factuur al te fors oploopt.
Leen Vandezande
Tarievenspecialist VREG

Om te vermijden dat gezinnen voor te grote verrassingen komen te staan, komt er een tariefplafond. Iedereen zal hoe dan ook de minimumbijdrage moeten betalen, maar voor wie daarboven zit, moet een maximumtarief vermijden dat de factuur meer dan verdubbelt. ‘Dat is van belang voor mensen met een laag jaarverbruik in combinatie met uitzonderlijk hoge pieken’, zegt Vandezande. ‘Die zijn slechter af met het capaciteitstarief. Het plafond zal vermijden dat hun factuur al te fors oploopt.’

Wat als u nog geen digitale meter hebt?

Veel gezinnen die nog een oude analoge elektriciteitsmeter hebben, hebben geen idee hoe hoog hun verbruikspiek ligt. Enkel hun totale kilowattuurverbruik wordt gemeten, niet hun maximale vermogenspiek op momenten dat verschillende apparaten tegelijk stroom vragen van het net. Omdat de oude meters die piekwattages niet registreren, kunnen gezinnen met een oude klassieke meter niet op dezelfde manier afgerekend worden als gezinnen met de nieuwe digitale meter. Als de vernieuwde nettarieven in 2022 in werking treden, zullen aanvankelijk alleen gezinnen met een digitale meter een factuur krijgen op basis hun werkelijke verbruikspiek.

‘Wie nog een klassieke meter heeft, gaat alleen de minimale bijdrage betalen die overeenkomt met een verbruikspiek van 2,5 kilowatt’, zegt Leen Vandezande, tarievenspecialist bij de Vlaamse energiewaakhond VREG. ‘Boven op die vaste bijdrage die iedere klant zal moeten betalen, zullen de tarieven voor gezinnen met een klassieke meter nog berekend worden op basis van hun kilowattuurverbruik. Hun kilowattuurtarief zal hoger liggen dan dat van klanten die al een digitale meter hebben.’

Hoewel de indruk leeft dat mensen met een digitale meter hogere tarieven gaan betalen, is dat lang niet altijd het geval. Alles hangt af van het individuele gebruiksprofiel van een gezin en van de verhouding tussen het totale stroomverbruik en het verbruik op piekmomenten. In tal van situaties komen consumenten goedkoper uit als ze al een digitale meter hebben.

Een gemiddeld gezin met een jaarverbruik van 3.500 kilowattuur en een maximaal piekverbruik van 3,15 kilowatt is beter af met een digitale meter. Terwijl de netkosten voor zo’n gezin met een slimme meter in 2022 329 euro zullen bedragen, ligt datzelfde bedrag voor een gezin met een oude analoge meter zo’n 40 euro hoger. Ook in het uitgewerkte voorbeeld van de tweedeverblijver betaalt iemand met een slimme meter 101 euro per jaar aan netkosten en iemand met een klassieke meter 130 euro.

De netbeheerder Fluvius wil de uitrol van de digitale meter versnellen. Eind januari hadden ruim 200.000 Vlamingen een digitale meter. De Vlaamse regering besliste onlangs dat tegen eind 2024 80 procent van de Vlamingen een digitale meter moet hebben. Geleidelijk komen steeds meer gezinnen in de situatie waarbij ze een capaciteitstarief moeten betalen voor hun echte verbruikspieken. Tegen juli 2029 moet de analoge teller helemaal verdwenen zijn.

Het is de bedoeling dat Fluvius een applicatie uitwerkt die gezinnen met een digitale meter toelaat hun stroompiek te raadplegen. Op die manier kunnen ze hun gedrag bijsturen en krijgen ze zicht op welke stroomverslinders ze beter niet tegelijk aanzetten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud