Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Hoe weet u of overledene schenkingen gedaan heeft?

Geregistreerde schenkingen laten sporen na. Maar wat als de overledene tijdens zijn leven goederen heeft weggegeven via een hand- of bankgift?
©Filip Ysenbaert

Wie tijdens zijn leven al wil schenken, mag dat naar eigen goeddunken doen. Maar bij het overlijden moeten de gedane schenkingen in rekening worden gebracht. Dat, om na te gaan of de wettelijk beschermde erfgenamen – dat zijn de kinderen en de echtgenoot – krijgen waar ze wettelijk recht op hebben. Dat deel heet in het jargon de wettelijke reserve. Het andere deel wordt het beschikbare deel genoemd.

Schenkt een ouder aan zijn kinderen, dan wordt ervan uitgegaan dat die schenking bedoeld is als ‘voorschot op de erfenis’. Bij het openvallen van de nalatenschap, dus bij het overlijden van de ouder-schenker, zal het kind de waarde van de schenking moeten ‘inbrengen’ in de nalatenschap. Want er wordt rekening gehouden met deze schenking voor het verrekenen van de individuele erfdelen van de kinderen.

Wil een ouder dat kind wel degelijk bevoordelen, dan zal hij bij de schenking moeten aangeven dat het gaat om een schenking ‘buiten erfdeel’. Dat kan, maar alleen met het ‘beschikbare deel’ van de erfenis. Voor wie kinderen heeft, is dat beschikbare deel beperkt tot de helft van de nalatenschap.

Wie wil schenken aan andere personen dan zijn kinderen, kan dat. Maar ook hier is een ouder beperkt tot de helft van zijn nalatenschap, met name het beschikbare deel. Voor wie geen kinderen of echtgenoot heeft, is de hele nalatenschap beschikbaar om te schenken.

Schonk iemand tijdens zijn leven ‘te veel’, waardoor de kinderen of de echtgenoot hun minimumdeel niet krijgen, dan kunnen zij ‘inkorting’ eisen. Wie inkorting eist, zal moeten kunnen bewijzen hoeveel het totale vermogen van de overledene precies waard was. Bovendien zal hij of zij moeten aantonen dat door bepaalde schenkingen of legaten in het testament zijn of haar minimumerfdeel niet nagekomen werd. De vraag is: hoe kom je als erfgenaam aan die informatie?

Geregistreerde schenkingen

In regel moeten schenkingen geregistreerd worden. Dat betekent dat de notaris er een akte van opmaakt. Als dat het geval is, laat die akte natuurlijk sporen na.

Door de akte te registreren, zal er ook schenkbelasting geheven worden op de schenking.

Niet-geregistreerde schenkingen

Wie vastgoed schenkt, moet daarvoor altijd een notaris inschakelen. Die zal daarvan een schenkingsakte opmaken en die akte vervolgens registreren. Het maakt niet uit of het gaat om een Belgische of een buitenlandse notaris.

Maar wie geld, juwelen of andere roerende goederen schenkt die van hand tot hand overgedragen kunnen worden, kan dat ook zonder akte. Een hand- of een bankgift niet registreren, is perfect wettelijk. Het voordeel daarvan is dat er op het moment van de schenking geen schenkbelasting betaald moet worden. Keerzijde is dat er vanaf dan fiscaal een zogenaamde verdachte periode begint te lopen.

Overlijdt de schenker binnen die periode, dan hoeft er ook geen erfbelasting betaald te worden op de schenking. Maar overlijdt de schenker wel binnen die termijn, dan wordt er toch erfbelasting geheven op de schenking. Deze verdachte periode is ingevoerd om te vermijden dat mensen op hun sterfbed nog (een groot deel van) hun vermogen zouden wegschenken om zo aan de belastingen te ontsnappen. Momenteel bedraagt deze verdachte periode 3 jaar.

Een erfgenaam die niet tijdig en spontaan meldt dat hij een schenking heeft gekregen, maakt zich schuldig aan erfrechtelijke heling.

Een hand- of bankgift kan dus zonder sporen na te laten. Dat kan als een voordeel beschouwd worden door de schenker en de begunstigde. Niet iedereen is even enthousiast om met iedereen volledig open kaart te spelen over wat hij met zijn vermogen doet.

Maar dat gebrek aan bewijzen van een schenking kan evengoed een nadeel zijn. Dat zal dan vooral het geval zijn voor de andere erfgenamen, die door deze schenkingen mogelijk naast een deel van hun erfenis grijpen. Want hoe bewijs je een schenking waar geen sporen van zijn?

In principe moet elke erfgenaam spontaan én tijdig alles meedelen wat hij weet dat van belang is voor de vereffening en verdeling van de nalatenschap. Hij moet melden dat hij of iemand anders schenkingen heeft ontvangen en moet open kaart spelen als hij of iemand anders goederen van de overledene bezit.

Een erfgenaam die niet tijdig en spontaan heeft gemeld dat hij bijvoorbeeld een schenking heeft gekregen, maakt zich schuldig aan erfrechtelijke heling en verliest zijn aandeel in het geheelde goed. U houdt zich dus beter niet van de domme over een gekregen schenking.

Iedere erfgenaam kan bovendien de bankinformatie over bankrekeningen, kluizen en levensverzekeringen, de belastingaangiftes en de notariële aktes van de overledene opvragen. Ze kunnen ook het medisch dossier van de overledene laten inzien door een arts om te zien hoe zijn gezondheidstoestand was bij het nemen van welbepaalde beslissingen, zoals het opstellen van het testament.

In eerste instantie kan een dergelijke 'declaratie' worden uitgelokt door vragen te stellen aan de andere erfgenamen. Weigert iemand mee te werken of ontbreken er stukken om de puzzel te vervolledigen, dan kan er worden gedagvaard in de vereffening-verdeling. Er wordt een notaris aangesteld die bij de vereffening-verdeling een boedelbeschrijving zal opstellen. Die inventaris heeft een bewijsfunctie. Bovendien moet iedere erfgenaam onder ede verklaren dat hij alles heeft meegedeeld en dat hij geen zaken heeft verduisterd. Wie een valse eed aflegt, pleegt meineed.

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud