Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Schenken met of zonder voorwaarden?

Wie al tijdens zijn leven goederen wegschenkt, wil vaak wel al geven, maar het betrokken goed toch niet kwijtraken. Door voorwaarden aan de schenking te koppelen, behoudt u toch nog wat controle over de geschonken goederen.
©Filip Ysenbaert

Een schenking doet u steeds met twee: de schenker schenkt en de begiftigde aanvaardt. Voor schenkingen geldt ook het principe ‘gegeven is gegeven’. De schenker verarmt zich met hetgeen hij schenkt, en de begunstigde kan vanaf de dag van de schenking doen en laten wat hij wil met de goederen die hij geschonken kreeg.

Een schenking wordt daarom vaak aangekleed met zogenaamde ‘modaliteiten’. Die kunnen divers zijn, en de schenker kan ze opleggen vanuit verschillende invalshoeken. Zo kan de schenker zijn eigen positie beschermen (denk aan een voorbehoud van vruchtgebruik), het familiale karakter van het vermogen versterken (door een verbod op te leggen om het vermogen in de huwgemeenschap te brengen) of – nog anders – door de schenking te laten ontbinden als er zich in de toekomst ongewenste situaties aandienen.

Zijn er grenzen aan de beperkingen?

Hoewel het een gangbare praktijk is om modaliteiten te koppelen aan een schenking, zijn er grenzen.

  • Een schenking is onherroepelijk. Dat betekent dat de schenker direct noch indirect de mogelijkheid mag hebben om op de schenking terug te komen. Een bepaling die neerkomt op ‘ik geef je dit, op voorwaarde dat ik me niet bedenk’, is dan ook uitgesloten.
    Een uitzondering op die onherroepelijkheid is de schenking tussen echtgenoten. Zo’n schenking kan op elk moment teruggedraaid worden, tenzij ze is opgenomen in het huwelijkscontract.
  • De modaliteiten mogen niet strijdig zijn met de openbare orde. Zo kan de schenker niet opleggen als last van de schenking dat de begiftigde ‘een bepaald beroep niet mag uitoefenen’ of ‘met een bepaalde persoon niet mag trouwen’.
  • Vanzelfsprekend moet een schenking een schenking blijven. De begiftigde moet ‘netto’ iets krijgen. Dat impliceert dat de totale last van alle modaliteiten niet zwaarder mag wegen dan het bedrag van de schenking.

Welke beperkingen bestaan er?

Een eerste type beperkingen zijn de lasten. Dat zijn verplichtingen die de schenker oplegt aan de begiftigde. De verplichting om iets te doen, iets niet te doen of om iets te geven. Lasten kunnen aanleiding geven tot de ontbinding van de schenking, meer bepaald als de begiftigde de opgelegde last niet uitvoert. De bekendste last is de verplichting om maandelijks of jaarlijks een bepaald bedrag aan de schenker te betalen.

Een tweede type zijn de voorwaarden. Dat zijn onzekere gebeurtenissen.

  • Een ontbindende voorwaarde draait de schenking terug als die voorwaarde zich vervult. Denk aan het vooroverlijden van het begiftigde kind. Of een begiftigde die ongewenste gedragingen stelt waarvan de schenker en de begiftigde hebben afgesproken dat die aanleiding geven tot de ontbinding van de schenking. Denk aan een drugsverslaving, of lid worden van een sekte.
  • Anders gaat het eraan toe bij een opschortende voorwaarde. De schenking komt dan weliswaar tot stand door de aanvaarding, maar de uitvoering is gekoppeld aan bepaalde situaties, bijvoorbeeld het behalen van een diploma.

Vooral ontbindende voorwaarden worden vaak gekoppeld aan schenkingen. Opschortende voorwaarden komen minder voor, maar zijn daarom niet minder geldig. Opschortende voorwaarden kunnen niet worden gekoppeld aan een handgift of aan een onrechtstreekse schenking, in tegenstelling tot ontbindende voorwaarden.

Het is een gangbare praktijk om modaliteiten te koppelen aan een schenking, maar er zijn wel grenzen.

Het verschil met een last is dat de verplichting niet rust op de begiftigde. Hij moet alleen hopen dat de voorwaarde in vervulling gaat in het geval van een opschortende voorwaarde en zich niet voordoet bij een ontbindende voorwaarde.

Minder voorkomend zijn de termijnen. In tegenstelling tot voorwaarden zijn dat zekere gebeurtenissen, bijvoorbeeld de opschortende termijn van het overlijden van de schenker. Ook ontbindende termijnen zijn mogelijk, waarbij het vermogen met zekerheid terugkeert naar de schenker.

Waarom voorwaarden koppelen?

De meest voorkomende modaliteiten beantwoorden aan wat specialisten ‘de syndromen van de schenker’ noemen. Angstbeelden die hij in bedwang wil houden.

1/ Bij het baronsyndroom wil men de controle over het vermogen behouden. Typische modaliteiten zijn het ‘voorbehoud van vruchtgebruik’, het ‘vervreemdingsverbod’ en het ‘bewind’, waarbij een bewindvoerder het geschonken vermogen beheert in het belang van de begiftigde.

2/ Het naaktheidssyndroom is de vrees om inkomsten en opbrengsten te verliezen, ook wel omschreven als ‘zich uitkleden voor het slapengaan’. Een ‘voorbehoud van vruchtgebruik’ en de ‘last tot betaling van een bedrag aan de schenker’ zijn hiervoor de meest geschikte oplossingen.

3/ Sommige schenkers willen het vermogen bijeenhouden en verder doen aangroeien: het zogenaamde dynastiesyndroom. Voor hen is een ‘doorgeefplicht’ (of ‘fideï-commis de residuo’) een efficiënte techniek, want daarmee houd je het vermogen binnen de bloedlijn van de eigen afstammelingen.

4/ Het zogenaamde Ferrarisyndroom wil kinderen beschermen tegen zotte uitgaven en verspilling. Het ‘vervreemdingsverbod’ kan daarvoor worden gebruikt.

5/ Voor het heksensyndroom, de angst voor slechte invloeden van de schoonfamilie, zijn er de zogenaamde ‘uitsluitingsclausule’ (bij echtscheiding kan niets van de schenking naar de ex-echtgenoot/echtgenote gaan) en de ‘doorgeefplicht’.

6/ Het laatste syndroom is het zogenaamde belastingsyndroom, waarbij onder meer de ‘conventionele terugkeer’ hoort, omdat die clausule erfbelasting vermijdt bij een vooroverlijden van de begiftigde.

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud