Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Wat als mijn (klein)kind aan wie ik schonk, vóór mij overlijdt?

(Groot)ouders die schenken, stellen zich soms de vraag wat er gebeurt met het geschonken goed als hun kind voor hen zou sterven. Wie erft dat geschonken goed dan? Komt het vermogen dan in handen van de ‘koude kant’, zoals de schoonfamilie ook wel wordt genoemd?
©Filip Ysenbaert

Het zal u maar overkomen. Uw zoon of dochter sterft voor u. De wet heeft voor die tragische situatie een expliciete regeling uitgewerkt. ‘Als (groot)ouders iets schenken aan hun (klein)kind(eren) en dat kleinkind overlijdt vóór hen, dan keert het geschonken goed automatisch terug naar de (groot)ouders. Al gelden er wel twee belangrijke voorwaarden’, weet Heidi Van den Eede, directeur wealth structuring bij Van Lanschot.

Ten eerste mag het overleden (klein)kind zelf geen kinderen hebben. En ten tweede moeten de geschonken goederen in principe nog in hun oorspronkelijke vorm aanwezig zijn in natura. ‘Kreeg een kind geld en kocht het daarmee een appartement, dan is er geen wettelijke terugkeer van dat appartement’, aldus Van den Eede.

‘Om het risico op vooroverlijden van de begiftigde in te dekken, koppelt u het best een “conventioneel beding van terugkeer” aan de schenking aan een (klein)kind’, meent Van den Eede. Dat beding is zowat de meest populaire voorwaarde die aan schenkingen gekoppeld wordt. Afhankelijk van de formulering kan de terugkeer dan ook gelden als het geschonken goed niet langer in zijn oorspronkelijke vorm aanwezig is, bijvoorbeeld wanneer cash geïnvesteerd werd in vastgoed.

Een conventioneel beding van terugkeer is een bijzonder interessante clausule, maar vraagt wel een nauwgezette opvolging.
Heidi Van den Eede
Directeur wealth structuring bij Van Lanschot.

Het voordeel van dat beding om het vermogen in de familie te houden, ligt op het eerste gezicht voor de hand als de begiftigde, uw zoon bijvoorbeeld, geen kinderen heeft. Maar ook als er wel kleinkinderen zijn, is het nuttig.

Scenario 1: Uw kind heeft zelf geen kinderen

Overlijdt het kind kinderloos zonder partner, dan erven zijn ouders (elk voor een kwart) en de rest gaat naar zijn broers en zussen. Zij moeten dan erfbelasting betalen op dat goed. Tussen broers en zussen lopen die op van 25 tot 55 procent. Met een conventioneel beding van terugkeer kunt u die factuur vermijden. Het goed keert in principe belastingvrij terug naar de (groot)ouders en niets staat hun in de weg om het goed vervolgens opnieuw te schenken, maar nu aan de broers of zussen. Betaalt u schenkbelasting op die schenking, dan bedraagt die voor roerende goederen in rechte lijn slechts 3 procent. En zelfs als u niet opnieuw schenkt, is deze formule voordelig. Want als de (groot)ouders overlijden, betalen de (klein)kinderen de erfbelastingtarieven in rechte lijn. Met 3, 9 en 27 procent is ook dat goedkoper dan erven van een broer of zus tegen 25 tot 55 procent.

Had de kinderloze zoon aan wie u schonk wel een partner, dan voorkomt het beding van terugkeer dat het goed verdwijnt in handen van de schoonfamilie. Was uw zoon gehuwd zonder kinderen, dan erft zijn echtgenote namelijk het vruchtgebruik van zijn eigen vermogen; de blote eigendom gaat naar de ouders (elk ¼) en de rest naar zijn broers en zussen. Aangezien die laatsten geen reservataire erfgenamen zijn, wordt in zo’n situatie vaak een testament opgesteld ten voordele van de langstlevende echtgeno(o)t(e), die dan alles in volle eigendom erft.

In dat geval gaat, als ook uw schoondochter overlijdt, haar erfenis, met daarin ook de goederen die u schonk aan uw zoon, naar haar erfgenamen: haar familie.

Scenario 2: Uw kind heeft zelf wel kinderen

In tegenstelling tot de wettelijke regeling kunt u met een conventioneel beding van terugkeer ook bepalen dat het geschonken goed naar u terugkeert, zelfs als uw zoon intussen zelf kinderen heeft. Dat lijkt in eerste instantie vreemd, omdat u er waarschijnlijk geen graten in ziet dat uw kleinkinderen die goederen erven.

Stel: u schenkt aan uw zoon, die gehuwd is en drie kinderen heeft. Uw relatie met uw schoondochter is goed, maar u vreest dat dat zal veranderen als er met uw zoon iets zou gebeuren. Hebt u geen terugkeerclausule bedongen, dan erft uw schoondochter het vruchtgebruik op het vermogen van uw zoon, inclusief de geschonken goederen. Uw kleinkinderen erven de blote eigendom op het vermogen van hun vader (uw zoon), inclusief de geschonken goederen. Omdat zij het vruchtgebruik erft, zal uw schoondochter het beheer over dat geërfde vermogen in handen krijgen zolang ze leeft. Misschien is dat toch niet ideaal.

Met een beding van terugkeer erven de kleinkinderen bij het overlijden van hun vader weliswaar de blote eigendom op het vermogen van hun vader, maar niet van de goederen die u aan uw zoon geschonken hebt. Want er wordt gedaan alsof de schenking nooit heeft plaatsgevonden en de grootouders dus nog altijd de eigenaar zijn van die goederen.

Niets belet dat u achteraf een nieuwe schenking doet van wat is teruggekeerd, deze keer rechtstreeks aan de kleinkinderen. U kunt dat onmiddellijk doen, als de verstandhouding met uw schoondochter nog altijd goed is. Of u kunt daarmee wachten tot uw kleinkinderen meerderjarig zijn, bijvoorbeeld als de relatie met uw schoondochter verstoord is.

Extra clausule: zaakvervanging

Bij een beding van terugkeer kunt u ook nog ‘zaakvervanging’ bedingen. ‘Dan bepaal je dat bij het vooroverlijden van het kind het geschonken goed moet terugkeren, ofwel de tegenwaarde ervan, ofwel het goed dat in de plaats is gekomen’, aldus Van den Eede.

Alle opties openhouden

Het conventioneel beding van terugkeer hoeft geen zwart-witverhaal te zijn. U kunt het ook optioneel formuleren (zie derde modelformulering in kader ‘Doe het zelf’). ‘Maar bij een schenking van onroerende goederen zal de Vlaamse Belastingdienst wel 10 procent registratiebelasting opeisen als u die optie ook daadwerkelijk uitoefent’, waarschuwt Van den Eede. ‘Bij een schenking van roerende goederen heeft een optionele formulering dan weer geen registratiebelasting tot gevolg.’

Houd er uw aandacht bij

‘Een conventioneel beding van terugkeer vraagt een bijzonder nauwgezette opvolging’, waarschuwt Van den Eede. Wie een schenking doet met deze clausule moet kunnen aantonen wat er moet terugkeren als de begiftigde voor hem overlijdt. Alleen de kapitaalwaarde van wat geschonken werd, keert terug, niet de vruchten die het goed sinds de schenking opbrachten. Denk aan de dividenden van een beleggingsportefeuille.

‘Zeker als de zoon gehuwd is volgens het wettelijk stelsel is het cruciaal om de geschonken portefeuille op een eigen rekening aan te houden en de inkomsten uit de schenking af te zonderen op een gemeenschappelijke rekening’, waarschuwt Van den Eede. ‘Schenkingen, ook als de zoon op dat moment al gehuwd was, blijven weliswaar eigen goederen, maar in het wettelijk huwelijksstelsel vallen de inkomsten uit die schenking in het gemeenschappelijke vermogen. Ontvangt de zoon die inkomsten op een eigen rekening, dan raken het eigen vermogen en het gemeenschappelijk vermogen vermengd. En in dat geval bestaat er een wettelijk vermoeden dat alles gemeenschappelijk is.’

Fiscaal nog altijd een meerwaarde

Het beding van terugkeer biedt op familiaal vlak heel wat voordelen. Ook op fiscaal vlak is het voordelig om het expliciet te koppelen aan de schenking, ook al is de wettelijke terugkeer sinds 2014 vrijgesteld van erfbelasting. Vóór die datum moesten de (groot)ouders wel erfbelasting betalen op dat teruggekeerde goed als het (klein)kind voor hen overleed. Een extra fiscale kaakslag boven op het emotionele leed dat het overlijden van een (klein)kind al met zich meebrengt.

De wettelijke terugkeer en vrijstelling van erfbelasting gelden alleen als de begiftigde geen kinderen had en als het geschonken goed nog in zijn oorspronkelijke staat aanwezig is. Met een conventioneel beding van terugkeer, gekoppeld aan de schenking, kan ook erfbelasting vermeden worden als de begiftigde wel kinderen nalaat of als er een ander goed in de plaats is gekomen van het geschonken goed. Dat beding is een ontbindende voorwaarde. Als aan de voorwaarde voldaan is, is het alsof de schenking nooit heeft plaatsgevonden. Men doet dan alsof de geschonken goederen het vermogen van de schenker nooit hebben verlaten. Ze maken geen deel uit van de nalatenschap van het vooroverleden(klein)kind, waardoor er geen erfbelasting moet worden betaald. Want het zou niet logisch zijn dat u erfbelasting moet betalen op iets wat altijd van u is geweest.

Doe het zelf

Vindt u dat een ‘conventioneel beding van terugkeer’ ook interessant is in uw situatie? Hieronder vindt u de juridisch sluitende formulering, voor drie verschillende situaties. Handig: u hoeft ze alleen maar te ‘knippen en plakken’ in de schenkingsakte. En u bent 100 procent beschermd.

  • Verplichte terugkeer:
    ‘De schenking is gedaan onder de ontbindende voorwaarde van het vooroverlijden van de begiftigde: overlijdt de begiftigde terwijl de schenker nog leeft, dan wordt de schenking ontbonden.’
  • Genuanceerde verplichte terugkeer, rekening houdend met afstammelingen:
    ‘De schenking is gedaan onder de ontbindende voorwaarde van het kinderloos vooroverlijden van de begiftigde: overlijdt de begiftigde zonder afstammelingen terwijl de schenker nog leeft, dan wordt de schenking ontbonden.’
  • Optionele terugkeer:
    ‘De schenking is gedaan onder de ontbindende voorwaarde van het vooroverlijden van de begiftigde én het uitoefenen door de schenker van het recht om het geschonkene te laten terugkeren: overlijdt de begiftigde terwijl de schenker nog leeft, dan wordt de schenking ontbonden als de schenker dit wenst. De schenker heeft hiertoe een strikt persoonlijk optierecht, dat hij/zij kan uitoefenen met een schriftelijke verklaring binnen vier maanden na het overlijden van de begiftigde.’

(Met medewerking van Argo Law.)

Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud