Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Zonnepanelen kunnen nog rendabel zijn

Ondanks het wegvallen van de terugdraaiende teller en de krappe compensatie daarvoor kunnen zonnepanelen toch nog de investering waard zijn. Hou wel rekening met een beperkter financieel rendement dan voordien.
©Filip Ysenbaert

Op 14 januari 2021 maakte een arrest van het Grondwettelijk Hof voor eigenaars van zonnepanelen een einde aan de voordelen van de terugdraaiende teller. Dit heeft heel wat mensen die nog geen zonnepanelen hebben, doen twijfelen om alsnog in zonnepanelen te investeren. Toch blijven ze rendabel, zeker nu de Vlaamse overheid sinds 1 januari 2021 een premie betaalt voor nieuwe installaties.

Voor 2021 bedraagt de premie 300 euro per geïnstalleerde kilowattpiek (kWp) voor de eerste 4 kWp en 150 euro per kWp voor de schijf tussen 4 en 6 kWp. Voor alles wat boven dat geïnstalleerd vermogen uitkomt, is er geen steun meer. Voor een installatie van 6 kWp of meer krijgt u dus 1.500 euro steun. Die premie is substantieel, wetende dat een gemiddelde installatie 5.000 tot 5.500 euro kost.

De subsidiëring loopt over vier jaar. Het jaar 2021 wordt het interessantste, omdat de bedragen daarna telkens met 75 en 37,50 euro per kWp zakken voor respectievelijk de eerste 4 kWp en de schijf daarboven tot 6 kWp.

Slecht nieuws voor mensen die een heel recente woning hebben gekocht of een nieuwe woning willen neerzetten, is wel dat de premie alleen kan worden aangevraagd voor bestaande woningen met een bouwaanvraag van vóór 2014.

Met de invoering van de digitale meter worden de injectie en de afname bij zonnepaneeleigenaars apart geregistreerd.

Voor wie wel van de premie kan gebruikmaken, zijn zonnepanelen die nu geplaatst worden volgens berekeningen van energieleverancier Engie rendabel. Volgens Engie komt u voor een doorsnee-installatie van 4 kWp met 5.500 euro investeringskosten tot een terugverdienperiode van negen jaar en een rendement van 10 procent.

Oudere zonnepanelen

Ziet het plaatje er nog goed uit voor nieuwe installaties, dan is dat voor oude zonnepanelen wel anders sinds het arrest van het Grondwettelijk Hof. Daar wordt een stevige hap uit de vroegere rendementen genomen. Eigenaars van zonnepanelen zullen wel een compensatiepremie krijgen die in verhouding staat tot de leeftijd en de capaciteit of het vermogen van hun installatie. De premie bedraagt maximaal 1.500 euro. Op www.tellercompensatie.be kunt u het compensatiebedrag berekenen.

Maar de premie volstaat vaak niet om de gevolgen van de overstap van de terugdraaiende teller naar het nieuwe systeem ongedaan te maken. De factuur wordt namelijk vanuit twee hoeken de hoogte in gestuwd. Aan de ene kant zult u meer betalen aan netkosten, aan de andere kant gaat ook het elektriciteitsgedeelte van uw factuur de hoogte in, omdat u veel minder vergoed wordt voor de elektriciteit die u op het net zet.

Netvergoeding

Analoge elektriciteitsmeters hebben maar één teller. Neemt u elektriciteit van het net af, dan draait die voorwaarts. Zet u overtollige elektriciteit van uw zonnepanelen op het net, dan draait die achterwaarts. Het verschil komt op uw factuur terecht.

Omdat het bij die tellers niet mogelijk is uit te maken hoeveel elektriciteit u in het net injecteert en hoeveel u ervan afneemt, is het ook niet mogelijk u een netvergoeding aan te rekenen op basis van uw reële netgebruik. Daarom moesten eigenaars van zonnepanelen een forfaitair tarief betalen, het prosumententarief.

Om stroom te kunnen leveren, moet u een terugleveringscontract met uw energieleverancier sluiten.

Met de invoering van de digitale meter worden de injectie en de afname bij zonnepaneeleigenaars apart geregistreerd, en kunnen ze net als alle gebruikers zonder zonnepanelen het reële nettarief betalen. Maar omdat dat in vele gevallen nadelig uitdraaide voor het financieel rendement van hun installatie konden ze ervoor opteren van hun digitale teller een ‘virtuele’ terugdraaiende teller te maken en konden ze het prosumententarief blijven betalen. Het arrest van het Grondwettelijk Hof maakte daar abrupt een einde aan.

Injectie van elektriciteit

Met het systeem van de terugdraaiende teller verkoopt u eigenlijk elektriciteit tegen dezelfde prijs aan het net als de prijs die u betaalt om er elektriciteit af te halen. Dat gebeurt alleen zo, omdat een analoge teller niet weergeeft hoeveel u injecteert en hoeveel u afhaalt. De digitale teller registreert beide stroombewegingen en verrekent ze elk apart. Er is met andere woorden geen behoefte meer aan een forfait.

Om stroom te kunnen leveren, moet u een terugleveringscontract met uw energieleverancier sluiten. Doet u dat niet, dan gaat uw overtollige elektriciteit verloren en krijgt u niets.

U krijgt dus een vergoeding voor de elektriciteit die u levert. De tarieven die al bekend zijn, liggen diep onder de tarieven die bestaan voor de afname van elektriciteit. De bedragen die worden aangerekend, zijn vrij te bepalen door de markt. Voor de verkoop spreken we op dit ogenblik van 3,5 tot 5,7 cent per kilowattuur, terwijl de afname tegen gemiddeld 25 tot 27 cent per kilowattuur wordt aangerekend. In dat laatste bedrag zit niet alleen de prijs van de elektriciteit vervat, maar ook de distributie- en transportkosten, bijdragen, heffingen en btw.

Effect op de factuur

U zult de impact pas merken op uw eerstvolgende jaarafrekening. De factuur die na het verdwijnen van de terugdraaiende teller in de bus valt, zal bij veel zonnepaneeleigenaars enkele honderden euro’s hoger liggen dan voordien. Die hogere aanrekening zal behoorlijk aan de rendabiliteit van uw zonnepanelen vreten.

Rendementen van 10 tot 15 procent behoren tot het verleden. Met een compensatiepremie wil de Vlaamse overheid erop toezien dat u toch nog een minimumrendement van 5 procent haalt.

De premie bedraagt maximaal 1.500 euro. Het is de intentie van de Vlaamse regering dat bedrag af te stemmen op de maximumpremie van 1.500 euro die sinds begin dit jaar kan worden aangevraagd voor nieuwe zonnepanelen.

Mensen die in 2020  nog zonnepanelen installeerden, kunnen op het hoogste bedrag rekenen. Voor de anderen daalt het bedrag naarmate de installatie ouder is en ze dus al verscheidene jaren hebben kunnen genieten van het voordeel van de terugdraaiende teller.

HOE KUNT U DE FACTUUR DRUKKEN?

Onmiddellijk verbruik verhogen

Door meer opgewekte elektriciteit meteen te verbruiken - dus zonder omweg langs het net - kunt u de kosten drukken. Die worden immers berekend op basis van hoeveel kWh u van het net haalt, net zoals bij een consument zonder zonnepanelen. Vandaag heeft een gemiddeld gezin een zelfverbruik van 25 tot 30 procent. Dat percentage kan wat toenemen door huishoudtoestellen overdag te gebruiken, maar daarmee gaat het zelfverbruik niet spectaculair de hoogte in. Met een serieuze inspanning zult u uw zelfverbruik met zo’n 10 procent kunnen verbeteren.

Andere oriëntering zonnepanelen

Tot nu werd altijd getracht de zonnepanelen zoveel mogelijk naar het zuiden te oriënteren om de productie te maximaliseren. Installateurs suggereren vandaag dat het door de nieuwe omstandigheden beter wordt de panelen naar het oosten of het westen te richten.

Zo leveren ze veel stroom respectievelijk ’s ochtends en ’s avonds, de momenten waarop gezinnen het meest stroom verbruiken. Zuidgerichte installaties pieken ’s middags, wanneer het verbruik en de marktprijzen meestal lager liggen.

Thuisbatterij plaatsen

De overtollige elektriciteit kan ook worden opgeslagen in een thuisbatterij. Maar die kost snel 4.000 euro en is niet gemakkelijk rendabel te maken. Intussen is de aankoop interessanter, omdat de Vlaamse overheid de aanschaf stimuleert met een premie.

Tot eind dit jaar betaalt de Vlaamse overheid een premiebedrag van 250 euro per kilowattuur opslagcapaciteit, met een maximum van 3.200 euro of 35 procent van de investeringskosten. Samen met de besparing op de energiefactuur wordt dan een terugverdientijd van minder dan tien jaar bereikt, terwijl een batterij een leven van zo’n 15 jaar heeft.

Als onderdeel van het compensatiepakket voor het wegvallen van de terugdraaiende teller kondigde Vlaams minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) aan dat Vlaanderen boven op de compensatiepremie voor de zonnepanelen nog eens 30 procent extra geeft aan wie zijn zonnepanelen met een thuisbatterij combineert.

Volgens een simulatie van Engie kan een zonnepaneelinstallatie in combinatie met een batterij van 5,8 kWh dankzij de premie rendabel zijn. De batterij kan volgens de energieleverancier het zelfverbruik van 30 naar 60 procent optrekken. Zo moet minder stroom van het net worden gehaald die er eerder werd opgezet en dat drukt de factuur. Alles in rekening genomen is de terugverdienperiode van de installatie 8,5 jaar en bedraagt het rendement 9,5 procent.

Over de ideale omvang van een thuisbatterij verschillen de meningen. Volgens Eneco ligt de optimale capaciteit in België niet hoger dan 2,2 kWh. Zo’n batterij kost rond 2.500 euro en kan volgens Eneco het zelfverbruik met 20 procent optrekken.

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud