Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Ben je een brave huisvader of wilde gokker?

Wie belegt vindt het vaak niet erg wat meer risico te nemen… als daar maar een grotere opbrengst tegenover staat. Maar waar ligt de grens?

(netto) – De voorbije beurscrisissen hebben veel beleggers met een kater opgezadeld en velen zijn dan ook het geloof in de beurs verloren. En het is natuurlijk heel oncomfortabel om te moeten vaststellen dat de waarde van je aandelenportefeuille met tientallen procenten naar beneden is gegaan. Veel beleggers hadden met zo’n koersval geen rekening gehouden en merkten aan den lijve dat ze te veel risico’s hadden genomen… risico’s die ze zich eigenlijk niet konden veroorloven. Jammer genoeg wordt dat pas duidelijk als het met de beurs bergaf gaat.

Net daarom is het zo belangrijk het risico dat je neemt goed in te schatten, en vooral: om uit te maken of je dat risico aankan. En dan laat je je best niet enkel verleiden door een hogere opbrengst. Wie bijvoorbeeld zijn volledige kapitaal in aandelen belegt, mag op lange termijn een hogere opbrengst verwachten dan wie hetzelfde kapitaal op een spaarboekje plaatst. Maar weegt de opbrengst op tegen dat risico?

Veel risico, veel winst?

Stel: op 1 januari 1991 belegde je 10.000 euro. Op basis van het risico dat er aan gekoppeld is, maken we de vergelijking tussen drie strategieën: alles beleggen in de Bel20-index (hoogste risico), alles op een spaarrekening plaatsen (amper risico) of 50 procent beleggen in de Bel20 en de overige 50 procent op een spaarrekening. Op 17 november zag je opbrengst voor de drie scenario’s er als volgt uit:

De conclusie is duidelijk: wie zich aan een hoger risico blootstelt, ziet dat zonder enige twijfel vertaald in een hogere opbrengst op langere termijn. Maar dat groter risico vertaalt zich niet noodzakelijk in een even grote stijging van de opbrengst. Wie op 1 januari 1991 10.000 euro belegde in de Bel20-index, zou met een jaarlijks rendement van 7,7 procent vandaag 35.000 euro in zijn portefeuille hebben. Met de 50/50-strategie zou het jaarlijks rendement 6 procent bedragen, wat vandaag goed zou zijn voor 27.500 euro. Met andere woorden: 50 procent meer risico leverde van 1991 tot vandaag 1,7 procentpunt meer op in vergelijking met de 50/50-strategie.

Wil dat zeggen dat je beter kiest voor meer zekerheid en een lager rendement? Natuurlijk niet. Moet je gewoon de voorkeur geven aan een hogere opbrengst? Ook niet. Alles hangt af van je eigen financiële situatie én van je persoonlijkheid. Waar moet je op letten?

1. Kan je je geld missen?

Vooraleer je nadenkt over de verschillende belegginsopties, moet je voor jezelf uitmaken hoelang je het geld kan missen. Ben je van plan een huis te kopen? Heb je een nieuwe auto nodig? Meubilair? Al je geld beleggen in aandelen terwijl je het geld later nodig hebt voor belangrijke aankopen, is alvast nooit een goed idee. De kans is groot dat je uiteindelijk aandelen moet verkopen op een moment dat het minder gunstig is.

Daarom is het belangrijk een onderscheid te maken tussen het geld dat je zonder enige twijfel kan missen (en dus zorgeloos kan beleggen) en het spaarpotje dat je nodig hebt om onvoorziene (grote) kosten op te vangen. Aan je aandelenportefeuille zou je in principe nooit mogen raken uit noodzaak.

2. Op welke termijn wil je beleggen?

Als je kiest voor een bepaalde belegging, moet je ook de termijn in het achterhoofd houden die gekoppeld is aan die belegging. Dat geldt ook voor aandelen. Zo wordt voor aandelen heel vaak uitgegaan van een beleggingshorizon van tien jaar. Wie bijvoorbeeld het pensioen nadert en op dat moment ook zijn beleggingen wil verzilveren, neemt best niet te veel risico’s. De kans bestaat altijd dat de aandelenmarkt in een dip terecht komt. Op lange termijn komt dat dan wel goed, maar je moet natuurlijk de tijd hebben om dat herstel af te wachten.

3. Schenk aandacht aan vragenlijst bank

Wie een beleggingsproduct wil kopen, moet bij zijn bank verplicht een vragenlijst invullen die het risicoprofiel inschat (de zogenaamde mifid-richtlijn). Als je vervolgens een product wil kopen dat niet past bij je profiel, dan moet de bank je waarschuwen.

Jammer genoeg beschouwen veel beleggers de vragenlijst als een verplicht nummertje waar ze zo vlug mogelijk van af willen. Nochtans doe je dat best met veel zorg, aangezien het de basis is waarop je beleggersportefeuille wordt samengesteld. De vragenlijst realistisch en waarheidsgetrouw invullen, vermijdt met andere woorden heel veel onaangename verrassingen achteraf.

4. Hoe emotioneel ben je?

Als de beurs het goed doet, zal een overgrote deel van de beleggers met het hand op het hart verklaren dat ze weten dat de beurskoersen weer kunnen dalen en dat ze daar goed mee kunnen omgaan. In werkelijkheid breekt bij velen het angstzweet uit bij de minste koersdaling, waarna ze elk uur van de dag de beurskoersen in de gaten houden. Vaak krijgen de emoties dan de overhand en worden in een vlaag van paniek grote pakketten aandelen van de hand gedaan… terwijl die op lange termijn nog lang niet waren afgeschreven.

De moraal van het verhaal? Als je van jezelf weet dat je het hoofd moeilijk koel kan houden als de beurs in woelig vaarwater terecht komt, dan is een minder risicoloze belegging eerder iets voor jou. De opbrengst valt dan misschien wel wat lager uit, de gemoedsrust zal er wel bij varen. Hou je daarentegen makkelijker het hoofd koel – onder meer omdat je je aandelenportefeuille niet meteen moet verzilveren – dan zal je van iets meer risico niet meteen wakker liggen.

Bereken het zelf

Welk risicoprofiel heb je? En op welke manier stel je dan best je beleggingsportfeuille samen? Bereken het hier.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud